Wie beoordeelt Fitch?

TOEN ANGELA Merkel en Nicolas Sarkozy het afgelopen vrijdag eens trachtten te worden over nieuwe hulp aan Griekenland zat kredietbeoordelaar Fitch als derde partij aan tafel. Zonder de instemming van Fitch was elk steunpakket bij voorbaat waardeloos. Hoe is het mogelijk dat een falend accountantskantoor - want veel meer is Fitch niet - zo'n grote invloed kan uitoefenen?
De drie grote ratingbureaus (rb’s) Fitch, Standard & Poor’s en Moody’s hebben een oligopolie. Zij beoordelen namens ‘de markt’ de kredietwaardigheid van bedrijven, overheden en financiële instrumenten. En dat doen ze slecht. Het jongste IMF-rapport over mondiale financiële stabiliteit, daterend van september vorig jaar, waarschuwt dat de ratingbureaus financiële instabiliteit in de hand werken. Ze gaven het tomeloos frauderende energiebedrijf Enron de hoogste rating tot de dag in december 2001 waarop het failliet ging. Ze gaven willens en wetens hoge ratings aan waardeloze Amerikaanse hypotheekinstrumenten en droegen zo bij aan de subprime-crisis van 2007, die ze evenmin zagen aankomen. Lehman Brothers had een week voor zijn déconfiture nog een A+-rating. De Griekse staat had tot december 2009, toen zij zelf bekendmaakte dat de nationale boekhouding van geen kanten klopte, een A-rating.
Zoals de Europese Commissie al in juni vorig jaar stelde, zijn de rb’s niet meer dan opportunistische marktvolgers. Hun ratings zijn even toxisch als een Griekse staatsobligatie. Het is goed mogelijk dat deze prutsers momenteel opzettelijk tegen de euro speculeren omdat hun grootste klanten daar baat bij hebben. Fitch bijvoorbeeld is een volbloed dochter van houdstermaatschappij Fimalac S.A. van Marc de Lacharrière, een Parijse investeerder wiens Franse portfolio 1,6 miljard euro waard is. Marc wie? Volgens zijn vrienden, onder wie auteur Alain Minc, is De Lacharrière een aardige man en een kunstliefhebber. Het zal best, maar welke belangen dient hij? En wie heeft hem als scheidsrechter gekozen?
Het kwalijke is dat regeringen, banken en particuliere investeerders zichzelf hebben verplicht naar hen te luisteren. Pensioenfondsen en verzekeraars zijn zelfs wettelijk verplicht om schuldpapieren waarvan de rating tekortschiet van de hand te doen. Door dit mechanisme leidde de degradatie van Griekenland automatisch tot een lawine van faillissementen, verkopen en afwaarderingen. Het land verzonk in een schuldentrog die behalve zijn economische groei ook zijn democratie dreigt op te slokken. Zal het op den duur heel Europa zo vergaan? De EU heeft zich verstrikt in tal van vergelijkbare, zelfopgelegde mechanismen die alle macht leggen bij 'de markt’, bij de banken en bij de Lacharrières van deze wereld wier geloofwaardigheidsrating in het laatste decennium diep onder nul is gezakt. Het is hoog tijd dat we hen eens grondig afwaarderen, voordat alle Europese pleinen volstromen met wanhopigen en malcontenten die hun volksvertegenwoordigers willen lynchen.