Wetenschappelijke koffieleut

Onderzoek: heerlijk al die cijfertjes, maar tegelijkertijd haat ik ze ook. Ik vind het fijn dat we dankzij onderzoek een hogere levensverwachting hebben. Of dat we dankzij vernuftige uitvindingen een stuk comfortabeler kunnen leven. Maar onderzoek heeft ook een problematischer kant, een kant die vooral de laatste decennia vorm begint te krijgen. De media spelen hierbij een grote rol. De media die dol zijn op wetenswaardige, wetenschappelijke weetjes. De media die vaak niet precies weten waar de gegevens vandaan komen of binnen welke context ze van toepassing zijn, wanneer ze deze leuke ‘feiten’ de wereld in slingeren. Zo creëert onderzoek - wellicht onbedoeld - haar eigen wereld.

Een interessant voorbeeld betreft een recent onderzoek naar mannen die veel huishoudelijke taken uitvoeren. Het maandelijks seksgemiddelde van deze mannen blijkt lager te liggen dan bij mannen die minder huishoudelijke klussen tot hun takenpakket rekenen (verschil van 1,6 keer per maand). Het betreft hier een correlatie, wat wil zeggen dat er niets bekend is over het oorzaak-gevolg-verband. De onderzoekers doen echter wel enkele suggesties, zonder hier bewijs voor te hebben_._ Deze suggesties worden vervolgens uitgebreid herkauwd in de media die - op een enkele na - kort door de bocht stellen dat vrouwen van mannelijke mannen houden en daardoor liever seks hebben met mannen die mannentaken uitvoeren.

Laat ik vooropstellen dat er geen tegenbewijs is voor deze stelling, maar dat honderd andere scenario’s ook mogelijk zijn. Misschien zetten meer verzorgende mannen wel minder druk op hun partners om seks te hebben. Of misschien hebben verzorgende mannen wel minder testosteron. Misschien speelt sociale wenselijkheid bij het invullen van de antwoorden wel een rol. Of misschien zijn deze mannen gewoon te moe na al die huishoudelijke klussen. Of misschien doen ze zoveel klusjes omdat hun vrouw veel stress heeft - of een lichamelijke aandoening - en daardoor sowieso minder wil seksen. Of misschien hebben ze sowieso minder seks en gaan ze extra klusjes doen in de hoop op meer. Of misschien heeft de onderzoeker zelf wel een bloedhekel aan huishoudelijke klussen en probeert hij op deze manier mannen te ontmoedigen eens even lekker te gaan poetsen.

Wat ik hiermee wil zeggen is dat dit soort gegevens vaak worden overgenomen uit een persbericht en vervolgens hun eigen leven gaan leiden. Wat bijvoorbeeld opviel bij bovenstaand onderzoek is dat de vrouwelijke respondenten sowieso aangaven gemiddeld vaker seks te hebben dan hun eigen partners. Daarover lees je niets terug, terwijl het wel een interessant detail is. Ik snap wel dat je als mediaproducent niet altijd de tijd hebt om het rapport echt goed te lezen, of de ruimte om alles genuanceerd weer te geven, maar meestal zeggen ze dit er niet bij. Ze presenteren de onderzoeksgegevens als feiten. Je kunt het de consument niet kwalijk nemen dat hij dit vervolgens gretig absorbeert.

Zo ontstaat in mijn ogen een discours van quasi-waarheid. Een quasi-waarheid die mensen gebruiken om ‘normaal’ gedrag aan te spiegelen. Een quasi-waarheid die houvast biedt en normen vormt. Onderzoek laat ons immers zien wat de gemiddelde mens doet en stelt daarmee onbedoeld een norm voor normaal gedrag. Waar de kerk haar normbepalende invloed steeds meer aan het verliezen is, neemt het wetenschappelijk gemiddelde dit maar al te graag over. Om maar even bij seks te blijven: wie kent niet het gemiddelde van 2,5 keer per week als standaard voor een goed seksleven? Na wat speurwerk op diverse fora blijkt het niet halen van dit gemiddelde mensen serieus te laten twijfelen over de kwaliteit van hun relatie. Niet omdat ze ontevreden zijn over hun seksleven, maar omdat ze het idee hebben dat ze niet normaal zijn. De cijfers op zich hebben iets dwingends. En volgens mij maken ze ons als mens dwangmatiger dan we zouden hoeven zijn.

Meer interessante voorbeelden kunnen gevonden worden in de wereld van zwangere vrouwen en jonge ouders. Dan beland je pas echt in een wetenschapsmoeras. De lijst met dingen die een zwangere vrouw moet doen, en vooral laten, kan in mijn ogen behoorlijk wat stress opleveren. Voor je het weet heb je de baby onherstelbare schade toegebracht, of loop je op z'n minst de kans om dit te doen. Paradoxaal genoeg blijkt stress pas écht slecht te zijn voor de baby, stelt onderzoek. Een zwangere vrouw kan tegenwoordig bijna niets anders meer doen dan stilzitten op de bank met een bak zelfgewassen sla. En dan natuurlijk lekker al die gratis blaadjes lezen die non-stop op de deurmat ploffen.

Zodra de baby geboren is wordt het er helaas niet beter op. Op basis van diverse onderzoeken voeden de media gretig onze angsten en doen we de meest bizarre aankopen. Peperdure lucht doorlatende matrasjes worden verkocht als warme broodjes omdat ze de kans op wiegendood verlagen, mits je kindje zelfstandig naar zijn buik draait. Alsof een baby die dat kan in zijn eigen gezicht zal stikken. En probeer maar eens je weg te vinden in het land van de opvoedstijlen. Voor werkelijk iedere handeling die je als ouder (niet) uitvoert valt wel een of andere wetenschappelijke onderbouwing te achterhalen. Vaak spreken ze elkaar nog tegen ook.

Zelfs onze slaapgewoonten lijken onderhevig aan gemiddelden-stress. Acht uur slapen per nacht is belangrijk. Haal je dit niet, dan is dat ongezond. Maar misschien is het wel ongezonder om je druk te maken over het feit dat je geen acht uur hebt geslapen dan het feitelijke slaaptekort zelf. Ik ken een aantal urentellers in mijn kennissenkring (waaronder ikzelf) en ik denk dat je je vermoeider gaat voelen door de perceptie van te weinig slaap dan door het slaaptekort zelf. Misschien slapen we zelfs wel slechter doordat we van onszelf genoeg moeten slapen en het daardoor niet meer kunnen.

Ondertussen ben ik allergisch voor wetenschappelijk gestaafde koffieleut. Niet in de laatste plaats omdat meestal onduidelijk is wat de basis van de onderzoeken is. Vaak weten we helemaal niet om welke cijfers het precies gaat en hoe het onderzoek is uitgevoerd. Daardoor worden conclusies getrokken die soms nog weinig met de werkelijkheid te maken hebben, maar ons wel een illusie van waarheid voorschotelen. Waardoor ik me ga afvragen of wetenschappelijke berichtgeving de werkelijkheid representeert of juist meer creëert. Zo verschilt ze in mijn ogen weinig van de wekelijkse preek in de kerk.


Linda Adrichem heeft sociologie gestudeerd en is momenteel werkzaam als freelance onderzoeker en tekstschrijver.