Wie is er nog bang voor plagiaat?

Van wie is een boek? Is het van de schrijver die het schreef, van de uitgever die het op de markt zette, of van de lezer die het kocht en las? En de woorden en zinnen in dat boek, van wie zijn die? Behoren ze de schrijver toe, of zijn ze onderdeel van de taal en daarmee dus eigenlijk publiek bezit? Wanneer verandert invloed in plagiaat, hommage in auteursrechtschending, en liefde in diefstal?
Voor de Amerikaanse schrijver Jonathan Lethem is het antwoord op zulke vragen duidelijk: ‘I can’t help being the self-conscious kind of artist, one who pits himself compulsively against bogus valorizing of notions of originality, authenticity, or naturalism in the arts’, schrijft hij in het voorwoord van zijn nieuwe, lijvige bundel The Exctasy of Influence: Nonfictions, Etc. Het boek is zowel de uitkomst als de belichaming van dat 'compulsieve verzet’: in een collageachtige ratjetoe van gepubliceerde en ongepubliceerde essays, recensies, en korte verhalen - een 'blogachtig boek’ noemt hij het zelf - bezingt Lethem zijn helden, beschrijft hij hoe zijn schrijven is beïnvloed door hiphop, comic books en schilderkunst, en citeert hij naar hartenlust uit het werk van anderen, al dan niet met bronvermelding. Als je zou willen, aldus Lethem, zou je The Exctasy of Influence kunnen zien als 'a kind of commonplace book, or as a list of books to read after reading mine or instead of reading mine’.
Lethem is een productief schrijver - hij heeft onder meer acht romans, een novelle, drie verhalenbundels en vijf non-fictieboeken op zijn naam staan - die, zo blijkt uit The Exctasy of Influence, bovendien ook heel veel leest: in de bundel komen onder meer Philip K. Dick, de Chileen Roberto Bolaño, Nietzsche, Don DeLillo, Norman Mailer en Walter Benjamin voorbij. Omdat Lethem meestal fan is van de mensen die hij beschrijft, heeft de bundel iets aanstekelijks - alsof je op een feestje een belezen en eloquent persoon ontmoet die een tikje aangeschoten, uitermate enthousiast en met luide stem omdat hij anders niet boven de muziek uitkomt, je ervan wil overtuigen dat je, zeg, het werk van Thomas Berger of Shirley Jackson moet lezen. (Over Jackson: 'The relentless, undeniable core of writing (…) conveys a vast intimacy with everyday evil, with the pathological undertones of prosaic human configurations: a village, a family, a self.’) Ook stripcultuur, muziek - met name hiphop, jazz en Bob Dylan - en schilderkunst komen aan bod, alsmede meditaties op 11 september, het fenomeen boektournee en de negatieve recensie die criticus James Wood ooit van Lethems roman The Fortress of Solitude (2003) schreef.
Ruggengraat van het boek vormt het titelessay The Esctasy of Influence - A Plagiarism, dat Lethem in 2007 in Harper’s Magazine publiceerde. Het stuk bestaat grotendeels uit citaten - met aan het eind een soort bronvermelding - en beargumenteert dat 'appropriation, mimicry, quotation, allusion, and sublimated collaboration consist of a sine qua non of the creative act, cutting across all forms and genres in the realm of cultural production’. Modernisme heeft last van besmettingsvrees, aldus Lethem (de titel is een kwinkslag op een boek van de Amerikaanse criticus Harold Bloom, The Anxiety of Influence uit 1973); postmodernisme, wat dat ook moge betekenen, is van die angst genezen, en het werd eens tijd dat we dat met z'n allen erkenden. Nu is dit anno 2012 een weinig wereldschokkend argument: je kunt je afvragen in hoeverre er nog mensen zijn die wél geloven dat boeken spontaan aan het originele, authentieke brein van hun schrijver ontspruiten. Überhaupt is het nog maar de vraag of het idee van kunst via onbevlekte ontvangenis, waartegen het postmodernistische denken zich verzet, ooit aanhangers heeft gehad. Tot aan de Verlichting was de kunstenaar immers niet meer dan een doorgeefluik voor de boodschap Gods. Daarna is het belang van voorvaders, voorbeelden, helden en inspiratiebronnen door vrijwel iedere creatieveling erkend.
Toch is Lethem hier niet aan het schaduwboksen. Hij verzet zich alleen niet zozeer tegen een wijdverbreid geloof als wel tegen de hedendaagse auteurswetgeving. Volgens die wetgeving kan Disney aanspraak maken op De kleine zeemeermin - Hans Christian Andersen be damned - en wordt de collageachtige aard van alle kunst niet alleen ontkend, maar potentieel zelfs beboet. (Toepasselijk genoeg las ik The Exctasy of Influence in de week waarin Wikipedia uit protest tegen de Stop Online Piracy Act en de Protect Intellectual Property Act op zwart ging. Volgens de site gaat de bescherming van copyright die deze wetsvoorstellen voorstaan zó ver dat de vrijheid van informatie erdoor in het gedrang komt.)
Als denker zit Lethem in het kamp van academici als Siva Vaidhyanathan (Copyrights and Copywrongs, 2003), Henry Jenkins (Convergence Culture, 2006), Lawrence Lessig (Free Culture, 2004; Remix, 2008), Lewis Hyde (Common as Air, 2010) en Kembrew McLeod (Cutting Across Media, 2011) - huisdenkers van bewegingen die creative commons- en open source-idealen voorstaan en volgens wie cultuur een publiek, algemeen goed is; copyright doorgaans synoniem voor een monopolie van industriële grootmachten; en culturele vooruitgang gebaat bij het zo veel en vrij mogelijk delen van informatie. Vandaar ook dat Lethem op zijn website, onder de noemer 'promiscuous paterials’, verhalen en teksten voor een symbolische één dollar weggeeft aan film- en theatermakers. ('Ik hou van kunst die uit andere kunst voortkomt’, legt hij uit op zijn site, en: 'Mijn eigen schrijven is altijd sterk geworteld geweest in andere stemmen, en ik ben een fan van adaptaties, toe-eigeningen, collage, en sampling.’)
Lethem schrijft prettig, lyrisch en intelligent. Hij is akelig goed op de hoogte van de onderwerpen die hij bespreekt, als iemand die geen hobby’s heeft maar enkel obsessies. Nadeel van de eclectische samenstelling van The Exctasy of Influence is dat er nogal eens van overlap en herhaling sprake is: het originaliteit-bestaat-niet-argument wordt net een keer te vaak gemaakt, het heerlijke woord 'Kabuki’ komt drie keer voor, 'Halcyon’ twee keer; en dat Lethems vader schilder was, en dat Lethem dat aanvankelijk zelf ook wilde worden, hoeven we op zich maar één keer te lezen. Maar misschien is The Exctasy of Influence ook geen boek dat van kaft tot kaft gelezen moet worden: eerder een koffietafelbundel die je eens in de zoveel tijd weer oppakt en doorbladert om je, puur op toevalligheid gebaseerd, door iets of iemand te laten beïnvloeden.

JONATHAN LETHEM
THE ECSTASY OF INFLUENCE: NONFICTIONS, ETC
Doubleday Books, 464 blz., € 24,99