Wie is bang voor forrest gump?

Een met vele Oscars bekroonde antiheld: Forrest Gump. Dom, rechtschapen, gevoelig voor autoriteit. De volgende conservatieve presidentskandidaat zal ongetwijfeld veel- vuldig citeren uit de gelijknamige film. Want Amerika heeft behoefte aan geruststelling.
TOT NIEMANDS verbazing werd Forrest Gump de grote winnaar van de Oscar-nacht. De film was de meest succsesvolle ter wereld in 1994 en zal ook dit jaar een kaskraker blijven. Weinig recente films hebben zovelen ontroerd en geamuseerd. Maar ook geergerd. Gump blijft verhitte discussies uitlokken. Wat voor de een een teder sprookje is over een onschuldige eenzaat op zoek naar geborgenheid, is voor de ander een stuk rechtse propaganda en geschiedvervalsing, verpakt in goedkoop sentiment.

In de Volkskrant van maandag haalt filmmaker Jurrien Rood scherp uit naar de Gump-kritiek van ‘linkse, filmbesprekende Europeanen’. Hij verwijt hun dat ze, verblind door hun instinctief anti-Amerikanisme, niet hebben begrepen waar de film eigenlijk over gaat: 'Het is allereerst een verhaal over een buitenbeentje dat geaccepteerd wil worden.’ Dat klopt. Rood heeft ook gelijk als hij stelt dat het succes van Gump geen gevolg is van een verrechtsing van het bioscooppubliek maar van het feit 'dat veel mensen eenvoudigweg iets herkennen in deze zoektocht van een buitenbeentje naar geborgenheid’. Precies. De film heeft die honger naar geborgenheid meesterlijk gearticuleerd.
Wat Rood echter niet lijkt te begrijpen is dat dit ook de reden is waarom rechts Amerika de film zo innig heeft omarmd. 'Als deze Forrest - de alleenstaande vader, oprechte domkop en onschuldige lieverd - werkelijk het ideaal is van Amerikaanse conservatieven, dan ben ik benieuwd naar hun volgende presidentskandidaat’, schrijft Rood schamper. De volgende conservatieve presidentskandidaat zal geen Forrest Gump zijn, maar reken maar dat hij zijn retoriek overvloedig zal doorspekken met verwijzingen naar en citaten van Amerika’s nieuwste antiheld. Dat gebeurt nu al. Gump is voor rechts geen ideale leider maar een nuttige idioot. Maar is dat zijn schuld? In plaats van de film te verketteren, zouden linkse critici beter de hand in eigen boezem kunnen steken. Al te lang hebben ze de Forrest-Gumpfactor in de politiek genegeerd. Om dit te verduidelijken, moeten we even de bioscoop verlaten.
MARIO CUOMO en Ann Richards, twee Democratische zwaargewichten die door de Amerikaanse kiezers in november werden weggestemd, werden onlangs geinterviewd op tv. Was hun nederlaag nu onvermijdelijk? Ze knikten. 'De mensen in dit land zijn doodsbang’, zei Richards, ex-gouverneur van Texas. 'Wij Democraten bieden sinds vele jaren alleen marginale hervormingen. De Republikeinen beloven radicale verandering en dat is wat de kiezers willen.’
Richards zei niet waarvoor de Amerikanen doodsbang zijn. Het is dan ook een vaag gevoel, gevoed door diverse ontwikkelingen. De oude wereldorde werd samen met het Oostblok weggevaagd en wat 'de nieuwe wereldorde’ inhoudt, is nog onduidelijk maar erg ordelijk is ze alvast niet. Integendeel, meer chaos en onheil lijkt onderweg. De snelle technologische veranderingen zetten economische zekerheden op losse schroeven en geven iedereen die de computerrevolutie niet kan bijbenen het gevoel dat ze hun laatste trein hebben gemist. De globalisering van de wereldeconomie vervaagt alle grenzen en lijkt ieders lot afhankelijk te maken van ongrijpbare internationale financiele krachten. De concurrentie op de arbeidsmarkt is nog nooit zo intens geweest. Volgens een recent rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie is dertig procent van de beroepsbevolking van de wereld werkloos (in de Verenigde Staten is het officiele werkloosheidspercentage relatief laag maar in vele steden neemt de verborgen werkloosheid haast derde-wereldachtige proporties aan). Een groot deel van diegenen die vast werk hebben, is bang hun job te verliezen. Loondalingen, flexibiliteit, opgevoerd werkritme zijn de regel. En intussen wordt de maatschappij geplaagd door epidemieen van misdaad, drugsverslaving en ander verval. De wereld lijkt steeds complexer, chaotischer, verwarrender en dus angstaanjagender te worden.
Een pragmatisch leider als Clinton, die geen vastomlijnde ideologie heeft en een vaag antwoord geeft als hem naar zijn 'toekomstvisie’ wordt gevraagd, wakkert die angst nog aan. Clinton lijkt vaak besluiteloos, aarzelend en verandert gemakkelijk van standpunt om een compromis te bereiken. De Republikein Gingrich daarentegen verkondigt trots dat compromissen hem niet interesseren. Hij weet wat hij wil en gaat recht op zijn doel af. Hij onderkent de angst van de kiezers en schilderde in elke speech tijdens de verkiezingscampagne een hard, somber portret van Amerika als een beschaving in verval, dat schril contrasteerde met Clintons vage pleidooien voor hoop en verdraagzaamheid. Tegelijkertijd stelt hij zichzelf voor als de rots in de branding: 'Het zijn mensen zoals ik die staan tussen ons en Auschwitz.’ En zo duister als zijn beschrijving van het heden is, zo rooskleurig is de toekomst die hij voorspiegelt - tenminste: als Amerika hem wil volgen.
Omdat de Democraten - en links in het algemeen - niet weten wat ze met de angst van de bevolking moeten aanvangen en geen vooruitzicht op wezenlijke verandering kunnen bieden, staan ze ook machteloos tegenover de opmars van radicaal rechts. In heel de wereld kennen de Gingrichs, Zjirinovski’s, DeWinters en andere heilige-oorlogsvoerders een groeiend succes. Rechts is zelfverzekerd. Rechts weet wat het wil. Rechts heeft 'oplossingen’. Dat die niets oplossen, ondermijnt hun succes voorlopig niet. Hun aanhangers geloven er in. Ze begrijpen niet welke krachten hun wereld zo bedreigend en verwarrend hebben gemaakt en hebben dan ook geen flauw idee wat een echte oplossing zou inhouden. Maar ze zijn meer dan bereid om leiders te geloven die beweren dat ze weten wat er moet worden gedaan en die hen in staat stellen hun angsten en zelftwijfels om te zetten in agressie tegen 'de anderen’.
'In mijn werk als psychotherapeut heb ik ontdekt dat veel Amerikanen die zich aangetrokken voelen tot rechts, op zoek zijn naar een context van zingeving die hun een gevoel van eigenwaarde biedt’, schrijft Michael Lehrer, de hoofdredacteur van het joods- progressieve blad Tikkun. 'De sterkste aantrekkingskracht gaat uit van groepen die hun zelfrespect niet ontlenen aan wat ze gepresteerd hebben maar aan wat ze zijn (Amerikanen, Russen, christenen, moslims, enzovoort). In groepen zoals christelijk rechts kunnen mensen zich goed voelen zonder dat ze iets hoeven te bewijzen. Deze onvoorwaardelijke aanvaarding biedt een welkome ontsnapping van de concurrentiedruk op de markt. Daarom kun je de trekkracht van christelijk rechts niet tegengaan met waarschuwingen over de burgerlijke vrijheden.’
ENORM VEEL MENSEN voelen zich dom, voorbijgestoken door de technologische veranderingen, onbevredigd in een werksituatie waar ze van de ene dag op de andere overbodig kunnen worden. De behoefte aan geruststelling is immens.
Hollywood heeft dat begrepen. Het is geen toeval dat Amerika overspoeld wordt met films waarin de helden dom, achterlijk of onaangepast zijn. Forrest Gump, Nell, Dumb and Dumber, Billy Madison, Cabin Boy, The Brady Bunch… en in voorbereiding zijn films als The Stupids, Dummies en The Magnificent Idiot.
Forrest Gump is het beste en bekendste produkt van deze anti-intelligentiegolf. Gump heeft een laag IQ maar, zoals de Republikeinse moraalridder Bill Bennett het samenvat, 'door zijn rechtschapenheid, zijn goede opvoeding en zijn geloof blijft hij overeind in een wereld die uit elkaar valt’. Hij belichaamt de angst die veel mensen voelen - dat ze in dit informatietijdperk 'achterlijk’ zijn geworden, dat hun tegenslagen aan hun eigen tekortkomingen te wijten zijn - en dus worden Gumps overwinningen - hij wordt rijk, krijgt het meisje, een knappe zoon - ook de hunne. Velen kunnen zich identificeren met Gumps houding tegenover de wereld. Gump ziet geen klassen- of rassentegenstellingen. Hij gaat naar de oorlog zonder zich af te vragen waarom. Nooit stelt hij de autoriteiten ter discussie.
Diegenen die dat in de film wel doen - vredesactivisten, hippies, Black Panthers - worden zonder uitzondering voorgesteld als heetgebakerde, hypocriete leeghoofden. Velen waren dat natuurlijk ook en Rood schrijft dat hij blij is 'met een film die het heilige huisje van de hippies eens een trap geeft’. Rood contrasteert Forrest Gump met de hippiemythologisering in films zoals Easy Rider. Maar het verwerpen van een mythe is geen excuus voor het creeren van een andere. Wat Rood blijkbaar ontgaat is dat de zwart- wittegenstelling die de film maakt tussen de in-goede gezagsaanvaarder (Gump) en de hypocriete gezagsverwerpers (de hippies) ook een mythologisering van de werkelijkheid is, een ideologische wraakneming van Nixons silent majority.
Gump begrijpt de maatschappelijke krachten niet en probeert dat ook niet. Terwijl de wereld om hem heen verandert, blijft hij dezelfde onschuldige, sympathieke knul. En meer hoeft hij niet te zijn want God staat aan zijn kant. Een orkaan die de boten van alle andere garnaalvissers vernietigt (de pijn die dat veroorzaakt krijgen we niet te zien) maakt hem rijk en door een toevallige investering wordt hij nog rijker. Dank zij zijn onschuld en onwetendheid leeft hij the American Dream. De contestanten vergaat het minder goed: zijn vriendin Jenny betaalt voor haar woelige jaren met een terminale ziekte.
Evenals Gump zijn de meeste Amerikanen (en Europeanen) door de welvarende naoorlogse periode gegaan zonder zich vragen te stellen over de mechanismen van gezag en onderdrukking. Net als voor Gump leek die welvaart hun in de schoot geworpen, als Gods beloning voor hun rechtschapenheid. Nu de welvaart afbrokkelt en de onzekerheid groeit, zoeken velen toevlucht in de geborgenheid van rechtse ideologieen die hen geruststellen dat ze, net als Gump, onschuldig zijn en niet hoeven te veranderen. Het volstaat dat ze de juiste nationale, raciale, etnische of godsdienstige afkomst bezitten. Het zijn de anderen, die niet tot die categorieen behoren, die van alles de schuld krijgen. Door de strijd tegen die 'anderen’ af te kondigen, kunnen de aanhangers van radicaal rechts hun zelftwijfels op een zondebok projecteren en hun gevoelens van onmacht doorbreken.
Linkse mensen die de zaak simpelweg omdraaien en proberen de 'Gumps’ schuldgevoel aan te praten over hun identiteit (als blanken, als mannen, als Amerikanen) en hun egoisme verwijten, drijven hen alleen nog meer in de armen van rechts. Het is niet het egoisme van de zelfgenoegzamen dat die honger naar geborgenheid doet ontstaan maar de behoefte aan zelfbescherming van mensen die pijn en angst voelen in hun leven. En die leven in een cultuur waarin, zoals Rood opmerkt, 'individualisme hoog in het vaandel staat’, wat onder meer betekent dat ze worden omringd door ideologen, predikanten en therapeuten die de neiging tot zelfbeschuldiging versterken door psychische pijn als een louter individueel probleem te beschouwen. Geen wonder dat zo veel Amerikanen zich gretig in de armen storten van elke kerk, filosofie of beweging die hen opbeurt met de boodschap dat het enige wat mis is met hun wereld die mensen zijn die alle good, old fashioned American values bekritiseren.
HET IS DIEZELFDE opbeurende 'analyse’ waarmee de film Forrest Gump de recente Amerikaanse geschiedenis belicht. Tot in de jaren zestig was het gemythologiseerde zelfbeeld van Amerika zelf een soort Gump: een goedbedoelende, soms wat onhandige reus die door de wereld rent en genereus zijn goedheid verspreidt, ook al gooien andere landen met stenen naar hem. En die uiteindelijk een wereld redt die zijn weldaden nooit ten volle weet te waarderen. Forrest Gump reconstrueert die mythe uit de periode waarin ze aan duigen viel.
Toch heeft Rood gelijk dat veel critici enkel de maatschappelijke kant van de film zagen. Forrest Gump is ook een aangrijpend persoonlijk verhaal over de pijn en de eenzaamheid van een man maar ook over zijn vermogen tot liefhebben. Linksen die in dit verhaal enkel stroperige camouflage voor rechtse propaganda zien, slaan de plank mis, evenals ze zich vergissen door in de politieke honger naar geborgenheid enkel irrationalisme en hysterie te zien. De gevoelens van angst en machteloosheid waarmee steeds meer mensen kampen, zijn niet irrationeel en verdienen ernstig te worden genomen. Linksen die zich beperken tot het verdedigen van de democratische status quo tegen het rechtse gevaar vergeten dat het juist die status quo is die deze gevoelens doet opwellen. Dit vereist een alternatieve, omvattende visie over hoe een maatschappij die welvarend, vrij en solidair is, eruit kan zien. Als alleen rechts de angstigen en machtelozen een schijnbare uitweg biedt, zullen we er allemaal voor opdraaien.