Michael Ondaatje

Wie grondig graaft in wat voorbij lijkt te zijn

Michael Ondaatje
Divisadero
Vertaald door Jean Schalekamp
Prometheus, 275 blz., € 19,95

Iemand duwt een steen opzij en daar heb je een verhaal. Wie de poëtisch-fragmentarische romanwereld vol verdwijningen van Michael Ondaatje goed kent, weet dat het hem altijd te doen is om heimelijke, welhaast ondergrondse geschiedenissen, om een kettingreactie van duizend-en-één vertellingen die als intieme dromen met elkaar verweven raken. De geest van Anil (2000), waar de steenzin uit afkomstig is, gaat over zijn geboorteland Ceylon (later Sri Lanka), dat nog immer een politiek strijdtoneel is: de Tamils in het noorden met hun Dravidische taal willen zich afscheiden van het Singalees-boeddhistische deel, terwijl in het zuiden rebellen zich teweerstellen tegen de regering, die alle terreurmiddelen inzet om orde en rust te herstellen. Niemand is onschuldig in Ondaatjes roman. ‘Het laten verdwijnen van lichamen door vuur. Het laten verdwijnen van lichamen in rivieren of de zee. Het verbergen en dan opnieuw begraven van lijken.’

Afscheiden, verdwijnen. Het zijn twee cruciale woorden in het oeuvre van Ondaatje. In De Engelse patiënt (1992) gaat het om een raadselachtige Hongaars-Britse spion die in de Tweede Wereldoorlog in de Noord-Afrikaanse woestijn verdwijnt en wiens verbrande lijf in 1945 door een Canadese verpleegster in Italië liefdevol wordt verzorgd. Nu is er Divisadero, een titel die Ondaatje keurig uitlegt. Anna, de vertelster/schrijfster, woont vele jaren na een Noord-Californisch gezinsdrama op een boerderij (een ‘rauwe waarheid van een gebeurtenis waaraan nooit een eind komt’) in Divisadero Street in San Francisco. Divisadero is Spaans voor afscheiding of scheidslijn. Maar het is ook een afleiding van divisar, ‘van een afstand staren’, dat wil zeggen ‘een punt vanwaar je in de verte kunt kijken’.

Voor Ondaatje is de schrijfkunst een artistiek territorium om je in te verbergen. Dat gebied kan de redding betekenen, ‘daar waar een stem in de derde persoon ons beschermt’. Dat gebeurt ook met Anna, die via haar research in de Berkeley-bibliotheek steeds meer vervreemdt van haar vroegere ik en opgaat in een schrijfproject: het vertellen van het levensverhaal van de Franse dichter/schrijver Lucien Segura. Ze treedt min of meer in zijn oude, half vergeten voetsporen.

De halfzus van Anna, Claire, komt na het gewelddadige familiedrama in de advocatuur terecht, met als specialiteit: spitten in het verleden van anderen. Maar in de weekends verdwijnt ze op een paard en trekt als een centaur door het Noord-Californische landschap. Halfbroer Coop(er) legt zich op het pokerspel toe, verdient veel geld en verdwijnt daarmee uit het kaartspelwereldje. De verliezers komen hem via een verslaafde femme fatale op het spoor en slaan zijn geheugen uit zijn hoofd. Claire schiet hem te laat te hulp.

Het relaas van het uit elkaar gespatte gezin en wat er daarna gebeurt, wordt nauwgezet opgetekend door Anna. Zij schept een mozaïek in taal, maakt een collage van de flarden en fragmenten uit de levens van makers en brekers. Het is aan de lezer om al die verhaalbrokstukken met elkaar te verbinden en aan elkaar te spiegelen. Zijn roman laat Ondaatje voorafgaan door een cursieve tekst die aan het einde bijna letterlijk wordt herhaald. Nietzsches uitspraak dat de kunst bestaat zodat we niet door de waarheid worden vernietigd, gaat voor alle Ondaatje-personages op. Ze bestaan stuk voor stuk uit taal. ‘Alles is collage, zelfs de genetica. In ons is de verborgen aanwezigheid van anderen, zelfs van hen die we maar heel even kort hebben gekend. We bevatten hen voor de rest van ons leven, bij iedere grens die we overtrekken.’ Dat besef probeert Anna in haar Segura-biografie te verweven.

Wie zich niet bewust is van de talloze literaire spiegelingen in Divisadero zou misschien kunnen denken dat hij twee, bijna los van elkaar staande romans leest. Wie zich bewust is van het collage-element, de citatenkunst (Balzac, Stendhal) en Ondaatjes thematiek van de verdwijning in de kunst en in de wereld, leest een hecht gestructureerde roman subtiel gevoed door poëtische metaforen en kleine dierenverhalen. Heel subtiel laat Ondaatje Anna oplossen in haar beschrijvingskunst. De halve zigeuner Rafael vormt een van de vele knooppunten tussen heden en verleden. Segura, aanvankelijk dichter, groeit uit tot een eenogige schrijver getekend door de Eerste Wereldoorlog. Hij maakt studies van de slagvelden, legerkampen en veldhospitalen die zelden worden gelezen en in dikke dossiers verdwijnen. Segura, die van zijn gezin is weggelopen, is een meester van de vermomming die nooit echt van de oorlog en zijn verloren geliefde Marie-Neige herstelt. ‘Het gemis van de oorlog lag als een dichtgevroren rivier om hem heen.’

Vanuit de verte kijkt Anna naar de mensen die ze heeft verloren, zodat ze die al schrijvend weer kan waarnemen. Dat is ook Ondaatjes drijfveer. Via wazige foto’s, research-spitwerk of uitkijkposten (lees Ondaatjes dichtbundel De verzamelde werken van Billy the Kid) probeert hij zicht te krijgen op verdwenen verledens. ‘Omdat als je het verleden niet plundert, de afwezigheid zich niet met jou voedt.’ Wie grondig graaft in wat voorbij lijkt te zijn raakt vroeg of laat verstrikt in het leven en de persoonlijkheid van anderen. Misschien zijn Ondaatjes romans – met name In de huid van een leeuw (1987), De Engelse patiënt en Divisadero – eerder lange prozagedichten, immense collages van vertellingen waarin het grootste verlangen van de personages eruit bestaat in elkaar te verdwijnen.