De utopieën van Aaron Sorkin

‘Who are we? We are the media elite’

De journalisten in de veel bekritiseerde HBO-serie The Newsroom, over een fictieve televisie-nieuwsredactie, zijn te slim om waar te zijn. Maar dat maakt ze nu juist zo leuk om naar te kijken, die intellectuelen als leiders.

The best and the brightest: dat dekt de lading wel zo’n beetje als het de meeste personages van scenarist Aaron Sorkin betreft. Zijn bekendste voortbrengselen, de Witte Huis-serie The West Wing en de film The Social Network, over het jonge Facebook-brein Mark Zuckerberg, hebben met zijn nieuwste hbo-serie The Newsroom gemeen dat ze gaan over bijna buitenaards intelligente mensen. Harvard-alumni, doctors in de economie, whizzkids en media­genieën bevolken de werkvloeren die Sorkin graag als toneel neemt.

Dat het predikaat ‘the best and the brightest’ een omstreden betekenis heeft is veelzeggend. Het was de titel van het boek waarin journalist David Halberstam in de jaren zeventig, op zoek naar de oorsprong van de Vietnamoorlog, de groep intellectuelen en academici rond John F. Kennedy kritisch onder de loep nam. In die titel schuilt dus een zekere ironie over de ‘allerslimsten’, die doorklinkt in veel van de kritiek die het werk van Sorkin krijgt. Zijn hyperintelligente personages roepen behalve bewondering namelijk ook ergernis op. Er wordt hun, niet geheel onbegrijpelijk, vaak zelfgenoegzaamheid, irritant moralisme en elitarisme verweten. Emily Nussbaum waarschuwde de kijker in The New Yorker zelfs voor ‘moreel eczeem’.

De makers van The Newsroom zijn zich duidelijk wel bewust van dit soort bezwaren, maar lijken zich er opzettelijk niets van aan te trekken. Wanneer de hoofdpersoon Will McAvoy (Jeff Daniels op het lijf geschreven), nieuws­lezer bij het fictieve programma ACN Newsnight, zijn nieuwe ik en zijn vernieuwde team aan de kijkers voorstelt zegt hij met uitgestreken kop: ‘Who are we to make these decisions? We are the media elite.’ Elitair blijkt hier geen scheldwoord maar een geuzennaam.

McAvoy is in de eerste aflevering geïntroduceerd als een wat gefrustreerde, overwerkte idealist. Hij wordt vanwege zijn populariteit dan wel ‘the Jay Leno of news anchors’ genoemd, maar aflevering één begint al met een crisis: als Will terugkeert van een verplicht rustweekje blijkt het merendeel van zijn redactie te zijn overgelopen naar een ander programma. Gebleven zijn alleen de allergeksten en allertrouwsten. Tegen zijn zin roept de omroepbaas Charlie Skinner (vaderfiguur die met zijn vlinderstrik nostalgisch aan degelijker tijden herinnert) de hulp in van een briljante producente, met de hysterische naam MacKenzie McHale (mooie rol van Emily Mortimer). Deze Britse charmeuse, net terug van een slopende tijd in het Midden-Oosten, blijkt een oude liefde van Will te zijn. Vanaf het eerste moment vervallen de twee, tussen het harde werk door, dan ook steeds in fel maar duidelijk liefdevol gekibbel. De ‘gaan ze elkaar krijgen’-vraag is geplant.

Daarmee is de toon van het hier en daar wel erg ver gezochte relatiedrama in de serie gezet. Er zindert een absurdistische hoeveelheid romantiek tussen de medewerkers van de newsroom. De ene redacteur wil de andere, de andere wil de ene en dan weer andersom. In alle gevallen kijken we naar breinen op pootjes, die hun emoties hulpeloos met ratio te lijf proberen te gaan. Met hilarische en tragische gevolgen.

Minder onhandig zijn ze met The News, dat ze heilig is. Dat ze moraalridders zijn wordt niet onder stoelen of banken gestoken: MacKenzie kent Wills gevoeligheden en begint gepassioneerd Don Quichot te quoten om hem ertoe te bewegen om als eenling ten strijde te trekken tegen het corrupt gecommercialiseerde Amerikaanse televisieklimaat. Will stemt mopperend in en wat zich uitvouwt over de volgende negen afleveringen van het eerste seizoen is de campagne die de nieuwe redactie voert om haar ideaal te verwezenlijken. Dat ideaal is Het Nieuws zoals dat zou moeten zijn, ‘gebaseerd op de simpele waarheid dat niets zo belangrijk is in een democratie als een goed geïnformeerd electoraat’. We zullen de feitenkampioen zijn, zegt McAvoy, en de vijand van speculatie, hyperbolisme en nonsens. Het resulteert er onder meer in dat The Newsroom een beetje kijkt als de betere ziekenhuisseries. Zoals je je kon vergapen aan de knappe dokters in ER, zo valt er te genieten van de journalistieke helden die Sorkin opvoert. Het rennen over de redactie, het bellen op drie lijnen, de professionele gebaren, de oortjes, de microfoontjes: het heeft allemaal bijna net zo veel sex appeal als een wapperende witte jas. De onaflatende gevatheid van de wonderkinderen in de newsroom is net zo begerenswaardig als de expertise van de artsen in de emergency room. Je kunt dat evengoed sentimentalisme als degelijke televisie noemen.

Ook de intro, met robuust dramatische muziek van Thomas Newman, kampioen verantwoord tranentrekken, nodigt uit tot zwijmelen bij heldendom en idealisme. Met de flatteus uitgelichte en vertraagde shots van de castleden zijn zwart-witte achter-de-schermen-beelden verweven van voorbeelden uit het verleden: serieuze, discussiërende nieuwsmannetjes, iconische koppen, uiterst geconcentreerde camerateams. De showmakers als show, zoals dat een aantal jaar geleden nog zo nostalgisch maar mooi is gedaan in de film Good Night and Good Luck van George Clooney, over de legendarische televisiejournalist Edward R. Murrow.

Maar Sorkin biedt meer dan sentiment. Interessant is bijvoorbeeld de structuur van The Newsroom. Iedere aflevering draait om een waargebeurde actualiteit, van Deepwater Horizon tot het doden van Osama bin Laden, en reflecteert daarmee op hoe zulke verhalen aan de man worden gebracht. Zo volgen we onbevestigde nieuwsfeiten zoals de dood van Bin Laden via anonieme telefoontjes door achterkamertjes en directiekantoren naar het ‘anchordesk’ van Will, waar hij en MacKenzie bepalen hoe het de kijker bereikt. In het geval van Osama is dat, voorspelbaar, theatraal patriottistisch, heroïsch en puntgaaf gestileerd, zoals Sorkin zijn met kleine speeches doorspekte dialogen het liefst lijkt te hebben: ‘Let tonight serve as a welcome reminder that throughout our history, America’s darkest days have always been followed by its finest hours.’

De strijd die Will voert tegen de op kijkcijfers gefixeerde nieuwsindustrie, in de serie vertegenwoordigd door de ‘44th floor’, waar een gehaaide directrice (Jane Fonda) de scepter zwaait, wordt op de spits gedreven in de aflevering waarin de Tuscon-schietpartij verslagen wordt. In een complete chaos van haast tracht de redactie, schreeuwend, bellend, typend, een bevestiging te krijgen dat het neergeschoten Congreslid Gabrielle Giffords overleden is. Ondertussen kondigt de ene na de andere concurrerende zender haar dood af. De haaien van de 44th floor cirkelen rond het bureau van Will en schreeuwen dat er elke minuut dat hij niet ook met de massa meepraat tienduizend mensen wegzappen. Maar vlak voordat een van Wills redacteuren de studio in rent om te melden dat Giffords nog leeft, spreekt de nukkige nieuwsman Don de woorden: ‘She’s a person, a doctor declares her dead, not the news.’

Zulke perfect getimede heldenkreten bestaan natuurlijk voornamelijk in de dromen van de journalist, en wie de kruisvaarders van Newsnight al niet onhebbelijke wijsneuzen vindt, zou ook nog kunnen aanmerken dat echte mensen nu eenmaal niet zo welbespraakt en ad rem zijn en niet beschikken over zo’n onfeilbaar moreel kompas. Een veelgehoorde klacht is dan ook ongeloofwaardigheid. Journalisten praten zo niet, laat staan televisiejournalisten.

Aan dergelijke kritiek gaat echter de veronderstelling vooraf dat sociaal en politiek drama realistisch moet zijn. Realistisch zoals, bijvoorbeeld, The Wire en The Sopranos: zedenschetsen à la negentiende-eeuwse romans die overtuigend en nauwkeurig maatschappelijke groepen portretteren. Sorkin maakt een ander soort drama, noem het utopisch liever dan realistisch of historisch. Net als The West Wing, dat de grenzeloos toegewijde en geniale staf rond een too good to be true president neerzet, speelt The Newsroom in een meritocratische bubbel. Iedereen doet waar hij of zij de beste in is en beschikt vooral over het nobele vermogen om het grotere belang te allen tijde in het oog te houden. Sorkin onderzoekt de mogelijkheden van intellectuelen als leiders.

Met de echte wereld heeft het niet veel te maken, maar het nodigt uit tot dromen. Daar zijn de Amerikanen goed in. Dat het momenteel een nogal vreemde en moeilijke tijd is om te dromen wordt overigens ook in de serie aangekaart. De steeds terugkerende figuur van Don Quichot reflecteert de omvang van de scepsis die het idealistische clubje te bevechten heeft. MacKenzie werpt zich telkens opnieuw op als de anticynicus (zij en Will bakkeleien over wie Don Quichot is en wie het paard). Ze is neurotisch, soms even hysterisch als haar naam, maar altijd met goede bedoelingen. Geen stereotiepe female executive bitch dus, maar eigenlijk een typisch _new sincerity-_personage: even slim en sympathiek als zelfbewust en irritant in haar niet altijd geslaagde queeste om het juiste te doen.

Dat de morele superioriteit van Will, MacKenzie en hun volgelingen zo nu en dan bijna onvermijdelijk jeuk opwekt toont aan dat een serie als The Newsroom in zekere zin eenzelfde strijd aangaat als haar personages. Sorkins utopieën, hoe zompig soms ook, zijn daarom niet alleen braaf en belerend maar ook dapper. MacKenzie roept regelmatig dat Newsnight het nieuws is, en géén entertainment. Van The Newsroom zelf kun je het omgekeerde beweren, maar het is wel vernieuwend entertainment.

Het eerste seizoen van The Newsroom is binnenkort verkrijgbaar op dvd