Krimp in de Eemsdelta

Wie krijgt de school?

Delfzijl krimpt. De havenstad aan de Eems is een van de meest problematische locaties van het land. Er wordt een aanhoudende strijd gevoerd om mensen, scholen, voetbalclubs en ziekenhuizen. Wie moet er slopen? ‘Niemand wil concessies doen.’

OP DE KAART doet het noordoosten van Groningen extreem verlaten aan. De dorpen, met namen als Loppersum, Wirdum en ’t Zandt, worden van elkaar gescheiden door centimeters leegte en zijn met elkaar verbonden door slechts een minimale hoeveelheid aan wegen en spoor. Het doet denken aan de verlatenheid van de Amerikaanse midwest of de eindeloze ruimte in Lapland. Gevoed door de dramatische verhalen over de krimpende bevolking en het leeglopende land ontstaat een beangstigend beeld van spookdorpen te midden van kale graslanden. Helemaal aan de rand van de leegte op de kaart ligt Delfzijl. De havenstad aan de Eems die nooit werd wat het worden moest en nu al jaren te boek staat als een van de meest problematische krimplocaties van het land. Je denkt aan Detroit met zijn dichtgetimmerde wijken en lege autofabrieken. Maar de werkelijkheid is anders.

‘De krimp? Dat valt wel mee, hoor. Ik heb nergens last van. Ik kan mijn vier kinderen prima onderhouden en heb net het franchisecontract van de winkel met vijf jaar verlengd. Dat zegt genoeg, denk ik.’ De eigenaar van de tijdschriftenhandel Read Shop in het winkelstraatje van Loppersum is druk bezig zijn schappen bij te vullen met de nieuwste bladen. 'De slager aan de overkant klaagt wel dat hij te weinig klanten heeft. Maar die heeft nog steeds dezelfde inrichting en hetzelfde assortiment als dertig jaar geleden, is tussen de middag dicht en doet niet mee aan koopavond. Dan kun je toch niet zeggen dat zijn problemen door bevolkingsafname komen.’

In het mooie Groningse dorp is zeker op het eerste gezicht niets te merken van een bevolkingscrisis. Rond de kerk in het hart van het brinkdorp liggen typisch Hollandse dorpsstraatjes, die zijn bebouwd met typisch Hollandse dorpshuizen. Baksteen, grote ramen, een schuin dak en vaak een imposante voordeur. In de ruimere straten staan vrijstaande herenhuizen en villa’s zoals Villa Storka en Huize Maria Zuidven, ontworpen door de grote plaatselijke architect Oeds de Leeuw Wieland. De dorpse schoonheid is in de tweede helft van de vorige eeuw aangevuld met een rijtje standaard eengezinswoningen hier en daar, maar het karakter van Loppersum is onaangetast idyllisch.

'Ik blijf hier zeker wonen’, zegt de tijdschriftenhandelaar dan ook vol overtuiging. 'De basisschool hier in het dorp is net uitgebreid, dus over mijn kinderen hoef ik ook geen zorgen te hebben. Weet je waar je even moet gaan praten over de krimp? Bij de nieuwe groentewinkel hier tegenover. Die is kort geleden geopend. Dat zouden ze toch niet doen als er geen klanten meer zijn.’

Vijftien meter verderop, recht tegenover de Albert Heijn, staat de deur van De Gulden Roede wagenwijd open. Eigenares Anja Dijkstra zit achter in de winkel te bellen maar komt bij het zien van klanten snel naar voren. Op de vraag of ze zorgen had over het openen van een winkel in een krimpgemeente moet ze lachen: 'Nee hoor, geen enkele.’ En terecht, zo blijkt: 'Ik ben sinds februari geopend en het gaat hartstikke goed.’ Dijkstra, een enthousiaste jonge dame, die studeerde in Groningen en een tijdje in de Randstad woonde, zag zelfs een gat in de markt: 'Zelf eet ik al heel lang alleen maar biologisch. Voor mijn boodschappen ging ik meestal op de fiets naar de markt in Groningen, maar dat is toch best een lange rit. Omdat biologisch eten en streekproducten steeds populairder worden ben ik een biologische winkel begonnen.’

De zelfgemaakte houten schappen staan vol met groente, fruit, tofu, honing, jam, brood en allerhande koeken. Hoewel de echte Groningers nog een beetje sceptisch zijn, vinden de producten gretig aftrek, vertelt Dijkstra: 'Er komen hier steeds meer mensen uit het westen wonen. Vooral gepensioneerden. Die zijn al wat meer aan het idee gewend en komen vaak bij mij voor hun boodschappen.’

Een basisschool die is uitgebreid, een biologische winkel en een instroom van Randstedelingen. Nog steeds duidt niets op krimp. En toch is het waar. Niet zozeer Loppersum zelf als wel de overige dorpen die behoren tot de gemeente hebben het zwaar en krijgen het in de nabije toekomst nog veel zwaarder. In de gehele gemeente daalde het bevolkingsaantal tussen 2002 en 2011 van 10.916 naar 10.470. Tot 2018 zal de daling in een iets hoger tempo doorzetten, waarna in de periode tot 2040 de echte klappen worden verwacht. Volgens de cijfers uit het Sociaal Programma Provincie Groningen uit 2010 moet Loppersum het over dertig jaar doen met ongeveer 7500 inwoners. Het gevolg van het wegtrekken van jongeren en het overlijden van ouderen.

Terwijl de ondernemers in het dorp de toekomst vol vertrouwen tegemoet zien, maken beleidsmakers, bestuurders, wetenschappers en projectleiders zich grote zorgen. Zo ook Leo van Wissen, directeur van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (Nidi): 'Ik zal niet zeggen dat ik slapeloze nachten heb, maar ik vind dat het echt niet goed gaat in de regio. Er is een groot probleem, maar onder de bevolking en onder lokale bestuurders ontbreekt dat besef. Bovendien is de samenwerking tussen de vier gemeenten in de Eemsdelta (Delfzijl, Eemsmond, Appingedam en Loppersum) niet optimaal. Wij denken dat het allemaal Noordoost-Groningen is, maar de cultuurverschillen zijn in hun belevenis groot. Ze zijn niet echt toeschietelijk naar elkaar. Je merkt bijvoorbeeld dat een gemeente als Loppersum zich een beetje afzijdig probeert te houden bij het regionale overleg over de toekomst. Ze denken dat de problemen wel aan hun gemeente voorbij zullen trekken. Dat is heel naïef en onverstandig.’

DAT LOPPERSUM wel degelijk in de gevarenzone bivakkeert, blijkt uit de situatie in ’t Zandt, onderdeel van de gemeente en gelegen op luttele kilometers van het centrumdorp. In de paar straten die het dorp rijk is, staan dertig woningen te koop. Achter de ramen van de villa’s en herenhuizen aan de rand van het dorp hangt bijna antieke vitrage en in de hoofdstraat staan de winkelpanden en de kroeg leeg. Christelijke basisschool De Wegwijzer sloot een jaar geleden na 125 jaar haar deuren omdat er nog maar tien leerlingen over waren. De openbare basisschool De Zandplaat heeft het met 67 leerlingen ook niet breed.

Een van de woningen in de verkoop is de Molenweg 20, het zelfgebouwde huis van meneer en mevrouw Bronsema en hun kinderen. Op de vrijstaande woning is niets aan te merken. Veel ruimte, een garage en een mooie tuin. 'Maar er is niets meer te doen in het dorp’, licht meneer Bronsema het verkoopbord op het raam toe. 'Vroeger was er een supermarkt, een gemeentehuis, een kroeg, een paar aannemers, noem maar op. Maar dat is allemaal verdwenen. Er is alleen een klein winkeltje met daarin een balie van de post.’ Boodschappen doet de familie tegenwoordig bij de Lidl of de Aldi in het grotere Uithuizen, waar ook de kinderen naar de middelbare school gaan.

Uithuizen is net als Loppersum een zogeheten centrumdorp, waar de voorzieningen zich steeds meer concentreren. Deels gebeurt dat organisch als gevolg van de bevolkingsdaling, deels is het een gevolg van actief beleid om de voorzieningenstructuur toekomstbestendig te maken. Voor veel bewoners van de kleinere dorpen, die tegenwoordig 'woondorpen’ worden genoemd, is het in ieder geval reden om binnen de regio te verhuizen naar de meer kansrijke woonlocaties.

'Het liefst zou ik altijd in ’t Zandt blijven wonen’, zegt meneer Bronsema. 'Het is een prachtig dorp. Maar het is heel lastig dat alles zo ver weg is. Of moeilijk bereikbaar. Neem de school van mijn kinderen in Uithuizen. Meestal fietsen ze, maar in de winter gaan ze met de bus. Die gaat alleen maar een keer per uur en bovendien moeten ze in Spijk overstappen. Ze zijn wel een uur onderweg, terwijl het maar elf kilometer verderop is.’

Het is een typerend voorbeeld van de alledaagse problemen die de bevolkingsdaling met zich meebrengt. Als er niet genoeg reizigers zijn om een buslijn in stand te houden, zal de busmaatschappij die schrappen. Het is ook een typisch voorbeeld van de fundamentele beleidskeuzes die gemaakt moeten worden. Hou je de buslijn met subsidie in stand om ’t Zandt goed bereikbaar te houden, of laat je de markt zijn werk doen en stimuleer je zo de trek naar de centrumdorpen? Een vraagstuk waar Harry Kremer, directeur van woningbouwcorporatie Acantus al jaren mee wordt geconfronteerd: 'Maar weet je, die keuze bestaat eigenlijk niet. Je kunt wel denken dat je met allerlei ingrepen het tij kan keren, maar dat is gewoon niet zo. Voor jongeren is hier simpelweg weinig toekomstperspectief. Na de middelbare school gaan ze weg om te studeren in Groningen of zelfs in het westen. Een enkeling komt terug naar het oude nest, maar de meesten blijven daar of zoeken ergens anders werk. Nu al is het percentage ouderen hier aanzienlijk hoger dan elders in Nederland en dat wordt alleen maar erger. Als die ouderen overlijden, zal de bevolking echt hard gaan krimpen. Of we het willen of niet. Daar moeten we mee leven en we moeten ons zo goed mogelijk aanpassen.’

Maar, zoals ook Van Wissen van het Nidi al zei, dat besef is niet bij iedereen aanwezig. In Delfzijl, de grootste stad van de regio, leidde dat in de afgelopen vijftien jaar tot spanningen tussen Acantus enerzijds en de gemeente en haar inwoners anderzijds. Acantus, eigenaar van veel vastgoed in de stad, maakte al aan het eind van de jaren negentig grote verliezen door leegstand in vooral Delfzijl-Noord en wilde daarom op grote schaal slopen. Het gemeentebestuur en de bewoners waren echter nog lang niet zo ver om te erkennen dat de krimp onomkeerbaar was en beschuldigden de corporatie van graaigedrag. Acantus zou het enkel doen om financiële overwegingen en geen aandacht hebben voor het welzijn van de stad.

'Achteraf kun je misschien zeggen dat we toen iets te veel oog voor geld hadden’, zegt Kremer. 'Ook wij leren van onze fouten. Het neemt alleen niet weg dat die sloop noodzakelijk was. Alleen al in Noord stonden er toen negenhonderd woningen leeg, in flats en eengezinswoningen die in de jaren vijftig en zestig waren gebouwd.’ Verouderde woningen die weinig gewild waren. 'Wij wilden rigoureus slopen en er minder maar betere, mooiere woningen voor terugbouwen.’

TERWIJL KREMER vertelt, geeft hij een rondleiding door het nieuwe Delfzijl-Noord. De wijk ligt er keurig en stralend bij. Op de plaats van het verpauperde winkelcentrum Kuilsburg verrees een geheel nieuw complex van de hand van de huidige Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol, met de veelzeggende naam De Wending. Een aantrekkelijk, sierlijk bouwwerk van dieprode Groninger baksteen, met een enkel accent in gebroken wit. Onderin zijn de winkels gevestigd, daarboven appartementen. Daarnaast staat het eveneens gloednieuwe woonzorgcentrum BetingeStaete, voorzien van een restaurant waar iedereen welkom is.

'Daar is bewust voor gekozen’, legt Kremer uit. 'Normaal is zo'n restaurant alleen voor de bewoners van het zorgcentrum, maar men wilde het echt een buurtfunctie geven.’ Bij binnenkomst is direct duidelijk dat voor de inrichting flink in de buidel is getast; de foyer is voorzien van een stuk of tien trendy en prijzige sloophouten banken. 'Er is inderdaad niet bezuinigd op het interieur. Het moest iets moois worden.’ Een geste die zijn vruchten heeft afgeworpen. Na de aanvankelijke woede onder de bevolking over de sloop van een hele woonwijk en de gedwongen verhuizingen die ermee gepaard gingen, begint het enthousiasme over het nieuwe Noord langzaam te groeien. Voor de circa 1900 gesloopte woningen kwamen er 450 terug waardoor leegstand en verpaupering flink werden teruggedrongen. De nieuwbouw ziet er mooi uit en het winkelcentrum wordt druk bezocht.

Toch zijn de zorgen nog lang niet voorbij. Van de aanvankelijke plannen om veel koopwoningen aan te bieden is weinig terechtgekomen. Althans, van het aanbod wel, maar van de verkoop niet. Meneer Bronsema uit ’t Zandt snapt wel hoe dat komt: 'Ik ken echt niemand die een huis in Delfzijl wil kopen en zeker niet voor meer dan twee ton. En dat is wel de categorie waarin ze gebouwd hebben. Dat is echt een grote fout geweest. Dat zie je ook wel aan de grote stukken grond die nog braak liggen. Daar moesten nog veel meer woningen komen.’

Kremer geeft opnieuw toe dat er inschattingsfouten zijn gemaakt: 'We hebben nogal wat woningen die voor verkoop bestemd waren uiteindelijk moeten verhuren in de sociale sector. Doordat de verkoop tegenvalt zijn ook veel bouwprojecten geschrapt, zoals twee woontorens direct aan de dijk met uitzicht op de Eems. Heel jammer. Maar waar geen vraag is, heeft bouwen weinig zin.’ De leegloop in Delfzijl zal in de toekomst alleen maar erger worden. Volgens voorspellingen zou het inwonertal zomaar kunnen dalen naar zeventienduizend of zelfs nog minder. Slopen blijft daardoor ook de komende jaren onvermijdelijk en dat is ook bij gemeente en bevolking nu wel duidelijk. Maar wat pijn doet is de glansrijke toekomst van buurstad Appingedam.

KRIMP in de Eemsdelta klinkt als een overzichtelijke en duidelijke ontwikkeling. Het tegendeel is waar. Krimp is een aanhoudende strijd om mensen, scholen, voetbalclubs en ziekenhuizen. Niet alleen een strijd tegen de ontwikkeling in het algemeen, maar ook een strijd tussen dorpen, steden en gemeentes, tussen woningbouwcorporaties en bestuurders en tussen burgemeesters en gedeputeerden van de provincie. Wie moet er slopen? Wie mag er bouwen? Wie krijgt de school? Waar komt het gemeentehuis? Welk ziekenhuis blijft er open? Hoe gaat de bus rijden? Het vraagt om een intensief overleg tussen alle betrokken partijen en dat gaat niet makkelijk.

'Zeker niet in die regio’, weet Van Wissen. 'Op een of andere manier lukt het de gemeentes in Parkstad Limburg veel beter om samen tot een plan te komen. Misschien komt het door het zalvende gedrag van de katholieken. In Groningen zijn ze veel directer en zeggen ze elkaar graag de waarheid. En de waarheid is dat de gemeentes elkaar weinig gunnen. Ze zijn het er wel over eens dat kleine scholen moeten fuseren tot een grote school, maar niet waar die school moet komen. Niemand wil concessies doen.’

Toch kwamen Delfzijl, Appingedam, Loppersum en Eemsmond in 2008 tot het Pact Regio Eemsdelta. Op basis van cijfers en het gedrag en de wensen van de consument werd gekozen voor de structuur van centrumdorpen en woondorpen. Ook werd, op basis van dezelfde gegevens, vastgelegd dat de gemeentes Delfzijl, Loppersum en Eemsmond verder zullen snoeien in de woningvoorraad terwijl Appingedam nieuwe woningen mag bijbouwen. De stad met zijn idyllische oude centrum trekt steeds meer mensen uit de leeglopende steden en dorpen en wordt het nieuwe hart van de regio. Althans, als de partijen zich inderdaad aan de afspraken houden.

Voor Delfzijl betekent het dat de beloftes die de stad in de jaren zeventig werden gedaan nooit zullen worden ingelost. Om de haven vrij spel te geven werden destijds hele dorpen van de kaart geveegd en om de verwachte toestroom van werknemers op te vangen werden duizenden woningen gebouwd. Het terrein waar de dorpen ooit stonden ligt nog altijd braak en veel woningen zijn inmiddels gesloopt. Dat Delfzijl en de verderop gelegen Eemshaven de laatste tijd zo nu en dan nieuwe bedrijven trekken, doet daar niets aan af. 'Hier is nu een groep Japanners aan het werk voor Mitsubishi’, vertelt Kremer, 'maar die slapen liever in Groningen.’

De afstand tussen Groningen en de Eemsdelta is inderdaad maar een kippeneindje. En dat biedt perspectief, zeker voor de vele mooie dorpen die het gebied rijk is. Volgens Van Wissen zou het helemaal geen gek idee zijn als het ooit een echte forensenstreek wordt: 'Ik rijd zelf elke dag van Haarlem naar Den Haag en terug. Dat is een grotere afstand dan bijvoorbeeld van Loppersum naar Groningen. Op dit moment trekken mensen op grote schaal naar de stad, maar het zou natuurlijk kunnen dat die trend op een gegeven moment omkeert en dat mensen weer buiten willen wonen. Dan kan ik me voorstellen dat mensen uit de stad Groningen naar de dorpen in bijvoorbeeld het Hogeland verhuizen, waar ook Loppersum toe behoort. Dat is een prachtig gebied waar je hartstikke mooie huizen kunt kopen voor relatief weinig geld.’

Het zou ook kunnen dat de aantrekkingskracht van het Hogeland zich niet beperkt tot forensen. Geleidelijk raakt het gebied steeds meer in trek bij westerlingen. Mensen uit de Randstad die met de vut of met pensioen zijn en de drukte van het stedelijk leven zat zijn. Mensen die hun boodschappen doen bij de biologische winkel van Anja Dijksma in Loppersum. Mensen als Alex en Louise Philipse uit de chique archipelbuurt in Den Haag, nu woonachtig in een vrijstaand huis naast het Regthuys in Wirdum. In de boekenkast staan Ischa Meijer, Arthur Japin en Hans Keilson, buiten is het op en top dorp. Precies wat het echtpaar beoogde. 'We hadden het wel gehad met de hysterie in de stad’, vertelt Alex Philipse. 'We kwamen hier al veertig jaar omdat mijn zwager een paar dorpen verderop woont. Anderhalf jaar geleden zijn we verhuisd.’

Philipse was pianist, is met pensioen en is promotor van de bekende jonge pianiste Hanna Shybayeva. Zijn vrouw is de pensioengerechtigde leeftijd ook gepasseerd, maar werkt nog een aantal dagen in de week als pianodocente. Zo bezien is het niet vreemd dat het huis twee vleugels telt. 'Als je met muziek bezig bent, maakt het niet zo veel uit waar je woont. Spelen kan overal.’ Bovendien, benadrukt hij, komen ze ook op cultureel gebied aan hun trekken: 'De stad Groningen wordt het Amsterdam van het noorden genoemd en dat is geheel terecht. Je hebt er het Groninger Museum, de Stadsschouwburg, boekwinkels en galeries. We gaan vaak naar concerten en er zijn vaak interessante lezingen aan de universiteit. We komen echt niets te kort.’

En dan is er tegenwoordig ook nog de winkel van Dijkstra. 'We zijn zo blij met Anja!’ zegt Philipse verheugd. 'Ze verkoopt heerlijke producten.’ Krimp of niet, de familie Philipse heeft het goed. In ieder geval zolang ze de autorit naar de winkels in Loppersum en het culturele aanbod in Groningen nog zonder problemen kunnen maken. 'Ik voel me nog lang niet oud en maak me geen enkele zorgen. Ik kan zelfs iedereen aanbevelen om hier te gaan wonen.’ Van een verlaten gevoel in een leeglopende regio heeft hij geen last: 'Daar merk ik hier helemaal niets van. Bovendien sta je met de moderne technologie met de hele wereld in contact, ook in Wirdum.’