Opheffer

Wie is de jood, wie de moslim?

Wat een schande eigenlijk… dat ik me moet verdedigen voor het feit dat ik een ongelovige hond ben, dat ik niet geloof in een opperwezen dat lustig rampen veroorzaakt en dan de schuld aan de mens geeft, en dat ik ook niet geloof in hocus-pocusteksten. Ik heb zelfs het gevoel alsof dit wordt gezien als een vorm van discriminatie. Hoe vaak heb ik dat de laatste tijd nou al niet gehoord: «U discrimineert, u discrimineert, u discrimineert.» Wat discrimineer ik dan? Het lijkt verdomme wel de discussies die ik voerde toen ik twaalf was!

Wanneer ik in een debat beweer – en ik debatteer nogal veel de laatste weken – dat ik God of Allah eigenlijk een misdadiger vind, gemeten naar de enige maatstaven die wij kennen, namelijk de menselijke, dan zijn de rolberoertes vlakbij. Ik ben tegen Allah of God, en dus geen serieuze gesprekspartner! Ik ben dan een vriendje van Van Gogh, ik moet het dan maar zelf weten… als ik Allah afwijs, ja, dan zal Allah mij wel straffen… et cetera. Je gelooft gewoon niet wat men tegen je durft te zeggen.

«Bent u tegen de islam?» is de vraag die ik dit jaar vaker heb moeten beantwoorden dan in de 51 jaar daarvoor. Deze vraag met «ja» beantwoorden wordt steeds gevaarlijker (dat meen ik), dus ik nuanceer hem, geheel tegen mijn gewoonte in. Want ik vind de islam gevaarlijk – en dan heb ik het niet eens over de al-Qaeda-gestoorden. Ik vind uit levens beschouwelijke gronden de islam net als het christendom onverantwoordelijk met de mens omspringen, omdat je bij dit soort religieuze groeperingen nooit weet bij wie de verantwoordelijkheid nu eigenlijk ligt. Daarnaast vind ik beide godsdiensten nogal kinderachtig in hoe ze veranderingen willen bewerkstelligen. Namelijk door veel te bidden en door een hiernamaals voor te spiegelen waar het veel beter toeven is dan hier…

Ik heb wel meer kritiek, maar dat doet niet eens ter zake. Het is op het ogenblik onbeleefd en gevaarlijk om religie te bestrijden.

Als humanist behoor je tot een minderheid. (Domste opmerking is wel: «Het humanisme is toch eigenlijk ook een kerk, maar dan zonder God?»)

«Weet u wel dat u mensen kwetst met uw opmerkingen over de islam?»

«Weet u wel dat de islam mij ook kwetst, met hun opvattingen over ongelovigen, joden, homo’s en vrouwen?»

«Weet u wel dat u zo de discussie onmogelijk maakt?»

«Hoe dan precies? Doordat ik iedereen recht van spreken geef?»

Sinds 9/11 is er eigenlijk nooit wezenlijk meer gediscussieerd over de religie. Bush liet dat natuurlijk na. Maar ook hier in Nederland staat bijvoorbeeld de islam niet ter discussie. Balkenende zwengelt een «normen-en-waarden-discussie» aan, maar dat religie ook in Nederland leidt tot politieke moorden vergeet hij dan maar even. «De moord op Theo van Gogh is niet typisch Nederlands», zei onze minister-president. O nee? Als kind leerde ik dat Bonifatius die het christendom wilde brengen bij Dokkum werd vermoord… We kennen een reeks van religieus geïnspireerde politieke moorden. Maar elke politicus, elke tv-presentator, iedereen met een min of meer openbare functie haast zich thans te zeggen dat iedereen uiteraard mag geloven en denken wat hij wil – alsof dat ook ter discussie staat.

Natuurlijk mag iedereen geloven en denken wat hij wil, maar dat betekent toch nog niet dat wat hij gelooft en denkt de wereld vooruit helpt? Of juist is? Of logisch? Of vredelievend? Er is bijna geen politiek commentator die durft te zeggen dat de religie de grote schuldige is aan de verwarring in onze maatschappij. Laat ik het dan maar zeggen: de religie vertroebelt de zaak. Sterker: zonder religie was de vrede, waar dan ook, dichterbij dan nu.

Bush zegt dat hij een democratisch politicus is, maar als je in Amerika een ongelovige hond bent zoals ik kun je de politiek wel vergeten. De religie verpest in Amerika de politiek. Zoals de religie ook de vrede in het Midden-Oosten verpest. Zoals de religie ook de politiek in Israël verpest. Zoals de religie ook de hulpverlening verpest. In Afrika gaat het om religie. In India gaat het om religie. In Atjeh gaat het om religie. In Afghanistan gaat het om religie. Al-Qaeda is voor alles een religieuze beweging.

Dus… dus is het ook hier in Holland zo dat wanneer ik zeg dat ik religie bestrijd ik mezelf buiten het debat plaats.

Ik zeg het nog maar eens: op de brief die op de buik van Theo werd gevonden stond ergens te lezen: alle ongelovigen zijn joden en de joden zijn ongelovig…

Mijn ongeloof werd aan een religie gekoppeld – ik was er bijna trots op. Laat ik maar eerlijk zijn: ik was er trots op.

Hoera – ik ben een jood!

Met alle dubbele connotaties van dien. Als ongelovige ben je inderdaad een jood.

«U discrimineert als u tegen de islam bent.»

Ik ben een jood!

Het klopt: ik word bedreigd, mijn cultuur wordt bedreigd, mijn (on)geloof wordt bedreigd, mijn opvattingen worden bedreigd, mijn vrienden worden vermoord – Amsterdam, jodenstad.

Kijk eens wat er in Israël gebeurt…

Bij Ajax zingen wij: «Joden, joden.» De voorzitter van Ajax wil dat niet. Maar ik wel. We waren geen joden – maar we worden joden gemaakt!

Ik weet nog wat op de muren in Amsterdam stond in de Tweede Wereldoorlog: «Rotduitsers blijf met je rotpoten van onze rotjoden af.»

Een zin met een haakje, en dat haakje klinkt zich vast aan deze tijd.

Wie vervuilt de discussie? Wie discrimineert wie? Wie is de jood en wie de moslim? Wie heeft geen recht van spreken?

De ongelovige honden blaffen, maar de karavaan trekt verder.