Wie maakt het meest van zijn leven?

Peter Carey, Parrot en Olivier in Amerika. € 24,90

Waarom zou de Franse Revolutie van 1789 zo veel bekender en beroemder zijn dan de Amerikaanse Revolutie van 1776? Van de eerste kwam al snel terreur, van de tweede langzamerhand democratie. In haar briljante analyse Over revolutie (1963) probeert Hannah Arendt antwoorden te geven: waarom eerder Quatorze juillet dan The Fourth of July? Toegespitst op het begrip democratie (‘de heerschappij en de rol van het volk’) constateert Arendt dat dat woord pas in 1794 in Frankrijk ingang vond, toen de guillotine al in vol bedrijf was. Het staat in het hoofdstuk 'Het nastreven van geluk’, een verwijzing naar Thomas Jeffersons beroemde frase pursuit of happiness uit de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring. Wie weet nog dat Jeffersons oude formule 'het nastreven van leven, vrijheid en bezit’ luidde?
In zijn nieuwe historische roman Parrot and Olivier in America speelt de Australisch-Amerikaanse Peter Carey met die twee versies van Jefferson. Wat kenmerkt Amerika? Wordt het land gedomineerd door het nastreven van geluk of door het najagen van bezit? Een eenduidig antwoord hoeft de lezer niet te verwachten. Wel onderzoekt Carey het woord democratie, geïnspireerd door Alexis de Tocqueville’s tweedelige De la démocratie en Amérique (1835 en 1840). Wie Carey’s roman leest en daarna deel twee van Tocqueville’s Over de democratie in Amerika doorneemt, ziet niet alleen dat een van de twee hoofdpersonages, de Franse aristocraat Olivier de Garamont (zijn echte naam is veel langer), in hetzelfde jaar is geboren als Tocqueville (1805), maar ook dat beide 'aristo’s’ belast en beladen waren door 1789 en naar Amerika vertrokken om daar het gevangeniswezen in de jonge staat te bestuderen.
Een studie naar verschillen en overeenkomsten tussen Alexis en Olivier levert echter niet veel op, omdat Carey geen documentaire of vie romancée schreef, maar via de literaire route wilde onderzoeken wat Tocqueville op sociologisch niveau deed: hoe zit het met de democratie in de jonge en expansieve staat? Kan de knecht (liftboy) echt meester (miljonair) worden? De problematische kernzin van de roman luidt: 'Man is born free and is everywhere in chains.’
Tocqueville, de bron waaruit Parrot and Olivier in America is ontstaan, schreef met vooruitziende blik over het land van de (on-)begrensde mogelijkheden. De mensen die zich in de schoot der democratie hebben ontwikkeld, ontdekken al gauw de grenzeloosheid en het ongebondene en 'dat niets hen dwingt om genoegen te nemen en tevreden te zijn met wat ze bezitten’. Tomeloze ambitie, mobiliteit, handelsgeest en een scherp oog voor eigenbelang zorgen voor een dynamische samenleving. In een democratie is niets 'groter en schitterender’ dan de handel, aldus Tocqueville. Over het dilemma dat de vrijheid van de een de onvrijheid van de ander bevordert (om nog maar te zwijgen van de slavernij) zegt Tocqueville dat dankzij welbegrepen eigenbelang en verzoening met diverse godsdienstige richtingen de Amerikanen de kunst leren 'om de gevaren van de vrijheid te verminderen’.
Amerika is anno 1840 het meest beschaafde land waar men zich het minst bekommert om literatuur: weinig bekende schrijvers, veel bijbels, brochures en godsdienstige traktaten maar geen romans. 'De enige schrijvers van Amerikaanse huize die ik gezien heb waren journalisten.’ Toch voorspelt Tocqueville treffend dat de Amerikanen al snel een heel eigen literatuur zullen hebben. Wij weten dat Thoreau, Emerson, Poe, Hawthorne, Melville, Whitman en James de grondleggers zijn van de Amerikaanse letteren. Peter Carey bewijst op ingenieuze wijze (via de vorm!) dat het jonge en open Amerika na 1776 langzaam maar zeker een nieuwe artistieke adel creëert, romanciers die hun eigen weg gaan en die zich bewust zijn van de gevaren (de terreur van de publieke opinie) en de voordelen (gelijkheid, vrijheid) van de democratie. Alle pro’s en contra’s passeren de revue in Parrot and Olivier in America, zonder dat de roman een vermomd traktaat of essay wordt.
De opbouw van de roman is glashelder. Er zijn - denkt de argeloze lezer - twee ik-vertelperspectieven, dat van aristocraat Olivier de Garamont, lijdend onder 'de obsceniteit en de gruwel van de Franse Revolutie’, en dat van Parrot, bijnaam van de Britse John Laritt. Beiden zijn balling. Of moet ik zeggen dat de onvermijdelijke 'vloed’ (Tocqueville) of 'de locomotief (Marx) van de geschiedenis’ ervoor zorgde dat de paden van de jonge Olivier en de 24 jaar oudere Parrot elkaar in Parijs en Amerika kruisten? Hoe dan ook, de twee dobberen voort op de eb en vloed van de maatschappelijke woelingen. De vraag is: wie máákt er meer van zijn eigen leven? Olivier neemt te hooi en te gras informatie op over het Amerikaanse gevangeniswezen en wordt verliefd op de jonge Amerikaanse Molière-lezeres Amelia Godefroy; Parrot -begenadigd tekenaar, opgegroeid in Britse vervalserskringen en als jonge 'delinquent’ naar Australië getransporteerd - lijkt zich langzaam maar zeker te ontworstelen aan zijn rol: knecht, loopjongen, waterdrager, dienstmeid.
Olivier, tijdens zijn jeugd in een schijnbaar idyllisch Normandisch kasteel getraumatiseerd door de terreur na de Franse Revolutie, maakt uiteindelijk niet veel van zijn leven. Zijn liefde voor Amelia verwart hij met zijn gereserveerde liefde voor Amerika: het denkbeeld dat er buiten de aristocratie artistiek talent kan opbloeien vindt hij eerlijk gezegd onvoorstelbaar, hoewel hij het onder zijn ogen in Amerika ziet gebeuren. Zijn beschermde jongensjaren staan haaks op de onbeschermde van Parrot, die vlak na de Franse Revolutie kinderarbeid verrichtte: hij moest als printer’s devil (drukkersjongen) de pispot legen van drukker en meestervervalser Mr. Watkins, die ergens in de schoorsteen van een huis op het Engelse platteland zat ondergedoken en op wonderbaarlijke wijze een uitslaande brand overleefde. Uiteraard duikt diezelfde Watkins later weer op in New York.
De Amerikaanse avonturen van zowel Parrot als Olivier werpen een verhelderend licht op fenomenen als handelsgeest, huizen kopen, brandverzekering oplichten, geld verdienen met kitsch (Mr. Watkins!) en geld lenen. De dollar is de olie van een turbulente democratie met scherpe randen; inventiviteit en flexibiliteit rekken grenzen op en vergroten de dadendrang. Er is meer mogelijk dan op het eerste gezicht lijkt. Intussen wordt de lezer door Peter Carey op grandioze wijze voor de gek gehouden. Hoe? Ondanks een paar slinkse hinten (bijvoorbeeld 'fouten’ in het vertelperspectief: opeens van de ik naar de hij springen) wordt pas op de laatste bladzijde van Parrot and Olivier in America, in het slothoofdstukje 'Dedication’, duidelijk dat er vanaf het begin in feite maar één vertelperspectief was, dat van Parrot. De knecht en waterdrager van de Franse aristo bleek in staat om in de huid van zijn belezen en juridisch geschoolde meester te kruipen, diens woordvoerder te zijn en diens gevoelens te kunnen verwoorden. Hij papegaait niemand meer na, want hij blijkt een eigen tekst te hebben. De knecht heeft zich vanuit de Britse lower class opgewerkt tot een ware 'vriend’ en gelijke van Olivier, nee, tot een superieure meesterverteller in een jonge democratie waar meer mogelijk is dan men durft te denken. Peter Carey, die ongetwijfeld aan Joseph O'Connors meesterwerk Redemption Falls dacht toen hij zijn verraderlijke vertellerstruc uitwerkte (in die roman wordt ook pas op de laatste pagina de verteller onthuld, en er bestaat ook een Australisch zijverhaal), laat aan Parrot het laatste woord. Parrot is het bewijs dat niet alleen de aristo’s tot kunst maken en savoureren in staat zijn (de vader van schilder Turner - die Olivier niet kent maar Parrot wel - was kapper), ook volksjongen Parrot kan zich tot een artistiek dubbeltalent ontwikkelen, deze burger van een jonge democratie die donkere tijden heeft meegemaakt maar nu het daglicht aanschouwt. Hij richt zich tot Olivier als hij constateert: 'Uw vage zekerheid dat er geen kunst kan bestaan in een democratie heeft geen waarheidsgehalte.’ Parrot is na lange omzwervingen ten slotte het product van de Nieuwe Wereld. Zijn 'onbetrouwbare verhaal’ is made in New York, geschreven in Harlem Heights en afgerond op 10 mei 1837, vlak voordat de vloed van grote Amerikaanse schrijvers opkwam.
Met Parrot and Olivier in America (longlist 2010 Man Booker Prize) bewijst tweevoudig Booker Prize-winnaar Peter Carey dat het mogelijk is een beeldenrijke roman te schrijven die én een diepgravende historische en maatschappelijke analyse is én een dubbele persoonlijke ontwikkeling presenteert, zonder dat de vertelling in een simpele pamflettoon vervalt.

Half september verschijnt Parrot en Olivier in Amerika bij De Bezige Bij, in de vertaling van Hien Montijn (€ 24,95)

PETER CAREY
PARROT AND OLIVIER IN AMERICA
Faber and Faber, 454 blz., £ 18.99