Wie doet het echte werk?

HET WAS UNIEK. Afgelopen week beëindigden twee westerse troepenmachten hun betrokkenheid bij een oorlog. De Navo verklaarde nog deze maand de acties in Libië te staken en president Obama maakte de terugtrekking bekend van de laatste troepen uit Irak. We mogen er blij mee zijn. Maar is daarmee ook het geweld ten einde? De geschiedenis bewijst het: pas na de gevechten begint het echte werk. Het stabiliseren van de verscheurde samenleving, het repareren van de vernietigde infrastructuur, het weer op gang brengen van de economie en het waarborgen van een legitiem bestuur. Het is moeilijk te verkopen aan de westerse belastingbetaler die net een kostbaar militair avontuur heeft opgehoest. Maar de cijfers uit het World Development Report 2011 spreken boekdelen: van de 39 oorlogen die woedden vanaf het begin van het millennium kwam negentig procent voort uit een eerder conflict. Dus wie slechts met zijn spierballen rolt ‘om burgers te beschermen’ (Libië), 'om een immoreel regime te beëindigen’ (Irak) of 'om terroristen uit te roken’ (Afghanistan), maar zijn neus ophaalt voor dat verfoeide nation building krijgt vanzelf de rekening gepresenteerd in de vorm van een nieuwe oorlog.
In Libië zijn geen plannen voor een langdurige stabilisatiemacht. Dat hoeft geen probleem te zijn. Ook zonder militairen kan de wereldgemeenschap het land helpen om aan een burgeroorlog te ontkomen. Maar westerse regeringen doen weinig meer dan het terugsluizen van bevroren tegoeden van de familie Kadhafi naar een land tjokvol wapens. Libië is een slagveld van stammen en clans die zich meester hebben gemaakt van Kadhafi’s wapenarsenalen. Die puilden al uit van de eerder geleverde Britse, Belgische en Italiaanse wapens. Tijdens de oorlog bewapenden Qatar en Frankrijk de rebellen nog eens extra. Alleen al in de stad Misrata zijn meer dan honderd strijdgroepen. Daar kwamen de strijders vandaan die Kadhafi nabij Sirte vermoordden en elders in de stad nog eens 53 Kadhafi-aanhangers met gebonden handen executeerden. Er is géén internationaal ondersteund plan om de strijders te ontwapenen.
In Irak begonnen de Amerikanen te laat en onwillig met stabilisatie en wederopbouw. Het resultaat was een burgeroorlog tussen sjiieten en soennieten, een bijna-afscheiding van het Koerdische noorden en een explosieve Iraanse invloedsuitbreiding. Nog steeds vinden bloedige aanslagen plaats. En nu verdwijnen ook de laatste vijfduizend Amerikaanse militairen. Het was de bedoeling dat ze bleven om het Iraakse leger te trainen, maar Bagdad wilde niet. Nu hun militaire bescherming wegvalt, moet ook het leeuwendeel van de zevenhonderd Amerikaanse diplomaten vertrekken. Zij zouden door Washington gefinancierde hulpprogramma’s coördineren. Het afbreken daarvan helpt Irak bepaald niet.
Hoe het dan wél moet, weet niemand. Op de Balkan worden Bosnië en Kosovo eindeloos gepamperd, maar het moorden is er tenminste gestopt. Dat model is te kostbaar in deze tijden van crisis. Maar het nieuwe, relatief goedkope Libische model van bombarderen, bewapenen en vertrekken, lijkt gedoemd te mislukken.