Wie de regels niet kent

Miguel de Palol, De tuin der zeven schemeringen. Uit het Catalaans vertaald door Elly de Vries-Bovée. Uitg. Menken Kasander & Wigman, 1084 blz., 375,-
Niet bekend

Ik werd nieuwsgierig; misschien had ik iets belangrijks gemist, dan kon ik dat met een bespreking alsnog goedmaken, want het boek bleek al bijna een jaar geleden verschenen te zijn.
De vergelijking op het omslag met andere raamvertellingen als De verhalen van duizend-en-één nacht, Decamerone en Manuscript gevonden te Zaragoza van Jan Potocki belooft veel. Als je op de vraag waarom je aan zo'n boek van een onbekende debutant begint, alleen kunt antwoorden: uit nieuwsgierigheid, is er op de volgende vraag - hoe je zo'n boek moet lezen - ook maar één antwoord mogelijk: laat het maar komen, afwachten wat er gebeurt. Zeker bij een zo omvangrijk boek als dit vind ik dat je een oordeel - dus ook het besluit om op te houden met lezen - moet opschorten tot zo'n pagina of honderd. Als je het boek dan weglegt, doe je dat met recht van spreken, mits je er maar niet over schrijft.
IN DIT GEVAL werd die bereidheid al meteen op de proef gesteld. De roman begint met een vooraf ‘Aan de niet gespecialiseerde lezer’, leuk of serieus bedoeld, in beide gevallen moet je het ergste vrezen. De schrijver, die dit voorwoord tot deze lezer richt vanuit een verre toekomst - het moet gezien de titels in de daaropvolgende 'Basisbibliografie’, waarvan de laatste van 2997 dateert, eind volgend millennium zijn - ondertekent met MIQUEL DE PALOL I MOHOLY-MCCULLYDILLY Bibliothecaris verbonden aan Instituut Nahmànides New Jerusalem (E.U.). Palol is dus de schrijver niet, maar een schriftgeleerde die ons weet te vertellen van wanneer diverse versies dateren èn wanneer de vertelling heeft plaatsgevonden - ergens tussen 2018 en 2030, aangezien de nucleaire oorlog die op de achtergrond speelt in 2025 plaatsvond. Het zou de eerste oorlog zijn van het Contemporaine Tijdperk, 'ook wel bekend als de Vier Oorlogen ter Vermaak’, zo meldt Palol doodleuk al in de eerste de beste zin. Een 'Oorlog ter Vermaak’ was een spel met aanvaarde regels.
In het begin van de roman wordt een jongeman door zijn moeder aan een vrijgeleide geholpen om uit Barcelona weg te komen wanneer de stad na het eerste atoomalarm in een chaos is veranderd. In een luxueus landhuis in de bergen maakt hij kennis met een gezelschap van beschaafde lieden, ouderen, van wie enkelen voortdurend bezig zijn in een computercentrum, 'mannen die de touwtjes van de geschiedenis in handen hebben’, en jongeren, onder wie enkele ravissante jonge vrouwen: de een 'de koningin van het genot en de schoonheid’, 'de ander had zelfs macht over de tijd’.
In dit lustoord is de oorlog ogenschijnlijk ver weg. De gasten, van wie de meesten elkaar goed schijnen te kennen, houden zich onledig met frivole gesprekken en het vertellen van lange verhalen. Voor het merendeel reiken deze terug tot in onze tijd en verder, zodat de roman zich ondanks het SF-begin hoofdzakelijk in de twintigste eeuw afspeelt. 'In die tijd werden de grote politieke veldslagen uitgevochten in de zakenwereld’, vertelt de eerste spreker, voorheen waren 'de confrontaties vermomd geweest als nationale, religieuze of ideologische fenomenen.’ En in die tijd, toen de ouderen van dit gezelschap jong waren, kon een bank dan ook het centrum van macht - ook al betreft het een Spaanse bank - inzet van een internationale strijd om de macht worden. Nog groter is de macht van het Interdepartementale Instituut in de Verenigde Staten, dat alles coördineert, van CIA tot financiële instellingen als de Wereldbank. De roman heeft wereldwijde, historische èn toekomstschilderende, politieke èn filosofische, criminologische èn dieptepsychologische èn niet te vergeten literaire pretenties, de lezer zal het weten.
IK BEN NU bij het einde van het eerste deel, op pagina 277, halverwege de vertellingen van de derde dag. Zeven dagen zal het verblijf van de hoofdpersoon hier duren. Achterin het boek vindt men een keurig schema, waarin te zien is welke verhalen wanneer en door wie worden verteld; het boek bevat ook enkele plattegronden en niet nader uitgelegde diagrammen. Als het de lezer na het eerste deel al niet duizelt van de namen en betrekkingen tussen alle mogelijke figuren, dan zorgt het tweede deel wel voor een kwadratering van ingewikkeldheid. Wanneer daar een spionageschip opduikt met een computer die tijdens een genetisch experiment dat tot de ontwikkeling van een supermens moet leiden, het heft in eigen hand neemt, vervolgens een juweel de inzet van de hele wereldgeschiedenis blijkt, en het centrale brein van dat alles een met de letter Omega aangeduide grote onbekende is, waan je je in een wat ruim bemeten jongensboek, en wat voor een: 'Er staan werkelijk enorme belangen op het spel. Een groot deel van de politieke en economische bewegingen van de laatste jaren werd door het juweel veroorzaakt. Zelfs de huidige oorlog vindt zijn diepste oorsprong in het juweel.’
Het derde en laatste deel heet dan ook 'Het hervonden juweel’. Ik ben met dit citaat op pagina 604, twee pagina’s verder hoor ik dat de 'administratieve functies’ al langere tijd in handen van de technocraten zijn, die hun handen vrij hebben doordat de representatieve taken, die van de presidenten, paus, kroonprinsen, door acteurs worden waargenomen. Is het dan satire? Heb ik niet door dat het om één grote parodie gaat, misschien wel op Eco’s roman over geheime genootschappen? Nog enkele bladzijden verder, ik probeer te volgen wat de gastheer van het gezelschap te berde brengt over 'de werkelijke oorzaak van deze oorlog’, en dat in een koeterwaals dat in het verleden zelfs een marxistisch ongeschoolde eerstejaarssocioloog niet uit zijn pen zou hebben gekregen, en het boek heeft mij ervan overtuigd dat dat dit alles pure humbug is, als zovele boeken tegenwoordig alleen maar zo omvangrijk omdat de tekstverwerker niet van schrijven en niet van ophouden weet. Zelfs de vertaalster wekt herhaaldelijk de indruk niet te begrijpen wat ze moest vertalen, zodat ook zij haar apparaat maar de vrije loop liet.
IN HET DERDE deel blijkt uiteindelijk de hoofdpersoon, die zich tot dusver in dezelfde twijfelachtige positie als de lezer bevond, degene om wie alle verhalen draaiden. Hij is het sluitstuk in de geschiedenis van het juweel dat in 1936 door een ingenieur met een genetische code beveiligd werd en in de vierde generatie z'n bestemming vindt, nu dus, 2025. Ook hij wist niet waar hij het zoeken moest toen op pagina 512 - het is de vierde dag, het zevende verhaal in een verhaal in een verhaal enzovoort is zojuist afgehandeld - de verteller van dienst onthulde dat onder alle namen die tot dusver figureerden andere personen schuilgingen, van wie sommigen zelfs ter plaatse aanwezig. 'Als iedereen liegt en iedereen weet dat de rest ook liegt, dan vormt het spel een gesloten circuit, en wie de regels van het spel niet kent valt erbuiten’, constateert onze toehoorder op de zesde dag.
Maar de fout zat bij de luisteraar, hij had niet begrepen dat 'de meest getrouwe benadering van de feiten (als je niet van waarheid wilt spreken) het paradoxale resultaat is van de confrontatie tussen de verschillen in de versies en de conditie of de houding van degenen die deze ondersteunen.’ Zo, dat kan de wat balsturig geworden lezer in z'n zak steken. Maar die wist ook niet wat dit voor gezelschap was; die dacht nog met een moderne of toekomstige Decamerone van doen te hebben, helemaal mis: de hier aanwezigen vormen met z'n allen 'de controlecommissie van het juweel’. Sterker nog, 'de oorlog vindt in dit vertrek plaats’, daarover beslist het juweel zoals het uiteindelijk beslissend zal zijn voor de hele planeet en omstreken.
Je kunt na dit alles nog proberen, al was het maar om niet alle moeite voor niets te laten zijn, het kaf van het koren te scheiden. Zijn er dan niet op z'n minst 'n paar aardige verhalen? Jawel, maar die dienen uiteindelijk toch ook weer een hogere zo men wil diepere bedoeling. Dat is het irritante, er wordt nooit zomaar een verhaal verteld voor de aardigheid, alles betekent altijd iets anders. Bovendien, wie er ook aan het woord is, in heden of verleden, het is altijd dezelfde stem. En hoe gewelddadig, pornografisch en absurd ook, alle verhalen zijn even eentonig en omslachtig, en dat is domweg een kwestie van taal en stijl. Het boek is erbarmelijk geschreven, zonder een spoor van ironie of wat voor relativering ook, en over de bedenkelijke moraal kun je maar beter zwijgen: de wereld wacht op een 'absolute morele zuiverheid’ (met 'absolute’ is hopelijk 'absoluut’ bedoeld).
Mogelijk ben ik niet bevoegd tot oordelen, in mijn exemplaar ontbreken namelijk de pagina’s 820-853 en laat daar nu uitgerekend het verhaal beginnen over 'De macht van het juweel’. Wie weet wat ik gemist heb? Maar als ik de rest goed begrepen heb kan het juweel alles zijn, vult u zelf maar in; dit boek is namelijk ook nog een parabel.