Wie komt daar aan wandelen?

Onder de malle naam ‘Les Nabis’ – ‘de profeten’ – verzamelde zich eind negentiende eeuw een half dozijn schilders: Paul Sérusier, Édouard Vuillard, Maurice Denis, Ker-Xavier (prachtige naam!) Roussel, Pierre Bonnard en Pierre Ranson. Denis was de meest theoretische van het stel, maar een dwingend manifest formuleerde hij niet. De profetennaam paste vooral omdat de meesten van het groepje baarden droegen, sommigen joden waren, en ze de zaken allemaal buitengewoon ernstig namen.

Medium hermitage gauguin bonnard denis 34

De Nabis volgden in het spoor van Gauguin, die veel indruk maakte op de jongere generatie. Zij verkenden voorzichtig en in zekere eendracht het begin van het pad naar de abstractie. Gauguin had de weg gewezen: hij had uitgeroepen dat zijn schilderijen niet meer de dingen uit de werkelijkheid in banale zin weergaven, en ook niet direct een idee uitdroegen, maar door alleen een arrangement van lijnen en kleuren de gedachten van de kijker op gang wilden brengen, net zoals de muziek dat kon doen.

De heren profeten namen die benadering over, en zij distantieerden zich ook van het impressionisme, dat naar hun smaak veel te veel aan de weergave van de werkelijkheid hing. Het ging ze om die muzikale, abstracte connectie; hun werk moest appelleren aan diepere emoties en gevoelens door beelden – mensen, mythologische figuren, maar ook landschappen – die vooral symbolisch en spiritueel geladen waren. Ze bezonnen zich op de werking van een schilderij als vlak, zonder veel perspectief, en sommigen van hen kwamen daardoor dicht in de buurt van het puur decoratieve. Het leidde tot heel rijke, kleurige maar ook delicate, introverte en dromerige kunst.

De Hermitage Amsterdam wijdt er zijn najaarstentoonstelling aan. In de grote zaal is nu de complete muzieksalon van de Russische verzamelaar Ivan Morozov herschapen, met daarin dertien enorme doeken van Maurice Denis die de geschiedenis van Psyche en Amor voorstellen. Het zijn warm-mediterrane doeken met de geel-roze tint als van snoepgoed (spekjes), en een tikje drakerig, naar mijn smaak. Voor mij zat het belang van de tentoonstelling in de rij van kleinere werken: één galerij met tijdgenoten en voorgangers, één met de Nabis zelf. Die werken zijn bijna allemaal van bescheiden formaat, ze zijn voortreffelijk gekozen en ze zijn bijna allemaal van wonderlijke kwaliteit. Onder de inspiratoren hangen schilders als Redon, Puvis de Chavannes en Fantin-Latour, maar ook voor mij grotendeels onbekende schilders als Firmin Maglin, Auguste Herbin en Jean Francis Auburtin – de laatste vertegenwoordigd met een schitterende aquarel-pastel van een landschap met vijver, dromerig en kalm, maar beladen met een betekenis die kennelijk intuïtief moet worden herkend. De context van de Nabis wordt zo voorbeeldig geschetst.

In sommige Nabis-schilderijen is de naderende abstractie zichtbaar, bijvoorbeeld in de curieuze ordening van elementen. In een landschap met een rijdende trein van Bonnard is het vlak witte verf in het midden makkelijk te interpreteren als de stoomwolk uit de schoorsteen van de locomotief, maar tegelijkertijd is het een vlak witte verf. Onder in de compositie steekt een meisjeskopje op, dat bijna als een gedachte achteraf op het vlak geplakt is en de illusie van 3D in de war schopt. Hier laat je de impressionisten achter je, en zie je verderop Matisse aan komen wandelen.


Gauguin, Bonnard, Denis: Een Russische liefde voor Franse kunst. Hermitage Amsterdam, t/m 28 februari 2014.

Beeld: Hermitage, St. Petersburg