De opkomst van een moderne burgerij

Wie grijpt de zwevende kiezer?

AMSTERDAM – Nederland is verscheurd. Dat bleek vorige week, toen een toch al bizarre verkiezingsstrijd culmineerde in de moord op Pim Fortuyn, lijsttrekker van de groepering die tot verrassing van velen in de opiniepeilingen naar ongekende hoogten was geschoten. Bijna opmerkelijker dan de uitvaart, de stille tochten en de breed gevoelde volkswoede, was de volslagen verrassing over de volkswoede bij wat de ‘gevestigde politiek’ is gaan heten. De traditionele tole rantie lijkt na de moord volkomen verdwenen. De gevestigde partijen, met de Partij van de Arbeid als representant van een door de jaren zestig beïnvloede politiek voorop, krijgen de verantwoordelijkheid toegeschoven voor een klimaat waarin een zonderling legitimatie dacht te vinden om Fortuyn te vermoorden.

De kloof tussen burger en politiek, waarover al zoveel jaren stapels rapporten en nota’s worden volgeschreven, is er met de moord alleen maar groter op geworden. Onderzoeksbureau Motivaction legde 1176 Nederlanders een groot aantal stellingen voor en vroeg of de moord enige verandering teweeg gebracht heeft in het denken over bepaalde sociaal-maatschappelijke kwesties. Dat blijkt het geval. Terwijl de maatschappelijke betrokkenheid met de moord op Fortuyn is gegroeid, is de neiging om actief te worden binnen een politieke partij alleen maar gedaald. Ook het vertrouwen in de huidige generatie politici, gevormd door de idealen van de jaren zestig, is na de moord verder geslonken. De revolutie van de verbolgen burgerij is nabij.

De uitkomsten van het onderzoek zijn afgezet tegen acht sociale milieus, waarvan de ‘moderne burgerij’ – een, kort gezegd, conformistische, statusgevoelige groep commerciële-televisiekijkers – de grootste is. Bijna een kwart van de Nederlanders wordt in de indeling van het onderzoeksbureau onder deze categorie geschaard. In het modern-burgerlijke milieu zijn, zo bleek uit eerder onderzoek in absolute getallen, zowel de meeste LPF-stemmers als de meeste zwevende kiezers te vinden. Bij vorige verkiezingen was het precies deze groep die, volkomen vervreemd van de politiek, massaal weigerde de gang naar de stembus te maken. Het is de verdienste van Pim Fortuyn geweest dat deze mensen weer politiek geïnteresseerd raakten.

De afstand in belevingswereld tussen deze groep en de inmiddels allang tot tevredenheid bekeerde generatie hemelbestormers uit de jaren zestig is enorm. De ontevreden intelligentsia van toen, is de gevestigde orde van nu. Hun angst voor hiërarchie en afkeer van sterk gezag én hun diepgewortelde neiging tot schier oneindig marchanderen, staan mijlenver van de waarden van de moderne burgerij die, onzeker over de eigen positie, zich geen raad meer weet in de Nederlandse samenleving. Met financieel-economische welvaart bleek de ontevreden burger de laatste jaren niet gerust te stellen. Groepen voelden zich vervreemd door de langzaam maar zeker verdwijnende sociale cohesie, door de nieuwe samenstelling van de wijken waarop de Haagse instituties slechts een cijfermatig antwoord bleken te hebben. Het was deze groep die Pim Fortuyn met zijn ideaal van het Hollandse huisgezin uit de jaren vijftig wist aan te spreken.

Fortuyns dood lijkt het engagement nu zelfs te versterken. Dat bleek uit de massale rouw om de ‘moord op de democratie’ en dat blijkt uit de cijfers van Motivaction. Liefst dertig procent van de Nederlanders zegt op dit moment meer maatschappelijk betrokken te zijn dan vóór de moord. Voor de moderne burgerij, met haar grote aantallen zwevende kiezers geldt dit in nog iets sterkere mate. De groep heeft daarbij een sterke behoefte aan meer samenhang. De angst voor het verdwijnen van sociale bindingen is groot. Meer dan vóór de moord is men ervan overtuigd dat het belangrijk is rampen ‘met zijn allen’ te verwerken. Bijna de helft van alle ondervraagden zegt zich nu meer dan voor de moord te realiseren dat er ‘te weinig respect voor elkaar’ is. Daarbij is er bij deze categorie de roep om een sterk overheidsgezag. ‘Als je mensen te veel vrijheid geeft, dan nemen ze het er maar van’, was een van de stellingen waarmee sinds de moord op Fortuyn aanzienlijk meer overeenstemming is.

Het is deze groep moderne burgers – Telegraaf- lezers, SBS6/RTL-kijkers en Noordzee FM-luisteraars – die op dit moment voor de politiek het belangrijkst is. Hier zijn vandaag bij de verkiezingen de meeste zetels te winnen en te verliezen. Het wantrouwen in politiek en bestuur is hier echter ook het grootst. Bijna viervijfde van deze groep is ervan overtuigd dat ministers (en politici in het algemeen) niet de waarheid spreken. Fortuyn was zich bewust van dit kiezerspotentieel. Hij kwam, afgaande op eerdere peilingen, van alle lijsttrekkers het best uit de verf in het debat in de pauze van de Soundmixshow op RTL4.

Al dan niet toevallig blijkt presentator Henny Huisman van alle milieus juist bij de moderne burgerij het meest geliefd, zo bleek uit oude metingen. Het lijsttrekkersdebat werd in ieder geval en masse bekeken en alleen de ‘nieuwe politiek’ van Fortuyn leek er goed uit te komen.

In een reguliere campagne zou het voor de naar verwachting dramatisch verliezende sociaal-democraten en liberalen wijs zijn geweest hun lijsttrekkers alleen nog te laten optreden in uitzendingen van de commerciële omroepen. De Partij van de Arbeid had er mogelijk garen bij gesponnen wanneer de onder het merendeel van de Nederlanders geliefde premier Wim Kok meer in de schijnwerpers was geplaatst. De kritiek van een groep relschoppers op het Binnenhof en bij de begrafenis van Fortuyn weegt niet op tegen Koks status van vader des vaderlands. Het appèl afgelopen maandag van de demissionaire minister-president op het gezond verstand en een verzoek tot kalmte na de onbesuisde uitlatingen van LPF-voorman Peter Langendam had, gezien de grote zorgen over de sociale bindingen van juist de moderne en ook de ‘traditionele burgerij’, die meer risicomijdend is ingesteld, wellicht beter op een andere zender gedaan kunnen worden.

Het wantrouwen in de gevestigde politiek is er immers alleen maar groter op geworden. Ten opzichte van de periode voor de moord op Fortuyn is meer dan een derde van de bevolking er minder van overtuigd geraakt dat de overheid naar de burger luistert, zo blijkt uit het onderzoek. Het respect voor mensen in hoge posities is daarbij verder afgenomen. En natuurlijk is er na de moord de roep om meer maatregelen ter vergroting van de veiligheid. Het is de burgerij een doorn in het oog als mensen zich niet aan de regels houden. Criminelen, die zouden strenger gestraft moeten worden. Law and order! Zero tolerance! Opmerkelijk is overigens dat terwijl de vermoedelijke dader van de moord op Fortuyn een autochtone blanke man is, ondervraagden hebben aangegeven na de moord minder positief te staan tegenover politieke vluchtelingen die zich in Nederland vestigen. Ook is men sinds de aanslag voor een belangrijk deel van mening veranderd over het aantal buitenlanders dat zich niet aanpast aan de Nederlandse cultuur. Dat zijn er te veel. Voor beide stellingen geldt wederom dat de moderne burgerij boven modaal scoort.

Maar niet alleen de Lijst Pim Fortuyn spint garen bij de aan het begin van de 21ste eeuw mondig geworden moderne burgerij. Het CDA lijkt ondertussen de dalende lijn van de laatste acht jaar te keren en mogelijk als grootste partij uit de bus te komen. Het hogere ideaal van individuele economische voorspoed, kernpunt van sociaaldemocratisch-liberaal kabinetsbeleid, is passé. De twee partijen die vandaag vermoedelijk de meeste zetels zullen verliezen zijn PvdA en VVD. De ravage binnen die partijen is gigantisch. Het wachten is op een volstrekt nieuwe generatie politici die verantwoordelijkheid durft te nemen, zich uitspreekt en oog heeft voor Fortuyns ‘verweesde samenleving’. Alleen zo krijgt de politiek vat op de ontketende burgerij.