Wie is er bang voor qat?

Het door Somalische vluchtelingen gekauwde plantje qat leidde tot een onverkwikkelijke burenruzie tussen Justitie en WVC. Is qat een hard drug of een ‘life-line’? En welke rol speelde qat in de Somalische burgeroorlog?

ZONDAG, EEN UUR ’s middags. Manqo, het enige maanden geleden door het ministerie van WVC geopende Somalische eetcafe op de Y-markt in Amsterdam, loopt vol. Afrikaanse mannen met namen als Ali, Yoesoef en Mubarak begroeten elkaar uitbundig, installeren zich in een van de zithoekjes en bestellen thee en een portie qat: een paar honderd verse twijgjes van de struik Catha Edulis, zorgvuldig gewikkeld in een bananenblad, de aluminiumfolie van Oost-Afrika.
Qatkauwen vereist enige techniek. Eerst ontdoe je een twijgje van de grootste, harde bladeren. Dan bijt je er de zachte, buigzame bovenkant vanaf en als het takje erg zacht is, kan je er met je tanden ook nog de bast vanaf ritsen. Nadat je hier eventjes op hebt gekauwd, duw je de pulp met je tong in een wangzak en neem je een slokje hete thee. Even later neem je nog een twijgje. Het is vooral wennen aan de intens bittere smaak en de aanvankelijk onwillige prop in de wang. ‘Al doende leert men’, verklaren de Somaliers opgeruimd.
Ze worden gaandeweg opgewekter. Gevoed door de atonale Somalische volksmuziek uit de luidsprekers worden verhalen, grappen en roddels onder steeds grotere hilariteit uitgewisseld. Af en toe bulderend lachend bekogelen ze elkaar met de extra-zachte twijgjes: een gebaar van onderlinge vriendschap.
Na een paar uur kauwen begint de stemming langzaam om te slaan. De gesprekken worden zachter en de toon serieuzer. Nog wat later valt de conversatie vrijwel geheel stil. Ontspannen drinkt men zijn thee, luistert naar de muziek en staart in het niets, alleen met de eigen gedachten die in dit tweede stadium opeens een razende vlucht kunnen nemen. 'Qat quiets the body as it quickens the mind’, verklaart een Somalier. Heel anders dan de nerveuze gejaagdheid die een paar uur koffiedrinken kan veroorzaken.
MINDER GEMOEDELIJK dan deze qatsessie is echter het verlangen van het ministerie van Justitie om het kauwen op qat te kunnen vervolgen. De twijgjes bevatten namelijk in minieme hoeveelheden de amfetamine-achtige alkaloiden cathine en cathinon, stoffen die op 29 mei van dit jaar door het ministerie van WVC op respectievelijk lijst een en twee van de Opiumwet werden geplaatst. Dit in navolging van een VN-verdrag en nadat de politie op Schiphol had geklaagd over wilde toestanden op een parkeerterrein bij het verdelen van de handelswaar, waarbij zelfs een keer een autoruitje was gesneuveld.
Als de 26.000 zielen tellende Somalische gemeenschap verontrust reageert op het verbod, bezweert WVC echter dat het alleen wil voorkomen dat er een soort speed-pillen gevuld met qat-extract op de markt komt. Het kauwen op het onschuldige qat-plantje zou geen strobreed in de weg worden gelegd. Dit analoog aan bijvoorbeeld de muskaatboom, waarvan ook bepaalde bestanddelen op de Opiumlijst staan, hoewel het geenszins verboden is om wat bloemkool te kruiden met een beetje nootmuskaat.
Volgens drugsexpert August de Loor is de hele toestand door WVC zwaar overdreven: 'Het kost namelijk vijfhonderd kilo qat om via een tijdrovend en ingewikkeld proces een schamel grammetje speed te produceren, dat je voor een fractie van de kosten op de zwarte markt kan kopen.’ De Loor adviseerde WVC dan ook om in ieder geval op de Amsterdamse Y-markt een apart winkeltje te openen waar voortaan in alle rust in qat kon worden gehandeld. Met het openstellen van Manqo werd dit verzoek door WVC ingewilligd en een maand lang bleef alles verder rustig rondom de qat-import.
Totdat op 23 juni twee pelotons met machinegeweren bewapende politieagenten en marechaussees uit hun overvalwagens sprongen en de baas van Manqo en twee van zijn vrienden hardhandig inrekenden op het moment dat die op Schiphol zeshonderd kilo qat in ontvangst namen. De politie handelde in opdracht van het ministerie van Justitie, dat een solo-actie was begonnen tegen het gebruik van qat. Eenmaal afgevoerd, werden de Somaliers aangeklaagd door het Openbaar Ministerie Haarlem.
'Het is inderdaad zo dat de ministeries van WVC en Justitie van mening verschillen over de strafbaarheid van qat’, meldt een Justitiewoordvoerder. 'Een onafhankelijke rechter moet zich daar maar eens over uitspreken. Voor ons is het elk geval duidelijk dat de zaak op Schiphol uit de hand liep. Daar moest hoognodig wat aan gebeuren.’
HET GEVOLG VAN de burenruzie tussen WVC en Justitie is chaos. De Nijmeegse politie pakte twee dagen later een qat-handelaar op, in de veronderstelling dat het om hard drugs ging. Een telefoontje met WVC maakte snel duidelijk dat de qat-plant helemaal niet verboden was. De man werd weer vrijgelaten. Maar de KLM meldde: 'Wat ons betreft valt qat gewoon onder de Opiumwet en zullen wij op onze vluchten dergelijke stoffen niet toestaan.’ Later trok KLM dit weer in.
De schade is dan al aangericht. Tegenstrijdige verhalen in de media associeren qat hoe dan ook met schadelijkheid en verslaving. De gedupeerde qat-exporteur in Kenia compenseert bovendien zijn verlies door nog maar mondjesmaat qat, en dan ook nog van slechte kwaliteit, te leveren. De prijs van een portie qat stijgt onmiddellijk van vijftien gulden naar vijfennegentig gulden.
Uiteindelijk maakte de Haarlemse onafhankelijke rechter F. Bakker op 1 juli een einde aan de chaos door te bepalen dat de qat- plant niet onder de Opiumwet valt, evenmin als de muskaatboom. De inmiddels bedorven partij qat werd vrijgegeven en met het betalen van de schadevergoeding die de qat-importeur hiervoor van Justitie eiste, leek de klucht te eindigen.
Ware het niet dat het verslagen ministerie reageerde door bij de Hoge Raad in hoger beroep te gaan, via een dusdanig ingewikkelde procedure dat de uitspraak pas over een jaar zal volgen. Tot die tijd kan de importeur naar zijn geld fluiten en bevindt qat zich in een juridisch vacuum, waar elke zwakhoofdige politieagent gebruik van kan maken om voor een paar uur (tot het telefoontje met WVC) een qat-kauwende Somalier op te pakken.
DE SOMALISCHE vluchteling en voormalig universitair docent Osman Dahir kan zich er erg kwaad om maken. 'Die klootzakken bij Justitie begrijpen echt totaal niet wat ze nu aanrichten. Mijn buurmeisjes keken me laatst met grote ogen aan: “Kauw jij op drugs, Osman?” Qat is helemaal geen drug, het is onze culturele life-line met Somalie. Als we op qat kauwen, voelen we ons tenminste nog een beetje thuis. Die band mag je niet zomaar doorsnijden.’
Qat wordt in Somalie (en ook in Ethiopie, Djibouti en Jemen) al honderden jaren door een groot deel van de manlijke moslimbevolking gekauwd. Volgens de volkslegende werd het voor het eerst gebruikt door een geitenhoeder die het opviel dat zijn geiten veel harder liepen als ze van de qat-plant hadden gegeten. Om zijn beesten bij te kunnen houden, ging hij het toen zelf ook maar gebruiken. Uit geschreven bronnen uit de middeleeuwen blijkt dat qat - zoals vrijwel alle drugs - allereerst opdook in elitekringen, waar de plant sterk werd geassocieerd met religie en seksualiteit. Voor de mystieke soefie- moslimorde was qat een ideaal middel om wakker en geconcentreerd te blijven tijdens het mediteren en preken. Soefies schreven dan ook talloze lofdichten op qat, hoewel ze ook wel eens met elkaar in debat gingen over de vraag of Allah ook blij was met het bestaan van qat.
Dit omdat een neveneffect van qat ervoor zorgt dat het aantal ejaculaties dat in een nacht mogelijk is, sterk wordt verhoogd. Ook kan er wel eens een spontane zaadlozing optreden, die de reinheid van het gebed natuurlijk hinderlijk verstoort. Maar de grootste doorn in de ogen van de soefies was dat de wereldse elite qat juist gebruikte voor enorme seksuele uitspattingen, die sjeiks de mogelijkheid gaven om alles uit hun harem te halen wat er in zat.
Via de religieuze en wereldse elites verspreidde qat zich vervolgens langzaam over de rest van de bevolking en evolueerde het twijgje rond de Rode Zee uiteindelijk tot een volksdrug, zoals alcohol dat is in het Westen. In de qat-sessies, die allesbepalend zijn voor het dagelijks leven in Somalie, kan dan ook van alles gebeuren. Een qat-sessie is simpel gezien een groepje mannen of vrouwen die na het middageten in een rustige omgeving bij elkaar gaan zitten. Nadat er wordt geproost met de spreuk 'Deze qat heb ik niet gestolen en ik heb het niet gekocht met gestolen geld’, wordt er urenlang gekauwd en gepraat. Qat zorgt in eerste instantie voor een opgewekt gevoel en een verlies van remmingen. Een verlegen iemand gaat erdoor praten, een gefrustreerde zegt wat hij al een tijd op zijn hart had.
Tijdens deze qat-sessies worden handeltjes gedreven, burenruzies opgelost, huwelijken gearrangeerd of gewoon geroddeld over dorpsgenoten die ergens in een andere qat- sessie wellicht hetzelfde doen. Zakenlieden, stamleiders en politici gebruiken de qat-sessie om over geschillen te praten, die dan minutieus en geconcentreerd van alle kanten worden belicht. Ook is qat in ruime hoeveelheden aanwezig bij huwelijken, geboorten en begrafenissen.
QAT WORDT NIET uitsluitend in sociaal verband gekauwd. Marktkooplieden en handwerkers gebruiken het vaak de hele dag door om alert te blijven en de verveling tegen te gaan. Qat wordt gekauwd tijdens het waken bij zieken en ook op graven zie je vaak een vers bosje qat liggen, dat de nabestaanden ervan verzekert dat er die dag zeker voor de overledene zal worden gebeden, al is het maar door een toevallige passant.
Schrijvers, kunstenaars en wetenschappers gebruiken het om hun creativiteit te stimuleren. Volgens Osman Dahir overigens met wisselend succes: 'Onder invloed van qat ontstaan soms de meest grandioze fantasieen, die de volgende dag dan slechts luchtkastelen blijken te zijn. Toch zorgt qat ook voor ideeen en gedachtensprongen die je nuchter nooit zou hebben gehad.’ Dit is een gevolg van het tweede stadium van de qat- roes, de kayf, die gekenmerkt wordt door lichte euforie en contemplatie. Dit terwijl het lichaam ontspannen blijft en men in staat is om uren achtereen stil te zitten. Al eeuwen geleden ergerden westerse reizigers zich mateloos aan de 'kauwende negers die de halve dag roerloos voor zich uit zitten te staren’. Later trachtten de Britse en Italiaanse kolonisten het qat-kauwen tegen te gaan, overigens zonder veel succes.
Een van de weinigen die een poging deed om de Somaliers vanuit hun eigen cultuur te begrijpen, was de libertijnse ontdekkingsreiziger Richard Burton, die in 1855 schreef: 'En dit is de Arabische kayf: de smaak genieten van een dierlijk bestaan, het passieve genieten van de zuivere zintuigen, de dromerige rust en het luchtkastelen bouwen, dat in Arabie de plaats inneemt van het heftige, intensieve leven in Europa.’
WERKELIJK EEN probleem wordt qat pas bij de dekolonisatie van Oost-Afrika aan het einde van de jaren zestig. Geinspireerd door de Amerikaanse war on drugs stelt het ene VN-rapport na het andere dat het qat-kauwen goed is voor 'miljoenen verspilde uren’ en 'de geestelijke en lichamelijke gezondheid van de bevolking ernstig aantast’. Je gaat je haast afvragen hoe de hoogontwikkelde beschavingen rond de Rode Zee het eigenlijk al die tijd hebben weten uit te houden.
Volgens August de Loor hanteren de Verenigde Naties in haar drugsbeleid immer dezelfde doctrine: 'Het is de mensheid verboden om in een roes te verkeren. Dat mag alleen in de kerk, onder supervisie van de priester. En strontlazerus worden mag natuurlijk ook altijd. Onder aanvoering van Amerika wordt deze blanke, christelijke mentaliteit de hele wereld door de strot geduwd, veelal via stromannen in het land zelf.’ De methode is volgens De Loor altijd dezelfde: de uitheemse drug wordt geassocieerd met overlast en vervolgens verboden. De werkelijke overlast, die het gevolg is van de criminalisering van de drug, rechtvaardigt dan weer het verbod.
In Somalie wordt deze tactiek eind jaren tachtig toegepast door de in het Westen opgeleide Zuid-Somalische dictator Siad Barre, die de opstandige Noord-Somaliers in het gareel tracht te houden met een in de praktijk alleen voor hen geldend verbod op het kauwen van qat. Barre’s militairen krijgen aldus een stok in handen om de Noord-Somaliers te slaan, terwijl ze en passant ook het aloude noordelijke monopolie op de qat-handel overnemen.
Dit zijn twee van de belangrijkste oorzaken van het uitbreken van de Somalische burgeroorlog. De sociale en economische ontwrichting die hier weer het gevolg van is, zorgt voor een toename van vluchtgedrag in qat- en ook alcoholmisbruik, iets wat voorheen altijd was voorkomen door de stabiliteit en sociale controle van de qat-sessie. Cynisch genoeg stellen VN-deskundigen inmiddels dat 'qat de sociale structuur in Afrika heeft verwoest, met name in Somalie, waar een door qat aangewakkerde burgeroorlog woedt’.
In het kielzog van deze burgeroorlog duikt qat in 1990 op in de Nederlandse vluchtelin gencentra. Hulpverleners constateren verbaasd dat de mannen zich soms terugtrekken om te kauwen op 'taaie grassprieten’ met vreemd genoeg een gunstige uitwerking: 'Het gras laat de Somaliers praten en voor diegenen met traumatische ervaringen is dat een prima therapie.’
Landen die in navolging van de Verenigde Naties het qat-kauwen geheel hebben verboden, zoals Frankrijk, Zwitserland, Italie, Belgie en de Scandinavische landen, zijn minder blij met hun kauwende Somaliers. Hun politieapparaten worden druk beziggehouden met het opsporen van qat-koeriers die het illegale plantje vanuit Engeland het land in smokkelen. De Noren pakten tientallen van deze koeriers op, meestal naieve Engelse meisjes die in de waan waren gebracht dat het om een Afrikaanse delicatesse ging. En hoewel die meisjes dan voor vier weken achter de tralies belanden, blijven ze komen. De Noren zijn dit nu goed zat en dreigen de gevangenisstraf naar vier maanden te verhogen als Engeland het spul niet snel verbiedt.
Ook in Nederland wordt begin dit jaar de roep om een verbod op qat steeds sterker. Na de verschijning van een horror-verhaal in de Volkskrant over qat-misbruik in Somalie, krijgt de Meppelse Courant bezoek van de hulpverleenster G. Manak. Ze heeft problemen met enige Somaliers, en dat wijt ze aan hun qat-gebruik. De Meppelsche Courant kopt de volgende dag 'Drugsdealers in Meppel’ en staatssecretaris Kosto moet er aan te pas komen om de woedende Somaliers in Meppel weer tot bedaren te brengen. Manak verdwijnt in de vut, hoewel Kosto haar in een onderonsje had toevertrouwd dat qat weldra zou worden verboden. Ook in De Telegraaf en Het Parool verschijnen later enge verhalen over qat-kauwende Somaliers.
Osman Dahir: 'De kritiek op ons is dat we niet willen integreren, dat we alleen met elkaar willen kletsen en op qat willen kauwen. Maar wat moeten we anders? We zijn niet voor onze lol hier, we willen niets liever dan teruggaan naar ons land. Daarbij is 99 procent van ons werkloos en leeft er een hoop frustratie. Qat is een middel om onze psychische problemen de baas te blijven.’
Als er geen qat meer zou zijn, zouden de Somaliers volgens Dahir naar de bierfles grijpen, met alle desastreuze gevolgen vandien. 'Alcoholgebruik behoort niet tot onze cultuur en velen van ons weten er dan ook niet goed mee om te gaan. Dat is het drama van Afrika: we hebben de verkeerde dingen van het Westen geleerd, terwijl het Westen van ons helemaal niets heeft geleerd.’
Een neveneffect van alle publiciteit is echter dat het qat-gebruik onder Nederlanders rap toeneemt. In hippe cafes en discotheken zoals de Amsterdamse Roxy lopen trendgevoelige typen al interessant te doen met een bundeltje qat-twijgjes. In Nijmegen meldde laatst een man door middel van qat succesvol van de alcohol te zijn afgekickt. En in Manqo vroeg onlangs een zestienjarig jongetje bedremmeld om een bosje qat: 'Ik had het op televisie gezien en ik dacht: je moet alles een keer geprobeerd hebben.’
Volgens Osman Dahir is dat nu precies wat er aan schort bij het ministerie van Justitie. 'Laten ze er zelf eens op kauwen of zich tenminste eens verdiepen in de cultuur waarin dat plantje zo'n grote rol speelt. Ze zeggen dat ze ons alleen maar willen helpen, maar laten ze dat dan doen door goedkope qat voor ons te verbouwen in hun mooie kassen. In ieder geval moet worden voorkomen dat de alcohol grip op ons krijgt. Want de allergevaarlijkste drug is drank. Moet je ze dan eens horen: werkloze groepen lallende negers die door hun dorpjes zwalken. Leve de discriminatie.’