Mode

Wie niet

Mode: Dandy’s

In Franse kiosken vindt het tijdschrift Dandy gretig aftrek. De glossy inspireert modebewuste mannen tot een hedendaagse vorm van dandyisme. Het is de vraag in hoeverre dergelijk dandyisme, waarvan George Clooney het stijlicoon is en Jean-Paul Gaultier de toonaangevende mode ontwerpt, vergelijkbaar is met de oorspronkelijke, negentiende-eeuwse variant. Museum Mesdag belooft met de onlangs geopende tentoonstelling Leven als een dandy een antwoord te geven op deze vraag.

De tentoonstelling legt een verband tussen het dandyisme van negentiende-eeuwse boegbeelden, zoals Beau Brummel en Oscar Wilde, en de flamboyante stijl van twintigste-eeuwers, zoals Salvador Dalí en Fred Astaire. De dandy zou geen typisch negentiende-eeuws fenomeen zijn, maar een tijdloze manier van leven die met iconen als Karl Lagerfeld en David Beckham nog springlevend is. De Haagse firma Eduard Pelger maakte dit jaar een serie herenoutfits, geïnspireerd op dandytrends uit het verleden, waaruit onder meer een Schots herenkostuum te zien is. Ook een expositie met foto’s van Willy Jolly beoogt de bezoeker te overtuigen van de blijvende relevantie van het dandyisme. Deze foto’s hangen in diverse kamers van het charmante Museum Mesdag, het privé-museum dat Hendrik Willem Mesdag in 1887 bouwde om zijn kunstverzameling te huisvesten, en tonen zonder uitzondering zorgvuldig gestylede jongemannen die zijn gefotografeerd in de glamoursfeer van het Hollywood van net na de Tweede Wereldoorlog.

Het grootste gedeelte van de tentoonstelling wordt echter in beslag genomen door parafernalia van en over dandy’s uit de periode vóór de Eerste Wereldoorlog. Tekeningen uit tijdschriften als Gentleman’s Magazine, Costumes Parisiens, Wiener Moden en A Semana tonen de modetrends die negentiende-eeuwse dandy’s op de voet moeten hebben gevolgd. Op basis van dergelijke modeprenten maakte Laetitia Lessine een aantal typerende outfits na, waaronder een gele kamerjas met roze ceintuur naar de mode van 1848. Daarnaast zijn voorbeelden samengebracht van de onmisbare accessoires van een dandy: wandelstok, monokijker, heupflacon, snuifdoos, herenhoed, eikenhouten bureau. Portretten van bekende (Louis Couperus) en minder bekende (B.A.J. Wattendorf, een vijfjarige minivolwassene) dandyfiguren worden afgewisseld met spotprenten, zelfportretten en ansichtkaarten.

Wat ontbreekt aan de amusante tentoonstelling is een interessante visie op wat een dandy nu precies ís. Hoewel de catalogus benadrukt dat dandyisme een manier van leven is, een vorm van levenskunst die slechts voor enkele briljante creatieve geesten is weggelegd, bevestigt de tentoonstelling het stereotiepe beeld van de dandy als ijdele, narcistische welgestelde heer die zich uitsluitend om uiterlijk en aanzien bekommert. Helaas zijn er geen attributen geëxposeerd die erop wijzen dat dandyisme gebaseerd is op een rijk innerlijk leven vol geestelijke en intellectuele activiteit. Dat zich onder de beroemdste dandy’s talloze schrijvers en kunstenaars bevinden, blijft opvallend buiten beeld. Bovendien wekt de expositie de nogal flauwe suggestie dat welhaast íedere modebewuste man – het feminisme is duidelijk geheel aan het dandyisme voorbij gegaan – een dandy is. Bij een tentoonstelling die een uiteenlopend gezelschap als Ramon Navarro, The Kinks, Pim Fortuyn en P. Diddy moeiteloos onder de noemer van dandyisme brengt, vraag ik mij serieus af welke überseksueel tegenwoordig niet dandy is.

Leven als een dandy

Museum Mesdag, Den Haag

tot en met 6 augustus