De vijf beste van Frank Miedema

Wetenschap als sociaal fenomeen

Het beeld van de wetenschapper als altruïstische waarheidszoeker is niet meer van deze tijd, vindt Frank Miedema. Hij selecteerde voor De Groene de vijf beste werken waarin wetenschap als sociaal fenomeen centraal staat. ‘Het grote probleem is niet de manier waarop wetenschappers aan hun kennis komen, maar de manier waarop zij zich gedragen binnen het bestaande systeem van de universiteit.’

Het overlijden van de populaire politiek filosoof Grahame Lock was voor academisch Nederland aanleiding om weer stil te staan bij het marktdenken in de wetenschap. Lock protesteerde hevig tegen de beweging die volgens hem tijdens Thatcher was ingezet, een vorm van marktfundamentalisme toegepast op openbaar vervoer, zorginstellingen – en onderwijs, zo schreef Joost de Vries vorige week in De Groene. Voor Frank Miedema, decaan van het Universitair Medisch Centrum Utrecht, is de invloed van geld en macht op wetenschap evident. Het beeld van de wetenschapper als altruïstische waarheidszoeker is dan ook niet meer van deze tijd, stelt hij in zijn boek Science 3.0. Voor de formulering van een houdbaarder beeld liet zich hij zich inspireren door werken waarin wetenschap wordt onderzocht als sociaal fenomeen.

‘Wanneer je kritisch wilt nadenken over wetenschap is een sociale kennisleer veel interessanter dan een klassieke kennisleer. De theorieën van grote wetenschapsfilosofen als Popper en Kuhn zijn belangrijk, maar ze gaan niet over het hele wetenschappelijke systeem. Ze hebben het niet over het geld dat onderzoekers nodig hebben, of over hoe de wetenschappelijke agenda van een bepaald moment is bepaald. Terwijl deze elementen juist fundamenteel zijn voor het probleem van de huidige wetenschap. Het grote probleem is niet de manier waarop wetenschappers aan hun kennis komen, maar de manier waarop zij zich gedragen binnen het bestaande systeem van de universiteit.

Met het initiatief Science in Transition, dat ik samen met drie andere wetenschappers in 2013 startte, kaarten wij in de eerste plaats dit probleem van het systeem aan. Vanuit de universiteit worden wetenschappers steeds minder gewaardeerd om de echte waarde van hun werk maar in plaats daarvan beoordeeld op het aantal publicaties in gerenommeerde tijdschriften. Daar hangt de financiering voor een volgend onderzoek, je status, je baan, maar ook het geld voor een fijne vakantie van af. En bij promoties geldt: een afgekeurd promotieonderzoek levert niemand iets op, een goedgekeurd wel. Met een dergelijk waarderingssysteem is iets volledig mis. De prikkels zijn pervers.

Tegelijk wordt het instituut dat dit systeem hanteert, de universiteit, nog steeds door de buitenwacht gezien als de laatste veilige haven in een veelal door economische principes gedomineerde wereld. De wetenschapper wordt gezien als iemand die zijn leven louter wijdt aan het vergaren van kennis. Maar de realiteit is anders: met de noodzaak van het carrière maken en de competitie voor subsidies is de wetenschappelijke wereld in niets vrij van economie. Wanneer wordt gedaan alsof dat wel zo is, dan is dat alleen maar ter bescherming van een ideologisch beeld van wetenschap.

In dat spel ben je, als je een wetenschappelijke carrière ambieert, overgeleverd aan publicaties en regeltjes. Er zijn wel alternatieven voor onderzoek buiten de academische wereld, maar daar zijn op carrièregebied toch risico’s aan verbonden. Wanneer Bill Gates geld vrijmaakt voor een vijfjarig onderzoekstraject om een tbc-vaccin te maken, kun je vijf jaar lang misschien fantastisch werken, maar weet je niet waar je na die periode staat. Je hebt je academische waarde immers niet opgeschroefd. Niettemin is het interessant om na te denken over het groeiende aantal alternatieve onderzoeksinitiatieven die vanuit de maatschappij komen. Al is het maar omdat bij de grote fondsen, zoals KWF kankerbestrijding, dezelfde mensen die onderzoek doen in de raad zitten. Daar zijn ze geneigd de gebruikelijke regels van het wetenschappelijke spel toe te passen. Nu pas worden steeds vaker patiënten tot de wetenschappelijke raad toegelaten. Maar waarom hebben maatschappelijke belanghebbenden eigenlijk zo weinig inspraak wat betreft het bepalen van de wetenschappelijke problemen van onze tijd?’

John Ziman - Real Science: What it Is and What it Means (2000)

Medium vb

‘Wat alle vijf de denkers die ik heb geselecteerd bindt, is dat zij al heel vroeg naar essentiële problemen van de moderne wetenschap keken. Ziman was een fysicus die over wetenschap schreef. Ik zie hem als een van de eersten die in zijn boeken over wetenschap het gehele spectrum van filosofie, sociologie en geschiedenis bestreek. Hierdoor lukte het hem om wetenschap in zijn volle omvang, en vooral als maatschappelijk fenomeen, in beeld te brengen. Hij liet zien dat wetenschap en maatschappij elkaar wederzijds enorm beïnvloeden, dat kennis een sociaal product is en dat objectiviteit ontstaat na lange discussies tussen subjecten. Hij begon in 1968 met het werk Public Knowledge. Daar stond al ongelooflijk veel in. Real Science was zijn magnum opus, waarin hij teruggreep op zijn eigen werk en de ontwikkelingen binnen de wetenschap tussen 1980 en 2000. Hoewel hij zich zorgen maakte om de onafhankelijkheid van wetenschap was hij min of meer neutraal over de invloed van geld en macht binnen de wetenschap. Hij beschouwt dat als een gegeven, lijkt het wel.’

Jerome ‘Jerry’ Ravetz - Scientific Knowledge and its Social Problems (1971)

Medium vb2

‘Jerry Ravetz heeft weinig geschreven en was een echte actievoerder. Een zelfverklaard marxist die uiting gaf aan de norm dat wetenschap moest bijdragen aan het verbeteren van de samenleving, aan the Good Life, zeggen we nu. Anders dan Ziman heeft hij dus wel normatieve standpunten. Daarmee maakte hij zich natuurlijk minder geliefd onder wetenschappers die hun werk eigenlijk wel nuttig vonden. Maar zijn boek is nog altijd actueel, alle problemen die Science in Transition aankaart, zitten al in dat boek. Careerism, de divergentie tussen de wetenschap en de persoonlijke ambities, corruptie van kwaliteit door het verlies van sociale controle, het ideologische geloof in wetenschap door positivisme, hoe feiten in werkelijkheid feiten worden, de ethiek van wetenschap, de invloed van externe politieke en economische factoren, de publicatietsunami en haar consequenties. Terwijl veel van die problemen toen nog maar zeer vaag onder het oppervlak sluimerden. Met zijn analyse van de ontwikkelingen in de wetenschap en het doordenken van de consequenties ervan is hij enorm visionair geweest.’

Bruno Latour - Laboratory Life (met Steve Woolgar) (1979)

Medium vb3

‘Iedereen kent Latour. Interessant aan Laboratory Life is dat hij samen met Steve Woolgar echt ging meelopen met wetenschappers. Alsof het om een pas ontdekt Amazonevolk ging, dat zij antropologisch in kaart wilden brengen. Ik las dit boek toen ik zelf net in het laboratorium werkte, en herkende de banaliteit, de dagelijkse gewoonheid, van het lab die ze wilden laten zien. De routine van de experimenten, en de kennis die ermee tot stand komt. Het is een proces van sociale constructie. De grens tussen lab en werkelijkheid is dus maar artificieel. Toch is het erg interessant om na te denken over hoe wetenschap en werkelijkheid op elkaar inwerken. Vaak werken experimenten die in het lab slagen niet in de echte wereld. Maar wanneer iets wel werkt, zoals bijvoorbeeld de vaccins van Louis Pasteur, kan dat immense gevolgen hebben voor de maatschappij. Latour brengt het lab mooi in beeld als een plek die niet vrij is van sociale krachten. Tegelijk laat hij in een ander werk, The Pasteurization of France, ook zien dat wetenschappers zich daar best bewust van kunnen zijn. Hij beschrijft Pasteur als een meester in bewijs. Hij wist als geen ander dat resultaten gecommuniceerd moeten worden, willen ze een leven buiten het laboratorium hebben.’

Helga Novotny - R** ethinking Science (met Peter Scot en Michael Gibbons)** (2001)

Medium vb4

‘Als directeur van de European Research Council biedt Novotny hoop voor een vruchtbare wisselwerking tussen wetenschap en maatschappij. Zij staat voor de methode eerst de boer op. Oftewel Mode-2. Bij deze methode van kennisproductie wordt een specifiek probleem vastgesteld en vormt dat de aanleiding voor het onderzoek. Eerst kijkt een onderzoeker dus goed naar buiten, probeert samen met de probleemeigenaar het probleem goed te begrijpen en pas dan formuleert hij wat er nodig is voor het onderzoek. Deze methode leidt tot nieuwe modellen voor samenwerking tussen maatschappelijke belanghebbenden en onderzoekers, maar ook tussen onderzoekers van het ene wetenschapsgebied en het andere. Bij het ERC legde zij de basis voor Horizon 2020. Een wetenschapsagenda gestuurd door de grote maatschappelijke vragen van dit moment.’

Philip Kitcher - Science, Truth and Democracy (2001)

Medium vb5

‘Philip Kitcher is een filosoof die een socioloog wordt als het over wetenschap gaat. En dan wel op de pragmatische school gestoeld. Hij laat zich in zijn denken over de organisatie van wetenschap leiden door het idee van John Rawls’ well ordered society en vraagt zich af hoe je wetenschap op een zo rechtvaardig mogelijke manier kunt organiseren. Hoe zorg je ervoor dat niet alleen de elite een vinger in de pap heeft en profiteert? De keuzes die worden gemaakt bij het verdelen van wetenschappelijke aandacht gaan immers iedereen aan, en niet enkel de elite. Kitcher stelt een democratisering van de wetenschapsagenda voor. Door mensen te betrekken bij maatschappelijke problemen en argumenten met elkaar uit te wisselen, wordt wetenschap weer toegankelijk voor het publiek. Mensen moeten dan wel leren discussies te voeren, en enigszins proberen te begrijpen waar men over praat. Maar de interesse en het verantwoordelijkheidsgevoel komen misschien ook wel vanzelf wanneer wetenschap een nieuwe maatschappelijke plek inneemt. In de Verenigde Staten of België heb je als burger juryplicht. Op het moment dat je wordt gevraagd zitting te nemen in de jury word je intens bij het proces van de rechtspraak betrokken. Die betrokkenheid werkt bevorderend voor het maatschappelijk begrip voor rechtspraak. Bovendien krijgt de wetenschap in het voorstel van Kitcher op een nieuwe manier de problemen van de tijd aangeleverd. Niet vanuit een raad van wetenschappers, niet vanuit een verzameling multinationals, maar door overleg en discussie vanaf de basis van de maatschappij. Dit noemt men ideal deliberation, dat is een ideaal, maar een ideaal waar we naar moeten streven.’