Commentaar: Grijs verleden

Who’s afraid of grey, black and white?

Chris van der Heijden schetst in zijn drie weken geleden verschenen Grijs verleden een beeld van Nederland in de Tweede Wereldoorlog dat enigszins doet denken aan Barnett Newmans schilderij Who’s afraid of red, yellow and blue? Links een streepje wit, een heel groot middenstuk dat bestaat uit vele schakeringen grijs, en rechts een streep zwart. Of dat grijze deel in alle opzichten overtuigend is, of de hoeveelheden wit en zwart wel helemaal in proportie zijn, daarover valt te twisten. Maar er zijn nogal wat critici die beweren dat Van der Heijdens schilderij egaal grijs is, dat hij het wit van het verzet besmeurd heeft, zodat het niet van grijs te onderscheiden valt, en dat hij het zwart van de collaborateurs en de nazi’s lang niet zwart genoeg maakt.

In de oorlog was zwart of wit fout of goed, stelt Elma Verhey in Vrij Nederland (17 maart). Volgens Carl Friedman (Trouw, 17 maart) suggereert Van der Heijden dat de oorlog helemaal niet zo erg was. De meest felle, want persoonlijke aanval tot nu toe kwam van Jessica Durlacher (Vrij Nederland, 31 maart). In een «open brief» aan Van der Heijden beschuldigt ze hem van moedwillige vertekening van het oorlogsverleden. Ook volgens Durlacher ontkent Van der Heijden het bestaan van «goed» en «fout», terwijl ze suggereert dat de auteur beweert dat het gewraakte goed-fout-beeld van de oorlog was gecreëerd door joodse auteurs. Van der Heijden stelt echter dat de Nederlanders die echt «goed» waren, evenals zij die honderd procent «fout» waren, slechts een heel kleine minderheid vormden. Bovendien baseert hij zijn beschrijving van de jodenvervolging voor een heel groot deel op het werk van Abel Herzberg, die in zijn ogen veel genuanceerder en nuchterder schreef dan De Jong of Presser.

Op het boek van Van der Heijden valt best het een en ander af te dingen, en diverse recensenten hebben dat ook gedaan, maar Durlacher rekent hem af op het oorlogsverleden van zijn vader. Zijn vermeende moreel relativisme — de ontkenning dat goed en fout bestaan, en de overtuiging dat elk mens een latente schoft is — zou voortkomen uit zijn frustraties over het feit dat zijn vader SS’er was. Wie het boek van Van der Heijden heeft gelezen, weet dat dit grote onzin is.

Wie moet beschrijven welke indruk het beroemde schilderij van Barnett Newman op een toeschouwer maakt, zal alle nadruk leggen op het enorme rode vlak. Uiteraard mag niet verzwegen worden dat dit rode vlak geflankeerd wordt door twee smalle strepen geel en blauw, maar deze versterken slechts de werking van het allesoverheersende middendeel van het schilderij. Wie alleen over het blauw en geel van dit kunstwerk schrijft, kan onmogelijk de essentie van het kunstwerk overbrengen.