De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

De avonturen van Adam VI

Wie kijkt er?

Adam en mijn moeder hebben elkaar een tijdje niet gezien. Wij zijn te druk geweest met werken in de Randstad en mijn moeder is een autoloze vrouw in Zutphen die bovendien nooit de trein gebruikt.

Zaterdag is het dan zo ver: het weerzien gaat plaatsvinden.

’s Ochtends stappen we met z’n drieën in de auto en rijden we naar het oosten. De zon schijnt, de weilanden staan vol met koeien en schapen en het laatste deel neem ik een kleine omweg om parallel aan de IJssel (de rivier waarop, aan – en in – ik een groot deel van mijn jeugd heb doorgebracht ) te kunnen rijden.

Dit is papa’s grond, roep ik in het Turks naar Adam die achter mij in zijn kinderstoeltje zit. Hij knippert met zijn ogen tegen het felle zonlicht, maar dat weerhoudt hem er niet van om een vrolijk antwoord terug te kwebbelen.

Mijn lief zit met een grote glimlach naast me in de auto. Ze kent het riedeltje dat ik ga afdraaien: hier heb ik gevist, daar zat ik op de pier met mijn voeten in de golven, op die uiterwaarden ben ik eens door een kudde op hol geslagen pinken achterna gezeten, et cetera.

We rijden over de IJsselbrug (‘In de oorlog opgeblazen door de Duitsers, Adam!’) en ik neem de route door de oude binnenstad.

Op het Stationsplein laat ik het gaspedaal los. ‘Hier is papa geboren’, zeg ik bij het passeren van nummer 5, ‘en daar tegenover heeft papa op school gezeten.’ Het oude bruine bakstenen pand van mijn middelbare school ziet er nog net zo uit als ik het me herinner. Het logo dat boven de ingang hangt is wel vernieuwd.

Ik draai een weg op die langs mijn oude stamcafé leidt. Daar heeft papa de boef uitgehangen, mompel ik. Mijn lief giechelt.

Bij het uitrijden van de oude binnenstad rijden we langs de oude stadsmuren. ‘Die wandeling gaan we nog eens maken’, beloof ik Adam, ‘maar leer eerst maar eens lopen.’

Naast die muren de Zutphense moskee, vernoemd naar een Ottomaanse admiraal (tot mijn schrik las ik ooit op zijn Wikipedia-pagina dat hij in het Westen als piraat werd beschouwd) en op het plein voor de moskee een aantal mannen die op witte plastic tuinstoelen van de middagzon genieten.

Goede en slechte herinneringen: vriendschappen met jongens die ik zo nu en dan nog steeds tegenkom. Maar ook koranlessen op zondag. En nu waren die lessen niet eens zo vervelend, maar het missen van Telekids wel.

‘Hier hoef jij nooit heen’, beloof ik onze kleine Nederturkse Belg.

Adam antwoordt ‘Naaaaaaaai!’ en klinkt als een oude Jordanees die ‘nee’ zegt.

Nu lachen mijn lief en ik samen luidop. Het laatste deel van de rit leggen we zwijgend af. Jaqcues Brel klinkt door de speakers, zingend over zijn Vlakke Land.

Mijn moeder staat ons op haar balkon op te wachten. Ze staat tussen haar begonia’s en schotelantenne naar ons te zwaaien en roept naar haar kleinzoon. Adam begrijpt er niks van en zoekt naar de bron van het geluid. Bijna elf maanden oud, zes tanden in zijn smoeltje, het hele huis al kruipend verkennen en zijn eerste stapjes zetten, maar gewoon even naar boven kijken? Ho maar.

Als mijn moeder de voordeur opent en Adam uitbundig begroet voel ik hem in mijn armen van schrik even verkrampen. Het is toch te lang geleden dat hij zijn oma heeft gezien vrees ik.

Die vrees blijkt echter ongegrond, wanneer mijn moeder even later met Adam in haar armen op de bank neerzijgt. Ze drukt hem tegen haar boezem en Adam – ik zweer het je – herként die boezem. Hij richt zijn gezichtje naar haar op, een grote glimlach verschijnt om zijn mond, hij roept ‘La la laaaaauw!’, spreidt zijn armen en laat zich voorover vallen op de buste van mijn moeder, zoals ik vroeger ongetwijfeld ook heb gedaan.

Mijn vrouw en ik slaan het gebeuren gade, onze handen zoeken en vinden elkaar en zo staan we zwijgend naast mijn Turkse moeder die in volledige harmonie haar Amsterdamse kleinkind doodknuffelt.

’s Middags gaan we de deur uit. Mijn moeder duwt Adam voort in de kinderwagen, bekenden knikken haar vriendelijk toe en zo nu en dan maakt ze een praatje.

Het appartement van mijn moeder maakt deel uit van een complex met een supermarkt, een banketbakker, een Turkse groentezaak, een Action, een Kruidvat en een Zeeman. We lopen de Zeeman in. Ik ga binnenkort twee weken naar Terschelling om een voorstelling te spelen op het Oerol-festival. Dus koop ik zonnebrandcrème, een rode zwembroek en een badhanddoek met fluorescerend luipaardmotief. Mijn moeder staat hoofdschuddend naast me. Ze vindt die handdoek maar niets.

Daarna is het de beurt aan het Kruidvat. Wanneer we naar binnen lopen begint het alarm van de poortjes te piepen.

Ik heb de zak met mijn spullen van de Zeeman vast en houd die demonstratief omhoog zodat het kassameisje ziet dat ik de schuldige ben. ‘Sorry!’ grijns ik. Er moet een artikel in zitten waar nog zo’n diefstal-tag op zit. Kan gebeuren.

De rij wachtenden voor de kassa kijkt even en gaat over tot de orde van de dag. Mijn moeder staat met een grimas op haar gezicht in het gangpad.

‘Wat is er?’ vraag ik.

‘Ga direct terug naar die winkel en zeg dat ze dat ding er af halen.’

‘Ach’, mompel ik schouderophalend, ‘dat maakt toch niks uit.’

Mijn moeder kijkt me geëmotioneerd aan. ‘Ik schaam me dood. Zag je hoe ze naar ons keken?’

Ik kijk haar vragend aan. Mijn vrouw is inmiddels met Adam doorgelopen naar de opblaasbadjes.

‘Wie keek er?’ vraag ik. Mijn moeder zucht aangedaan en vertelt me hoe onlangs haar oudste kleinzoon (mijn broers eerste) iets soortgelijks was overkomen. In een groot Hollands kledingconcern was hij een kwartier lang door medewerkers in een kantoortje uitgehoord en had hij zijn zakken en tas moeten legen. Mijn moeder was daar bij geweest. De vernedering die haar kleinkind van tien moest ondergaan was haar haast te veel geworden, verzucht ze

Ik stel haar gerust: ik zal het oplossen. Bij het verlaten van de winkel waarschuw ik de caissière dat mijn tas zou piepen en voor de zekerheid laat ik haar een kijkje nemen.

‘Geen probleem meneer.’

Als ik naar buiten loop gaat het alarm inderdaad af. Mijn moeder staat al buiten en ik zie hoe zij met een rood gezicht de blikken van omstanders registreert.

‘Rennen, mama!’ grap ik. Tevergeefs; er kan geen lachje af.

Die avond, in Amsterdam, begin ik vast met mijn tas pakken voor Terschelling. De Zeeman-spullen gaan ook mee.

En dan vind ik, inderdaad, de antidiefstal-tag. Hij zit nog aan de fluorescerende luipaardhanddoek.

Dat ding dat mijn moeder zo verschrikkelijk lelijk vond.

Zonder pardon zet ik er de schaar in.