FILM

White trash-western

Winter’s Bone

Winter’s Bone van Debra Granik speelt zich af in een afgelegen streek in de Ozarken in het zuiden van Missouri, waar de zeventienjarige Ree Dolly (Jennifer Lawrence) woont samen met haar geestelijk gestoorde moeder, haar broertje Sonny (12) en haar zusje Ashlee (6). De inwoners van het gebied zijn straatarm, maar overleven dankzij een levendige handel in zelfgemaakte amfetamine, ook Jessup Dolly, vader van Ree, die spoorloos verdwijnt wanneer hij voor de rechter moet verschijnen. Als hij niet boven water komt, dreigt Ree het ouderlijk huis kwijt te raken. Ze gaat op zoek naar haar vader.

Als er zoiets als white trash-cinema bestaat, dan past Winter’s Bone daar volmaakt in. De film ademt de sfeer van hillbilly-films als John Boormans Deliverance (1972) of jaren-zeventigactiefilms van en met Burt Reynolds of het recente White Lightnin’ (2009) van Dominic Murphy over het leven van de dansende outlaw Jesco White. Vast staat dat white trash als cultureel fenomeen over verschillende genres heen in de Amerikaanse cinema aanwezig is, in een horrorfilm als The Texas Chainsaw Massacre (1974), maar ook in de comedy O Brother, Where Art Thou (2001) van de gebroeders Coen. Al deze films ademen de sfeer van het harde leven van arme, gewelddadige Amerikanen die op het platteland wonen, geobsedeerd zijn door vuurwapens en die lak hebben aan figuren of instanties die maar iets van ‘overheid’ uitstralen.
Winter’s Bone is zo'n film en het is een van de beste films van het jaar. De vertelling is dwingend, de sfeertekening pijnlijk mooi, met authentieke countrymuziek gespeeld en gezongen door echte mensen in armetierige, gewone woonkamers. Kille belichting en nerveuze beelden gecreëerd door een constant zoekende camera die desalniettemin dicht bij de personages blijft, zorgen voor vervreemding.
Misschien valt Winter’s Bone nog het best te lezen als een revisionistische white trash-western. Tijdens haar speurtocht naar haar vader komt de jonge Ree tegenover de plaatselijke drugs- en veebaron Thump Milton en zijn onderdanen te staan. Hierin krijgt ze weinig steun. Aanvankelijk is de rol van haar oom, Teardrop, onduidelijk. Weet hij wat er met zijn broer is gebeurd? Aan wie zal hij loyaal blijven? Teardrop belichaamt het subversieve karakter van de outlaw. In een verbijsterend effectieve scène wordt hij ’s avonds door de plaatselijke politie in zijn pick-up aan de kant gezet terwijl Ree naast hem zit. Een hulpsheriff beveelt hem uit te stappen. Teardrop weigert. Het enige wat hij hoeft te doen is zijn geweer in de zijspiegel van het voertuig laten zien. De sheriff durft niets verder te ondernemen.
Dit soort spannende scènes wordt afgewisseld met meer reflectieve beelden waarin Ree haar broertje en zusje de kunst van het schieten en van het villen van een eekhoorn probeert te leren. Hier blijkt een diepere laag: ten grondslag aan de emotionele en geografische isolatie van de personages ligt een ideologische of politieke werkelijkheid. Opmerkelijk zijn de militaristische verwijzingen: de camera die doelbewust een paar seconden lang talmt op een portretfoto, op een schouw, van een afwezige jongeman in uniform; Ree die in een gymzaal ergens stuit op marcherende soldaten met geweren; Ree die zich bij het leger wil aansluiten om aan geld te komen. Het is alsof de afwezige vader symbool staat voor een land dat of een gemeenschap die constant zonder politiek en moreel leiderschap zit, misschien ingegeven door het feit dat veel mannen die traditioneel leiding moeten geven of voor de kost moeten zorgen óf verdwenen zijn óf als militairen zijn uitgezonden. De jonge vrouw moet de boel bij elkaar houden. Het eerste wat ze doet, is de kleintjes leren schieten. 'Bukken’, zegt ze tegen hen, 'zoals wanneer je gaat bidden.’

Nu te zien