Ruim baan voor de groeihormonen

Wie houdt toezicht op de voedselveiligheid?

Regelmatig ontdekt het onafhankelijke overheidslab van het RIVM chemische rommel in dierlijke producten. Vanaf komende zomer geraakt dit toezicht onder invloed van de sector. Dan keurt de slager zijn eigen vlees.

EEN VINGERHOED RUNDERURINE verdwijnt in de chromatograaf van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Bilthoven. Daarboven snuift een ervaren neus, een neus voor rottigheid. Na enig rekenwerk bevestigt de computeruitdraai van de massaspectrometer het vermoeden van de chemicus. Onmiskenbaar een spoor van weer een illegaal groeihormoon. Al dagen voordat de man dit monster via contacten in zijn netwerk binnenkreeg, rook hij iets. Een nieuw voedselschandaal hangt in de lucht.
Onlangs sneden collega’s van de Universiteit Utrecht een paar varkens open. Een boer klaagde dat ze niet meer drachtig werden. De geslachtsorganen bleken zwaar aangetast, het weefsel rond de baarmoeder woekerde wild. Laat maar komen, zei Bilthoven. Via het netwerk van het RIVM, dat dit jaar honderd jaar bestaat, voerde het spoor terug naar een diervoederfabrikant in België. Deze verwerkte chemisch afval uit Ierland in zijn varkensvoer. De goedkope restanten van de suikerlaag rond oude anticonceptiepillen bevatten groeihormoon.
Zo is er elk jaar stront aan de knikker. Een onbekend hormoon duikt op, de speurneuzen van het RIVM duiken erin. Uiteindelijk voegt de Europese Commissie dan weer een nieuwe naam toe aan de steeds langere lijst met clandestiene groeibevorderaars. De ruim vier dozijn stoffen zijn alle ooit door het RIVM in slachtdieren ontdekt. Daartussen prijken vrouwelijke hormonen als het kankerverwekkende DES, mannelijke hormonen als testosteron en andere steroïden. Veehouders ontdekten ook de zegeningen van de schildklierremmer. Die houdt vocht vast en geeft zo meer gewicht aan vlees. Daarna volgden hormonen die de schildklier juist activeren. Bejaarden die heerlijk mager kalfsvlees aten, vielen sterk af. De schadelijke bèta-agonisten als clenbuterol ontbreken evenmin op de lijst. Nieuwe varianten van dit antihoestmiddel treft het RIVM nog vaak aan. ‘Van 150 gram leverworst met dat spul erin krijg je op z’n best de bibberaties’, zegt een RIVM-medewerker. ‘Op z’n slechtst hartfalen.’
De verleiding voor veeboeren om te experimenteren met oneigenlijke hormonen is nog altijd groot, zegt een ex-medewerker van het RIVM: ‘Ze zijn heel moeilijk op te sporen. En waarom zou een boer niet? Hij heeft het moeilijk. Voor het rendement van wat extra kilo’s vlees neemt hij graag het beperkte risico gepakt te worden. Ik maakte periodes mee dat zeker de helft van de kalvermesters rommelde.’
Het hoogspecialistische RIVM spoort nieuwe residuen op en bestrijdt en voorkomt zo nieuwe ziektes. Dit is onafhankelijk staatstoezicht op de volksgezondheid zoals J.R. Thorbecke, de grondlegger van de Nederlandse parlementaire democratie, het 150 jaar geleden bedoelde. Onafhankelijk – vooral van voedselproducenten.
Het wetenschappelijk instituut wordt wereldwijd geroemd. Waar andere labs in Nederland alleen routinematig dierlijke monsters verwerken, beschikt het RIVM over zo veel expertise en contacten dat ze zelf met innovatief onderzoek anticipeert op de nieuwste vindingen door de vleessector. In de eveneens door doping geteisterde maar door sponsors gedomineerde wielrennerij is dit bijvoorbeeld ondenkbaar. De Europese Commissie gunt het RIVM zelfs de unieke rol van scheidsrechter als twee landen ruzie maken over hun vee en vlees.
Tot de zomer van 2009. Dan is het afgelopen met het toezicht zoals Thorbecke het bedoelde. Het chemisch lab van het RIVM en dat van de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) worden geprivatiseerd. Dat van het RIVM gaat op in het routinelab RIKILT. Dit commerciële bedrijf behoort tot de Universiteit van Wageningen, een onderzoeksconglomeraat dat leeft van commerciële opdrachten van de voedingssector.
Het gezamenlijk voornemen van de ministeries van Volksgezondheid en Landbouw is buiten de openbaarheid gehouden. Verborgen, in een lange brief over bezuinigingen op 4 februari 2009 van landbouwminister Gerda Verburg, staat één zin – over ‘huisvesting van alle laboratoria in Wageningen’ wat ‘aansluit bij de efficiencydoelstelling’. Een woordvoerder van Landbouw bevestigt het ministerieel besluit. Hij kan niet uitleggen waarom deze verregaande uitbesteding van toezicht op voedselveiligheid niet aan de Tweede Kamer is voorgelegd.

EFFICIENCY IS NIET de reden van deze privatisering, denkt Eerste-Kamerlid namens de SP en oud-medewerker van het RIVM Paul Peters. ‘Maar een steeds vastere greep van de vleessector op dat toezicht.’
Vroeger was het overzichtelijk. Het ministerie van Landbouw diende het belang van de producent, het ministerie van Volksgezondheid dat van de consument. Die twee moesten vooral gescheiden blijven. Tevens controleerde Volksgezondheid via diensten als de Keuringsdienst van Waren en het RIVM de producent. De trend is nu dat de producent zichzélf controleert. In drie ‘boerenoorlogen’ wist Landbouw de afgelopen decennia steeds iets meer van de controle weg te halen bij Volksgezondheid en vervolgens te privatiseren. Het argument dat boeren en ambtenaren hiervoor gebruiken, is steeds hetzelfde. Volksgezondheid geeft alleen om ‘Nederland’, maar al die varkens-, kalveren- en kippenproducenten onder Landbouw exporteren naar ‘de hele wereld’. Wat is nu belangrijker?
In het kabinet-Balkenende II werd het toezicht van de Voedsel- en Warenautoriteit op slacht en veetransport al stilletjes overgeheveld van Volksgezondheid naar Landbouw. En passant werd toen het slachttoezicht geprivatiseerd. Ook toen sliep de Tweede Kamer.
Nu volgen de chemische labs van RIVM en VWA. De gelukkige eigenaar van al dit analytisch werk wordt het RIKILT. Dit volgens jaarrekeningen bij de Kamer van Koophandel noodlijdende lab noemt zich ‘Onafhankelijk Instituut voor Voedselveiligheid’. De suggestie werkt. In nota’s omschrijven ambtenaren het RIKILT zelfs als een ‘Rijkskwaliteitsinstituut’. Andersom dacht ex-landbouwminister Cees Veerman altijd dat het RIVM al lang een private onderneming was. De verwarring is compleet.
In feite is het RIKILT voor tachtig procent afhankelijk van opdrachten van het ministerie van Landbouw. Deze inkomsten worden steeds minder omdat Landbouw bezuinigt. Uit memo’s blijkt dat in opdracht van Landbouw een werkgroep onderzoek deed naar een nieuw monopolistisch ‘rijksinstituut’, waarin alle labs worden samengeveegd. Zo geschiedt nu, onder de private noemer van het RIKILT. Haar toekomst is veiliggesteld. Door middel van een onderhandse gunning, die Europees had moet worden aanbesteed.

ANDRÉ BIANCHI, directeur van het RIKILT, ontkent belangenverstrengeling tussen Landbouw, RIKILT en de sector waarop wordt toegezien: ‘Het RIKILT mag alleen commerciële opdrachten aannemen als ze afwijkingen tegelijk meldt aan opdrachtgever en Landbouw.’ Hij wijst erop dat RIVM en RIKILT al jaren nauw samenwerken: ‘Maar er was veel overlap. De chemische activiteiten gaan van RIVM naar RIKILT, maar al het microbiologische onderzoek gaat van RIKILT naar RIVM.’
De microbiologische gevaren voor de volksgezondheid zijn groter dan de chemisch-hormonale, geeft Paul Peters toe: ‘Goed dat die analyse bij het RIVM blijft. Van salmonella in bavarois of campyllobacter in kipfilet gaat een bejaarde direct dood. Het gevaar van hormonen is meer sluipend. Er is weinig bekend over het effect ervan op de mens. Alleen van het kunstmatig hormoon DES staat – mede dankzij het RIVM – onomstotelijk vast dat het runderboeren extra vlees oplevert én vrouwen vaginale kanker. Verder bestaat het gevaar van hormonen deels uit de opschudding die wordt veroorzaakt bij de consument. Die weet nu wel dat je ei, kip en rood vlees flink moet verhitten om de bacteriën te doden. Maar het effect van oneigenlijke hormonen in je lichaam is niet beheersbaar.’
Landbouw en sector willen het consumentenvertrouwen niet in de waagschaal stellen. Waarom zouden ze niet blijven speuren? ‘Op de bestaande zwarte lijst zullen ze toezien’, verwacht Peters. ‘Maar de wereld verandert. De ontwikkeling van groeibevorderaars in de bio-industrie gaat altijd door. Net als die van doping in de wielrennerij. Landbouw is een economisch departement. Wat niet weet, wat niet deert, zo redeneren ze daar. Bij elke gelegenheid wijst minister Gerda Verburg erop dat export het grootste belang is dat ze dient. Over de gezondheid van dier en mens praat ze zelden. Laatst decimeerde ze de Taskforce Hormonen.’
Bronnen rond het RIVM vinden de angst van Peters reëel. Omdat het RIKILT via zijn onderzoekstaak aan de leiband van Landbouw loopt, melden de laboranten in Wageningen elk positief labresultaat meteen aan Den Haag. ‘Die maakt dat niet openbaar, overlegt eerst met de boer. Als de VWA een rechtszaak voorbereidt tegen die boer, weet die alles bij voorbaat al. Zo is in 2006 ook de ontdekking van het verboden salmetrol onder de pet gehouden. Het Productschap voor Vee, Vlees en Eieren (PVVE) kwam er op tijd achter dat het speelde.’
Zelfs schandalen als die met babymelkpoeder in China houdt men niet voor onmogelijk. ‘Daar woog de markt zelf af of het gezondheidsrisico van toegevoegde melamine aanvaardbaar was’, zegt een chemicus. ‘Ander voorbeeld. In Europa denken we met de lijst van synthetische hormonen veel gevaar af te vangen. Men denkt: toegevoegd is slecht, “natuurlijk” is goed. Boeren gebruiken mogelijk al natuurlijke hormonen, zoals wielrenners testosteron. Ook dat is nog altijd niet goed traceerbaar.’

HOE STERK is de invloed van de sector op Food Valley Wageningen? Juridische banden zijn niet bekend. Wel is de universiteit wettelijk verplicht dochters als het RIKILT de broek zelf te laten ophouden. Mag het RIKILT verlies maken? Mag het kostbaar fundamenteel onderzoek doen naar onbekende stoffen, zoals het RIVM dat doet? Bianchi doet hier geen uitspraken over. ‘De overheid heeft er geen oog voor dat private partijen alleen participeren als er gerede winstmogelijkheden en beheersbare risico’s zijn’, schrijft echter de Algemene Rekenkamer in een zojuist verschenen rapport over de veranderende financiële relaties tussen Rijk en derden. Ook het RIVM wordt hierin genoemd.
Wageningen positioneert zich in de voedingssector graag als instituut dat het goede van voedsel onderzoekt. ‘Liever niet het slechte’, zegt Peters. ‘Daar maak je geen vrienden mee.’
Pas na dertig jaar DES in ons vlees ontdekten de Sherlock Holmes’en uit Bilthoven de eerste sporen ervan. ‘De intuïtie die je daarvoor nodig hebt, doe je alleen op door heel veel te bemonsteren en voortdurend onderzoek te doen naar nieuwe opsporingsmethoden’, zegt Peters. ‘Nu al het “natte” werk naar Wageningen gaat, verdwijnt die expertise. Het RIVM behoudt weliswaar de formele regie van de chemische risicoanalyse. Maar met alleen een stokje in de hand ben je geen dirigent.’
Een braindrain bij de labs van het RIVM en VWA is nu aan de gang. Van alle werkzame academici en analisten besloot de meerderheid niet mee te gaan naar Wageningen, uit vrees voor hun verlies van onafhankelijkheid. ‘We mogen van Landbouw straks toch niks zeggen.’

DOOR DE PRIVATISERING verliest Nederland waarschijnlijk zijn prestigieuze functie als scheidsrechter bij internationale hormonenkwesties. De Europese Commissie eist dat die taak in onafhankelijke handen is. Zo ontzenuwde het RIVM in 1998 een hoog oplopende ruzie tussen Oostenrijk en Italië. Italiaanse veeboeren beschuldigden Oostenrijkse van het inspuiten van hun runderen met het DES-hormoon. Contra-expertise door het RIVM wees uit dat de beschuldiging vals was.
‘Dan doet voortaan een ander land de arbitrage toch?’ zegt ex-veterinair hoofdinspecteur van de Keuringsdienst van Waren Henk Verburg. Hij heeft geen moeite met de privatisering: ‘Logisch dat chemische problemen onder verantwoordelijkheid komen van Landbouw. Die ontstaan namelijk in de slachtfase. Landbouw is daar politiek verantwoordelijk voor. Dat draait op voor de kosten. Prima dat de producent nu zelf toeziet op de veiligheid. Als het toezicht daarop maar onafhankelijk is.’
Dat is het ’m juist, vindt Gerard Sieswerda, ex-directeur van de Voedsel- en Warenautoriteit in Amsterdam. ‘Als het gaat om voedselveiligheid moet je straight zijn. In een fabriek rapporteert de kwaliteitscontroleur toch ook niet aan de productiechef, maar direct aan de allerhoogste man? Je moet elke schijn van belangenverstrengeling vermijden. Dat lukt beter als Volksgezondheid de producenten controleert dan als Landbouw dit doet. Nu denkt iedereen: de slager keurt zijn eigen vlees. Ik heb er geen goed gevoel over.’