Perquin

Wie

De eerste keer dat ik hem hoorde was in Durban, Zuid-Afrika. Om drie uur ’s nachts morrelde hij aan mijn hotelkamerdeur. Ik schoot overeind en riep: ‘Who is there?’ Ik herhaalde mijn vraag zo intimiderend mogelijk. 'Who!’ riep ik uit. 'Is there?!’ Ik greep naar de telefoon op mijn nachtkastje en toetste het nummer van 'Security’ in. De man die opnam moest drie maal mijn kamernummer vragen omdat ik fluisterde. Hij verzekerde me dat hij onmiddellijk zou komen kijken. Ik hing op, gespitst op het schuifelen van voeten, het gekraak van de deur. Maar wat ik hoorde produceerde ik zelf: geroffel in mijn borstkas, gierende ademhaling. Voor mijn ogen begon de hotelkamer te pulseren, de lakens zweetten, het meubilair trilde van angst. 'He is gone’, meldde Security mij even later telefonisch. 'I checked the whole floor.’ Dat wist ik, want ik had hem rond horen lopen. Ik had het licht van zijn zaklamp onder mijn deur door zien strijken. 'You are safe now’, zei de man stellig. Beschaamd stamelde ik dank en excuses.
Het moest het slaapgebrek zijn, de gesprekken over poëzie en politiek, de uitgebreide maaltijden. Het moesten de vreselijke verhalen zijn die je overal in Zuid-Afrika gratis te horen krijgt. Het zou niet meer gebeuren. Maar een week later, terug in Nederland, hoorde ik hem opnieuw. Eerst in de gang, toen op het dak. In de maanden die volgden keerde hij geregeld terug. Steeds vaker begon ik te verlangen naar een inpandige Security-man, die met zijn zaklamp door mijn huis zou lopen. Of door mijn hoofd. Het was mogelijk dat hij zich dáár ophield, tussen de andere hersenschimmen. Ook in dat geval zou het vanzelf overgaan, dacht ik. We moesten elkaar leren kennen. Ik zou zijn bedoeling begrijpen, hij mijn angst. Er zou ruimte komen voor relativerende grappen, een biertje af en toe. Maar het ging niet over. Hij toont zich niet bereid tot een gesprek. Wanneer ik ’s nachts alleen ben hoor ik hem. Sluipend. Krakend. Tikkend. Mijn lichaam slaat aan als een verwarde waakhond, blaffend naar niets. 'Wie is daar?’ roep ik. Niemand geeft antwoord.