Wie bombardeert er nu wie?

‘De Serviers, zeker weten’, zei Unprofor nog geen 24 uur na de bloedige mortieraanval van 28 augustus op Sarajevo. Een dag later vlogen de Navo-bommenwerpers uit. Maar was het wel echt een Servische granaat? Een aantal specialisten twijfelt, en het cruciale VN-rapport blijft geheim.
The Nation Company, LP. Vertaling: Margreet de Boer
TE MIDDEN VAN al het lawaai en de lichtflitsen van de Navo-luchtaanvallen op de Bosnische Serviers werd alras vergeten dat de bombardementen een reactie waren op een explosie op een kleine, afgesloten markt in het centrum van Sarajevo. Bij die aanval op 28 augustus kwamen 37 mensen om het leven. Nog geen 24 uur later wist een onderzoeksteam van Unprofor, onder leiding van luitenant-generaal Rupert Smith, te vertellen waar de mortiergranaat precies vandaan kwam. De onderzoekers noemden het ‘boven alle twijfel verheven’ dat hij was afgeschoten vanuit een Bosnisch-Servische stelling in de buitenwijk Lukavica, zo'n anderhalve tot drieeneenhalve kilometer ten zuidwesten van de markt. De dag daarop begonnen de Navo-aanvallen op Servische doelen.

Het cruciale VN-rapport is geheim. Vier specialisten - een Rus, een Canadees en twee Amerikanen - hebben de conclusie ervan echter ernstig in twijfel getrokken. Zij achten het zeer aannemelijk dat de mortiergranaten niet door Serviers maar door Bosnische regeringstroepen zijn afgeschoten.
Een zelfde beschuldiging werd geuit na de explosie op de nabijgelegen Markale- markt, waar op 5 februari 1994 68 inwoners van Sarajevo werden gedood. Officieel is nooit vastgesteld waar deze granaat vandaan kwam. Toch is ook deze beschieting door de Verenigde Naties onderzocht, en wel door elf artillerie- specialisten die in onafhankelijk van elkaar opererende teams hun licht opstaken op de plek des onheils. Hun onderzoek nam negen dagen in beslag en leverde een - eveneens geheim - verslag op van 46 pagina’s. Het rapport van generaal Smith berust op een onderzoek van drie uur op de plek van de ramp en beslaat niet meer dan een pagina. De vraag hoe de Verenigde Naties ditmaal de schuld van de Bosnische Serviers zo rap hebben kunnen vaststellen, is echter nauwelijks gesteld.
DE RUS DIE een andere mening is toegedaan, is kolonel Andrej Demoerenko, commandant van de kleine Russische VN-vredesmacht in Sarajevo. Op 29 augustus verklaarde deze artillerie-officier dat de kans dat je een straat van nog geen negen meter breed van anderhalve tot drieeneenhalve kilometer afstand raakt, ‘een op een miljoen’ is. Ook wees hij erop dat geen enkele VN-waarnemer het hoge, voor een mortieraanval typerende gefluit voor de explosie had gehoord. Volgens hem was de fatale granaat 'niet door een mortier maar door een of ander ander technisch wapen afgevuurd’.
Op 2 september verdedigde Demoerenko zijn standpunt op de televisie in Sarajevo. Aan de hand van kaarten en diagrammen wees hij op allerlei inconsistenties en tegenstrijdigheden in het VN-rapport. Hij achtte het 'misleidend’ en kon zich 'absoluut niet vinden in de argumenten dat de granaat vanuit de Servische stellingen is afgevuurd’. Een hogere VN-functionaris zou later tegenover Associated Press toegeven dat de commandant van Unprofor disciplinaire maatregelen tegen Demoerenko overwoog.
De Canadese specialist, een officier met een lange staat van dienst in Bosnie, stelde in een telefonisch interview dat het VN- rapport dat hij had ingezien hem 'zeer verdacht’ voorkwam. In het rapport werd vermeld dat de mortiergranaat die in de krater op de markt was gevonden 'een afwijkende ontsteking had’. In tegenstelling tot de vier andere granaten die diezelfde ochtend in Sarajevo waren ingeslagen, kon deze granaat volgens de Canadees helemaal niet door een mortier zijn afgeschoten. Hij voegde eraan toe dat ook andere Canadese officieren in Bosnie ervan overtuigd waren dat de Bosnische regeringstroepen zelf de mortiergranaten op de beide markten hadden gegooid, zowel op 5 februari 1994 als op 28 augustus 1995.
Een Amerikaanse regeringsfunctionaris die anoniem wil blijven, wees op twee andere ongeloofwaardigheden: 'Gezien de positie en de afstand van hun stellingen, konden de Serviers onmogelijk het straatniveau van de markt zien. Ze moeten dus in het blinde weg hebben geschoten.’ Bovendien zou een granaat die van zo'n grote afstand werd afgevuurd, een hoge baan beschreven hebben. 'Maar omdat het typische gefluit ontbrak kan de granaat nooit van grote hoogte neergekomen zijn.’ Bovendien: 'De krater was heel ondiep, terwijl een granaat die van grote hoogte komt een diep gat slaat.’ Het beschikbare bewijsmateriaal wijst volgens deze Amerikaan op twee mogelijkheden: 'Ofwel de granaat beschreef een zeer lage baan, hetgeen betekent dat hij werd afgevuurd vanaf een paar honderd meter afstand en dus vanaf een plek die door de moslims wordt gecontroleerd. Of het ging om een mortiergranaat verborgen in een bom die van een van de omliggende daken in de menigte werd gegooid.’
Een tweede Amerikaanse dissident, een legerofficier, stelt dat op z'n minst drie van de vijf mortiergranaten die op 28 augustus in Sarajevo insloegen, werden afgevuurd vanuit een en dezelfde stelling aan de Servische kant van de frontlinie. 'Maar de vierde granaat, die de mensen op de markt doodde, kwam ergens anders vandaan.’
HET VN-COMMANDO in Sarajevo heeft deze argumenten stuk voor stuk weerlegd. Maar vreemd genoeg erkende men het gelijk van de critici op drie fundamentele punten. Inderdaad, de fatale granaat had een zeer lage baan beschreven; de kans dat de Serviers de markt van zo'n afstand zouden raken, was een op de miljoen; en de granaat kon niet anders dan in den blinde afgeschoten zijn. Luitenant-kolonel Chris Vernon liet nochtans weten dat de Verenigde Naties aan de conclusies van het rapport vasthielden.
Waarom zou de Bosnische regering haar eigen burgers willen doden? Bekend is dat moslim-artillerie in de week voorafgaand aan de slachting op de markt de Servische stellingen rond Gorazde en Vogosca, iets ten noorden van Sarajevo gelegen, zwaar onder vuur nam. Zo werden de Serviers tot tegenacties geprovoceerd. In beide gevallen eisten de moslims op hoge toon represailles van de Navo-luchtmacht. Generaal Smith weigerde hierop in te gaan.
Op 27 augustus dreigde onderminister Richard Holbrooke echter dat de Serviers 'in de komende twee weken zeer nadelige gevolgen van hun aanvallen zullen ondervinden’. Een seconde later waarschuwde hij dat de 'Navo-luchtmacht actiever zal worden’. Het lijdt geen twijfel dat de luchtaanvallen al waren gepland voordat Holbrooke op de Balkan arriveerde om het vredesplan van Clinton kracht bij te zetten. Er moest alleen nog een excuus worden gevonden. Opmerkelijk genoeg repte de woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Nick Burns, al over Servische verantwoordelijkheid en luchtaanvallen voordat het VN-rapport in New York was aangekomen. Precies 39 uur na de explosie op de markt bestookten de eerste Amerikaanse bommenwerpers Servische doelen.
Op een vraag over de rol van de aanslag op de markt, antwoordde een hogere VN- medewerker met vier jaar ervaring in Joegoslavie: 'Die was niet zo relevant. Waar het om gaat is dat de Serviers Sarajevo nu al drie jaar en vier maanden onder vuur houden. Dat is de reden voor de luchtaanvallen.’
TOEN DE bombardementen eenmaal van start waren gegaan, stelde de commandant van de Bosnische troepen in Sarajevo, generaal Rasim Delic, de doelwitten vast. Dagelijks belde hij zijn verlanglijstje door naar de Amerikaanse admiraal W. A. Owens, de vice-voorzitter van de chefs van staven. Vanuit het Pentagon werden de wensen vervolgens doorgeleid naar het Navo- hoofdkwartier in Napels. Zoals een Amerikaanse officier opmerkte: 'We zijn de luchtmacht van de moslims geworden.’