Wie bekend is, kan niet anoniem zijn

In principe bestaat de identificatieplicht op het werk nog wel, maar na diverse rechterlijke uitspraken is hij zo uitgehold dat hij eigenlijk geen praktische betekenis meer heeft.

Een werkgever die nu nog het anoniementarief van zestig procent toepast bij werknemers die weigeren aan de identificatieplicht te voldoen, is een akelige dienstklopper of wil z'n werknemer pesten.
Maart van dit jaar heeft de belastingkamer van het gerechtshof in Den Haag Jos Derks in het gelijk gesteld, die weliswaar zijn paspoort aan zijn werkgever had laten zien, maar hem geen kopie had laten maken. Er is geen verplichting in de wet opgenomen die de werknemer daartoe dwingt, concludeerde de rechter.
Op 13 september echter verloor ‘geheelweigeraar’ Anjo van Wely zijn zaak bij het gerechtshof te Leeuwarden. Van Wely had een beroep gedaan op het Europese Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden. Maar het gerechtshof wees dat af: de identificatieplicht was nodig 'voor een doelmatige controle ter bestrijding van financiële en sociale-zekerheidsfraude’; de inbreuk op de privacy die de wet doet, kan daarom 'als noodzakelijk worden aangemerkt in een democratische samenleving’.
Op 26 september deed de belastingkamer bij het gerechtshof Amsterdam in de zaak van identificatieplicht-weigeraar Penny Henshaw een geheel andere uitspraak. Het gerechtshof meent dat er in haar geval wel sprake is van inbreuk op haar privé-leven, dit omdat er 'uit anderen hoofde omtrent de identiteit van de werknemer geen twijfel bestaat’. Daarom acht het Hof de toepassing van het anoniementarief in strijd met artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het Academisch Ziekenhuis van de VU is derhalve fout als het op Penny Henshaw het anoniementarief toepast en dat moet voor iedereen gelden die al bij zijn werkgever bekend is, en wie is dat eigenlijk niet?
Deze uitspraak is niet alleen een felicitatie waard voor Penny Henshaw, haar advocate Nana Bax en het Autonoom Centrum dat hun van het begin af aan heeft gesteund. Het is een overwinning voor al die mensen die koppig zijn blijven weigeren aan de identificatieplicht te voldoen, ook als ze daardoor een jaar lang op een houtje hebben moeten bijten (Penny Henshaw bijvoorbeeld heeft haar telefoonabonnement moeten opzeggen omdat zij van wat zij aan salaris overhield niet kon leven).
De tegenstrijdige gerechtelijke uitspraken geven wel aan hoe ondoordacht en krakkemikkig de hele Wet op de Identificatieplicht in elkaar zit. Het valt te hopen dat de Tweede Kamer daar nog eens goed over zal nadenken als zij straks moet beslissen over de Koppelingswet, waar ook met allerlei voorbehouden en uitzonderingen een humaan uiterlijk aan wordt gegeven, terwijl het toch om een wet blijft gaan die illegaal in Nederland verblijvende mensen uitsluit, opjaagt, marginaliseert en het leven onmogelijk maakt.