Het populisme en de lokale partijen

Wethouder wipkip en de gemeentebelangen

Ooit waren lokale partijen de uitdagers van het politieke establishment dat geen oog had voor de problemen van gewone burgers. Nu moeten de lokalo’s op veel plekken de strijd aanbinden met het populisme van de PVV.

Medium hh 63123910
Spijkenisse, 18 februari 2017. Geert Wilders flyert tijdens de campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen © Peter Hilz / HH

De geschiedenis van de grootste politieke partij van Spijkenisse begon met een hernia. In 1993 reisde twintiger Richard Sitton met de plaatselijke zaalvoetbalclub SC Hogenboom mee naar Spanje. Aan de rand van het zwembad in Lloret de Mar ging het over politiek. Iemand spoorde hem aan een eigen partij te beginnen. Stem op ons, riep een ander. Onafhankelijk Nieuw Spijkenisse, dat klonk lekker. Lokale partijen had je in dat deel van Nederland nog nauwelijks. Maar na 1990, toen landelijk dertien procent van de kiezers ‘lokaal’ stemde, groeide hun populariteit gestaag, met begin deze eeuw een piek door het succes van de ‘Leefbaar’-partijen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 stemde 28 procent van de kiezers lokaal, meer dan op welke partij ook.

Spijkenisse is zo’n typische, naoorlogse groeikern, een dorp dat in een paar decennia de snelst groeiende stad van Nederland werd. Zoals Amsterdam Almere had en je vanuit Den Haag naar Zoetermeer verhuisde, zo had Rotterdam Spijkenisse. Hier woonden de werkkrachten voor de haven, waar je dankzij onregelmatigheidstoeslagen ook zonder opleiding prima verdiende. Je ruikt er soms de industrie, maar dan heb je wel een betaalbaar huis met een tuintje. Ook Richard Sittons ouders legden die weg af. Maar de nieuwe inwoners hielden hun blik op Rotterdam. Ging je in Spijkenisse naar de stad, dan bedoelde je Rotterdam. Spijkenisse, dat was ’t dorp.

En daar wrong het. Jarenlang werd de stad om en om bestuurd door pvda, vvd en d66. Wat die partijen met elkaar deelden was de overtuiging dat Spijkenisse moest groeien, groeien, groeien. Het historisch centrum werd afgebroken, de ene na de andere wijk kwam erbij. Maar ‘Spikecity’ bleef een slaapstad. Cafés of restaurants, cultuur, speeltuinen, aantrekkelijke architectuur: er was geen geld voor. Nog steeds bungelt fusiegemeente Nissewaard, waartoe Spijkenisse sinds een paar jaar hoort, onder aan de lijst van vijftig aantrekkelijkste gemeenten die jaarlijks in de Atlas voor gemeenten wordt samengesteld. In de jaren negentig was Spijkenisse bovendien ‘artikel 12’, het gevreesde label voor een failliete gemeente. Voor elke uitgave was toestemming vanuit Den Haag nodig.

Terug uit Spanje werd Sitton geveld door een hernia. Wekenlang liggend op zijn zij of rug begon hij een partijprogramma te schrijven. Hij wilde bewoners bij de stadsontwikkeling betrekken: vonden zij ook dat Spijkenisse door moest groeien? Hij schreef over manieren om de stad weer financieel gezond te krijgen, en over levendige verenigingen, wijkcentra en andere plekken waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten. Vrienden struinden ondertussen de sportverenigingen van Spijkenisse af. Elke vereniging kreeg iemand op de lijst. Achterban gegarandeerd. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 haalde het nieuwe ons uit het niets vijf zetels en vormde een college met vvd en d66. De jonge raadsleden droegen geen slecht zittend pak maar spijkerbroek en sneakers. Richard Sitton werd als 26-jarige de eerste ons-wethouder.

Al bijna een kwart eeuw domineert ons de Spijkenisser politiek. En dat is lang niet de enige lokale partij die tot de macht doordrong. Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico analyseerde in samenwerking met De Groene Amsterdammer en Trouw de samenstelling van gemeenteraden door het hele land. Slechts twee procent heeft geen ‘lokalo’s’ in de raad. In een derde van de gemeenten bestaat het college voor minimaal de helft uit wethouders van lokale partijen. En in vijftien gemeenten zitten zelfs helemaal geen wethouders van traditionele partijen meer in het college.

Ooit waren de lokalo’s zelf de uitdagers van het establishment, vaak opgericht uit onvrede met landelijke partijen die lokale onderwerpen zouden vergeten of die te veel met ‘Den Haag’ bezig zouden zijn. Maar nu komt de dreiging toch weer uit ‘Den Haag’. Op campagne voor de Kamerverkiezingen noemde Geert Wilders Spijkenisse al zijn ‘home town’. Op 21 maart doet hij er voor het eerst mee aan de gemeenteraadsverkiezingen. Evenals in Delfzijl, Rotterdam, Emmen en nog 26 gemeenten.

De pvv scoorde bij landelijke verkiezingen veelal goed in die gemeenten, maar ook lokale partijen zijn er sterk. Onze analyse toont dat 24 van deze dertig gemeenten een gemeenteraad hebben die voor ten minste dertig procent ‘lokaal’ is – boven het landelijke gemiddelde. De opkomst bij verkiezingen is er relatief laag en het aantal misdrijven hoog.

Wat doen lokale partijen anders dan traditionele zodra ze aan de knoppen zitten? Investico analyseerde gegevens van het cbs. Daaruit bleek geen enkel verband tussen lokale partijen en gemeentelijke lasten als hondenbelasting en ozb, of uitgaven aan beleidsvelden als veiligheid of sociale zekerheid. Ook analyseerden we 28.000 Algemene Plaatselijke Verordeningen, lokaal uitgeschreven regels voor de openbare orde. Wederom geen verschillen. Wat financiën en regelgeving betreft ontlopen ‘lokaal’ en ‘traditioneel’ elkaar niet.

‘Veel grote, lokale partijen draaien gewoon mee in het bestuur en onderscheiden zich niet echt duidelijk van landelijke politieke partijen’, zegt Marcel Boogers. De hoogleraar regionaal bestuur aan de Universiteit van Twente benadrukt de veelzijdigheid van lokalo’s: van afsplitsingen tot één-persoonslijsten, links en rechts, one issue-partijen die bijvoorbeeld tegen windmolens ageren en constructieve partijen die al jaren meebesturen. ‘Lokaal’ is volgens hem dan ook niet hetzelfde als een proteststem. ‘Sinds de Leefbaar-beweging en Pim Fortuyn worden alle lokale partijen op één hoop gegooid met populistische partijen, maar dat is onterecht. Ze zijn anders georganiseerd dan landelijke partijen, maar in de manier waarop ze zich in het bestuur organiseren zie je nauwelijks verschillen.’

In gesprekken met lokale politici gaat het vaker over politieke stijl, die zij vaak als pragmatisch omschrijven. ‘Politiek bedrijven is voor ons niet polariseren of een ander te kijk zetten, of vinden dat je alles beter weet’, zegt bijvoorbeeld Martijn Hamerslag, ons-lijsttrekker en wethouder Financiën. Zijn partij ziet hij niet als uitgesproken links of rechts – wat critici soms uitleggen als geen ruggengraat. Marcel Boogers noemt het ‘een bepaalde lenigheid die lokale partijen hebben, en die voor landelijke partijen net iets lastiger is omdat ze gebonden zijn aan partijprogramma’s. Lokale partijen kunnen zich beter profileren op heel lokale thema’s.’ In zijn boek Lokale leiders schrijft hij: ‘Veel lokale partijen zijn succesvol omdat ze tegemoetkomen aan de groeiende wens van de bevolking om serieus medeverantwoordelijk te zijn voor hun eigen omgeving, van het groen in hun straat tot het lokale zwembad (…) ze hoeven helemaal niet gestimuleerd te worden, het gaat er juist om de belemmeringen die zij ervaren om actief te zijn weg te nemen.’

De machtsstrijd met Wilders is dan ook een strijd tussen politieke stijlen. Met enerzijds partijen die bewoners meer inspraak willen geven over lokale issues. Pragmatisch populisme: ‘wat het volk wil’, maar ook bereid tot concessies. En anderzijds de harde stijl van Wilders voor wie lokale thema’s onderschikt zijn aan landelijke, die altijd de anti-vreemdelingenkaart speelt en totaal onbekende kandidaten presenteert. Die lokale partijen in het stadsbestuur aanvalt op hun concessies. Nergens werd dat de voorbije weken zo zichtbaar als in Rotterdam, de stad waar het rechtspopulisme mainstream werd en waar Wilders nu de nazaten van Pim Fortuyn uitdaagt.

Voor Wilders zijn lokale thema’s onderschikt aan landelijke en hij presenteert totaal onbekende kandidaten

Aan het Kruisplein, iets voor Rotterdam Centraal, springt een forse, kale man van de Noord-Brabantse Verzetsgroep uit de bus. Vijf bussen staan in een lange rij achter elkaar opgesteld – een gele, een roze, een witte. ‘Daar moeten we verzamelen, tussen de wouten’, roept hij naar de mensen die na hem uitstappen. Het is half januari en Geert Wilders komt naar Rotterdam voor zijn tweede verkiezingsmoment. Voor een partij die een ‘Rotterdam voor de Rotterdammers’ voorstaat, is er een behoorlijk pluriform gezelschap op de been. Er loopt Pegida-aanhang rond en de extreem-rechtse Vlaamse politicus Filip Dewinter is met een man of honderd aanwezig. Er staat voor Wilders dan ook wat op het spel. Bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten in 2015 werd de pvv hier de grootste. De landelijke verkiezingen leverde hem met 15,7 procent van de stemmen een tweede plek op.

En dus gaat Wilders nu de strijd aan met zijn voormalige vrienden van Leefbaar Rotterdam, nu de grootste collegepartij. In de Rotterdamse peilingen staat de pvv op drie tot vijf zetels, voor Leefbaar dreigt halvering van veertien naar zeven tot negen zetels. Wilders noemde Leefbaar-leider Joost Eerdmans eerder een ‘slapjanus’. Op zijn lijst staan twee oud-Leefbaar-bestuurders die het aan de stok kregen met de partijtop toen zij zich bleven verzetten tegen de komst van een asielzoekerscentrum in de wijk IJsselmonde.

We vroegen de pvv de keuze voor de gemeenten waar die partij meedoet toe te lichten, maar die vragen bleven onbeantwoord. Het Lokaal kiezersonderzoek van 2016 geeft echter wel antwoord. Het toont de electorale overlap tussen de pvv en lokale partijen. Niet-stemmers en de achterban van lokale partijen blijken landelijk vaak pvv, SP, 50Plus of Partij voor de Dieren te stemmen. Het zijn vaak lager opgeleide mannen van boven de 55. Ze hebben minder te besteden en tonen een bovengemiddelde interesse voor het lokale nieuws. De stelling ‘gemeenteraadsleden geven niet om de mening van mensen zoals ik’ beantwoorden zij veelal bevestigend.

Volgens de peilingen wacht meer lokale partijen een pak slaag. Zo voorspelde RTV Dordrecht begin februari dat de pvv uit het niks vijf van de 39 zetels zou halen. De lokale partij Beter voor Dordt, sinds 2010 aan de macht, zou halveren naar zeven zetels. In Den Haag dreigt een afstraffing voor de besturende Haagse Stadspartij. Daar is het niet de pvv – die door interne onrust juist lijkt te verliezen – maar Groep De Mos van de afvallige pvv’er Richard de Mos die meedingt naar de overwinning. In het Groningse Delfzijl doen zelfs twee pvv’s mee: de ‘echte’ en de partij Vijf voor Twaalf van een beoogd kandidaat die de pvv-lijst uiteindelijk niet haalde.

Gesprekken met pvv-aanhangers gaan zelden over lokale thema’s. Zoals de zestiger die met een vriend vanuit de omgeving van Dordrecht naar de pvv-demonstratie in Rotterdam is gekomen; zijn naam geeft hij niet. De trip is ‘ook een beetje een uitje’, maar, er speelt meer, zegt hij. ‘Als ik naar Libië ga, dan mag ik ook niks. Ik mag geen pilske pakken, en als ik een mooi mokkel zie, mag ik er niet tegen praten. En als ze dan hier komen, dan nemen ze die gewoontes mee. Dus ik zeg aanpassen, of eruit!’ Wilders laat nog even op zich wachten, en we praten dus nog even door. Het gaat over de woonsituatie van zijn dochter. ‘Die kan geen woning vinden’, zegt hij. ‘En toen kwam er laatst een woning bij mij in de straat vrij, ging die meteen naar zo’n grappenmaker.’ Grappenmaker? ‘Ja, zo noem ik ze. Ze noemen je dan meteen een racist, maar daar gaat het helemaal niet om.’

Alle ‘swing states’ van Nederland

Wordt het op 21 maart de PVV of ‘lokaal’? Investico analyseerde met Trouw en De Groene Amsterdammer de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 en de landelijke verkiezingen van 2017. Met behulp van die gegevens identificeerden we de wijken waar de PVV een grote kans maakt, mogelijk ten koste van lokale partijen. De kaart is te raadplegen via groene.nl.

Vanuit de oppositie werd de jonge ons-wethouder Richard Sitton wel eens denigrerend ‘wethouder wipkip’ genoemd. Zijn stelregel: ben benaderbaar en betrek bewoners bij het reilen en zeilen van hun gemeente. En overleggen deed hij, tot aan het speeltuintje toe. Kinderen en hun ouders mochten dan meepraten over de bouw van een nieuwe speelplek. Willen jullie een wipkip? Een wipkonijn? Gaan we regelen, zei Sitton dan. Maar ook: weet dat dit onze gemeente zoveel-duizend gulden belastinggeld kost. Ongeloof bij kinderen, plichtsbesef bij ouderen. Zo wordt de speelplaats van ons allemaal, redeneerde hij, en voelt iedereen zich er verantwoordelijk voor. Dus als een groepje hangjongeren bij het nieuwe wipkonijn een joint staat te draaien, dan stapt een van de ouders er gewoon op af. Zorg dat mensen gehoord worden en zich serieus genomen weten, vond Sitton.

Inspraak kwam er ook op andere onderwerpen. In een latere raadsperiode ging zelfs de hele stadsplanning langs die weg. Tijdens zogeheten stadsdebatten mocht iedereen zijn of haar zegje doen over de vraag: wat voor stad wordt Spijkenisse? Een gemeente van meer dan honderdduizend inwoners? Of toch maximaal zeventigduizend? Inwoners kozen voor het laatste. Spijkenissers wilden een beetje dorpsgevoel behouden.

Op verkiezingsdag 4 maart 1998 was wethouder Sitton bloednerveus – zo’n verkiezing is toch de beoordeling van vier jaar werk. Op het stembureau, in het schooltje waar hij als kleuter nog gezeten had, wachtte hij de uitslag af. Om acht uur ’s avonds – we stemden toen nog digitaal – kwamen ze per partij op het scherm voorbij. vvd: net geen twintig procent, pvda: ongeveer hetzelfde. En toen ons: 37 procent van de stemmen. Kort daarna bliepten de sms’jes uit andere stembureaus binnen, elk met vergelijkbare uitslagen. De partij haalde elf van de 35 zetels, en kwam met twee wethouders in het college. Besturen had de partij geen kwaad gedaan. In 2006 bereikte de partij met zeventien zetels haar hoogtepunt. Maar zelfs na de verlate verkiezingen van 2014, toen de gemeente er door fusie twintig procent inwoners bij kreeg en maar 35 procent van de kiezers kwam opdagen, werd ons even groot als de drie volgende partijen bij elkaar.

In tegenstelling tot traditionele partijen die hun kieslijsten nauwelijks gevuld krijgen, hebben lokale partijen vaak genoeg kandidaten. Neem de SP, die even verderop in Brielle, waar het de grootste partij is, niet meedoet aan de verkiezingen omdat er onvoldoende kandidaat-raadsleden waren. Terwijl de nieuwe partij Inwonersbelang Gemeente Brielle daar geen moeite mee leek te hebben. En ook in Nissewaard lukte het de SP niet om in april een lijst met geschikte kandidaten in te leveren bij het landelijke partijsecretariaat. ‘Erg jammer, we dachten wel vier, vijf zetels te kunnen halen’, zegt fractievoorzitter en vmbo-docent Hans Mellink (58). Na twee raadsperiodes hoopte hij een opvolger te vinden. De drukte en verantwoordelijkheid van zo’n bijbaan, en misschien ook angst voor bedreigingen, noemt hij als redenen waarom het niet lukte om nieuwe raadsleden te vinden. ‘En de afdrachtregeling van de SP schrikt ook wel mensen af.’ Van de netto duizend euro per maand houdt hij ongeveer 350 euro over, de rest verdwijnt in de landelijke partijkas. Ter vergelijking: volksvertegenwoordigers van ons, dat vijftig kandidaten op de lijst heeft staan, storten maandelijks een euro of honderd in de partijkas.

Hoogleraar Marcel Boogers deed onderzoek naar de rekrutering van kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen. Daaruit bleek dat lokale partijen weliswaar minder leden hebben dan lokale afdelingen van landelijke partijen, maar dat een veel groter deel van die leden actief is voor de partij. ‘De klassieke partij heeft een ledensysteem, maar dat is niet meer van deze tijd. Wat wel werkt is dat mensen zich tijdelijk kunnen inzetten en dat er een band ontstaat tussen kiezer en gekozene. In de lokale politiek zie je vaak dat mensen stemmen op iemand die ze kennen en vertrouwen. En lokale partijen blijken er vaak net iets beter in om mensen op hun lijst te zetten die goed geworteld zijn in de samenleving.’

Ook andere Nissewaardse lokalo’s hebben goed gevulde lijsten. Zoals Forza!, afkorting voor ‘Fortuynistische Oproep tot Realistische Zakelijke Aanpak’ (er zijn meer lokale partijen die deze naam voeren). ‘Veel mensen willen niks met politiek te maken hebben, maar balen wel als er over hen beslist wordt’, zegt lijsttrekker en docent Nederlands Mia Sliwinski. Zonder veel problemen vond zij negen vrouwelijke en tien mannelijke kandidaten. Haar partij ontstond uit een conflict binnen een partij die voortkwam uit de lokale Trots op Nederland. Sliwinski stapte op. ‘Je stemt op een persoon, niet op een partij’, zegt zij over haar besluit om vast te houden aan haar raadszetel. Ook dat gebeurt vaker, blijkt uit Investico-cijfers. Door afsplitsingen zitten in landelijke gemeenteraden nu dertig procent meer partijen dan in 2014 werden gekozen.

‘Ik heb de PVV hier nog nooit gezien, dat is toch ongeloofwaardig? ONS zie je tenminste’

De goede band met de lokale samenleving kent ook een keerzijde: het gevaar van vriendjespolitiek. Zo werd het Haagse raadslid Richard de Mos vorig jaar verweten dat hij zich wel erg inzet voor bedrijven die hem sponsoren. Via een motie probeerde hij bijvoorbeeld een vergunning te regelen voor een zalencentrum waar de leden van zijn partij korting en gratis etentjes krijgen.

Medium hh 64173735
18 februari 2017. Inwoners van Spijkenisse kijken naar de flyerende Geert Wilders © David Rose / Panos Pictures / HH

Voor een zaterdagmiddag is het niet druk in het winkelcentrum van De Akkers, de grootste wijk van Nissewaard en het eindstation van het metronetwerk dat Rotterdam en de omringende gemeenten verbindt. Wat oudere echtparen lopen hand in hand door de overdekte winkelpassage, een man komt vragen waar de viskraam gebleven is. Laten we De Akkers een ‘swing state’ noemen, zoals de staten heten waar de Amerikaanse verkiezingen beslecht worden. Een derde van de stemmen ging hier vorig jaar naar de pvv, in 2014 ging ons hier met ongeveer eenzelfde deel naar huis. De SP scoorde er dertien procent.

Overal waar de pvv meedoet zijn zulke wijken. Zoals het Utrechtse Stichtse Vecht, waar de raad voor bijna de helft uit lokale partijen bestaat. De partijen Lokaal Liberaal en Maarssen 2000 hebben veel aanhang in het voormalige Maarssenbroek, waar ook de pvv vorig jaar goed scoorde. In het AD zei pvv-lijsttrekker Wim Ubaghs: ‘Onze kiezers wonen inderdaad vooral in Maarssenbroek, omdat in een aantal wijken veel problemen zijn. Denk aan hangjongeren en vandalisme.’

De Akkers in Spijkenisse haalde de laatste jaren vaak negatief het nieuws met hangjongeren, vernielingen en klachten over drugsdealers. ‘Als ik collega’s vertel dat ik in De Akkers woon, zeggen ze: niet best’, zegt de Bulgaar Dobrin Nedelchev. Met een e-sigaret staat hij voor de uitgang van de metro. ‘Ik vind het een prima buurt.’ Even denkt de ingenieur in de offshore-industrie na. ‘Er was een jaar of drie geleden een overval. Ik liep naar de metro en zag ze zo met de auto het winkelcentrum in rijden. Daarna zijn die rood-witte paaltjes geplaatst.’

Stelliger is Beb Embregts, voor de Albert Heijn: ‘Natuurlijk wordt pvv de grootste. En dat is heel belangrijk, eigen bewoners eerst.’ Ze zal rond de zestig zijn, draagt een lichtblauwe fleecetrui en heeft diepe groeven in haar gezicht. Ze woont in Dordrecht, na ruim vijftig jaar Spijkenisse. ‘Toen mijn man gewelddadig werd moest ik mijn huis uit. Ik moest acht jaar op een woning wachten, maar in Dordrecht had ik binnen een maand een woning. Dat slaat toch nergens op? Je eigen bewoners zouden voorrang moeten krijgen.’ Ze werkt als schoonmaakster door heel Rotterdam. ‘Ik had gedacht dat ik met de vut kon op mijn 62ste, nu moet ik door tot 67 en drie maanden, toen zat mijn vader al tien jaar thuis. En mijn buurmeisje van 21 met een vmbo’tje kan geen werk vinden. Die zegt: ik doe alles, als het maar werk is. Het is niet eerlijk.’

Ook de 65-jarige Martien de Leeuw stemt straks op de pvv. Over zijn keuze: ‘Naast ons is een Syrisch gezin komen wonen – niks mis mee hoor, ik heb ze geholpen toen ze aan het verhuizen waren. Ze hebben twee auto’s voor de deur en hun zoon een mooie telefoon, waar halen ze dat vandaan? Verderop in de straat woont een alleenstaande vrouw van 68 met alleen een aow’tje die helemaal niks kan betalen. Dat is toch vreselijk om te zien?’

Maar vanmiddag zijn er zeker zoveel mensen die niks van de partij willen weten. ‘Ik heb ze nog nooit gezien, dat is toch ongeloofwaardig?’ zegt bloemist Hans Palte. ‘ons zie je tenminste, dat zijn mijn klanten, ze nodigen ons uit om in gesprek te gaan.’ En wie wel over de pvv begint, schakelt snel over op landelijke onderwerpen. Die gesprekken beginnen over buitenlanders, soms gevolgd door een sneer over Zwarte Piet. Maar dan volgen sociale thema’s: banen, aow, pensioenen, ongelijkheid. ‘We moeten weg, onder de grond. We worden te duur’, zegt mevrouw Peperkamp, een dame van rond de zeventig, in de buurt van het stadhuis. Toch stemt ze geen pvv. ‘Ik vind dat Wilders op een hoop punten gelijk heeft, en op een hoop punten niet. Waarschijnlijk wordt het weer ons.’

Mei vorig jaar keken vriend en vijand van ons verbaasd toe hoe de doorgaans hechte fractiediscipline volledig aan diggelen lag. Op de agenda stond de kwestie Oudenhoorn, een dorp van zo’n twaalfhonderd inwoners op de grens van fusiegemeente Nissewaard. In een peiling gaf 93 procent van de inwoners aan liever bij de buurgemeente Hellevoetsluis te horen. En zo zag het kersverse Nissewaard zich meteen geconfronteerd met separatisme en de financiële gevolgen daarvan. In Oudenhoorn betalen ze immers ook ozb, hondenbelasting, precariorechten. De eis was een compensatie van niet minder dan 25 miljoen euro. Toen de provincie, gesteund door onder meer de ons-wethouders, voorstelde om daar 10,9 miljoen van te maken, stemde de voltallige ons-fractie tegen.

Mia Sliwinski van Forza! noemt het een ‘soap’. ‘Oudenhoorn was een melkkoe. Als de inwoners zeggen dat ze willen vertrekken, dan mag dat.’ Zij zag hoe de kwestie ook de beperkingen van een lokale partij blootlegt. ‘pvda, d66, vvd waren allemaal in gesprek met partijgenoten in andere gemeenten of de provincie. Dat is het probleem van een lokale partij, je staat er altijd alleen voor.’ Eind vorig jaar ging de raad alsnog overstag.

Ook krijgt de bestuurspartij kritische vragen over de schulden van de gemeente Nissewaard die ontstonden door afschrijvingen op grond en de bouw van een nieuwe bibliotheek, een theater en een grote parkeergarage. Sliwinski: ‘Ze zien Nissewaard als het centrum van de wereld, Spijkenisse moest van de kneuterigheid af. Maar mensen willen gewoon een gezellig en vol centrum. Nu hebben we een centrum met mooie gebouwen die leegstaan.’

En zo zijn de lokalo’s van ons eigenlijk een gewone politieke partij: vol geëngageerde mensen, met hart voor de publieke zaak. Die zich lang als frisse buitenstaanders konden profileren. Maar na jaren aan de macht is het pluche-verwijt onvermijdelijk en moeten ook lastige beslissingen worden uitgelegd. Bijzonder pijnlijk was het ziekenhuis dat plaatsmaakte voor een medisch centrum met minder voorzieningen en zonder spoedeisende hulp. Voor grotere ingrepen moet je nu naar Rotterdam. ‘Natuurlijk is het een grote schok als het ziekenhuis verdwijnt’, zegt ons-wethouder Kees Dijkman. ‘De discussie was hier: mag de lokale overheid, met het oog op staatsteun, geld steken in een ziekenhuis? Het college heeft toen gezegd: we kijken wat we als overheid mogen doen. Daarom staat er nog steeds een medisch centrum waar heel goede mensen werken. Maar een volwaardig ziekenhuis zal er niet snel meer komen.’

Het weerhield de pvv er niet van om zo’n volwaardig ziekenhuis als een van de eerste standpunten te verkondigen. Hetzelfde doet de jonge pvda-lijsttrekker Wouter Struijk: ‘Iedereen wijst nu naar elkaar of naar de regering in Den Haag. Maar als ik wethouder Zorg was geweest en het ziekenhuis ging weg, dan was ik in een tentje op het Binnenhof gaan slapen.’

Het is onvermijdelijk: wie aan de macht is, trapt soms op tenen. Diezelfde les leert Leefbaar Rotterdam nu de pvv als eeuwige buitenstaander de stad probeert te veroveren. ‘Ik denk dat de opmars van die lokale partijen het politieke systeem heeft opengebroken’, zegt Marcel Boogers. ‘Vroeger domineerden een paar politieke partijen het bestel. Lokale partijen hebben er wel voor gezorgd dat wat meer mensen zich bij de lokale politiek betrokken voelen.’ Met de pvv dient het volgende breekijzer zich nu aan.