Wie bespiedt, betaalt niet

Een klein relletje rond cameratoezicht op de werkvloer. Halverwege februari verschijnen 28 videocamera’s in en rond de productiehal van het Hoogeveense metaalbedrijf BCS. Het personeel protesteert tegen dit ‘gluren en bespieden’ en de vakbond probeert via de rechter af te dwingen dat de camera’s verdwijnen.

Medium 2012priv

Het getuigt van lef dat de werknemers van het metaalbedrijf de gang naar de rechter hebben gemaakt. Uitvoerig onderzoek naar privacy op de werkvloer liet in het voorjaar van 2012 zien dat personeel zich vaak niet durft te beklagen over deze controlemiddelen. Ze zijn bang om weggepest te worden of hun baan te verliezen. Ondertussen neemt het aantal camera’s toe. De masterclass onderzoeksjournalistiek van De Groene zette een enquête uit onder 1322 ondernemingsraden, waaruit bleek dat in meer dan zestig procent van de bedrijven die reageerden camera’s hangen.

In het geval van het metaalbedrijf zijn de videocamera’s ín het zicht geplaatst. Dit gebeurt bijna altijd onder het mom van veiligheid. ‘Het belang om de diefstallen terug te dringen door middel van extra bewaking - en daarmee ook de werknemers te beschermen - staat voorop’, zegt een typerende bedrijfsverklaring. Voordeel van die zichtbaarheid is dat personeel het controlemiddel tenminste kan zien en zo de kans heeft om te protesteren. Maar het komt ook voor - hoe vaak is niet na te gaan - dat camera’s buiten het zicht en medeweten van werknemers worden ingezet. Officieel mag dat alleen als er een expliciete verdenking van bijvoorbeeld diefstal is, en 'heimelijk’ onderzoek de enige manier is het probleem op te lossen.

Kan een bedrijf in zo'n geval niet beter naar de politie stappen? Het probleem is dat daar weinig geld en tijd beschikbaar is om bedrijfsfraude te onderzoeken. Dat verklaart ook de opkomst van particuliere recherchebureaus zoals Hoffmann Bedrijfsrecherche, dat bekend werd met de slogan Vertrouwen is goed, Hoffman is beter. Deze bureaus hebben de expertise en middelen om bedrijven te helpen bij fraudebestrijding. Als een particulier recherchebureau een camera plaatst en daarmee diefstal door een werknemer registreert, kan de werkgever die beelden gebruiken om de stelende werknemer te ontslaan - zonder tussenkomst van de politie.

Recente uitspraken van kantonrechters in Nederland geven heimelijk onderzoek naar eigen personeel een eigenaardige stimulans. De truc? Personeel dat schuldig wordt bevonden aan diefstal of fraude mag zelf voor de kosten van het particuliere onderzoek opdraaien. Dus wie zijn personeel laat bespieden met camera’s en fraude ontdekt, kan de frauderende personeelsleden laten betalen voor het ophangen van de camera’s.

Eind vorig jaar bijvoorbeeld veroordeelde de kantonrechter in Amsterdam zeven voormalige werknemers van een landelijk opererende elektro-speciaalzaak tot betaling van de onderzoekskosten. De rechter oordeelde dat het bedrijf deze kosten wel moest maken om de door de werknemers gepleegde verduistering aan het licht te brengen. De masterclass onderzoeksjournalistiek stuitte al op een arrest uit 2007 waar een stelende beveiligingsmedewerker van CSU Security Services wordt veroordeeld tot betaling van zo'n € 20.000,- aan onderzoekskosten. Andere zaken in Amsterdam en Delft laten dezelfde tendens zien: gesnapte werknemers betalen de factuur van het recherchebureau.

De opkomst van particuliere recherchebureaus en meer controle door camera’s op de werkvloer levert in ieder geval twee serieuze privacyproblemen op. Ten eerste is er te weinig controle op particuliere onderzoeksbureaus. Er zijn wel regels, uitgewerkt in de Privacygedragscode, maar naleving ervan door de bureaus wordt niet actief gecontroleerd. Ook niet door de rechter. Dat komt doordat in Nederland waarheidsvinding in ontslagzaken meestal zwaarder weegt dan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de werknemer. 'In de Verenigde Staten wordt onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal, het zogenaamde fruit of a poisonous tree, in een arbeidsrechtelijke procedure vaak buiten beschouwing gelaten’, zegt Gerrit-Jan Zwenne, privacyrechtadvocaat en hoogleraar recht en informatiemaatschappij aan de Universiteit Leiden, in het onderzoeksdossier. 'In Nederland wordt het bewijsmateriaal, ook als het onrechtmatig is verkregen, meestal toch meegenomen.’

Ten tweede is er dus nu de mogelijkheid om kosten voor een particulier onderzoek op de dader te verhalen. Deze twee ontwikkelingen leveren samen een financiële prikkel op die privacybescherming - op z'n zachtst gezegd - niet in de hand werkt. Particuliere rechercheurs, vaak ex-politie overigens, weten dat de rechter hen uiteindelijk amper toetst op de Privacygedragscode. Ze zullen er voor hun opdrachtgever alles aan doen om een dader en belastend bewijs te vinden. Want dan kunnen de kosten voor de commerciële opsporingsklus op de frauderende werknemer worden verhaald. Een curieuze win-win-situatie voor zowel het particuliere recherchebureau als de opdrachtgever, waarbij de privacy van de al dan niet frauderende werknemer sneuvelt.