TELEVISIE De verloren stad

WIE NIET VERGEET WORDT GEK

Dennis Potter hamerde op de noodzaak van de ‘personal voice’ in tv-drama. Die lag steeds meer onder vuur van marketing- en formuledenken. Hetzelfde bedreigt non-fictie. Steeds gelijkvormiger de formules van amusement, reality, reportage. Ook de documentaire is niet onbedreigd. De term ‘auteursdocumentaire’ lijkt dan ook de uitdrukking van Potters wens toegepast op een ander genre. Al is wens te zwak uitgedrukt, want Film- en Stimuleringsfonds bevorderen dat type film gericht.
Een goed, en in zekere zin extreem voorbeeld van auteursdocumentaire is De verloren stad van Britta Hosman. Die gaat over het Bosnische Bosansko Grahovo dat, gehavend door de oorlog, nagenoeg leegstaat. Spookstad die decor is en tegelijk veel meer, doordat ze de belichaming vormt van de verschrikking van de recente geschiedenis en van het harde lot van de weinigen die er nog wonen – omdat ze niet weg kunnen of willen. Twee winkeltjes en tien cafés wijzen op een wat onevenwichtige economische opbouw, en we maken zelfs de opening van kroeg elf mee. Die van Dusan, die na jaren elders is teruggekeerd, tot grote vreugde van jeugdmaat Göran, ook al cafébaas. Terugkeer die pas mogelijk werd toen Dusan besloot nooit meer aan vroeger te denken. Dat is een kern van de film: wie niet vergeet wordt gek, kettingroker of zuiplap en meestal alle drie. Maar vergeten is onmogelijk. En om niet te huilen moet je vooral lachen – wat veel en cynisch gebeurt. Verder heropent de tandarts hoopvol zijn praktijk. Daarmee hebben we het wel gehad qua terugkeer naar normaliteit. En als Dusans geld er doorheen is – hij schenkt te vaak gratis – zal hij weer weggaan. Om onder vreemden nooit meer aan vroeger te denken.
Auteursdocumentaire is dit niet alleen in onderwerpkeus, in de beslissing zelf langdurig te gaan wonen in weinig opbeurende omstandigheden, maar bovenal in het feit dat de film grotendeels wordt gedragen door een monoloog van de maakster, die beschrijft, commentaar geeft en in de hoofden en harten van personages kijkt. Tegendeel dus van het filmaxioma ‘show, don’t tell’. Dat is een riskante keus, versterkt door dichterlijk taalgebruik, toepassing van de onvoltooid verleden tijd als in een sprookje, melancholiek-beschouwende toon en de eigen ongeschoolde commentaarstem. Door de kracht van het geheel, de beelden, scènes, ritme, sfeer en het persoonlijke karakter van de tekst is die keus gerechtvaardigd. Acteursstemmen, zelfs de beste, kunnen ook averechts werken in hun professionaliteit (Jan Decleir in Verleden van Nederland).
Hosman volgt naast de mannelijke vrienden vooral een oude vrouw, Petra, die in een kot buiten de stad woont. Wijlen haar man kwam van daar, zij niet, en dat wordt pijnlijk duidelijk in de manier waarop ze genegeerd of agressief bejegend wordt door andere bejaarden. Misschien geven ambtenaren haar ooit een huisje – daarmee moeten we het doen qua hoop. En met priesterstudent Nemanja, geheelonthoudende zoon van een kroegbazin, die toekomst ziet – voor zichzelf in het leven, voor zijn stadgenoten na de dood.
Toevallig ging op het Idfa een andere tragische ‘Bosnische’ documentaire in première: Sweety van Menna Laura Meyer. Over de scholierenkring waarin een andere Göran vriendin Maja Bradaric vermoordde, twee kinderen van de Bosnische diaspora. Indringende film waarin Meyer opnieuw het bewijs toont van een ongekend vermogen het vertrouwen van jongeren te winnen in uiterst persoonlijke zaken. BNN zendt hem over een jaar uit.

De verloren stad. Holland Doc, VPRO, 11 december, Nederland 2, 22.45 uur