Hoofdcommentaar

When the shit hits the fan / Stront aan de knikker

Medium hoofdcommentaar shit

Karl Marx heeft in Amerikaanse regeringskringen school gemaakt. «Geboorteweeën van een nieuw Midden-Oosten», noemt minister Rice de oorlog daar. De metafoor is bijna identiek aan een adagium van Marx. In Das Kapital typeerde de politieke econoom geweld als «de vroedvrouw van elke oude maatschappij in barensnood».

President Bush heeft de kanalen naar de schurkenstaten daarom afgesneden, onder het motto dat je met dat soort niet moet praten maar alleen kunt vechten, in afwachting van het nieuwe leven na de «shit». Dat is klassieke Gesinnungsethik, zoals de socioloog Max Weber ongeveer een eeuw geleden beschreef: als de bedoelingen maar goed zijn, is er geen grond voor kritiek, dan is het woord alleen nog aan God. Collateral damage? Vervelend. Maar die Libanezen moeten nu dappere lui zijn, even doorbijten omdat de liquidatie van Hezbollah en haar steunpilaren Iran en Syrië uiteindelijk ook Libanon ten goede zal komen. De wapenstilstand waarom Libanon vroeg is dus contraproductief voor de nieuwe wereldorde.

Deze ambities en pretenties zijn immens, zo immens dat Bush er voor de camera soms van gaat stotteren. Voor minder dan een blijvende oplossing wenst de president zijn bed niet uit te komen. De topconferentie van de G8 twee weken geleden in St. Petersburg, het spoedberaad vorige week in Rome of de beraadslagingen van VN en Veiligheidsraad in New York: steeds klinken de woorden «sustainable» en «lasting peace».

En toen brak zondag 30 juli aan: het bombardement op Qana. De Amerikaanse tactiek om de tijd de tijd te laten, stond op slag in een schril daglicht. Het verantwortungsethische argument van Israël dat de burgers in Qana, hoe betreurenswaardig ook, eigenlijk slachtoffers zijn van Hezbollah klonk vooral jezuïtisch. Erger is dat de voortdurende traagheid van de VS op die zondag ongeloofwaardig is geworden. Politiek ongeloofwaardig. De VS spiegelen de Arabische wereld nu een duurzame aanpak voor. Maar wie gelooft Bush? Of beter, welke Arabische leider kan het zich veroorloven hem te geloven?

Het moratorium van 48 uur op verdere luchtaanvallen dat Israël zondag, onder druk van de VS, heeft afgekondigd, helpt daarbij in ieder geval niet. De operaties op de grond zijn dubbel en dwars doorgegaan in afwachting van een openlijke hervatting van de luchtoorlog. Nog voor het verstrijken van deze twee etmalen kregen de burgers in Zuid-Libanon al het advies van de Israëlische minister Peretz van Defensie niet meer naar het noorden te vluchten. Ook de wapenstilstand die Rice begin deze week voorspiegelde diende zich bij het sluiten van de kopij voor deze editie van De Groene Amsterdammer niet aan. Het rempedaal is dankzij Bush ontkoppeld. In het vocabulaire van de Amerikaanse president: the shit hits the fan.

De vraag is nu wie er in het Midden-Oosten aan de touwtjes trekt. Doet Amerika net alsof de huidige oorlog goed uitkomt om vervolgens grootmoedig te interveniëren? Of heeft Israël de VS voor voldongen feiten geplaatst? Eind jaren zeventig muntte historicus Maarten Brands, emeritus hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, in kleine kring het begrip «dictatuur van de kleine bondgenoot». Hij doelde toen op de sjah van Perzië die zo belangrijk voor de VS was dat de sjah meer invloed had op het Iran-beleid van Washington dan omgekeerd. Als de sjah zei dat het allemaal op zijn pootjes terecht zou komen, ging Washington rustig naar bed. Het resultaat is bekend.

De uitkomst nu is onbekend. Maar de vectoren wijzen niet in zonnige richting. Het grote project van Bush wordt vijf jaar na 9 _/__ 11_ op drie fysieke fronten tegelijkertijd uitgevochten. In Afghanistan, waar de militaire operatie Enduring Freedom een schijnsucces is gebleken. In Irak, dat alle kenmerken van een moeras heeft. En in Libanon, waar de bondgenoten van de VS nu minister Rice niet eens willen ontvangen. Een vierde front dreigt zelfs: Israël zelf. Het gaat niet meer alleen om veilige grenzen voor Israël dat vanzelfsprekend gevrijwaard wil blijven van raketaanvallen op zijn grondgebied. Het gaat om meer. Zoals Hezbollah een oorlog bij volmacht voor Iran voert, zo kan Israël een «proxy front» worden.

De Amerikaanse houding oogt als ondersteuning van Israël, maar ze zou juist wel eens een gevaar voor de staat Israël kunnen worden. Door de non-interventiepolitiek van de VS is Israël nog meer een frontstaat geworden dan het al was. Sterker, Israël dreigt door Bush tot een internationaal kruisvaardersfort te worden gepromoveerd. En dat is nu net wat Israël níet moet worden. Want Israël mag dan sterker zijn dan al zijn vijanden apart en verschillende vijanden samen, uiteindelijk is het land te zwak voor alle vijanden samen. In 1973 was het geen uitgemaakte zaak hoe de Jom Kippoeroorlog zou aflopen. Dankzij de heldere geopolitieke verhoudingen van de Koude Oorlog ging het net goed.

Sindsdien hield het klassieke idee «verdeel en heers» het Midden-Oosten controleerbaar. De Arabische staten kozen voor nationaal eigenbelang. De Palestijnen waren op de keper beschouwd vooral handig voor retorische lippendienst. De stiekeme oorlog in Gaza, waaraan dezer weken weinig woorden worden vuil gemaakt, illustreert dat.

Vooralsnog. Want elk greintje vertrouwen is in het Midden-Oosten nu zoek. Vertrouwen was al decennia een schaarse categorie. Maar dankzij de Amerikaanse dominantie moesten de strijdende partijen soms toch doen alsof ze wel vertrouwen hadden in een bescheiden toekomst van vreedzame coëxistentie. Nu moeten ze hopen op een geboorte die in één klap een nieuw leven schept. Door de oorlog in Libanon heeft alles nu met alles te maken. Zelfs als er in de coulissen wordt getekend aan een grand design, ook zo’n plan moet in stukjes worden opgebouwd. Zo niet dan wordt het grand design een ander woord voor een recordpoging dominostenen in een hal waar altijd wel één vrije vogel vliegt. Qana zou wel eens een hele volière kunnen opengooien.

Bush heeft nu op zijn bord wat hij in St. Petersburg nog wegschoof: stront aan de knikker.