Which Way Is the Frontline from Here?

Weten wat oorlog is

Soldaten zijn ook maar gewoon mensen. Dat idee dreef oorlogsfotograaf Tim Hetherington naar brandhaarden in Afrika en Azië. In Which Way Is the Frontline from Here? halen zijn naasten herinneringen aan hem op.

Medium wwitfl02  2

In Sebastian Jungers non-fictieboek War schept een groepje Amerikaanse soldaten van Second Platoon op over hun masturbatiegewoonten. Second Platoon zit dan al een paar maanden non-stop in de Korengal Vallei (‘het Afghanistan van Afghanistan’), op de meest vooruitgeschoven post van het leger. Dertig mannen die bijna dagelijks beschoten worden door Taliban-krijgers. Het zijn mannen onder elkaar, met hun eigen rituelen, hun eigen mores. Eentje zegt dat het er ’s nachts zo donker wordt, met alleen het licht van de sterren, dat hij kan masturberen waar iedereen bij is zonder dat iemand het kan zien. Vervolgens lacht iedereen hem uit.

Junger werd vergezeld door de Britse fotograaf Tim Hetherington die in de Korengal Vallei de World Press Photo van het jaar 2007 leverde met een foto van een door vermoeidheid overmande soldaat. Een van zijn lievelingsfoto’s, vertelt Hetherington in de documentaire Which Way Is the Frontline from Here?, is Eden of Man: een stuk of tien, vijftien Amerikaanse soldaten staan in hun onderbroek in de middaghitte zandzakken te vullen. Op de camouflageprint van hun onderbroeken na wijst niets erop dat ze soldaten zijn, midden in het meest vijandige deel van Afghanistan.

Het was voor hem, vertelt Hetherington, een van de momenten waarop de soldaten het meest zichzelf waren. Ultiem mannen onder elkaar. Een soldaat gaf het commentaar: het maakt niet uit wie de mooiste vriendin heeft, de snelste auto of het grootste huis, als je geen zandzakken aan het vullen bent, ben je helemaal niemand.

Samen zaten ze vijftien maanden op basis Restrepo, vernoemd naar een geliefde combat medic die daar was omgekomen in een hinderlaag. Restrepo werd genomineerd voor een Oscar voor beste documentaire en leidde tot een heftig debat in de VS, of de film nu vóór de oorlog in Afghanistan was, of juist tegen. De makers hielden zich op de vlakte. ‘Laat ik het zo zeggen’, zei Junger in een interview in De Groene Amsterdammer, ‘een goed kunstwerk kan op meerdere manieren geïnterpreteerd worden. De film werkt als een soort Rorschachtest: wat mensen ervan vinden, zegt meer over henzelf dan over de film.’

Jungers journalistieke doel was niet om een politiek vraagstuk te beantwoorden – bijvoorbeeld: heeft de Amerikaanse missie in Afghanistan nut? – maar puur om te observeren hoe jonge mannen functioneren in oorlogssituaties. In War is Junger eindeloos gefascineerd door professionalisme: met bewondering legt hij vast hoe een Amerikaanse soldaat, onder vuur, zijn weigerende geweer demonteert, schoonmaakt, weer in elkaar zet en verder vecht. Voor Junger onderscheidt dat soldaten van mensen.

In Which Way Is the Frontline from Here? legt Tim Hetherington het net even anders uit: elke oorlogssituatie is compleet anders dan alle andere, en telkens als je denkt te weten hoe het er aan het front aan toegaat, zit je ernaast. Wie over oorlog en vrede beslist, weet nooit écht waar hij het over heeft. Dat was wat Hetherington in ieder geval naar het front dreef, in de traditie van de eerste ‘beroemde’ oorlogsfotografen van Magnum: het humanistische idee om te laten zien dat mensen aan het front gewoon mensen zijn. Hij deed dat bijna tien jaar, tot hij op 20 april 2011 door een mortier werd geraakt en op weg naar het ziekenhuis van Misrata, Libië, achter in een pick-uptruck doodbloedde.

Tim Hetherington was een knappe man. Dat benadrukt iedereen. Hij was boomlang en overal waar hij kwam viel hij op. Hij was knap zoals Britten uit de betere sociale lagen dat vaker lijken te zijn, met een brede kaak, geprononceerde witte tanden en een adellijk hoog voorhoofd. Dat wist hij zelf ook en het vormde de basis van zijn journalistieke ethos, legt hij uit op een archieffilmpje in Which Way Is the Frontline from Here? The Life and Time of Tim Hetherington, gemaakt door Junger, samengesteld uit interviews met bekenden van Hetherington en uit de honderden uren archiefbeelden die Hetherington zelf draaide. Als ik fotografeer kan ik wel doen alsof ik er niet ben, zegt hij, maar als je in Afrika of Azië of in het Midden-Oosten als boomlange blanke man rondloopt, dan val je op. Dus dan kun je maar beter contact leggen met de mensen.

In dat contact leggen ging hij ver, vertelt documentairemaker James Brabazon die samen met Hetherington door Liberia reisde toen dat land begin deze eeuw in opstand kwam tegen dictator Charles Taylor. Op archiefbeelden is een scène te zien waarin het oprukkende rebellenleger een stadje heeft ingenomen en de lokale bierbrouwerij heeft ingericht als veldhospitaal, wanneer rebellenleider ‘Iron Jacket’ besluit dat een van de artsen een spion is. Een groepje mannen slaat de arts en wil hem tegen de muur zetten. Iron Jacket zwaait met een revolver – en dan pas, in de chaos, valt op dat Iron Jacket iets vaag bekends draagt. Een T-shirt met heel groot het logo van sauzen- en soepmixenproducent Knorr – inderdaad, oorlog ziet er altijd net even anders uit dan je denkt.

Brabazon vertelt dat hij vaker ad hoc executies had meegemaakt in Liberia, en toen Iron Jacket naar zijn pistool greep schakelde hij als vanzelf naar een wide shot, een automatisme om alle omstanders in beeld te krijgen. Maar Hetherington stond het niet toe; hij drukte Iron Jackets pistool weg en nam het voor de man op, hij zei dat hij een arts was en dat ze artsen nodig hadden. Van Hetherington pikten ze dat, een half uur later stond de arts weer aan de ziekenhuisbedden.

Hij werd door een mortier geraakt en bloedde op weg naar het ziekenhuis, achter in een pick-uptruck, dood

Dat zelfvertrouwen waarmee hij op mensen af stapte had Hetherington als kind al, horen we zijn moeder in de documentaire zeggen. Van kinds af was hij altijd al ‘gemakkelijk’ met andere mensen, kinderen én volwassenen. Zijn vader vertelt dat Tim na zijn studie klassieke talen aan Oxford naar India ging en dat ze ‘hem maar niet terug konden krijgen’. Hij bleef twee jaar weg en stuurde misschien drie keer een fax vanuit de meest onbekende gebieden, zegt zijn vader. Op de foto’s ziet hij er graatmager uit, met rastahaar, steeds vrolijk. Hij was geen toerist, zegt zijn moeder, waar hij ook was ging hij op in de cultuur. Hij was buitengewoon nieuwsgierig, voegt zijn vader toe. Hij wilde álles weten.

Na een paar jaar zo te hebben gereisd, ging hij een opleiding doen tot fotojournalist. Het idee om echte verhalen te vertellen met beeld sprak hem aan. Zijn eerste ervaring in een conflictgebied was in Liberia. James Brabazon was er al meerdere keren geweest toen hij door een montere jongeman werd opgebeld of hij mee mocht, om te helpen en om zelf foto’s te maken. Brabazon had nog nooit van de jongen gehoord, zegt hij nu in de documentaire, en had geen zin om zijn exclusiviteit (want hoeveel westerse journalisten liepen er nou rond in Liberia?) te delen, maar na hem een keer ontmoet te hebben was hij om. Hetherington mocht mee. In de archiefbeelden horen we hem praten tegen de vrouwelijke rebel ‘Black Diamond’. Waarom wil je naar Monrovia? vraagt hij. Ik wil naar Monrovia om Charles Taylor gevangen te nemen, zegt ze, hem als een vrouw aan te kleden en hem door de straten te laten lopen. Echt? vraagt Tim. Weet je zeker dat je niet liever naar de Bahama’s op vakantie gaat? Het meisje met het machinegeweer laat haar boze-vrouwen-blik ineens los en kijkt hem bijna verlegen, vol onbegrip aan. Dan begint ze te lachen.

Medium wwitfl01

In War schrijft Sebastian Junger dat professionalisme soldaten in staat stelt beslissingen te nemen die niet in hun eigen belang zijn, maar wel in het belang van de rest. En dat als iedereen op dezelfde manier beslissingen neemt en daarnaar handelt, de groep het veiligst is. Dat geeft te denken over de veiligheid van de oorlogsjournalisten, die in datzelfde systeem meedraaien maar zelf geen handelingen kunnen verrichten. Ze zijn overgeleverd aan de handelingen van de anderen. In gevechten waar geïmproviseerde, nauwelijks getrainde milities opereren, regeert het toeval.

Tenminste, zo ziet het eruit in de openingsscène van de documentaire: in een boodschappenautootje zitten vier brede, blanke, grijzende mannen grapjes tegen elkaar te maken, door de speaker klinken de falsetstemmen van de Bee Gees, How Deep Is Your Love? Een van hen filmt. De stemming is bijna uitgelaten, ze zien eruit alsof ze naar een vrijgezellenfeest zouden kunnen gaan, behalve dan dat de chauffeur een Arabische jongen is met een AK47 tussen de benen waarvan de geweerkolf met zorgvuldige tekeningen is versierd.

‘Which way is the frontline from here?’ vraagt de man die filmt – het blijkt Tim Hetherington te zijn – terwijl de auto door een stadje rijdt dat oogt als een gewoon Arabisch stadje. ‘You may not think I care for you/ when you know down inside that I really do’, zingt Barry Gibb. Totdat het stadje ineens ophoudt en er allerlei mannen op straat staan met machinegeweren en bazooka’s. Ze lachen breed naar de camera, ook bij hen lijkt er een algehele lolligheid te heersen – behalve dan dat ze gaandeweg op gebouwen schieten, al houden ze hun geweren zo vast dat je je niet kunt voorstellen dat ze nauwkeurig ergens op mikken. De strijders trekken de rokende gebouwen binnen, steken alles nog verder in de brand en proberen met afgebroken stukken spiegel te zien of er vijandelijke strijders om de hoek staan. De uitgelatenheid is er nog steeds, het grijnzen niet meer.

Het gevaar was, zegt een journalist die er indertijd ook bij was, dat de journalisten zo ijverig waren dat ze bijna vóór de rebellen uit renden om te zien wat er allemaal gebeurde.

Junger vertelt dat hij na de dood van Hetherington een brief kreeg van een Vietnamveteraan: oorlog draait er niet om dat je zelf misschien kunt sneuvelen, schreef de veteraan, oorlog draait erom dat je zeker weet dat je kameraden zullen sneuvelen. Je wilde weten wat oorlog was, nu weet je dat pas echt.


Human Rights Weekend

Van 31 januari tot en met 2 februari wordt in De Balie in Amsterdam het Human Rights Weekend gehouden met films en debatten. Journalisten van De Groene Amsterdammer verlenen hun medewerking aan dit festival. Zo neemt Monique Samuel op zondag 2 februari deel aan een gesprek met fotograaf Roger Anis die voor de Egyptische krant Al-Shorouk de omwentelingen in Egypte sinds 2011 registreerde. Anis’ foto’s staan ook bij dit artikel over de christenen in Egypte. Op vrijdag 31 januari interviewt Casper Thomas na afloop van de film Pussy Riot: A Punk Prayer een van de makers. Evert de Vos gaat op zaterdag 1 februari na de film A World Not Ours in gesprek met vluchtelingen en op zondag 2 februari leidt Joost de Vries een discussie over frontline journalism naar aanleiding van de film Which Way Is the Frontline from Here? The Life and Time of Tim Hetherington. De voertaal is Engels. Meer informatie: debalie.nl