Wie is er bang voor fase vier?

Het in 1986 ernstig vernielde schilderij Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III van Barnett Newman maakte in 1991 een glorieuze comeback in het Stedelijk Museum. Door Newmans werkwijze en materiaalkeuze tot in de puntjes na te volgen, was restaurateur Daniel Goldreyer erin geslaagd het doek volledig in zijn oude toestand te herstellen.

Ernst van de Wetering liet niet na iedere vierkante nanometer van het gerevitaliseerde rode vlak te controleren op ongerechtigheden. Maar ook deze toch als uiterst kritisch te boek staande kunstprofessor moest uiteindelijk de duim wel omhoog steken. Museumdirecteur Wim Beeren beleefde kortom zijn finest hour. Marja Baak, de verantwoordelijke wethouder, had al evenveel reden tot glunderen. ‘Dit zou wel eens onze toekomstige minister van WVC kunnen zijn’, speculeerde menigeen.
Zo is het dus niet gegaan. Om de vraag te beantwoorden of dat wel zo erg is, moet men om te beginnen terug naar de vraag die het kunstwerk zelf is. Wie is er bang voor die kleurtjes? 'Ikke’, antwoordde 'kunstcriticus’ Van B. toen hij in 1986 met zijn stanleymes het schilderij in losse lappen linnen omtoverde. Agressie is immers niets anders dan naar voren gerichte angst. Met Van B.’s ingreep kreeg het kunstwerk een nieuwe dimensie. Van een vraag werd het een met forse gebaren gevoerde dialoog tussen schepper en vernieler. Zo gezien lijkt het erop dat Goldreyer juist een helder moment had toen hij, daas van het aanbrengen van de olieverfpuntjes, ineens besloot naar de verfroller en de potten acryl te grijpen. Dit zou geen restauratie worden waarmee een kunstwerk weer terug naar af zou worden gestuurd. Nee, Goldreyers toevoeging zou de derde fase inluiden. Het zachte geluid van zijn twee armlengtes bestrijkende instrument, dat zoals iedere doe-het-zelver weet zo prachtig het midden houdt tussen zwiepen, soppen en fluiten, moet hem als muziek in de oren hebben geklonken. Forse gebaren! Die wat teweeg zouden brengen!
En inderdaad. Mensen die er verstand van zouden moeten hebben, noemden Goldreyers Who’s afraid weliswaar 'een lijk’, maar te oordelen naar alle commotie leefde het kunstwerk meer dan ooit. Koppen in de politiek en de kunstwereld rolden, hoofdredactionele commentaren van uiterst serieuze dagbladen tuimelden in een moordend tempo over elkaar heen, heftige discussies brandden los over tot dan toe obscure onderwerpen als 'restauratie-ethiek’, en oud-studenten kunstgeschiedenis die ooit met opengespalkte ogen voor het doek waren vastgebonden tot ze van vermoeidheid gingen hallucineren, verklaarden ineens een bad trip te hebben gekregen omdat ze in fase drie tussen het rood en het rood het rood niet meer konden herkennen.
Eindelijk was het door Newman opgeworpen balletje werkelijk gaan rollen. Vreemd eigenlijk dat het na Goldreyers laatste en niet-begrepen forse gebaar, en zijn schadeclaim van 200 miljoen wegens smaad, zo stil is geworden rond het schilderij. Terwijl fase drie toch niet het eindpunt hoeft te zijn. De verleiding is groot om het na de interventies van Van B. en Goldreyer een stuk interessanter geworden kunstwerk toch maar eens te gaan bekijken. Of liever nog: om het met een fors gebaar naar fase vier te helpen. Jammer alleen dat het Stedelijk Who’s Afraid momenteel om onduidelijke redenen niet tentoonstelt.