Wie heeft hier nu de broek uit?

Een slippertje dat het land in een crisissfeer dompelt. Een advocaat van Clinton die voor de camera’s verklaart dat de presidentiële penis in alle opzichten normaal is. Een Witte Huis-woordvoerder die bestookt wordt met vragen als: ‘Beschouwt de president een relatie als “seksueel” als er enkel orale seks wordt bedreven?’ Speculaties op het tv-journaal over een met sperma bevlekte jurk die in een FBI-laboratorium aan een DNA-onderzoek zou worden onderworpen, om na te gaan of het zaad van de president isà

Voor de meeste Europeanen moet ‘Zippergate’ wel een verbijsterend, surrealistisch spektakel lijken. Maar Amerika kan er niet genoeg van krijgen. Als alle sappige details zijn uitgelekt en honderden keren herkauwd op tv, zal niemand nog naar Clinton kunnen kijken zonder zich hem in te beelden met zijn broek op de enkels en een meisje tussen zijn benen, terwijl hij via de intercom beveelt: 'Zeg Jeltsin dat hij een minuutje wacht. Ik kom zo meteen!’
En wat dan nog? We weten toch al langer dan vandaag dat het vlees zwak is? Dat testosteron van de intelligentste mannen idioten kan maken en dat Clinton aan testosteron geen gebrek heeft? Werd hij niet verkozen om te regeren en is zijn vrijetijdsbesteding niet zijn eigen zaak? Is zijn seksuele ontrouw niet een probleem dat door hem en zijn vrouw moet worden besproken in plaats van door heel de wereld?
Maar Amerika stelt prijs op een keurige façade en die stuikt in elkaar als de president niet meer geloofwaardig kan doen alsof. Hij is niet zomaar een politicus zoals een Europese premier, maar de 'preacher in chief’ die de burgers moet aansporen om hard te werken, de regels te respecteren en drugs, voorhuwelijkse en buitenechtelijke seks te schuwen.
'Zippergate’ weerspiegelt de ziekelijke gespletenheid van deze samenleving tegenover seks. Enerzijds is Amerika er voortdurend mee bezig. Maar anderzijds klampt Amerika zich ook krampachtig vast aan de schone schijn van de 'family values’, waar alle politici, Clinton incluis, maar niet over kunnen zwijgen. Zippergate geeft Amerika de kans om in seks te zwelgen en tegelijk met het vermanende vingertje te zwaaien, om in het pornotheater te zitten zonder schaamte of schuldgevoelens.
'Maar het gaat niet over seks’, antwoorden Amerikanen op dergelijke kritiek, 'het gaat over het schenden van vertrouwen, over liegen en het aanzetten tot meineed.’
Maar de reden dat er gelogen wordt, is natuurlijk dat het wél over seks gaat. Als seks niet tegelijk taboe en obsessie zou zijn, als een slippertje geen presidentiële carrière zou kunnen breken, dan zou het niet nodig zijn om de waarheid te allen prijze te ontkennen. De president mag rustig een ver land bombarderen of de sociale bijstand aan behoeftige kinderen afschaffen, maar orale seks met een vrouw waar hij niet mee getrouwd is, hola nee, dat gaat te ver, zijn hoofd moet eraf.
Zijn gezag is onherstelbaar ondermijnd. Alles wat hij doet is voortaan verdacht. Neem nu Irak: als Clinton een militaire actie tegen Bagdad lanceert, zal het lijken alsof hij dat doet om de aandacht af te leiden van Zippergate. Maar als hij dat niet doet, zal er gezegd worden dat het schandaal hem verlamt.
Clinton speelt voorlopig nog de vermoorde onschuld, maar het is niet duidelijk wat hij kan doen om de albatros rond zijn nek af te schudden.
Daarom lijkt het waarschijnlijk dat de druk op hem om af te treden onweerstaanbaar zal worden, ook als zijn aartsvijand procureur Starr geen enkel hard bewijs vindt dat hij iets illegaals heeft gedaan. De president spartelt nog, als de protagonist van een Griekse tragedie die door zijn hubris nog niet inziet dat het geen zin heeft om het noodlot te bekampen. Hij hoopt wellicht dat de media hem na verloop van tijd met rust zullen laten, als hij maar verbeten genoeg standhoudt. Maar het verhaal is te mooi, het publiek te nieuwsgierig.
De populariteit die de president dankzij de goed draaiende economie tot vlak voor het schandaal genoot, verhoogt de dramatiek nog. Er is geen spektakel fascinerender dan een god die van de Olympus tuimelt.