Donners omstreden kruisvaart tegen terroristen

Wetboek blokkeert weg naar paradijs

Minister Donner van Justitie heeft voorgesteld om het rekruteren van strijders voor de jihad strafbaar te stellen. Juristen zijn niet enthousiast over Donners bijdrage aan het beschermen van de samenleving tegen terrorisme. «Met zijn oplossingen komen we niet verder.»

Het megaproces tegen twaalf vermeende strijders voor de jihad in juni van dit jaar in Rotterdam liep uit op een fiasco. Voor justitieminister Donner heeft dit proces wellicht mede gediend als proeve voor het ontwikkelen van nieuwe wetgeving ten aanzien van (potentieel) terrorisme. In de zomer al presenteerde Donner zijn notitie Terrorisme en bescherming van de samenleving. Dat was een opmerkelijke no ta, die de opmaat bleek te zijn voor het onlangs gelanceerde wetsvoorstel om activiteiten wél te kunnen aanpakken. Donners voorstel is een spiegel van de ten laste gelegde feiten tijdens het proces in juni die door de rechter werden afgeserveerd als «onzorgvuldig» en «zorgwekkend». Als het aan Donner ligt, zal dat straks bij wet allemaal strafbaar gesteld moeten kunnen worden: iedere vorm van rekrutering voor de jihad — de heilige oorlog van de islam — en «samenspanning» voor terroristische misdrijven. Hij wil niet nog eens meemaken dat vrijspraak tot stand komt omdat, zoals de persofficier van justitie het zei, «we niets konden bewijzen, omdat we het materiaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst niet mochten gebruiken».
Zowel in de politiek als in juridische kringen is de discussie opgelaaid over de beperkte mogelijkheden die de «klassieke wetgeving» biedt in de strijd tegen het internationale terrorisme. Hoe wenselijk en nodig is een dergelijke verregaande strafbaarstelling, die neerkomt op niets minder dan een juridische omwenteling?
Michiel Pestman, advocaat van de twaalf beklaagden van Rotterdam, is niet onder de indruk: «Terrorisme is de nieuwste mode en de angst ervoor waait vanzelf weer over. Een aantal jaren geleden waren we allemaal gebiologeerd door het rapport van Van Traa en was de georganiseerde misdaad staatsvijand nummer 1. Daar hoor je nu niets meer over. Donner speelt in op de huidige angstgevoelens en roept allerlei flinke maatregelen voor de bühne. Maar ik maak me geen zorgen, want Donner komt hier nooit mee weg. Het is van tweeën één: óf de AIVD moet in een rechtszaal alle kaarten op tafel leggen, wat geen enkele inlichtingendienst zal doen, óf de AIVD mag informatie geheim houden. Dat laatste is geen optie, want Donner is met handen en voeten gebonden aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. En dat is maar goed ook. In dat verdrag staat omschreven wat een eerlijk proces is, zoals het recht voor de verdediging om het bewijsmateriaal in te zien. Dat is essentieel, want anders kan de verdachte zich niet verdedigen.»

Donner mag het wel willen, maar het kan niet. Elk proces waarin de AIVD de kaken op elkaar houdt over de aard van het bewijsmateriaal, en rechter en verdediging de Dienst op z’n blauwe ogen moet geloven, is gedoemd vernietigd te worden door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Toch is Pestman er niet gerust op: «Je bent toch al gauw vijf jaar verder voordat je alle procedures in Nederland achter de rug hebt en je naar het Hof in Straatsburg mag. Al die tijd zit een individu vast vanwege een oneerlijk proces.»
«Linke soep», vat Ybo Buruma, hoogleraar strafrecht in Nijmegen, de voorstellen van Donner samen: «Waar ik als jurist nog enigszins begrip voor kan opbrengen is het voorstel om het ronselen voor jihad strafbaar te stellen. Maar de formulering zal een probleem zijn: ik kan me niet voorstellen dat het woord ‹jihad› in de Nederlandse wet komt te staan. Je kunt de term omzeilen door te verbieden om ‹strijders te ronselen voor gewapende strijd binnen of buiten Nederland›.»
Overigens oordeelde de rechtbank in Rotterdam het ronselen voor de terroristische organisatie al-Qaeda in principe strafbaar, mits bewezen volgens de regels van het procesrecht. Strikt genomen zou nieuwe wetgeving niet nodig zijn. Ybo Buruma: «Neem het voorstel om ‹samenspanning tot een terroristisch misdrijf› afzonderlijk strafbaar te stellen. Volstrekt overbodig. Sinds 1 januari 2003 is een wet van kracht waardoor we voldoen aan het Bomterrorismeverdrag. Daardoor is individuele voorbereiding van terrorisme nu reeds strafbaar. En dan heb ik het nog niet over het bij de Kamer ingediende wetsontwerp Terroristische Misdrijven. Het is juridisch onnodig om samenspanning nog een keer extra strafbaar te stellen, dat werkt alleen maar verwarrend. Advocaten zullen beweren dat voor hun cliënt de verkeerde bepaling is gebruikt, en voor je het weet moet een rechter een verdachte vrijspreken.»
Volgens Buruma ligt een verklaring voor deze stap van Donner in de grote druk vanuit het kabinet: «Zijn medeministers kijken hem dringend aan en zeggen: ‹Donner, aanpakken dat terrorisme, en stevig ook graag.› Daarnaast wil Nederland aan Europa en natuurlijk Amerika laten zien dat we terrorisme serieus nemen.»
De AIVD een grotere rol laten spelen in de rechtszaal noemt Buruma een misser. Naast het argument dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vonnissen zal vernietigen, heeft hij een ander bezwaar: «De AIVD werkt fundamenteel anders dan politie en justitie. De laatste twee kijken altijd achterom: wat is er wanneer door wie gedaan en hoe kunnen we dat bewijzen. De AIVD kijkt in de toekomst: wanneer gaat wie waar een brug opblazen en hoe kunnen we dat voorkomen. De AIVD gebruikt daarbij fantasie en inschattingen: ze brengen feit A met aanwijzing B in verband en voorspellen dan een aanslag. Dat kan tot goede resultaten leiden, en vergissingen zijn geoorloofd met het oog op het hogere doel, het beschermen van de samenleving tegen aanslagen. Maar in een rechtszaal kun je gissingen en vergissingen natuurlijk niet toestaan.»
Het enige wat Donner volgens Buruma moet doen, is de druk weerstaan om stoere maar domme dingen te ondernemen. «We moeten gewoon wachten hoe de recente wetgeving op dit gebied uitpakt. Nederland lijkt nauwelijks te beseffen hoe verregaand de bevoegdheden de laatste jaren al opgerekt zijn. En de Wet Terroristische Misdrijven loopt keurig in de pas met wetgeving elders in Europa.»

In politieke gelederen wordt Donners voorstel verdedigd. Tweede-Kamerlid en partijgenoot Sybrand van Haersma Buma is «heel tevreden» met de nota: «De essentie is: hoe kunnen we terrorisme bestrijden zonder onze democratische rechtsstaat geweld aan te doen? Dat is een duivels dilemma, maar je zult ermee aan de slag moeten, want niemand kan sinds 11 september ontkennen dat ook Nederland en Europa bedreigd worden. Degenen die kritiek hebben op Donners voorstellen zijn conservatief, ze willen de maatschappij en de wet niet aanpassen aan de nieuwe tijd. We moeten constateren dat we na de vrijspraak van de twaalf van Rotterdam met lege handen stonden en dat onze wetgeving tekortschoot. Je kunt niet domweg wachten tot de misdaad gepleegd is, dus moet je ook het voorbereiden van terroristische daden strafbaar stellen, en dat betekent dat je onder meer informatie van de AIVD nodig hebt. Het is toch onbestaanbaar dat de Nederlandse overheid belastende informatie heeft, bijvoorbeeld van de AIVD, en dat we die niet kunnen gebruiken in een rechtszaal om terrorisme te bestrijden?»
Om de burger te beschermen tegen de overheid is het een vereiste dat niet alle informatie bruikbaar is in een rechtszaal. Van Haers ma Buma moet daar niets van hebben: «Ach kom nou. De dreiging van terrorisme is veel groter dan de dreiging die van de overheid uitgaat.»
Maar is het inzien van belastend bewijs door de verdediging geen onvervreemdbaar onderdeel van de democratische rechtsstaat die Van Haersma Buma wil verdedigen tegen het internationale terrorisme? «Ja, maar er zijn ook tussenoplossingen mogelijk», zegt Van Haersma Buma. In zijn notitie specificeert Donner niet hoe bewijsmateriaal van de AIVD in de rechtszaal gebruikt moet worden — de Rotterdamse zaak is nog in beroep — maar Van Haersma Buma wil wel enkele handreikingen doen: «Moet de verdediging alles weten? Denk bijvoorbeeld aan de anonieme getuige, die gebruiken we in andersoortige rechtszaken ook. We kunnen ook een onafhankelijke rechter-commissaris instellen die het materiaal van de AIVD achter gesloten deuren toetst, waardoor gevoelige informatie die de werkwijze van de AIVD in gevaar brengt niet openbaar wordt, maar toch door een rechter wordt gewogen. Dat is overigens nu al niet ongebruikelijk: in asielprocedures kan de rechter zich baseren op geheime ambtsberichten. Verregaande aanpassingen van onze rechtsstaat als deze zie ik natuurlijk ook liever niet, maar we kunnen onze kop niet in het zand steken.»
«Terrorismebestrijding is een groot probleem in Nederland en Europa», zegt Coen Mulder, verbonden aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam, «en met de oplossingen van Donner komen we niks verder.» Mulder heeft een helder advies voor wie terrorisme wil bestrijden: «Houd het strafrecht erbuiten. Feit 1: als je terrorisme wilt voorkomen, heb je informatie nodig van de AIVD. Stel, iemand ziet er onguur uit, komt regelmatig in een moskee waar een fanatieke imam preekt en bestelt op een dag diodes en vloeistoffen waar je een aardige knal mee kunt maken. Misschien heb je nog een infiltrant in de moskee die interessante informatie over deze man heeft. Die man wil je schaduwen. Dat mag de AIVD op basis van deze gegevens wél doen, maar de politie niet. Stel, je komt er achter dat die man echt iets van plan is. Je arresteert hem en brengt hem naar het gerecht. De rechter vraagt: ‹Hoe wist u dat deze man iets van plan was?› Dan sta je met lege handen. Feit 2: je komt nooit om artikel 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens heen, dat een eerlijke rechtszaak gebiedt. Terrorisme bestrijden met strafrecht betekent blijven aanmodderen. Bovendien, wie het paradijs verwacht, laat zich niet afschrikken door het Nederlands Wetboek van Strafrecht.»

Coen Mulder deed onderzoek naar hoe andere landen omgaan met terrorismebestrijding. Mulder: «Het Angelsaksische model stelt dat elke oorlog met alle middelen gestreden moet worden en dat daarbij, hoe betreurenswaardig ook, onschuldige slachtoffers vallen. De inlichtingendiensten zijn militaire organisaties die redelijk buiten het strafrecht worden gehouden. Zij willen een terrorist niet in een rechtszaal hebben, maar dood in een berm. Het dogmatische model is vooral in Zweden en Duitsland in zwang: regels beschermen de beschaving, en wie ze overtreedt in de strijd tegen het terrorisme pleegt eveneens een aanslag op de democratische rechtsstaat die verdedigd moet worden. Een heel nobel gedachtegoed, maar weinig effectief. Tot slot is er het pragmatische Deens/Nederlandse model. De rechtsstaat is belangrijk, maar terrorismebestrijding ook. Je schippert een beetje. Het grote nadeel is dat je nauwelijks nadenkt over hoe je het probleem echt wilt aanpakken. Je kiest niet echt. Zo loop je de kans telkens achter het net te vissen.»
Nederland hoeft echter helemaal niet met lege handen te staan. Mulder ziet talloze manieren om terrorisme te bestrijden: «Je kunt de Fiod langs verdachte gebedshuizen sturen. Die kunnen wel op aanwijzing van de AIVD het een en ander tegen het licht houden. Simpel en effectief om geldstromen, bedoeld voor terroristische activiteiten, te onderbreken. Maar ook de Economische Controle Dienst kan heel goed uitpluizen aan wie vervelende chemische stoffen worden verkocht. Daarnaast is er nog een wereld te winnen in een betere administratieve samenwerking tussen dit soort diensten. Ik vrees dat zoiets enig verlies in privacybescherming oplevert, maar terrorismebestrijding lijkt me belangrijker dan de privacy van een tandarts met zwart geld.»