De richtingenstrijd binnen NRC Media

Who’s next?

Never a dull moment bij NRC Handelsblad onder Peter Vandermeersch, maar vermoeiend is het wel, het gepalaver van de krant tussen deftige meneer en hippe jongeling. Laatste wapenfeit: het vertrek van hoofdredacteur Rob Wijnberg van het kleinere ochtendbroertje.

Het was een reguliere, lang van tevoren geplande bijeenkomst, de plenaire redactie­vergadering van NRC Handelsblad op maandag 29 oktober. Op de agenda stond onder meer de recente verrijking van de hoofdredactie met twee jonge talenten: Marike Stellinga en Egbert Kalse. Maar deze feestelijke aanleiding werd geheel overschaduwd door het onverwachte vertrek van twee andere collega’s, door toedoen van hoofdredacteur Peter Vandermeersch. Eind september was Rob Wijnberg afgetreden als hoofdredacteur van zusterkrant nrc.next. Vandermeersch wil van next meer een echte nieuwskrant maken en hij vond Wijnberg niet de juiste man om dat proces te leiden. Voor de next-redacteuren kwam dat nieuws als een donderslag bij heldere hemel. Op de dag dat het bekend werd, liepen zij collectief naar de werkkamer van Vandermeersch om alsnog tekst en uitleg te vragen. Sommigen stond de tranen in de ogen.

Een paar weken later kondigde verslaggever Jannetje Koelewijn haar vertrek aan. Maanden na dato had Vandermeersch opnieuw in het openbaar haar voorpaginaverhaal gekraakt over de gezondheid van prins Friso na een ski-ongeluk in februari, dat toen al tot een storm van publieke verontwaardiging had geleid. Eerst in een interview met het Vlaamse weekblad Humo, en vervolgens live op het podium van de Amsterdamse Stadsschouwburg, tijdens de Nacht van NRC, ten overstaan van honderden lezers van de krant. Koelewijn concludeerde dat tussen haar en Vandermeersch een ‘onwerkbare situatie’ was ontstaan en diende haar ontslag in.

Tijdens de plenaire redactievergadering verwoordde Mark Kranenburg, gelouterd politiek verslaggever en voorzitter van de redactieraad, de zorgen van de redactie. Hij sprak zakelijke maar harde woorden, vooral over de bruuske manier waarop Vandermeersch met zijn mensen omgaat. Kranenburg bespeurde ‘een gevoel van onveiligheid’ op de redactie. Het vertrek van Koelewijn noemde hij ‘doodzonde’ en ‘onnodig’.

Sommige _NRC-_journalisten hadden verwacht dat tijdens de plenaire vergadering een motie van wantrouwen tegen Vandermeersch zou worden ingediend, en dat die wel eens een meerderheid zou kunnen halen. Van zo’n actie was echter geen spoor te bekennen. De redacteuren zijn verdeeld over de koers die de nieuwe hoofdredacteur met de krant heeft ingezet. Maar zij hebben nog veel grotere zorgen over de nieuwe eigenaren van hun kranten, directeur Peter Visser van private equity-investeerder Egeria (91 procent) en media-ondernemer Derk Sauer (9 procent). Sauer en Visser hebben zichzelf vorig jaar een superdividend van 12,5 miljoen euro laten uitkeren, bijna drie keer de winst van 4,7 miljoen die NRC Media in 2011 voor het eerst kon bijschrijven. En dat terwijl de uitgeverij acht miljoen euro moet lenen ter bekostiging van de aanstaande verhuizing naar het Amsterdamse Rokin.

Het waren nota bene twee journalisten die het superdividend lieten passeren: Peter Vandermeersch en Hans Nijenhuis, toen nog samen in de directie. De ondernemingsraad laat, met steun van de redactieraad, de zaak onderzoeken door een onafhankelijk financieel deskundige. Normaal gesproken boeken private equity-investeerders hun winst wanneer zij een onderneming weer doorverkopen, meestal na een jaar of vijf. In hun wereld geldt een tussentijds superdividend als een signaal dat de investering niet voldoet aan de verwachtingen. Het is een publiek geheim dat Visser met NRC Media loopt te leuren. Hij zou het bedrijf al te koop hebben aangeboden aan de familie Van Puijenbroek, investeerders in Egeria en tevens controlerend aandeelhouders van dagblad De Telegraaf.

Uitgerekend in deze kritieke fase zijn de checks and balances binnen de top van NRC Media zoekgeraakt. Binnen de directie is Vandermeersch nu de enige journalist, naast drie ‘Egerianen’. Binnen de hoofdredactie verloor hij Joost Oranje aan Nieuwsuur, de plaatsvervanger die volgens Vandermeersch zelf ‘alles is wat ik zelf niet ben’. In zo’n turbulent klimaat sluit een redactie instinctief en wijselijk de rijen, in plaats van de hoofdredacteur de maat te nemen. Dat was duidelijk te merken aan de reacties op de filippica die Geert Mak een kleine week vóór de plenaire redactievergadering in De Groene Amsterdammer publiceerde. Mak, oud-redacteur en veelvuldig medewerker van NRC Handelsblad, luidde daarin de noodklok over ‘zijn’ krant, die hij onder Vandermeersch journalistiek en commercieel ziet ontsporen. Hij schreef over ‘een diep ongelukkig huwelijk’ tussen journalisten en eigenaren, dat maar zo snel mogelijk weer moest worden ontbonden.

‘Blijf met je rotpoten van onze rothoofdredacteur af’, was de reactie van vooral veel jongere _NRC-_redacteuren. Zij delen heus de kritiek op Vandermeersch, maar deze ‘oud-linkse’ strijdkreet ging hun te ver. Mak had het oor te veel laten hangen naar zijn vrienden van dezelfde oudere generatie binnen de _NRC-_redactie, zo was hun inschatting. Wat je Vandermeersch ook kunt verwijten, de klassieke tegenstelling tussen redactie en commercie die Mak schetst biedt daarvoor in hun ogen een verouderd en onnodig moralistisch kader. Waar geen geld wordt verdiend, kan ook geen kwaliteitsjournalistiek gedijen. Moderne journalisten behoren mee te werken aan de verbetering van het precaire bedrijfseconomische perspectief van kranten.

Maar hoe dan? Is nrc.next inderdaad een bleeder die moet worden gestelpt? Of bood de radicale aanpak van Rob Wijnberg juist uitzicht op de Nieuwe Krant, die succesvol kan migreren van ‘papier’ naar ‘digitaal’? Het dagblad als dinosaurus is niet nieuw: NRC Handelsblad ontstond ruim veertig jaar geleden uit twee uitstervende bladen. Pas na vijf jaar kreeg de fusiekrant vaste grond onder de voeten. NRC Media is de nieuwe testcase, een zakelijk en journalistiek laboratorium voor alle Nederlandse kranten, die alle met dezelfde problemen kampen: steeds minder lezers en steeds minder adverteerders (zie het kader ‘De krimpende krantenmarkt’). In dat lab wordt druk gezocht naar een medicijn. De knal rond Wijnberg en Koelewijn – die overigens onlangs besloot toch te blijven – laat zien dat dat nog niet is gevonden.

Dat schept onrust en onzekerheid, onder journalisten en hun uitgevers. De grond onder de NRC-titels begon te schuiven toen moeder pcm in 2009 werd overgenomen door de Vlaamse Persgroep van Christian Van Thillo. Kartelwaakhond NMa eiste dat de Vlamingen een deel van hun nieuwe bezit zouden afstoten. Dat werden NRC Handelsblad en nrc.next. Kandidaat-kopers konden op de kranten bieden via een veiling. Dat was een déjà-vu: in 2004 was pcm op dezelfde manier in handen gevallen van de Britse ‘sprinkhaan’ Apax. Ook Apax trok een dik jaar later tussentijds geld uit het bedrijf. In 2007 vertrokken de Britten, met een winst van 130 miljoen euro; pcm bleef achter met een schuld van driehonderd miljoen, waaraan het tijdens de kredietcrisis bijna failliet ging.

Met een mengeling van onbehagen en groeiend zelfbewustzijn namen de NRC-medewerkers voor de tweede keer plaats in de etalage. Zij snakten al jaren naar zelfstandigheid – binnen pcm hadden zij zich altijd achtergesteld gevoeld bij de Volkskrant. Vanuit hun liberale traditie stonden zij ook minder huiverig tegenover de kapitalisten die hen zouden komen bekijken. nrc.next was hun trots, het lokaas in de etalage: een unieke poging tot kranten­vernieuwing, die binnen en buiten Nederland veel aandacht trok en prijzen won. Een ochtendblad naast de avondkrant, goedkoop gemaakt met een kleine redactie – de meeste kopij kwam uit NRC Handelsblad. Maar de weinige eigen verhalen maakten wel het verschil, met eigenwijze, verfrissende journalistieke keuzes. nrc.next wierf binnen een paar jaar bijna tachtigduizend betalende abonnees. De meesten waren nooit eerder op een pcm-krant geabonneerd geweest. De ‘classic’, zoals NRC Handelsblad post-next was gaan heten, had er nauwelijks onder geleden. Per saldo had NRC Handelsblad er niet alleen flink wat betalende lezers bij gekregen; het nieuwe ochtendblad sprak kennelijk ook de internetgeneratie aan, die de traditionele kranten links liet liggen.

Ten tijde van de veiling was de leiding over beide kranten in handen van hoofdredacteur Birgit Donker en directeur-uitgever Gert Jan Oelderik. Zij zagen de al jaren dalende oplage van de ‘classic’ als structureel en onvermijdelijk. Donker en Oelderik zochten de groei in de verdere uitbouw van NRC Handelsblad tot hét mediamerk voor een hoogopgeleid en koopkrachtig publiek, met nieuwe papieren en digitale producten. Met nrc.tv, dat video’s maakte bij het nieuws voor de websites van de twee kranten. Met NRC International, een webkrant met in het Engels vertaalde artikelen uit NRC Handelsblad en buitenlandse kranten. Met de website nrc.boeken, gekoppeld aan een eigen uitgeverij van boeken, geschreven door NRC-_redacteuren. Met een tabletversie van _NRC Handelsblad, te lezen op de Iliad, een vroege e-reader, voor de helft van de prijs van een papieren abonnement – een Nederlandse primeur. Met NRC Focus, een maandblad voor de zakelijke markt, gekoppeld aan seminars in de Beurs van Berlage. Veel bracht het nog niet op, maar de experimenten kostten ook weinig. Hun einddoel was om al deze activiteiten te integreren tot een volwassen, van de grond af nieuw ontworpen digitale versie van NRC Handelsblad. Donker en Oelderik schreven een lijvig plan om de bieders tijdens de veiling te laten zien hoeveel toekomstmuziek er nog in NRC zat.

Dat was ook wat Donker binnen en buiten de krant uitdroeg: het ging zo slecht nog niet. NRC Handelsblad bleef voorlopig goed winstgevend, bezuinigen op de redactie had voor haar geen prioriteit. Veel redacteuren vonden dat de verkeerde boodschap en verweten haar verwaarlozing van de papieren krant. Die zagen zij saai en voorspelbaar worden; het ergerde hen dat Donker oudere, minder productieve collega’s ongemoeid liet. Kortom, zij snakten naar nieuwe dynamiek toen de verkoop van hun kranten op gang kwam.

Twee partijen deden uiteindelijk een bod. Corelio, uitgever van De Standaard, het NRC Handelsblad van Vlaanderen, bood samen met V-Ventures, investeerder van het kapitaal dat was verdiend met de verkoop van omroep en programmagids Veronica. Het tweede bod kwam van de mannen achter interviewzender Het Gesprek: Ruud Hendriks, Harry de Winter en Derk Sauer. Stuk voor stuk succesvolle media-ondernemers – dat sprak veel _NRC-_redacteuren aan. De drie waren weliswaar vermogend, maar niet rijk genoeg om de overname zelf te financieren. Als partner hadden zij Peter Visser van Egeria weten te strikken. Met Visser hadden zij nooit eerder zaken gedaan, maar Egeria hield toevallig kantoor naast De Winter; het was zijn idee geweest om daar eens aan te kloppen.

Het mediatrio wilde Het Gesprek met de twee NRC-_kranten samen te smelten tot een multi­mediale organisatie. Dat plan viel al meteen in het water. Het was bekend dat Het Gesprek zware verliezen leed, en daar wilde _NRC niet in delen. De drie moesten toestemmen in een structuur die de zender en de kranten strikt gescheiden hield. Toch wonnen zij het pleit, dankzij hun nieuwe partner. Strategische partijen als Corelio bieden altijd voorzichtig; zij moeten overnames betalen uit hun eigen cashflow en gaan liever geen grote schulden aan. Investeerders als Egeria beleggen geld van pensioenfondsen en rijke families, en hebben daardoor veel diepere zakken en ruimere toegang tot krediet.

De overnameprijs is nooit bekendgemaakt, maar die lag ergens tussen de zestig en zeventig miljoen euro. Zo’n veertig miljoen daarvan was eigen vermogen voor NRC Media, zoals de nieuwe uitgeverij ging heten, met Donker en Oelderik als directeuren. De bulk van dat geld kwam van Egeria, dat dan ook veruit de meeste aandelen kreeg. ‘Slechts’ 25 miljoen werd geleend bij de bank, een relatief conservatieve financiering. Eén Apax-les hadden ze bij NRC goed geleerd: geen overname met grote bedragen aan geleend geld, die de kranten vervolgens zouden moeten afbetalen. Een tweede zagen ze over het hoofd, zo bleek vorig jaar: het super­dividend.

Het had ook weinig uitgemaakt. Feitelijk stond van tevoren vast wie de veiling zou winnen. Regisseur van de verkoop was niet NRC maar de Persgroep. Bij het oude pcm viel nog veel puin te ruimen; Christian Van Thillo had alle belang bij het hoogste bod. Bovendien bedong hij dat de Persgroep de NRC-kranten voorlopig zou blijven drukken en verspreiden. Dat was ook in het belang van NRC Media: het kersverse bedrijf moest niet alles meteen zelf willen doen. Behalve dat hij extra aan de verkoop verdiende, hield Van Thillo zo ook greep op de nieuwe concurrent. Minstens tot 2015, wanneer NRC Media het contract met de Persgroep zonder kosten mag opzeggen.

Nieuwe dynamiek kwam er volop, vrijwel meteen na de overname. Nu Het Gesprek niet kon beschikken over de NRC-redactie was er geen andere uitweg dan de zender te verkopen. sbs bleek geïnteresseerd, maar tijdens de onderhandelingen stelde Visser eisen waar de commerciële omroep niet aan wilde voldoen. sbs haakte af, waarop Visser de drie Gesprek-partners preste hun aandelen in NRC Media aan hem te verkopen. Hendriks en De Winter gingen daar tegen hun zin op in; Het Gesprek hield enkele maanden later op te bestaan. Sauer bleef zitten. NRC Handelsblad was het lijfblad van zijn ouders, keurige mensen in Amstelveen. Eenmaal uit huis had Sauer als linkse rebel afstand genomen van zijn nette komaf. Na de val van de Muur was hij op avontuur gegaan in Rusland, waar hij een uitgeverij van kranten en tijdschriften had opgezet. Door de verkoop aan Sanoma was de sp-sympathisant multimiljonair geworden. Mede-eigenaar zijn van de krant waarmee hij was opgegroeid bleek een oude droom van hem, een soort late verzoening met het beschaafde milieu van zijn ouders.

Sauer kwam met een eigen plan voor de toekomst van de NRC-kranten. Tot verbazing van Birgit Donker: er lag immers al een plan, van Oelderik en haar, en Visser had gezegd dat te willen uitvoeren, nota bene in een interview met NRC Handelsblad. Zij had ook inhoudelijke bezwaren tegen het plan van Sauer. Nog verbaasder werd zij toen Oelderik dat wel omarmde. Visser en Sauer verzochten de beide directeuren vriendelijk doch dringend één lijn te trekken. Toen dat niet lukte, traden zij beiden af. Sauer vond een nieuwe directeur-uitgever in een van zijn beste vrienden: Hans Nijenhuis, de eerste chef van nrc.next. De twee leerden elkaar kennen toen Nijenhuis correspondent was in Moskou voor NRC Handelsblad. Na next was hij overgestapt naar uitgeverij De Bezige Bij, maar dat was een vergissing gebleken.

Nijenhuis verdeelt de redacteuren in haters en liefhebbers. Men waardeert hem om de crea­tiviteit en ondernemingslust die hij aan de dag legde als chef Buitenland, een eiland dat hij opschudde, en daarna als chef van next. Minder geslaagd waren de intriges waarmee hij in 2006 vergeefs hoofdredacteur probeerde te worden. Met Nijenhuis moet je altijd uitkijken, maar het is wel een leuke boef, luidt de consensus op de redactievloer. Een van zijn eerste daden als directeur was een donderspeech tot de redactie, in mei 2010. Hij hield zijn collega’s voor dat NRC Handelsblad ieder jaar dertigduizend abonnees verloor – iedere drie minuten één. NRC maakte nog wel winst, maar daaruit werd eerst belasting betaald, dan schuldrente aan de bank en dan dividend voor de aandeel­houders. Wat er overbleef was beschikbaar voor de redactie – als er wat overbleef. Nijenhuis stopte met nrc.tv en Focus en opende een vrijwillige vertrek­regeling, waar uiteindelijk dertig redacteuren gebruik van maakten. Zijn toespraak bevestigde het onbehagen van veel redacteuren over de periode-Donker en maakte de geesten rijp voor een nieuw soort hoofd­redacteur. Liefst iemand van buiten de krant, met een frisse blik en nieuwe ideeën.

Net als bij de meeste Nederlandse kranten zoeken de NRC-redacteuren zelf hun nieuwe leider uit. Zij waren het die Peter Vandermeersch uitnodigden te solliciteren, naast enkele anderen. Vandermeersch was toen al elf jaar lang hoofdredacteur van De Standaard en de laatste vier jaar ook de facto van de grotere zusterkrant Het Nieuwsblad, als ‘algemeen hoofdredacteur’ en lid van de directie. Hij had een kater overgehouden aan de mislukking van het Corelio-bod op NRC en was toe aan iets nieuws.

Tijdens zijn gesprekken met de NRC-redactie maakte hij indruk. Vandermeersch had De Standaard op tabloid overgezet en breder en toegankelijker gemaakt, onder meer door de krant met kleurenmagazines uit te breiden. Daardoor was de oplage weer gaan stijgen, van tachtig- naar negentigduizend exemplaren per dag, waardoor de enige concurrent, De Morgen van de Persgroep, nog verder op achterstand was gezet. In 2007 was hij als eerste journalist verkozen tot Marketeer van het Jaar. Zijn Vlaamse collega’s deden daar lacherig over, maar de meeste NRC-redacteuren zagen het als een aanbeveling: hier zat een man die zowel journalistieke als commerciële power had getoond. Een leider voor henzelf, én een geduchte gesprekspartner voor Visser en Sauer. Een echte ambassadeur voor de krant ook: Vandermeersch is al jaren een veelgevraagde gast in tv-talkshows.

Bijna unaniem koos de redactie voor Vandermeersch. Die ging voortvarend van start, volgens precies hetzelfde concept dat hij bij De Standaard had toegepast. Zijn eerste prioriteit gold de zaterdagkrant. ‘Dat is het uitstalraam waarmee wij bestaande lezers binden en nieuwe binnenhalen’, legde hij uit in zijn eerste interview, dat tegelijk verscheen in De Groene Amsterdammer en De Nieuwe Reporter, luttele weken nadat hij was aangetreden. Naast ‘het hoofd van de lezer’, zoals Vandermeersch het uitdrukte, moest NRC Handelsblad ook diens ‘hart en buik’ leren bedienen. Kleurenmagazines dus, met mode, design, wijn en recepten. Die trokken dure merk­advertenties, waarmee weer nieuwe redacteuren konden worden aangesteld.

Want, zo benadrukte hij: ‘Ik ben een man van de inhoud.’ Hij ging dan ook ‘zwaar inzetten op onderzoeksjournalistiek’, reden waarom hij Joost Oranje, prominent vertegenwoordiger van het genre, plaatsvervangend hoofd­redacteur had gemaakt. Prioriteiten drie en vier waren kunst en cultuur en nieuws. Meer politiek nieuws – het stak Vandermeersch dat NRC Handelsblad geen geheimen had weten te onthullen uit de formatie van het eerste kabinet-Rutte. Wat hem meeviel bij NRC Handelsblad was het ‘hoge gehalte aan journalistiek talent’, wat hem tegenviel ‘dat al dat talent nét te weinig ambities heeft’.

Hij toonde zijn interviewer een stuk over Johan Cruijff waarom hij ‘dagenlang had lopen zeuren’. Goed verhaal, maar te laat verschenen, vond hij. Hardop las hij een taaie verhandeling voor van een hoogleraar in het katern Economie, om daarmee midden in een zin op te houden. ‘Gód-ver-dómme!’ riep hij uit. ‘Een afschuwelijk stuk!’ Ook dat is Vandermeersch. Tegen zijn eigen redacteuren en medewerkers kan hij hard op de man spelen, en dat doet hij net zo gemakkelijk binnenskamers als in de media. Vandermeersch is een typische journalistieke veelvraat. Hij volgt alles net goed genoeg om erover te kunnen meepraten, en bestookt redacteuren op alle deelgebieden met ideeën en suggesties die net goed genoeg zijn om ze serieus te nemen.

Maar creativiteit staat of valt met de follow-up, en die is minder besteed aan Vandermeersch. Bovendien is hij wispelturig. Hij zwenkt van plan A naar plan B, en soms weer terug naar A. ‘Hij legt bommen en vergeet vervolgens puin te ruimen’, observeerde een redacteur. Never a dull moment onder Peter Vandermeersch, maar vermoeiend is het wel. Oudgedienden moeten voortdurend tegengas geven – vooral Joost Oranje, binnen de hoofdredactie. Een ondankbare rol. Leuk idee om blogger Ernst-Jan Pfauth chef te maken van nrc.nl. Maar was hij niet wat jong – 24, in 2010 – om leiding te geven aan een redactie van vijftien man? Nog meer weerstand wekte de gelijktijdige promotie van Rob Wijnberg. De jonge filosoof – 28, in 2010 – was een alom gewaardeerde columnist van nrc.next. Maar om hem nou tot de eerste echte hoofd­redacteur van die krant te bombarderen… Velen vreesden dat next onder zijn leiding te ver van de ‘classic’ zou wegdrijven.

De redacteuren kregen meer dan zij hadden verlangd: een cultuurschok. Zij waren gewend geraakt aan beschaafde en bedachtzame omgangsvormen, met veel overleg en discussie. Onder Donker was die praktijk geleidelijk ontaard in besluiteloosheid. De nieuwe hoofdredactie trok de fluwelen handschoenen uit. Ze bracht nieuw leven in de brouwerij met een reeks van transfers en soms gewaagde benoemingen. Alleen gaat Vandermeersch vaak nog een paar stappen verder. Het was zijn idee, een heel goed idee, één man of vrouw verantwoordelijk te maken voor de zaterdagkrant, om zo het ‘uitstalraam’ een eigen gezicht te geven. Minder geslaagd was zijn verlangen naar iedere zaterdag één onderwerp op de cover. Zo’n verhaal dient zich simpelweg niet iedere week aan, het leidt tot geforceerde keuzes.

Dat werd goed zichtbaar toen NRC Handelsblad overging op tabloid, in maart 2011. Het kleinere formaat pagina’s dwong tot een scherpere selectie. Oude genres als nieuws, ‘nieuwsanalyses’ en commentaren versmolten met elkaar, en om de schaarse prominente plekken te bereiken rekten de redacteuren hun materiaal verder op.

pvda en sp strijden om linkse kiezer’ – ja, om wie anders?

‘Bedrijfsleven vraagt om zaken­kabinet’ – zoals bijna altijd.

cda en d66 hebben sleutelrol formatie in handen’ – totdat ze niet werden uitgenodigd om mee te onderhandelen.

‘Stedelijk haalt de wereldtop niet’ – pas binnenin bleek dat de aangehaalde directeuren van buitenlandse musea daar juist verschillend over dachten.

Een nieuwe mengvorm was ontstaan, door de redacteuren niet zonder zelfspot aangeduid als ‘speculyse’. Door de hete adem van de hoofdredacteur ontwikkelden zij een tweede natuur: second guessing Vandermeersch. Zet hij columnist Marc Chavannes op de voorpagina, dan proberen zij zelf ook opiniërender te schrijven. Dat gaat hun meestal aanzienlijk minder goed af dan Chavannes. Maar de bal ligt ook bij henzelf. Uitgerekend in de twee grootste journalistieke controverses, beide prominent gebracht op de voorpagina, had Vandermeersch niet of nauwelijks de hand – de zelfmoord van acteur Antonie Kamerling en Frisogate. De hoofdredacteur was thuis in België toen Jannetje Koelewijn haar verhaal inleverde, ruim voor de deadline. De zaterdagkrant was die vrijdagavond in handen van ervaren redacteuren die al jaren bij de krant werkten. Niemand maakte enig bezwaar tegen publicatie, ook de redacteuren niet die geen dienst hadden, maar thuis of op de redactie op hun beeldschermen alvast lazen wat NRC de volgende dag zou brengen.

Elsbeth Etty raakte haar column kwijt omdat Vandermeersch ook eens wat andere, lees: modern-rechtse opinieschrijvers in de krant wilde – Thierry Baudet, Derk-Jan Eppink, Martin Bosma van de pvv. In een openbare toespraak hekelde Etty onlangs de ‘angstcultuur’ die onder Vandermeersch op de redactie zou heersen. Als zij al gelijk heeft, dan komt dat minstens voor een deel doordat de redacteuren schrikken van de grenzen die zij zelf af en toe overschrijden. Doordat zij zelf hinein interpretieren wat de hoofdredacteur van hen wil, in plaats van het debat met hem aan te gaan.

Toegegeven: dat is ook niet eenvoudig. Vandermeersch zit letterlijk in een glazen huis, midden tussen zijn redacteuren. De deur staat altijd open, iedereen mag binnenlopen. Naast zijn lange werkdagen en de vele talkshows trad hij al 55 keer ‘in dialoog’ met de lezers, in steevast volle zalen in het land. Het waren eerder monologen die hij daar hield. Vandermeersch is een meeslepend spreker, maar luisteren is niet zijn sterkste kant. Dat probeert hij nu te veranderen, door met groepjes van steeds zes redacteuren uit eten te gaan.

Intussen maakt Vandermeersch zijn inhoudelijke claims voorlopig grotendeels waar. De krant bericht onverminderd uitgebreid over en vanuit het buitenland. Geen betere Nederlandse informatiebron over de eurocrisis dan NRC Handelsblad. Aan onderzoeksjournalistieke primeurs mankeert het evenmin. De krant liep voorop met de Vestia-derivaten, en blijft sindsdien met nieuws komen over de woningcorporaties. Andere voorbeelden zijn de vastgoedfinancieringen die SNS Bank als een molensteen om de nek hangen, en de stille privatisering van de ziekenhuizen, lang voordat minister Schippers met een nieuwe wet de weg vrij maakte. Onder verstokte NRC-lezers is het een running gag aan het worden: ‘Heb je nou nóg je abonnement niet opgezegd?’ Nee – ze ergeren zich wel vaker, maar er staat nog genoeg lezenswaardigs in dat blad.

Er valt een veel zinniger kanttekening bij de NRC nieuwe stijl te plaatsen – en die treft niet alleen Vandermeersch, maar de hoofdredacteuren van de meeste kranten, binnen en buiten Nederland. Het media-aanbod groeit maar door – in de kiosken, op het web, op de kabel en in de ether, op papier en via tablets, laptops en smartphones. De tijd die de mediaconsument te besteden heeft, groeit niet mee. Om hem toch te verleiden brengen de media steeds meer emotie in plaats van informatie. Zij proberen ‘opwindingsgemeenschappen’ te creëren, zoals de Belgische socioloog Rudi Laermans dat noemt. Zij richten zich op grote gebeurtenissen – nine-eleven, natuurrampen, oorlogen – en populaire fenomenen – Lady Gaga, Oh Oh Cherso, voetbal – die bij ons heftige gevoelens oproepen. ‘De emotionele band varieert van afgunst of schuld­gevoelens bij het bekijken van modelschoonheden tot woede en morele verontwaardiging bij politieke en andere schandalen’, aldus Laermans.

Die ontwikkeling is begonnen op de tv, maar inmiddels doen de kranten er volop aan mee. De paradox is dat de media steeds feller concurreren én steeds meer op elkaar gaan lijken. Eenmaal op eigen benen kruipt NRC Handelsblad dichter dan ooit tegen de Volkskrant aan. Vandermeersch wil de krant ook in de ochtend gaan uitbrengen, maar de Persgroep weigert daar voorlopig aan mee te werken. Grote vraag is of de lezer daarop zit te wachten. Hij heeft al een Volkskrant. Waarom zou hij er nog een bij willen? Bovendien leidt de obsessie met directe concurrenten af van de speurtocht naar nieuwe vormen die de krant moeten verlossen van papier, drukpersen en vrachtauto’s.

Uitgerekend NRC Media heeft zo’n nieuwe vorm al zes jaar in huis: nrc.next. De krant die niet-krantenlezers aan zich wist te binden. Gemiddeld zijn ze 38 jaar oud, aanzienlijk jonger dan de Handelsblad-lezer. Met de keuze voor outsider Rob Wijnberg als de eerste eigen hoofdredacteur van next gaf Vandermeersch aan op die weg verder te willen. Wijnberg was een veelzijdig talent. Vóór zijn studie filosofie snuffelde hij aan bedrijfskunde en de toneelschool. Al op zijn negentiende schreef hij een column in De Telegraaf, over wat er zich afspeelde tussen de oren van zijn eigen generatie. De kortsluiting tussen jongeren en de traditionele media speelde een belangrijke rol in hun ontwikkeling, en daardoor ook in Wijnbergs werk. Zijn eerste boek, uit 2007, heette Boeiuh: Het stille protest van de jeugd, het tweede, In dubio uit 2008, ging over de vrijheid van meningsuiting, het derde (2009) droeg de titel Nietzsche en Kant lezen de krant.

Het onvermijdelijke gevolg was dat nrc.next zich onder Wijnberg vooral profileerde met kritiek en commentaar op de media. Een jaar na zijn aantreden publiceerde next een essay van meer dan vijfduizend woorden van de Zwitser Rolf Dobelli, onder de veelzeggende titel Weg met het nieuws. Dobelli gaf twintig redenen waarom hij was gestopt met het dagelijks nieuws te volgen. next, zo legde Wijnberg uit in een begeleidende column, probeerde ‘elke dag weer het begrip nieuws te herdefiniëren. Of beter gezegd: opnieuw uit te vinden.’ Op de voorpagina wilde Wijnberg alleen verhalen waarmee next werkelijk iets kon toevoegen. Op de derde dinsdag van september opende next niet met Prinsjesdag in het parlement – dat deden alle andere media al – maar met de handel in asielzoekers.

De echte next-lezer vindt dat prachtig: daar leest hij die krant nou voor. De redacteuren van NRC Handelsblad waren minder enthousiast. Op het hoogtepunt van de media frenzy rond het ziekbed van prins Friso legde Wijnberg zijn lezers uit waarom next daar even niet aan meedeed: er was eenvoudig niets nieuws te melden over zijn gezondheid. Hij nam daarmee stelling tegen alle media, maar de redactie van de ‘classic’ vatte het, begrijpelijk genoeg, heel wat persoonlijker op. Wijnbergs draagvlak begon af te brokkelen. Zijn grootste supporter en voorganger Hans Nijenhuis trad een jaar geleden af als directeur en werd adjunct-hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Op aandrang van Peter Visser, die sneller resultaten wil zien bij NRC Media. Sinds mei hebben de kranten een nieuwe uitgever: Jan van der Marel, afkomstig van pcm en de Persgroep.

Van der Marel begon een discussie over de kosten en baten van nrc.next (zie het tweede kader). In het voorjaar kwamen directie en beide hoofdredacties bijeen in het zomerhuis van Derk Sauer in Domburg. De boodschap was dat nrc.next verder zou kunnen groeien door weer meer een nieuwskrant te worden. Wijnberg en Van Barschot beloofden mee te werken aan de verbetering van de exploitatie van next. Zo wilde de directie snel inspelen op de verdwijning van de papieren Intermediair door next uit te breiden met een eigen vacaturekatern, zoals ook NRC Handelsblad heeft. Wijnberg vond dat prima, maar hij stelde wel eisen. Een extra redacteur, om de kwaliteit van de verhalen bij de advertenties te waarborgen. En een andere naam dan Carrière. Al met al duurde het drie maanden voordat de eerste nrc.next met het vacature­katern verscheen. Te lang, vond de directie, die ook viel over de toon van het ten geleide waarmee Wijnberg het bij de lezers introduceerde. Hij benadrukte dat het katern primair was bedoeld om meer advertenties te werven.

De bijeenkomst in Domburg, door Wijnberg en Van Barschot ervaren als een open gesprek, bleek een laatste waarschuwing te zijn geweest. Vandermeersch’ besluit om next weer naar zich toe te halen – Wijnberg is voorlopig vervangen door Marcella Breedeveld, al jaren adjunct-hoofdredacteur van de ‘classic’ – overviel de filosoof totaal. De lezers ook. Wijnbergs ontslag leidde tot een storm aan boze reacties. Twee weken later was Wijnberg een van de gasten op het Literaturfest, een periodieke happening die is bedacht door Ernst-Jan Pfauth. De Rode Hoed in Amsterdam zat bomvol. De elfjarige Loïs, dochter van internetondernemer Boris Veldhuijzen van Zanten, hield een zelfgeschreven pleidooi voor Wijnberg, begeleid door vioolklanken. De avond ging over literatuur, maar ontaardde in een manifestatie vóór Rob Wijnberg en nrc.next, en tegen Peter Vandermeersch en NRC Handelsblad.

Of de niet-krantenlezers trouw blijven aan next zal de komende jaren moeten blijken. In ieder geval heeft NRC Media een deel van zijn goodwill verspeeld bij de nieuwe mediageneratie. En in het laboratorium is het medicijn nog steeds niet gevonden.

Joost Ramaer publiceerde in 2009 De Geldpers, de teloorgang van het mediaconcern PCM

De krimpende krantenmarkt

Als de journalistiek de koningin der aarde is, dan was de krant een eeuw lang haar koning. Goed gemaakte kranten bleven heel lang geldmachines, die in redacties konden investeren. Zij hielden lang stand in een versplinterend medialandschap. Eerst kwam de televisie, zo’n zestig jaar geleden, en in 1967 volgde de televisiereclame. Toch bleven de grote landelijke kranten nog dertig jaar hard groeien. Pas rond 1990 kregen zij het benauwder, door de commerciële omroepen. Luttele jaren later kwam het internet opzetten. Sindsdien zien zelfs de beste en grootste kranten zowel hun betaalde oplage als advertentie-inkomsten teruglopen – tien jaar lang nu al, jaar in, jaar uit.

De Telegraaf, het grootste dagblad van Nederland, verloor in die periode 230.000 van zijn 800.000 betalende lezers, een teruggang met 28,7 procent. De oplagen van de Volkskrant (min 27,6 procent) en NRC Handelsblad (min 27,3 procent) kalfden bijna net zo hard af. Volgens onderzoeksbureau Nielsen gaven Nederlandse adverteerders in 2008 voor het eerst meer uit aan tv-reclame dan aan dagbladadvertenties. Van de totale mediabestedingen in dat jaar – 6,1 miljard euro – ging negenhonderd miljoen naar de kranten. Drie jaar later was daar nog maar de helft van over. De kranten halen wel steeds meer inkomsten uit het web, maar die kunnen de erosie van ‘papier’ op geen stukken na compenseren. De online-markt was in 2011 goed voor twee miljard euro, bijna de helft van alle mediabestedingen. Van dat enorme bedrag ging slechts 104 miljoen euro oftewel 5 procent naar de drie grootste dagbladuitgevers: TMG (70 miljoen), Wegener (24 miljoen) en Persgroep Nederland (tien miljoen).

Wijnberg vs Vandermeersch: 2-1

Nieuwe hoofdredacteuren sleutelen altijd aan vorm en inhoud van hun krant. Het is de meest toegepaste methode om weer lezers en adverteerders te winnen. Het is tevens de minst effectieve, toonden ‘krantenprofessor’ Piet Bakker en Matthijs van Duijvenbode vijf jaar geleden aan in een artikel voor een internationaal vakblad. Toch kozen ook Peter Vandermeersch en Rob Wijnberg wederom deze route.

Wijnberg is mede ontslagen vanwege de hoge ‘omzetsnelheid’ van de next-abonnees. _n _ext wint veel gemakkelijker nieuwe abonnees dan NRC Handelsblad, maar ze zeggen ook sneller weer op. Kennelijk vinden ze next toch geen goed alternatief voor een ‘echte’ ochtendkrant zoals de Volkskrant, concludeerde de directie van NRC Media. Nieuwe abonnees op NRC Handelsblad vinden die krant juist beter dan ze dachten: ze verlengen veel vaker. n_ ext_ moet hogere wervingskosten maken om de oplage op peil te houden. Bovendien staan er nauwelijks advertenties in de krant.

Hebben de directeuren van NRC Media gelijk? Volgens cijfers van Derk Sauer hebben beide kranten het afgelopen jaar hun aandeel op de advertentiemarkt weten te verhogen – een knappe prestatie. next heeft inderdaad een veel kleiner marktaandeel (1,8 procent) dan NRC Handelsblad (11,9 procent). Maar het groeide wel veel harder: met 44 tegen 4 procent. In totale betaalde oplage legde Wijnberg het af tegen Vandermeersch: volgens de HOI-cijfers plus 1,3 tegen plus 2,9 procent sinds eind 2010, het jaar waarin zij beiden aantraden. Maar het ‘hardste’ deel daaruit, de jaarabonnementen tegen standaardtarief, groeide bij NRC nauwelijks en bij next met 6,5 procent.