De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Westminster is een berenkuil

Londen - Met mijn zoontje, en een telraam, zat ik bij Chelsea – Grimsby Town (7-1), terwijl Boris Johnson, na een standje te hebben gekregen van de hoogste rechters, zijn rentree maakte in het Lagerhuis. De sfeer in Westminster, zo ontdekte ik bij thuiskomst, was aanmerkelijk roeriger dan in het vrijwel uitverkochte stadion Stamford Bridge. Er werd geschreeuwd, gehuild en gevloekt in de cockpit van de democratie. Bij het verlaten van de debatkamer liet de premier het zelfs na om te knikken in de richting van de Kamervoorzitter. Shame! Shame!

De woede heeft te maken met Johnsons trumpiaanse optreden. In plaats van zijn excuses te maken voor het feit dat hij de volksvertegenwoordiging ten onrechte naar huis had gestuurd, besloot hij extra te provoceren. Toppunt was zijn opmerking ‘humbug’, dickensiaans voor ‘onzin’, naar aanleiding van de beschuldiging dat zijn ‘volk tegen volksvertegenwoordiging-tactiek’ – alsmede termen als ‘overgave’ en ‘verraad’ – leidt tot bedreigingen aan het adres van parlementariërs. De moord op Labours Jo Cox in de aanloop naar het EU-referendum ligt nog vers in het geheugen.

Na een nachtje slapen volgde zelfs een spoeddebat over de verruwing van het debat.

Labours Jess Phillips sprak emotioneel over de bedreigingen aan haar adres. Maar wacht, riepen sceptici: had zij niet ooit voorgesteld om Jeremy Corbyn niet in de rug maar in de buik te steken? Haar partijgenoot John McDonnell klaagde over de ruwe omgangsvormen, de man die activisten had opgeroepen om Conservatieve politici lastig te vallen. Speaker John Bercow riep op tot fatsoen, vergetend dat hij de Leader of the House een ‘stupid woman’ had genoemd. Hogerhuislid Lady Chakrabarti, die haar zoon naar een dure privéschool stuurt, hekelde Johnsons elitisme.

En hoe heftig zijn de Brexit-debatten in het licht van de geschiedenis? Harry Mount, auteur van How England Made the English, schreef dat het parlement al 750 jaar, sinds de dagen van Simon van Montfort, een berenkuil is. Ging de Conservatief John Molson de Ierse nationalist Joseph Devlin niet te lijf in 1920? Noemde de socialist Nye Bevan de Tories eind jaren veertig niet ‘lager dan ongedierte’? En begon de Conservatief Michael Heseltine niet, letterlijk, met de scepter te zwaaien in de jaren zeventig?

Een dag na The Battle of Westminster vertelde een Franse vader op het schoolplein dat hij als Fransman jaloers is op de Britse democratie. ‘Het Franse parlement’, verzekerde Jean-Baptiste me, ‘heeft helemaal niets te vertellen.’