Anonymous als literaire stoofpot

Who the hell was Shakespeare?

William Shakespeare was een beschonken bedrieger met een spraakgebrek die zijn eigen naam niet eens kon schrijven. Toont althans Roland Emmerich in zijn film Anonymous.

DE BELANGRIJKSTE Hoekse & Kabeljauwse twist uit de Engelse literatuur is die over het schrijverschap van William Shakespeare, de Grootste Zoon van Albions letteren, architect van het Engelse taalhuis, auteur van enkele van de mooiste sonnetten ooit geschreven, in zijn eentje uitvinder van de moderne tragedie. En: erflater van een berg literair-historische raadsels. Waarom hebben we geen jeugdwerk van hem? Of brieven? Of dagboeken? Waar is het portret dat een beetje lijkt? Waar is zijn bibliotheek gebleven? Waarom is er van geen enkel toneelstuk of sonnet ooit een manuscript opgedoken? Waarom bestaan er vier totaal verschillende handtekeningen van de dichter? Hoe komt het dat er nauwelijks documenten bestaan over het verband tussen de burger William Shakespeare uit Stratford en de gedoodverfde auteur van die stapel beroemde toneelteksten die tussen 1590 en 1630 kassuccessen waren in Londen?
De Britse toneelspeler Derek Jacobi opent de film Anonymous met deze vragen. Ze zullen de bioscoopganger vervolgens 140 minuten lang in de ban houden van het mysterie dat de Zwaan van Avon heet. Beter gezegd: van het mysterie dat er van Shakespeare is gemaakt. Hóe dat mistgordijn is opgetrokken valt vrij eenvoudig te traceren. In het begin is Shakespeare goed gedocumenteerd: twee bevriende toneelspelers stelden na zijn dood in 1616 in overleg met de weduwe, Ann Hathaway, het volledige werk samen, de beroemde First Folio uit 1623. In de jaren daarna is Shakespeare zo'n beetje verdampt. Onder meer omdat een kwart eeuw na zijn dood het toneel in Engeland gedurende een half mensenleven op last van puriteinse politici verboden is geweest. Daarna gingen in The Great Fire of London (1666) en in andere bonfires waarin literaire nalatenschappen werden opgestookt, veel documenten uit de ‘eerste lijn’ verloren. Vervolgens werd de man zalig verklaard, gecanoniseerd en op grote schaal vervalst.
Vanaf ongeveer het midden van de negentiende eeuw begonnen literatuurvorsers lastige en kritische vragen te stellen die toen relevant waren en dat nog altijd zijn. Vergelijk hem eens met zijn Nederlandse tijdgenoot Joost van den Vondel. We weten dat die, net als Shakespeare overigens, deel had aan godsdienstige en daaraan gekoppelde politieke calamiteiten. Vondel was als liberale calvinist bijvoorbeeld een medestander van de politicus Johan van Oldenbarnevelt in zijn conflict met de steile Oranjeprins Maurits. Naar aanleiding van de onthoofding (in 1619) van Oldenbarnevelt schreef Vondel, die, net als Shakespeare, prudent was maar bepaald niet bang uitgevallen, zijn stuk Palamedes oft Vermoorde onnozelheid (1625), dat prompt verboden werd, waarna Vondel korte tijd moest onderduiken. Van dat soort zaken rond Vondel valt als het ware een biografisch spoor te traceren met zijn werk binnen handbereik. Van Shakespeare hebben we enerzijds nogal schamele snippers biografisch materiaal (vol gaten en witte vlekken) en anderzijds heel veel werken die zijn naam dragen, maar de verbanden tussen die twee zijn vaak lastig te leggen of doodgewoon zoekgeraakt.

DE FILM Anonymous van Roland Emmerich, maker van onder meer de kaskrakende B-films Independence Day (1996) en The Day After Tomorrow (2004), opent met een achtervolging dwars door de uitgaanswijk van het vroeg-zeventiende-eeuwse Londen, eindigend in waar het allemaal om begonnen is: een van de vele openluchttheaters, plek voor het meest populaire amusement in die dagen, niet elitair, want voor jan en alleman toegankelijk en betaalbaar, zoals de bioscoop van nu. Iedereen kwam er weliswaar kijken, maar het Engelse toneel tussen Renaissance en Barok was primair volksvermaak, waar adel en bestuurders zich als producenten verre van dienden te houden.
In sprongen heen en weer door de tijd volgen we in Anonymous de levensweg van een edelman, Edward de Vere, graaf van Oxford, die juist dol is op toneel, er al op jeugdige leeftijd voor schrijft en er als kind zelfs in meespeelt, wat zijn eerste ontmoeting oplevert met de jonge koningin Elisabeth de Eerste - niks Virgin Queen, zo promiscue als een wufte deerne - met wie De Vere een verhouding begint. De majesteit raakt zwanger en Edward wordt chantabel: hun kind groeit buiten beeld op en zal later opduiken als een favoriet van de ouder wordende koningin. Edward de Vere wordt gedwongen te trouwen met een jongedame uit de keurige familie van Elisabeths voornaamste raadsheer, de eeuwig complotterende William Cecil en zijn zoon, de gefrustreerde bochelaar Robert, beiden puritein en raspoliticus. Edward de Vere moet binnen dit milieu stoppen met toneelschrijven. Dat keurige huwelijk lukt tegen heug en meug. Het stoppen met schrijven absoluut niet: De Vere blijft in het geniep als een bezetene doorwerken aan een toneeloeuvre. Hij wil een nieuw stuk, het meeslepende drama King Henry V, over een middeleeuwse oorlog van Brittannië met Frankrijk, uitbrengen onder de naam van de jonge auteur Ben Johnson, een stille bewonderaar van de dichtende graaf.
En dan gaat er iets heel erg mis. Tijdens het ovationele slotapplaus claimt de stotterende en drankzuchtige vierde-plan-acteur William Shakespeare opeens de schrijver van Henry V te zijn en hij wordt onmiddellijk door het publiek als zodanig erkend. De sluwe Shakespeare zoekt uit wie de werkelijke auteur van het meesterwerk is en begint vervolgens De Vere af te persen: hij wil veel geld voor de bouw van een eigen theater, nog meer geld voor het kopen van een adellijke titel, en hij wil nieuwe stukken, veel nieuwe stukken. Hij krijgt het allemaal, zijn theater, de titel, tot en met het stuk der stukken Hamlet. En Shakespeare laat het zich welgevallen. Tot hij verzeild raakt in een politiek complot tegen Elisabeth I.
De samenstellers van de meeste Shakespeare-anthologieën doen de controverses over het auteurschap van William Shakespeare met een stiff upperlip af als 'a matter of class’, en zo gaat het ook in deze film van Emmerich en zijn scenarioschrijver John Orloff. Shakespeare was in de ogen van zijn geleerde schrijversvrienden een 'hansworst uit Warwickshire’, hij had immers geen universitaire studie doorlopen, alleen de Latin School in Stratford. Het was derhalve ondenkbaar dat deze amateur van het Engelse platteland, die bovendien nooit één stap buiten Engeland had gezet, dit erudiete toneelwerk en deze geniale dichtkunst had kunnen concipiëren.
Meteen bij het verschijnen van Shakespeare’s eerste stukken circuleerde in Londen een pamflet waarin hem dat voor de voeten werd geworpen. Robert Greene, een derderangs broodschrijver, noemt Shakespeare daarin 'an upstart crow’ (omhooggevallen kraai) die ijdel genoeg is om te denken dat hij in blanke verzen kan uitbarsten, terwijl hij eigenlijk 'a Johannes factotum’ is, een manusje-van-alles dus, die in zijn eentje 'the only Shake-scene in the country’ uitmaakt. Ben je net anderhalf jaar in Londen, the place to be van het amusement, ben je 28 lentes jong, worden er een paar toneelstukken van je gespeeld - krijg je dit vuig gescheld over je heen! Shakespeare moet toen hebben gedacht: ik zal jullie laten zien waar een boerenpummel uit Midden-Engeland toe in staat is. Bewijzen daarvoor, in de vorm van brieven of dagboeken, hebben we inderdaad niet. Waar zou hij de tijd vandaan moeten hebben gehaald om daaraan te beginnen, naast dat imposante track record van een kleine veertig toneelstukken, ruim 150 sonnetten en een handvol epische gedichten?
Van pamfletteur Robert Greene is weinig meer vernomen: hij stierf in het jaar van zijn scheldkanonnade aan een overdosis sekt en zoute haring. En Shakespeare’s geniale collega, concurrent én leeftijdgenoot Christopher Marlowe was zo dom om als dubbelspion in dienst te treden van Elisabeths geheime dienst én die van haar aartsvijand Philips II van Spanje. Hij werd nog voor zijn dertigste vermoord. Shakespeare had het rijk alleen.

MAAR DAT verhaal wordt niet verteld in het epos Anonymous, dat met veel bravoure 'de waarheid en de feiten’ belooft. Shakespeare is hier de toevallige passant en een ongeletterde boerenlul (onbewezen) met achtereenvolgens een spraakgebrek, een alcoholprobleem, een opgelierd libido en een praktisch inzicht in geldzaken (waarschijnlijk allemaal waar). Er is in het qua verhaallijnen nogal drukke, wat heet overbevolkte scenario een pittig gemarineerd stoofpotje gekookt van ongeveer alle literair-historische theorieën die in de voorbije anderhalve eeuw bij elkaar zijn geduimzuigd, gefabuleerd en gefiguurzaagd door de zogeheten clan der 'oxfordians’, de wetenschappers die beweren dat de stukken van William Shakespeare door Edward de Vere zijn geschreven. Hun complete vermakelijke trukendoos wordt opengetrokken: het verschijnen van A Midsummer Night’s Dream wordt in de film gesitueerd 35 jaar voordat het stuk voor het eerst werd gespeeld; Richard III krijgt een wereldpremière zeven jaar nadat het Londense publiek dit kassucces voor het eerst in het hart sloot. Shakespeare’s collega Marlowe loopt in de film nog vrolijk rond op het moment dat hij al vijf jaar dood is. Het raadsel dat Edward de Vere al in 1604 stierf, toen minstens tien aan Shakespeare toegeschreven meesterwerken (Othello, Macbeth, King Lear, The Tempest) allemaal nog moesten verschijnen, wordt 'opgelost’ door de meesterzet dat die stukken in 1604 weliswaar allemaal al klaar waren, maar pas na de dood van auteur De Vere mondjesmaat aan de openbaarheid werden prijsgegeven, onder de naam van de nep-auteur Shakespeare.
De spindoctor van Elisabeth I, William Cecil, wordt hier gepresenteerd als de man die de Schotse troonpretendent James I met diens medeweten als wettig opvolger van de oude koningin van Engeland naar voren schuift, terwijl deze James in de politieke werkelijkheid van die dagen het bloed van William Cecil wel kon drinken, omdat deze persoonlijk het bevel had doorgedrukt om Maria Stuart, koningin der Schotten, te laten onthoofden. James was de zoon van Maria Stuart.
Als je het warrige verhaal en de historische falsificaties voor lief neemt, valt er aardig wat te genieten en ook veel te lachen in Anonymous. In de filmstudio’s van Babelsberg bij Berlijn is het zestiende-eeuwse Londen voor zo'n twintig miljoen dollar prachtig nagebouwd. Er wordt fraai geacteerd, met name door Vanessa Redgrave als de oudere koningin, Rhys Ifans als Edward de Vere en Edward Hogg als de gehate bultenaar Robert Cecil.
Toen aan de Duitse Shakespeare-vertaler Frank Günther werd gevraagd wat hij van de film vond, was zijn antwoord (in de Süddeutsche Zeitung): 'Als je liegt, vertel dan tenminste spannende leugens. Ik hang al jarenlang de volgende theorie aan. Koningin Elisabeth is de auteur van de stukken van William Shakespeare. Alleen, zij heeft nooit bestaan. Zij is in 1558 als kroonprinses vermoord door Mary Tudor, “Bloody Mary”. Die heeft een marionettenkoningin op de Engelse troon gezet, een jonge toneelspeler, een travestiet. Dat arme, seksueel zwaar gefrustreerde maar zeer getalenteerde joch is op den duur toneel gaan schrijven, allemaal escapistische stukken met als meisjes verklede jongens die in het Ardenner Woud als jongens verklede meisjes spelen, en over exuberante prinsen en vorsten aan Deense en Weense hoven. Die nep-koningin is nooit getrouwd, dat ging niet, want “ze” was een jongen en “ze” werd een kerel. Maar deze tragische travestiet zat wel mooi steeds bij de wereldpremières van de stukken die hij zelf verzonnen had. William Shakespeare was Elisabeth want Elisabeth was een getalenteerde drag queen uit het Londense schmiere-theater!’
De nieuwste bloemlezing van Shakespeare-studies heet ondertussen ShakesQueer: A queer companion to the Complete Works of Shakespeare (London & Durham 2011). Wij houden u op de hoogte.

Anonymous draait nog in de bioscoop