De verkiezingen: De talkshowdemocratie

Wie het beeld heeft, heeft de macht

Drang om te scoren. Zoeken naar conflict. Op jacht naar hoge kijkcijfers. Talkshows als Jinek, Op1 en De Vooravond beïnvloedden de verkiezingsuitslag. Kunnen we onze democratie wel overlaten aan Margriet, Eva, Sven, Talitha, Humberto, Jort, Welmoed, Giovanca, Tijs, Carrie, Charles, Sophie, Hugo, Paul en Astrid?

Geert Wilders en Mark Rutte in Pauws verkiezingsdebat. Amsterdam, 11 maart © Bart Maat / ANP

‘Gisteravond, meneer Segers, was het eerste grote lijsttrekkersdebat. U bent net te klein om daaraan mee te mogen doen’, stelt Op1-presentator Hugo Logtenberg. ‘En het was op zondag’, vult ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers hem aan. De presentatoren van de dagelijkse talkshow lachen, knikken vriendelijk. ‘Zit u dan gezellig tv te kijken met borrelnootjes? Of met een kladblokje bij de hand?’ ‘Met borrelnootjes’, antwoordt Segers. ‘Ik zat met mijn vrouw en twee dochters te kijken, en ondertussen zit je te appen met je vrienden van de partij van joh, hoe vind jij dat het gaat?’

In beeld verschijnt een filmpje over de doorrekening van alle partijprogramma’s. Na afloop richt presentator Sophie Hilbrand zich weer tot Segers: ‘Volgens het Centraal Planbureau laten de vvd en het cda de staatsschuld de komende kabinetsperiode het hardst oplopen, wat vindt u daar nou van?’ Segers antwoordt vastberaden, kin vooruit, een innemende glimlach: ‘Wat je dan doet, is de rekening echt op het bordje leggen van jou, van de volgende generatie.’ Hij gebaart naar de zestienjarige kunstschaatster Lindsay van Zundert, die achter hem zit. ‘Dat is gewoon niet sociaal.’

In de aanloop naar deze coronaverkiezingen werden de talkshowtafels van De Vooravond, Op1 en Jinek belangrijke campagnepodia. Rozen uitdelen, flyeren op de markt, gesprekjes met gewone burgers, stampvolle zaaltjes of opzwepende massabijeenkomsten in de Ziggo-dome – alle klassieke campagnetechnieken waren tijdelijk van de baan. Van de grote debatten vond er een handvol plaats, de tafels rond etenstijd en voor het slapen gaan trokken daarentegen elke avond een miljoenenpubliek. Gemiddeld stemden er in verkiezingstijd ongeveer een miljoen mensen af op een primetime talkshow of een praatprogramma op de late avond, blijkt uit metingen van Stichting Kijkonderzoek (sko).

Aan de tafels worden politieke imago’s opgebouwd of juist afgebroken. Maar wie mag er aanschuiven? Wie mag zijn of haar ideeën aan een massapubliek uitleggen? De talkshowredacties gaan hierover en zij zijn daarbij zeer subjectieve scheidsrechters, blijkt uit tellingen van de Erasmus Universiteit (zie kader). De onderzoekers turfden vanaf februari 2020 tot aan de avond voor de verkiezingen elke avond wie waarover kwam praten. Politieke representatie is daarbij van ondergeschikt belang, zo blijkt, de drang om te scoren des meer. Het talkshowformat dwingt tot personalisatie en het benadrukken van conflict en geeft de spindoctors van populaire politici een ongekende onderhandelingspositie. Bovendien spelen de politieke ideeën en ideologie van de omroepen een belangrijkere rol dan vaak wordt aangenomen – er is zelfs sprake van een herzuiling, waarbij vooral rechtse partijen en regeringspartijen in het voordeel zijn.

De grote vraag is dan ook: kunnen we onze democratie wel overlaten aan Margriet, Eva, Sven, Talitha, Humberto, Jort, Welmoed, Giovanca, Tijs, Carrie, Charles, Sophie, Hugo, Paul en Astrid?

‘Wie het beeld heeft, heeft de macht’ , vatte Jean-Pierre Geelen de televisiedemocratie ooit samen. In Nederland speelt de talkshow daar al decennialang een belangrijke rol in. Barend & Van Dorp was de eerste echte succesformule – inclusief de gevreesde sidekick Jan Mulder die plots en ongevraagd politici uit evenwicht wist te brengen. Er wordt weleens vergeten hoe uniek die Nederlandse talkshowtraditie is: nergens anders ter wereld zitten dagelijks politici aan tafel met sporters, artiesten en andere bekendheden om de actualiteiten door te nemen. Er zijn simpelweg te weinig sterren om elke avond een Letterman-achtige show te maken.

In 2020 was ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers de troetelpoliticus van de talkshows, zo blijkt uit het onderzoek van de Erasmus Universiteit. Maar liefst twaalf keer mocht hij aanschuiven bij Jinek (2), M (3), De Vooravond (1) en Op1 (6), terwijl zijn partij met vijf zetels tot de kleinere partijen behoorde. Slechts een derde van alle vragen en opmerkingen aan Segers was kritisch, turfden we. Op de conservatieve standpunten van zijn partij over abortus, homogenezing en euthanasie werd hij amper aan de tand gevoeld.

In de laatste campagneweken schoof Wopke Hoekstra het vaakst aan (9), gevolgd door Segers, Lilian Marijnissen en Sigrid Kaag (alle drie 8 keer). Mark Rutte was er minder (6 keer), maar mocht op de laatste avond voor de verkiezingen wél bij Op1 voor 1,8 miljoen kijkers het slotdebat van zijn commentaar voorzien, bij De Vooravond was hij eerder zelfs bijna een uur lang de enige gast.

Welke politici hoe vaak en op welke avond tegenover wie aan de tafel verschijnen blijft voor de kijker een black box. In werkelijkheid vinden achter de schermen flinke onderhandelingen plaats tussen politiek journalisten, spindoctors en mediateams, waarvan Peter Kee in zijn boek Het briefje van Bleker een interessant inkijkje biedt. Zeker in een verkiezingsjaar worden van beide kanten al maanden van tevoren warme banden gesmeed en compromissen gesloten. In de praktijk leidt dat ertoe dat op het moment suprême lang niet altijd de meest voor de hand liggende politicus aanschuift aan de talkshowtafel. Politici zijn vooral gebaat bij media-aandacht wanneer het de partij voor de wind gaat, terwijl journalisten hen juist in de uitzending ter verantwoording willen roepen als er gedoe is. Maar ook de exclusiviteit van de politicus is belangrijk, zeker met het almaar groeiende aanbod van met elkaar concurrerende talkshows.

In hoeverre er vanuit politici invloed uitgeoefend kan worden op de inhoud van de uitzending is afhankelijk van hoe graag journalisten hun gast willen hebben, legt Kay van de Linde, voormalig spindoctor van onder meer Leefbaar Nederland en Rita Verdonk, uit. Hij noemt het ‘een publiek geheim’ dat talkshows in grote mate vooropgezet zijn. Je kunt vragen naar de in starts (de filmpjes die getoond worden), wie er nog meer aan tafel zitten, en er worden voorgesprekken gevoerd. ‘Als je vraagt “welke vragen gaan er gesteld worden?” krijg je vaak gewoon antwoord.’

Spindoctors proberen een gehele uitzending voor hun politicus uit te onderhandelen. Het mag alleen over dossier A gaan en absoluut niet over motie B. Als er een BN’er of cabaretier als tafelgast aanschuift die een politicus in verlegenheid kan brengen, gaat het bezoek niet door. Sowieso is het in rustige tijden voor regeringspartijen minder aantrekkelijk om aan te schuiven dan voor de oppositie. ‘Oppositiepartijen willen liever niet met elkaar in debat, maar hebben vaak weinig keuze omdat regeringspartijen elk debat mijden. Als ze wel de discussie aangaan, zijn ze heel selectief in hun keuzes’, schrijft Kee. Een politicus op rechts zal sneller in debat gaan met een collega op links dan met een middenpartij, omdat er in het eerste geval minder risico op een overloop van kiezers is.

Hoe valt de overrepresentatie van christelijke politici in talkshows te verklaren? En waarom scoort ook de kleine pvda relatief hoog? Natuurlijk, Segers, Ploumen en Hoekstra verstaan hun vak, ook aan die talkshowtafels. Maar dat is niet het hele verhaal. De ideologie van de omroepen speelt zeker in campagnetijd een grote rol, blijkt uit het Erasmus-onderzoek. Het duidelijkst komt dit tot uiting bij Op1, waar op vaste avonden wnl, bnnvara, EO en Max verantwoordelijk zijn voor de uitzending en twee presentatoren leveren, met invalbeurten voor vpro en kro-ncrv. Bij alle vier de vaste omroepen zijn de coalitiepartijen oververtegenwoordigd, met uitschieters voor wnl (68 procent) en EO (66 procent), waarbij het ‘rechtse geluid op de zender’ inderdaad met de vvd eruit springt (29 procent) en bij de evangelisch christenen het cda (30 procent).

Alleen bnnvara lijkt niet aan deze ideologisering mee te doen. De pvda is daar weliswaar oververtegenwoordigd (15 procent), zeker als je het vergelijkt met GroenLinks (5), maar ook cda (15), ChristenUnie (14) en vvd (15) worden ruimhartig bediend. De talkshows vormen dan ook geen afspiegeling van de (politieke) werkelijkheid, benadrukt Sander Schimmelpenninck, ex-presentator van Op1. ‘Het gaat tenslotte om entertainment en iedereen is gebrand op hoge kijkcijfers.’ Zelf presenteerde hij met Welmoed Sijtsma voor wnl, de rechtse omroep. ‘Dat rechtse geluid wil wnl graag laten horen en daarom laten ze strategisch vaak iemand van cda of vvdaanschuiven.’

Het imago van de ‘linkse npo’ wordt dus niet bevestigd door de cijfers, links lijkt juist eerder de traditionele kanalen te zijn kwijtgeraakt. Vroeger schoven pvda-politici op dagelijkse basis aan bij Vara-programma’s, nu moeten ze ook in ‘eigen huis’ de concurrentie aan met vvd en cda.

Opvallend is dat ook de politieke onderwerpen vaak gaan over rechtse thema’s, zoals veiligheid, 20,5 procent, of over een uitleg van het regeringsbeleid, corona, 34,8 procent. Linkse thema’s als ongelijkheid (2,4 procent) of klimaat (1,6 procent) kwamen zeker in de laatste campagneweken nauwelijks aan de orde.

‘Een fractieleider moet het medium van de talkshow beheersen. Het lijkt mij haast niet mogelijk verkiezingen te winnen als je het niet kunt’

‘Je ziet inderdaad dat de dynamiek in de campagneweken verandert’, constateert onderzoeker Nel Ruigrok van LJS Nieuwsmonitor. ‘De inhoud verdwijnt naar de achtergrond en de talkshows focussen nog meer op politieke conflicten en winnaars of verliezers.’ Een vorm van sportjournalistiek die volgens de onderzoeker in het voordeel werkte van zowel Rutte en Kaag als radicaal rechts. Lijsttrekkers zijn succesvol als ze tijdens hun optreden het gesprek naar hun speerpunten toe kunnen trekken, meent communicatiewetenschapper Mark Boukes dan ook: ‘Uit ons onderzoek blijkt dat zodra er in het nieuws meer aandacht is voor een thema dat belangrijk is voor de partij, die partij ook groeit in de peilingen. In het bijzonder geldt dat voor het onderwerp immigratie en de pvv.’ De dynamiek werkt twee kanten op. De nieuwsagenda wordt ook deels bepaald door politici.

Mark Rutte en Sigrid Kaag in De strijd om de kiezer met Eva Jinek. Amsterdam, 10 maart © credit Jeroen Jumelet / ANP

‘Meneer Hoekstra, we hebben het wel over de cijfers in úw verkiezingsprogramma.’ Grote aandacht betekent niet altijd groot succes, merkte cda-voorman Wopke Hoekstra tijdens de campagneperiode al snel. Bij het één-tegen-één-debat met Jesse Klaver bleek de voormalige McKinsey-consultant de cijfers niet paraat te hebben. Bij Op1, waar de debatten na afloop in een soort scorebordjournalistiek beoordeeld werden, hield politiek commentator Joost Vullings zich aanvankelijk op de vlakte: ‘Er waren plussen en minnen.’ Totdat de opiniepeiler het oordeel velde: volgens Nederland was Hoekstra door het ijs gezakt. ‘Een game changer’, was onmiddellijk het oordeel aan tafel. De mislukkingen in de cda-campagne – de inkorting van de WW-rechten, het schaatsen – werden weer opgerakeld en het falen van Hoekstra werd een onderwerp op zich – de nachtmerrie van elke politicus.

Het is een van de klassieke pijlers van de politieke verslaggeverij op televisie, weet Huub Wijfjes, mediahistoricus en bijzonder hoogleraar geschiedenis van radio en televisie aan de Universiteit van Amsterdam: de horserace-verslaggeving, waarbij politieke tegenstanders worden uitgedrukt in termen van ‘winnaars’ en ‘verliezers’. Zeker in verkiezingstijd krijgt dat frame de overhand. Wopke Hoekstra viel er bij deze verkiezingen genadeloos aan ten prooi, alleen al door de kelderende zetelpeilingen die in de week voor de verkiezingen dagelijks op tv benadrukt werden. Rutte, Kaag én radicaal rechts profiteren hier juist van, constateert onderzoeker Nel Ruigrok van LJS Nieuwsmonitor. ‘Leiderschap werd een thema, en daarvan hebben vvd en D66 zeker geprofiteerd. En door dat weglopen trok Baudet in het napraten daarover ook enorm veel aandacht.’

Zoveel mogelijk onderlinge strijd. Dat is waar het om draait bij de keuze voor lijsttrekkers in verkiezingstijd, zegt Wijfjes. Zo waren miljoenen kijkers getuige van het één-op-één-debat tussen Rutte en Wilders, en van Thierry Baudet (FvD) die bij Jinek in discussie trad met Farid Azarkan (DENK). ‘De vraag is continu: wat is de meest logische tegenstelling?’, aldus Wijfjes. ‘Daarom zijn ze op tv ook zo ongelukkig met debatten waar meer dan twee mensen aan meedoen. Dat zijn vormen die absoluut niet meer televisielogisch zijn.’

De medialogica lijkt er ook voor te hebben gezorgd dat radicaal rechts door de talkshows salonfähig en populair is gemaakt, constateert Ruigrok naar aanleiding van de cijfers. ‘Als je het vergelijkt met zowel hun zetelaantal als de peilingen op dat moment zijn ze zwaar oververtegenwoordigd. Joost Eerdmans zat voortdurend bij Jinek en later ook nog bij Op1, niet alleen veel vaker dan de andere nieuwkomers Volt en Bij1, maar ook meer dan pvda-voorvrouw Lilianne Ploumen. Ook Baudet, Hiddema en Van Haga zaten regelmatig bij Op1 en rtl.’ De talkshows zijn relatief ongevaarlijk voor de radicaal rechtse politici, constateert de onderzoeker. ‘Het aantal onwaarheden was soms niet bij te houden, maar daar wordt zelden tegenspel tegen geboden. Want het moet natuurlijk wel gezellig blijven.’

Het verbaast Ruigrok dat het de andere partijen niet lukt om hierop in te breken. ‘Het format is blijkbaar zo dwingend dat het niemand lukt om het wél over meer inhoudelijke onderwerpen te hebben. Ze mogen dan wel vijf minuten over een stelling praten, maar dan wordt de opwarming van de aarde teruggebracht naar voor of tegen kernenergie.’

Volgens criticasters dreigt de inhoud binnen het talkshowklimaat onder te sneeuwen. Het draait vooral om entertainment en meningen. ‘De politiek verdient betere talkshows’, vindt Hans Laroes. De oud-hoofdredacteur van het NOS Journaal en Brandpunt volgt Hilversum nog op de voet. ‘De redacties willen de volgende dag het gesprek bij het koffiezetapparaat bepalen’, weet hij als geen ander. Conflicten, heibel, doet het dan goed. Maar dat is wel een erg eenzijdige benadering, en alles moet snel en in soundbites. ‘Ik zat zelf een keer bij Barend & Van Dorp en kon daar een half uur over één onderwerp praten. Dat is nu uitgesloten.’ Er zou eigenlijk een tussenvorm moeten komen, vindt hij: ‘Die verkiezingsdebatten met Pauw waren niet voor niets een verademing. Eindelijk was er tijd om aan de hand van stellingen een onderwerp uit te diepen. Dat is een formule die je ook het hele jaar kunt gebruiken.’ Ook het mediacircus om de talkshows heen is debet aan die op conflict gerichte oppervlakkigheid, denkt Claes de Vreese, hoogleraar politieke communicatie aan de UvA. ‘Het Twitter-leger van Op1 dat de boel ophitst ongeacht de inhoud van de aflevering, en de kranten die vooral de verschillen benadrukken tussen politici, doen net zo goed mee in deze talkshowcultuur.’

Wopke Hoekstra sluit aan in een lange rij politici die op live-televisie hun succes ten onder zagen gaan. Zo staat het televisieoptreden van de toenmalige talkshowlieveling Henk Bleker (cda) bij Pauw & Witteman op het collectieve netvlies gebrand. ‘Om het goed te maken’ schoof de voormalige minister van Landbouw tijdens de uitzending de met uitzetting bedreigde Angolese tiener Mauro een briefje toe over tafel: of hij nog één keer naar FC Twente tegen psv wilde, dan kon Bleker de kaartjes wel regelen. Het leidde tot afgrijzen van de publieke opinie.

Zo’n domper, live in een praatprogramma, zien we nog zelden van politici, zo valt spindoctor Van de Linde op. Inmiddels staan ze volgens hem vrijwel allemaal hun mannetje in talkshows. Dat was in het verleden wel anders. ‘Balkenende had moeite met de vaak joviale sfeer aan tafel. En kon van de leg raken als Ali B hem ineens ging tutoyeren.’ De Jan Mulder-rol – een sidekick die de politicus het vuur na aan de schenen legde – is volgens hem een beetje uitgewerkt. Peter R. de Vries probeert het nog wel eens. Maar politici zijn daar nu op voorbereid. ‘Ik instrueer ze dan ook om te zeggen: “Heb je je factuurtje weer verdiend, Peter? Gaan we nu weer verder met het onderwerp!”’

Op redacties bestaan lijsten van ‘talkshowpolitici’ die het aan tafel steevast goed doen, vermoedt Wijfjes. Bekende voorbeelden uit het verleden die ‘het op televisie goed deden’ zijn Wouter Bos (pvda), Hero Brinkman (pvv) en Jan Marijnissen (SP). Onderzoeker Mark Boukes dicht hun succes toe aan ‘de mediapersonalisering van de politiek’. ‘Lijsttrekkers krijgen in talkshows ruim baan om zich als politicus én als sympathiek mens te presenteren; behalve met hun toekomstvisie voor het land lopen ze te koop met hun voorliefde voor katten of hun passie voor schaatsen. Veel kiezers willen zichzelf terugzien in politici, dus zij spelen daarop in. Ze zeggen eigenlijk: kijk, ik ben ook maar een mens, net als u.’ Volgens Wijfjes is het daarom helemaal niet zo verrassend dat de verkiezingsuitzending van het Jeugdjournaal – waar de lijsttrekkers vooral werden getoetst op hun kennis van popsterren, huisdieren en spreekbeurten – ook door volwassenen goed bekeken werd.

Spindoctor Van de Linde riep het twintig jaar geleden al, toen hij vanuit Amerika terug de Nederlandse politieke arena betrad: perception is reality: de vorm is belangrijker dan de inhoud. Toen werd hij erom verketterd, vertelt hij. ‘Nu doet iedereen het.’ Inmiddels voelen de campagneteams van politici haarfijn aan wat aanslaat op tv, en heeft Van de Linde er een hoop collega’s bij. ‘Mark Rutte op de fiets naar zijn werk? Daar is heel goed over nagedacht.’

De pijnlijke ironie van dit alles beschrijft Peter Kee in zijn boek: het vergt tijd en ervaring om een goede ‘talkshowpoliticus’ te worden, maar valt het eerste televisieoptreden tegen, dan is het maar afwachten of je nog eens wordt gevraagd. ‘Een fractieleider moet dit medium beheersen’, zei Frans Timmermans (pvda) hierover tegen Kee. ‘Het lijkt mij haast niet mogelijk verkiezingen te winnen als je het niet kunt.’

Het onderzoek

Dit talkshow-onderzoek is uitgevoerd door studenten van de master media en journalistiek van de Erasmus Universiteit Rotterdam onder leiding van Nel Ruigrok (LJS Nieuwsmonitor) en Dirck de Kleer (Vrije Universiteit). Zij hebben zich gebaseerd op de aankondigingen op de sites van De wereld draait door, De Vooravond, M, Op1, Beau, Humberto en Jinek, van 27 februari 2020 tot en met 16 maart 2021. De studenten die hebben meegewerkt: Koen Bosma, Michelle Frijters, Milo Hornstra en Nina Koelewijn

Met name de zwevende kiezer is gevoelig voor mediaoptredens van politici, zegt Huub Wijfjes. En juist deze groep kiezers groeit de laatste decennia in rap tempo. Wist volgens onderzoeksbureau I&O Research in 1970 nog tien procent van de stemmers een week voor de verkiezingen niet wat te stemmen, dat liep op naar 25 procent in 1990 en 43 procent in 2012. Zowel in 2017 als dit jaar nam twee derde van de kiezers een week van tevoren nog geen definitief besluit. ‘Dit zijn kiezers die wachten op een – vaak ongrijpbare – impuls om hun keuze op te baseren’, aldus Wijfjes. ‘Als politicus kun je deze groep dus bij uitstek beïnvloeden met een sterk media-optreden. Als je daar genoeg zwevende kiezers weet te overtuigen, gaat dat jouw partij een behoorlijk voordeel opleveren.’

Dat momentum lijkt één lijsttrekker in ieder geval ten volle te hebben benut: Sigrid Kaag, tijdens haar soevereine optreden bij Jinek, de avond voor de verkiezingen. Tijdens een debat eerder die avond had Geert Wilders haar een ‘verrader’ genoemd omdat ze gesluierd op diplomatiek bezoek was verschenen bij de Iraanse president Hassan Rouhani. Haar uitleg begon met een kleine correctie aan het adres van Jeroen Dijsselbloem, commentator aan tafel, die niet goed geïnformeerd bleek te zijn. ‘Ik ging als minister van Buitenlandse Zaken. Het ging niet over handel, Jeroen.’

‘Het is ontzettend vervelend. Maar je doet het omdat er een hoger belang op het spel staat.’ Ze vond de veiligheid in die regio belangrijker dan persoonlijke overwegingen. Maar dat kwam niet door een gebrek aan bravoure, bleek bij Jinek aan tafel. ‘Om verrader genoemd te worden? Dat pik ik van niemand. Het gaat om míjn integriteit. Dat zal ik nooit aanvaarden.’ Vervolgens lachte ze, bijna verontschuldigend: ‘U ziet, ik ben er weer boos over.’ 2,2 miljoen kijkers zagen hoe Dijsselbloem er met bewondering naar keek.