Shakespeare: Het slechtste moederbeest

Who’s afraid of Lady Macbeth

Lady Macbeth gaat door voor de kwade genius, Macbeth is haar marionet. Een studie van het geweld, dat stuk. Maar ook een studie van het duivelspact tussen man en vrouw.

Medium jan versweyveld

Achter iedere ambtenaar gaat een wijf schuil, een vrouwtje Piggelmee dat haar mannetje opnieuw de deur uit stuurt voor meer. En daar gaat-ie, Joris Goedbloed, met immer zwaardere tred. De woorden waarmee Lady Macbeth zich opmaakt om haar man aan te sporen tot het maken van promotie zijn ongeëvenaard.

Come to my woman’s breasts

And take my milk for gall, you murd’ring

ministers

Chris Nietvelt maakte er een pornografische act van, in de regie die Johan Simons onlangs op de planken bracht bij Toneelgroep Amsterdam, met Fedja van Huêt in de titelrol. Op hoge hakken, in een supervrouwelijke rode jurk, met strak lijf, klokkende rok en sexy open rugpartij, wrijft ze wellustig over haar eigen borsten en praat ze zichzelf naar een hoogtepunt. Haar ‘gall’ klinkt als ‘geil’.

Ze deed het zo walgelijk verzaligd, bijna niet om aan te zien, dat ik me niet kan herinneren of Macbeth er nu naast stond of niet. In de officiële tekst leest ze een brief afkomstig van het front, waarin haar man verhaalt van zijn ontmoetingen met vreemdsoortige wezens, heksen, die hem een glorieuze toekomst voorspelden. Om vervolgens los te gaan in haar eigen toekomstvisioenen. Het voordeel van Shakespeare is echter dat er niet echt een ‘officieel’ bestaat. De teksten die hij heeft nagelaten zijn open als poëzie, lyrisch en tegelijkertijd uitgebeend, voer voor exegese. Zijn personages dragen de teksten en niet omgekeerd, waardoor iedere Macbeth als nieuw kan ogen en klinken. Sterker nog: waardoor iedere regisseur de tragedie naar zijn hand kan zetten.

Dat voor Johan Simons Macbeth een studie van het geweld is, lijkt meteen nogal wiedes. Binnen de kortste keren is het toneel veranderd in een bloedbad; opvallend veel schouwburgbezoekers op de voorste rijen lopen tijdens de voorstelling weg. Het fysieke geweld kwam te dichtbij, of ze kwamen domweg onder de spetters te zitten. Ruim tien jaar geleden ging Alize Zandwijk bij het RO-theater iets abstracter te werk. Zij interpreteerde Macbeth als een gezinsdrama, voortgestuwd door de kinderloosheid van het echtpaar Macbeth.

Lady Macbeth kinderloos? Ooit was het toch echt melk die uit haar borsten vloeide. Ze herinnert haar man daaraan in de eerste akte als hij begint te twijfelen of hij wel echt koning Duncan moet vermoorden: ‘Ik heb de borst gegeven, ik weet hoe zoet het is om het kind te beminnen dat mij molk, en toch, ik zou, terwijl het lachte naar mijn gezicht, mijn tepel uit zijn weke tandvlees hebben gerukt en zijn hersens ingeslagen, had ik de eed gedaan die jij hebt gedaan.’

In luttele zinnen wordt hier een voorstelling geschetst, zo pervers dat je er bijna lacherig van wordt. Dit is het ultieme monster, het slechtste moederbeest dat er bestaat. Zo min als zij ervoor terug zou schrikken haar eigen gebroed, dat zich net nog onschuldig zat heeft gedronken aan haar borsten, niet dan maar desnoods zachtjes te laten stikken maar van harte en faliekant de hersens in te rammen, zo moet ook haar man tegen zijn natuur in durven handelen en daarmee tonen dat hij een man is. Het is een van de mantra’s van Lady Macbeth, en ook dat maakt haar zo tijdloos griezelig. Wees een man, voegt ze Macbeth de hele tijd toe. Bang als ze is dat hij eigenlijk een mietje is.

Yet do I fear thy nature;

It is too full o’ the milk of human kindness

Zelf heeft ze dan al lang de geesten aangeroepen om haar te bevrijden van iedere vrouwelijkheid. ‘Ontwijf mij (‘unsex me’ heet dit bij Shakespeare), vul mij van kop tot teen boordevol met wilde wreedheid. Maak mijn bloed dik, versper elke weg voor wroeging zodat geen weke aandrang van de natuur mijn plan kan verlammen, zodat geen vrede glijdt tussen het opzet en de daad.’ Lady Macbeth gaat door voor de kwade genius, Macbeth is haar marionet. Heeft zij eenmaal die krachten in hem ontketend, dan krijgt zij tot haar eigen schrik de geest niet meer terug in de fles. Een studie van het geweld, indeed. Maar ook een studie van het duivelspact tussen man en vrouw. Waarin de vrouw als alibi-Truus fungeert voor de man, die misschien alleen maar hoort wat hij wil horen. Lady Macbeth verwoordt haar mans diepste drijfveren ver voordat Freud het onderbewuste zou uitvinden. Ook dat laat Shakespeare toe: het idee dat Macbeth in feite een monoloog is van een man die wordt bezocht door stemmen. Hij is gedoemd te blijven doden, omdat hij anders tot bezinning zou moeten komen. Die bezinning komt er pas als zijn vrouw wegvalt.

In de enscenering van Johan Simons trekt Chris Nietvelt langzaam het masker af dat kennelijk de hele voorstelling als een tweede huid om haar gezicht had gezeten. ‘Wat gedaan is, is gedaan’, probeert ze haar man vergeefs te temperen, om vervolgens zelfmoord te plegen. Het is te laat, het spel is uit. De manier waarop Macbeth het bericht van haar dood incasseert, zijn wanhopige pogingen om haar geestverschijning nog te pakken, aan te raken, doen het opeens dagen: of ze nu wel of niet ooit een echt kind hadden samen, zij zijn veroordeeld tot elkaar als George en Martha in Albee’s Who’s Afraid of Virginia Woolf. Zonder de ander bestaan zij niet. Macbeth luidt zijn eigen ondergang in met de smartelijkste liefdesverklaring denkbaar:

She should have died hereafter

There would have been a time for such a word.

Tomorrow, and tomorrow, and tomorrow


Voor speeldata (in oktober weer) zie www.tga.nl