Snelle politiek in The West Wing

When the President stands, nobody sits

Toen Aaron Sorkin The West Wing wilde maken, over de Amerikaanse politiek rond 2000, zag zender NBC er niets in. De serie kwam er toch, en versnelde misschien wel de komst van Obama.

NA TIEN JAAR vind ik The West Wing, een politieke dramaserie over de Amerikaanse politiek, nog steeds de beste televisieserie die ik ken. De negen belangrijkste redenen daarvoor zijn:

  1. De grandioze dialogen van de schepper van de serie: Aaron Sorkin (1961), de scenarist van onder andere A Few Good Men, The American President, Sports Night, Social Network en onlangs Moneyball.
  2. De geweldige acteerprestaties van met name Martin Sheen, John Spencer, Allison Janney, Bradley Whitford en Richard Schiff.
  3. De morele dilemma’s die je voorgeschoteld krijgt.
  4. De mate waarin de serie ‘hectiek’ verbeeldt, waardoor je zin krijgt in de politiek. Zie 8.
  5. De spanning die je als kijker voelt terwijl er schijnbaar 'niets gebeurt’.
  6. De soap-elementen van de serie die tevens politieke consequenties zouden kunnen hebben. (Mag iemand van het Witte Huis een relatie hebben met een hoer? Zie 3.)
  7. Het realisme en het idealisme.
  8. Het decor en de cameravoering én de regie.
  9. De algehele productie. Anders gezegd: de vrijheid die de zender NBC aan de producent(en) heeft gegeven. Ook de politieke vrijheid.

TOEN scenarist Aaron Sorkin na de serie Sports Night met The West Wing aan de gang wilde gaan, wilde NBC het eigenlijk niet doen, want, schrijft Sorkin, men liet hem onder meer weten:

  • Washington als decor scoort niet - de stad heeft niet echt mooie plekken.
  • Politieke series scoren nooit.
  • Het publiek houdt niet week in, week uit van series met joden in de hoofdrol.
  • Je kunt ook geen serie maken met gescheiden mensen. Dat waren eigenlijk nog regels die uit 1970 stamden, maar Sorkin begreep dat het tijd werd voor iets anders. Hij wilde aantonen dat politiek drama mogelijk was, want politiek was drama. Je moest het alleen goed neerzetten met de beste acteurs. En je moest 'de politici’ de juiste dialogen geven. En je moest iets laten zien wat men nog nooit had gezien. Het was de aftermath van de Clinton-tijd. De politiek is in Amerika al veel sexier dan hier en de regering-Clinton onderstreepte dat. Sorkin wilde een serie, niet over een president maar over zijn adviseurs, zijn tekstschrijvers, want daar lagen volgens hem de werkelijke conflicten: achter de schermen van het Witte Huis, in de kantoren waar het beleid wordt bepaald. Omdat acteur Martin Sheen zo goed POTUS bleek te spelen (President Of The United States), werd het na een paar afleveringen ook een serie over een Ideale Clinton. Een super Amerikaanse president, wat uiteindelijk ook de ondergang van de serie werd. Wie van dialogen houdt, moet zeker The West Wing bekijken. Ze zijn vaak te lang om hier te citeren, maar voor een quick look kun je al op YouTube terecht. Daar staat trouwens ook de schitterende monoloog op van president Jed Bartlett tegen een rechts-religieuze talkshowhost die zit in plaats van staat. De president - volgens de backstory zelf een Nobelprijswinnende econoom én een theoloog - laat de vrouw alle hoeken van de kamer zien met haar rechts-religieuze statements. En hij eindigt met: 'Think about those questions, would you? One last thing, while you may be mistaking this for your monthly meeting of the Ignorant Tightass Club, in this building, when the President stands, nobody sits.’ De oneliners zijn trouwens ook niet mis - daarvan zijn er honderden, zeker ook die gebruikt worden door een Nederlandse politicus als Donner: 'There are two things in the world you never want to let people see how you make 'em: laws and sausages.’ Maar ook: 'This meeting’s about politics. Facts won’t help.’ En over iemand die een baan in het Witte Huis weigert: 'Nobody turns us down. We’re like the Mob, but less violent, although ultimately responsible for more death and destruction.’ Sorkin wist als schrijver dat hij mensen nodig had 'van binnen het Witte Huis’ die hem niet alleen moesten voorzien van verhalen, maar ook van de daadwerkelijke gang van zaken. Hij kreeg daarvoor door de productie niet alleen een reeks van adviseurs aangereikt, maar bij het schrijfteam werden ook lieden gevoegd als Dee Dee Myers, die de perssecretaris van Clinton was geweest, Gene Sperling, de economische adviseur van Clinton, John Podhoretz, de bekende speechschrijver van Reagan en Bush, en Ken Duberstein, een hoge adviseur van Reagan en later lid van verschillende overheidscommissies. Sorkin kreeg van hen te horen waar het drama in het Witte Huis daadwerkelijk zat. Ze voorzagen hem van achtergrond, van de zaken die het grote publiek nimmer te zien krijgt, maar die voor een serie juist zo waardevol zijn. Meteen na de eerste aflevering begon Jeff Riley, die in Het Witte Huis daadwerkelijk in de West Wing had gezeten, voor de site Find Law Entertainment een wekelijkse column over de serie waarin hij vertelde wat er waar en niet waar was. Het was natuurlijk allemaal overdreven, de werkelijkheid was echt anders, en zoals 'Josh’ en 'Leo’ spraken werd er in de echte West Wing niet gesproken. Maar die aandacht maakte wel een debat los in Amerika. Journalisten, filosofen, politicologen, ze bogen zich allemaal over de afleveringen.

WAT VERTELDE de serie ons over de politieke moraliteit? Men haalde er Kant bij en zijn moraaltheorie, maar ook Habermas over 'het debat in de publieke ruimte’. En later, als men president Bartlett beslissingen had zien nemen over het doden van een dictator à la Kadhafi, of als het publiek wraakoefeningen van het VS-leger had zien mislukken, verschenen er al gauw stukken waarin Hannah Arendt uitgebreid werd geciteerd met haar banaliteit van het Kwaad. Eerlijk is eerlijk: dat zijn vaak onleesbare essays, maar wel bleek eruit dat The West Wing iets vertelde over de Amerikaanse politiek waar men voorheen nog niet zo publiekelijk over had nagedacht. Ik noem een paar onderwerpen die in The West Wing aan de orde komen:

  • De verhouding blank en zwart in het Witte Huis. (Tien jaar geleden was het een verboden issue dat de zwarte aide van de president een verhouding had met de dochter van de president.)
  • De verhouding wetenschap en politiek. Moet de overheid investeren in onderzoek en voorlichting naar en over aids terwijl seksuele onthouding minder belastinggeld kost?
  • Aan wie moet de president vertellen dat hij een dictator gaat vermoorden? Hoe doet hij dat met zijn geweten? Maar ook persoonlijke problemen:
  • Wil je een president die MS heeft en dat niet heeft verteld?
  • Wat moet een president doen wiens dochter wordt ontvoerd?
  • En wat als de president een psychiater nodig heeft? Er zijn ongeveer 155 van dit soort problemen, want er zijn 155 afleveringen die mede daarom 26 Emmy Awards hebben gewonnen, twee Golden Globes, zes Screen Actors Guild Awards en vier Satellite Awards. Sterker: alle problemen die je als president van de VS maar kunt hebben, worden in The West Wing behandeld. De schrijver en de producent (John Wells) begrepen dat er voor zo'n serie ook aangaande het beeld een opvatting van stijl nodig was. Wat is ons Witte Huis, wat is onze president voor een man, wat zijn die staffers voor mensen en hoe willen we dat in beeld brengen? De president was een Ideale Clinton, de stafleden waren jong, of iets ouder en wijs. Idealistische Democraten. De vijanden waren de Republikeinen. Het werk in het Witte Huis en zeker in de West Wing moest constante spanning uitstralen, men regeerde daar niet alleen Amerika, maar ook de wereld! Die wereld moest snel, want binnen een ambtstermijn worden gered. Snel - dat was het toverwoord. Snel en spannend was het in de West Wing. Dat moest het publiek getoond worden, dat moest men voelen. Alles is dan ook snel in deze serie. Er moest tempo worden gemaakt. Men spreekt ook up-tempo. Politiek was in de West Wing: in een reusachtig tempo beslissingen nemen anders vergaat de wereld, of anders minstens Amerika. De serie had één nadeel: men was te politiek correct. Het drama zat in de problemen, maar de oplossingen werden gezocht in de zogenaamde morele zuiverheid. Het goede kreeg soms de stroperigheid van een liefdadigheidsvoorstelling. Terwijl juist ten tijde van The West Wing de wereld veranderde. Een van de mooiste afleveringen is die waarin werd gezinspeeld op 9/11. Een nieuw seizoen, het derde, zou in oktober 2001 beginnen, maar de Twin Towers stortten in en men besloot daar toch iets aan te doen. Aaron Sorkin schreef in vier dagen de aflevering Isaac and Ishmael. Het probleem van terroristen die het op je hebben gemunt komt daarin ter sprake. Gelukkig: de man die in het Witte Huis van een mogelijke terroristische aanslag werd verdacht, bleek een keurige hardwerkende Amerikaan te zijn - van Arabische afkomst. Maar op dat moment kwam het echte leven real time in de serie die elk seizoen al kostbaarder werd, want populairder. De president had zich al een keer verkiesbaar gesteld, en gewonnen, maar een derde termijn… dat kon niet. Niet in werkelijkheid en dus ook niet in de serie. Daar verloor de fictie het van de realiteit. Je zou ook kunnen zeggen: door de snelheid van de serie kon men niet achterlopen. Er moest een nieuwe president komen. En dus een nieuwe hoofdrolspeler. En als men wilde doorgaan zelfs nieuwe hoofdrolspelers. In werkelijkheid was Obama al als stipje aan de horizon verschenen, op dat moment nog door iedereen kansloos geacht. In The West Wing maakten de stafleden zich sterk voor een Mexicaanse president. Later zou Martin Sheen zeggen: 'Ik weet zeker dat wij door The West Wing de mogelijkheid dat Obama president werd hebben versneld.’ Of dat waar is, zullen we nooit weten, maar ik denk dat hij gelijk heeft.