De afzetting van Dilma Rousseff

Wie redt Brazilië?

De politieke en economische chaos in Brazilië is enorm en corruptieschandalen volgen elkaar in hoog tempo op. Dilma Rousseff starring in de Braziliaanse House of Cards.

Medium hh 4390284

27 oktober 2002

‘Daar is hij! Het is gelukt!’ Teo strekt zijn tanige lijf, gezicht naar de sterren. Even staat hij daar, in trance. Dan omarmt hij me. Tranen druppelen op mijn schouder. Hij snuift, omarmt de volgende, weer een ander, iedereen omarmt elkaar, huilt, schreeuwt, op dat overvolle plein in de nacht in Rio. Op het scherm, levensgroot, het doorgroefde gezicht van de 57-jarige draaibankwerker Luíz Inácio da Silva, kortweg ‘Lula’.

‘Ssst, stil!’ maant een vrouw. Om haar zwarte schouders een vlag met de rode ster van de arbeiderspartij PT. ‘Companheiros, dank’, klinkt het zacht. De vakbondsman slikt, kucht, begint opnieuw: ‘Companheiros, kameraden. Als ooit nog iemand zegt dat een gewone metaalarbeider uit de fabriek geen president van Brazilië kan worden, dan ben ik het bewijs van het tegendeel.’ Zijn diepe stem is zowel sussend als opzwepend. ‘Drie keer hebben we de verkiezingen verloren. Omdat we dachten dat wij, de armen, gewone mensen en arbeiders nooit in staat zouden zijn dit land te besturen.’ Lula slikt weer. Wrijft in zijn ogen. ‘En weten jullie waarom? Omdat we die kleine minderheid geloofden die ons eeuwenlang vertelde dat wij, de armen, inferieur zijn! Dat we niet tellen in dit land! Maar dat is nu voorbij…’ De rest van zijn woorden gaat ten onder in oorverdovend gejuich. ‘Lulaaa, Lu-la, Lula-la’. Leuzen worden een lied, een dans, trommels roffelen; de roes houdt de hele nacht aan.

‘Het is als een soort verliefdheid’, zeg ik die ochtend tegen Teo in de bus terug naar onze wijk. ‘Je wéét dat straks de dagelijkse sleur komt, het gekibbel, de verveling. Maar voorlopig is er dat grote, meeslepende gevoel.’ Verstrooid kijkt hij op. ‘Hmm, ik mag hopen dat het meer is.’ Hij poetst zijn dikke brillenglazen, terwijl de opkomende zon een gouden gloed over de stad legt. De bus stopt bij een sloppenwijk. Vliegerende kinderen. Vrouwen met zware tassen. ‘Weet je’, zegt Teo, ‘deze overwinning is te vergelijken met de verkiezing van Mandela in Zuid-Afrika.’ Hij duwt zijn jampotjes op zijn neus. ‘Voor het eerst in de geschiedenis van dit slavenland heeft de gewone bevolking een eigen stem.’

Vier jaar eerder ontmoette ik Teo de Almeida. Hij was de barman van mijn buurtkroeg en de eerste PT-activist die ik leerde kennen. De muren van zijn kroeg waren behangen met posters van de arbeiderspartij, foto’s van Lula, de beweging van landloze boeren, krakers, zwarte collectieven. De fooien voor Teo gingen in een speciale pot: voor de kosten die hij als advocaat maakte om al deze mensen juridisch bij te staan. Een grote attractie was Teo’s imitatie van Lula: ‘Companheiros, we laten ons niet meer bang maken door het grootkapitaal’, bulderde hij door de kroeg. Dezelfde rauwe stem, dezelfde slis en intonatie. Net als Lula kwam Teo uit een dorpje in het arme noordoosten. Geen water of elektriciteit. Een afwezige vader en een moeder met te veel monden om te voeden. Net als Lula vertrok Teo al jong naar de grote stad om in de fabriek te gaan werken. Lula werd de leider van een door het militaire regime verboden vakbond. Teo studeerde in de avond en werd advocaat.

Teo nam me mee naar zijn zelfgebouwde huis in de sloppenwijk, naar landbezettingen en festivals. Ik ontmoette boerenleiders, artiesten en vakbondsmensen. Zij vormden de basis van de PT, die tegen het eind van de dictatuur in 1980 werd opgericht.

Dag en nacht waren deze activisten in touw geweest om Lula de overwinning te bezorgen. ‘Geloof me’, zei Teo, ‘een president uit het gewone volk – dat is een revolutie.’ Hoe diep dat zat, begon ik pas te begrijpen toen een welgestelde Braziliaanse vriendin me vlak voor de verkiezingen in paniek belde over haar zwarte dienstmeid: ‘Ik ben verdomme bang in mijn eigen huis. Straks zijn zij aan de macht!’

12 juli 2004

Kinderen rennen over de smalle planken die griezelig doorzakken boven het stinkende water. Paalwoningen gemaakt van stukken plastic en bordkarton. Verderop, stralend, de beroemde Maurits van Nassau-brug van Recife. Ooit aangelegd door deze telg van Oranje, die de kolonie ‘Nieuw-Holland’ bestuurde. ‘Waren jullie Hollanders maar gebleven’, zegt Marilu lachend. Voorzichtig roert ze in een pannetje met bonen dat wankelt op een gasbrander. De hitte onder het dak van golfplaat is niet te harden. In een hoek ligt een kind rillend onder een stapel dekens. ‘Dengue, knokkelkoorts’, zegt Marilu, en wijst door de spleten tussen de vloerplanken naar het vuile water van de rivier.

Wat zouden die Hollanders beter hebben gedaan? ‘Alles’, antwoordt ze. ‘In elk geval geen corruptie. En dat mensen gelijk zijn.’ Ze zwijgt even, en glimlacht. ‘Maar nu hebben we Lula.’

Ik ben op stap met armenpriester Francisco da Silva. ‘Dezelfde achternaam als onze president, ja’, grinnikt de priester. Het zijn nog steeds wittebroodsjaren voor Lula. Inmiddels is de verliefdheid ook internationaal overgeslagen. Vóór zijn verkiezing speculeerden de financiële markten Brazilië kapot vanwege het ‘Lula-gevaar’. Nu krijgt diezelfde Lula jaarlijks een staande ovatie op het Wereld Economisch Forum in Davos. Ook een imf-coryfee als Horst Köhler prijst de arbeider-president de hemel in om zijn ‘moedige programma’s tegen de honger’.

Lula heeft het minimumloon bijna verdubbeld tot honderd euro per maand en voert de ‘Bolsa Família’ in. Een soort kinderbijslag van dertig euro per maand: alleen voor vrouwen, zodat hun mannen het geld niet opzuipen. En de moeder krijgt het alleen als haar kinderen elke dag naar school gaan. ‘Als ik het voor elkaar krijg dat geen enkel Braziliaans kind ’s avonds met honger naar bed gaat, dan heb ik meer voor dit land gedaan dan alle presidenten bij elkaar’, zei Lula bij zijn aantreden.

De Bolsa Família is een daverend succes. Marilu legt uit hoe die paar centen voor haar precies het verschil maken. ‘Ik hoef niet meer bang te zijn. De angst dat er helemaal niets meer te eten is, snap je?’ Ze gaat met haar vingers langs haar slapen. ‘Mijn hoofd is vrijer. En de kinderen zijn trots.’ Ze kijkt naar de buiten spelende kinderen. ‘Ze helpen me nu, door naar school te gaan.’ Zelfs haar oudste zit weer op school. Twee jaar lang poetste hij schoenen op straat. ‘En nu is het tijd voor een betere woning’, zegt priester Francisco en klapt in zijn handen. Met de bewoners van de paalwoningen wil hij een enorme, leegstaande kazerne kraken. ‘Het gaat om een eigendom van de federale regering. Die kazerne is van Lula’, verduidelijkt hij. ‘Dus er is geen enkel probleem.’

Een paar dagen later tref ik Francisco, Marilu en tientallen andere vrouwen in de statige gangen van het paleis van de gouverneur. Ze dragen stoere vlaggen en rode PT-sterren. Toch zien ze eruit als verdwaalde miertjes. Hun gezichten bang en vertrokken. Francisco: ‘De militaire politie heeft de kazerne omsingeld. Ze zijn zwaar bewapend en kunnen elk moment aanvallen.’

Er is nu een vergadering met de rechtse gouverneur. Uit de hoofdstad Brasilia komen officials van de regering-Lula om te bemiddelen. Zwaar bestropdast en in pak. Al helemaal in hun rol van plechtige landsbestuurders. Afgezien van de getrimde Lula-baardjes.

‘Weg. Geen pers’, duwt een van de baardjes me weg. De deuren van de gouverneurskamer sluiten zich. Alleen Francisco mag naar binnen. Na meer dan twee uur stormt de priester naar buiten. Hij is razend: ‘Zo bereik je wat, ja! Draai de sociale bewegingen de nek maar om. Companheiros? Poeh! Zich omhoog werkende carrière-bureaucraten. Dat zijn het!’ Hij ploft naast ons neer op de houten bank. De ‘kameraden’ uit Brasilia waren nog autoritairder dan de gouverneur, vertelt hij. ‘Er viel niet met ze te praten. We moeten zélf ontruimen. En alleen dan mogen we misschien, heel misschien nog eens met hen komen praten.’

De baardjes klikken hun nieuwe leren attachékoffertjes dicht en maken aanstalten om te vertrekken. Nee, geen commentaar. ‘Wilt u nu even plaatsmaken, zodat we erdoor kunnen senhora?’

‘Ik hoef niet meer bang te zijn. De angst dat er helemaal niets meer te eten is. Mijn hoofd is vrijer. En de kinderen zijn trots’

Terug in Rio breng ik verslag uit aan Teo. Lachend haalt hij zijn vaatdoek over de bar. ‘Wat dacht je dan? Een nieuwe groep moet zich invechten in het systeem en neemt nu dezelfde manieren over. Vergeet ook niet dat de PT geen meerderheid heeft. De manoeuvreerruimte is klein.’

Medium hh 55099988

10 juli 2005

‘Desilusão, desillusie…’ Van ver hoor ik het lied door de sloppenwijk galmen. De boxen in Teo’s huisje trillen bijna uit hun voegen. Met zijn armen om zijn knieën zit hij op de vloer. ‘Desilusão, desillusie/ is de dans van de eenzaamheid/ de solidão.’ Ik zet de volumeknop van de cd-speler lager en ga naast Teo zitten. Hij schudt zijn hoofd. ‘In zijn onderbroek. Moest die man echt honderdduizend dollar in zijn ónderbroek verstoppen?’

Ik ben langsgekomen omdat ik wil weten wat Teo denkt van het omkopingsschandaal dat is losgebarsten. Twee maanden geleden werd Roberto Jefferson, de leider van een van de kleinere coalitiepartijen, betrapt bij het innen van steekpenningen van een toeleveringsbedrijf aan de overheid.

Daarop begon een driftige Jefferson de machtige stafchef van Lula te beschuldigen. ‘Ja, ú excellentie Dirceu’, prikte hij met zijn vinger naar de voormalige guerrillastrijder. ‘U roept de meest primitieve instincten in mij op.’

Dirceu was de drijvende kracht achter de beslissing van de PT om regeringsverantwoordelijkheid te nemen. Tijdens de campagne van Lula trok ik dagenlang met de innemende man op. Met hem en met de vrolijke tuinkabouter, partijleider José Genoino, heb ik gelachen, gegeten en veel te lang in bussen gezeten. En juist deze mannen zouden de spil vormen van een gigantisch corruptieschandaal?

Het was inderdaad de assistent van de tuinkabouter die gisteren op het vliegveld werd opgepakt met honderdduizend dollar in zijn onderbroek en nog eens tweehonderdduizend in een koffer. ‘Verdiend met de verkoop van groente’, was zijn excuus. Vanmorgen trad partijleider Genoino af.

En Dirceu? Keert de stafchef echt geld uit aan parlementariërs om voor de hervormingen van Lula te stemmen? Driftkikker Jefferson noemde het de ‘mensalão’: het grote maandsalaris, en noemde bedragen van rond de twaalfduizend euro. ‘Ik weet bijna zeker dat Dirceu het doet’, zegt Teo mat. Maar waarom, wil ik weten. Waarom zou een partij die synoniem was met moraal en schone handen zich tot zoiets verlagen? ‘Omdat ze denken dat de hervorming alleen van boven komt’, verzucht Teo. ‘En wie de Braziliaanse politiek kent, weet dat hij het spel dan moet meespelen.’

Zelf heeft Teo de moed opgegeven. Hij heeft zijn lidmaatschapskaart ingeleverd en gaat onafhankelijk door met het verdedigen van landloze boeren. ‘De fout van de PT is dat ze zich van de basis hebben vervreemd.’

In de jaren die volgen krijgt Teo gelijk. Ex-stafchef Dirceu krijgt acht jaar cel voor het ‘leiden van een criminele organisatie’. Samen met 28 anderen wordt hij veroordeeld voor het ‘systematisch kopen van stemmen’ in het parlement. Uit de afschriften van verborgen bankrekeningen is dan ook precies af te lezen hoeveel smeergeld de geachte afgevaardigden opstreken: voor het optrekken van het minimumloon, de invoering van de Bolsa Família, en andere hervormingen. Geld dat uitsluitend naar de coalitiepartijen ging. De enige PT’er die op zelfverrijking werd betrapt, had een landrover geaccepteerd. Cadeautje van een leverancier van het staatsoliebedrijf Petrobras.

Intussen bleef de ster van Lula rijzen. Waar hij ook kwam. De mensen wilden hem aanraken, omhelzen. Hij was de held van de armen: ‘Hij geeft ons het gevoel dat wij iets waard zijn’, vertelde de buurvrouw van Teo toen ze zich in 2006 klaarmaakte om opnieuw op Lula te stemmen.

Doorslaggevend was ook de economie die ging bloeien. Tot groeicijfers van soms 7,5 procent per jaar. Gecombineerd met Lula’s slimme sociale beleid leidde het ertoe dat bijna dertig miljoen Brazilianen uit de armoede klommen. De financiële crisis van 2008 raakte Brazilië nauwelijks. ‘Ik zeg tegen president Bush: het is jouw crisis, niet de mijne’, vertelde Lula trots op tv. ‘Maar vinden jullie het nou niet chique dat Brazilië geld leent aan Amerika?’

Op 1 januari 2011 kijken Teo en ik naar de inauguratie van de opvolgster van Lula, de econome Dilma Rousseff. Een voormalig activiste die tijdens de militaire dictatuur zwaar werd gemarteld. Na het gedwongen aftreden van Dirceu werd zij Lula’s nieuwe stafchef. Ze is een wat stijve, hard werkende vrouw. Nauwelijks heeft Lula de presidentiële sjerp aan haar overgedragen of hij breekt het protocol en duikt onder in de mensenmassa. Tot wanhoop van zijn bewakers. ‘Je kunt zeggen wat je wil’, zegt Teo aangedaan. ‘Maar deze man heeft een droom waargemaakt: geen enkel kind in Brazilië hoeft meer met honger naar bed.’ De camera’s blijven de populaire ex-president volgen. Op het bordes staat zijn opvolgster er eenzaam bij. En al helemaal niemand kijkt naar de man naast haar. De 71-jarige vice-president Michel Temer, van de partij van de democratische beweging (pmdb).

11 april 2016

‘Companheiros, kameraden!’. Opnieuw sta ik ’s avonds op een plein in Rio en luister ik met honderden mensen naar de stem van Lula. Deze keer niet via een scherm, maar live op het podium. Hij is kaler, triester, en helemaal schor. Ook het publiek is veranderd. Haast geen bruine en zwarte gezichten, maar witte; modieuze brillen, getrimde baardjes en gekapte dameshoofden. ‘Kameraden’, begint Lula op zijn joviale manier. ‘Vroeger, toen ik langs de fabriekspoorten ging en praatte en praatte, nam ik een cognacje en mijn stem was weer goed. Nu ik van de dokter alleen water mag drinken, doet mijn stem me deze geintjes aan.’ Mensen lachen. Ha ha, de charmante Lula van altijd. Grapjes maken over zijn bedwongen keelkanker.

De sfeer op het plein is anders dan veertien jaar geleden. Het is nu de verongelijktheid die heerst. De angst om iets te verliezen.

‘Deze man heeft een droom waargemaakt: geen enkel kind in Brazilië hoeft meer met honger naar bed’

‘Boeee’, loeien de mensen wanneer Lula begint over de rechter die aan het hoofd staat van het grootste corruptieonderzoek ooit: Operatie Wasstraat. Een wijdvertakte zwendel, waarbij de grootste bouwbedrijven van het land miljarden aan smeergeld betaalden om contracten te krijgen van het staatsoliebedrijf Petrobras. Het geld verdween in geheime kassen van de PT en haar bondgenoten, zoals de pmdb van vice-president Temer. In ruil voor het smeergeld krijgen bedrijven gouden contracten en miljarden voor spookprojecten. Met als gevolg dat Petrobras nu bijna failliet is en vrijwel de hele top van de bouwsector achter de tralies zit. Politici zijn moeilijker te pakken vanwege hun parlementaire onschendbaarheid.

In ruil voor strafvermindering gaat nu de ene na de andere ceo praten. Ze schetsen de koehandel en vriendjespolitiek in het Braziliaanse politieke bedrijf. Volgens de rechter zijn de eerste 160 arrestaties nog maar het ‘topje van ijsberg’.

‘De affaire doet me erg denken aan de operatie Mani pulite in de jaren negentig in Italië’, zei ik laatst tegen Teo. Ook toen legde een voortvarende rechter een heel corruptienetwerk bloot. ‘En weet je hoe dat kon gebeuren? Omdat er een politieke partij bij was gekomen die ook macht opeiste: de socialisten van Craxi.’ Ik legde hem uit hoe de zittende politieke partijen in Italië decennialang vreedzaam de buit onder elkaar verdeelden: het geld, de invloed in staatsbedrijven, en hoe vriendjes baantjes en aanbestedingen kregen. Een gesmeerde machine, totdat Craxi het evenwicht verstoorde. ‘Het systeem raakte ontwricht door die extra speler.’

Teo keek me lang aan: ‘En hoe liep het in Italië af?’ Ik moest slikken; het liep beroerd af. Het politieke systeem stortte in. En daarna kwam Berlusconi aan de macht. Teo poetste zijn brillenglazen en zei: ‘Maar Craxi en Lula zijn niet hetzelfde.’

Ik kijk weer naar Lula op het podium. Inderdaad. Hier staat geen meedogenloos Armani-pak met dollartekens in de ogen. In zijn door zweet bevlekte poloshirt ziet hij er eerder uit als een vermoeide buschauffeur. Ook heeft Lula geen geheime bankrekeningen in belastingparadijzen of sprookjespaleizen zoals Craxi. Hij woont nog steeds in zijn oude arbeiderswijk. Toch beschuldigt de rechter van Operatie Wasstraat hem nu van ‘witwassen’: een klein buitenhuis en een strandflat op naam van een van de corrupte bouwbedrijven zouden eigenlijk een ‘cadeau’ zijn voor de populaire ex-president. ‘Leugens en nog eens leugens’, roept Lula. ‘Ze zullen me in die huizen nog niet dood vinden. Al wachten ze tot sint-juttemis!’

En toch. Een rechter in São Paulo wil Lula om die huizen arresteren. Niet lang daarna aanvaardde Lula het aanbod van president Dilma om haar nieuwe stafchef te worden. ‘Zie je wel’, juichten Lula’s vijanden. ‘Nu probeert hij zich te verschuilen achter de politieke onschendbaarheid van een ministerspost.’ Een dag later annuleerde het hooggerechtshof zijn benoeming.

‘Weten jullie wat dit is, kameraden’, houdt Lula het plein voor. ‘Ze willen Dilma en Lula weg hebben! Ze willen geen vrouw, geen draaibankwerker. Ook al tonen die vaak meer competentie dan al hun gestudeerde heren bij elkaar. Ze willen terug naar hun kleine elite. Het volk voorgoed buitensluiten.’

Even later komt een partijfunctionaris met een bedrukt gezicht het podium op. Hij leest het bericht voor dat een speciale Kamercommissie toestemming heeft gegeven om een afzettingsprocedure tegen Dilma te beginnen.

17 april 2016

Daar zit hij. Kamervoorzitter Cunha. Het krijtstreeppak om zijn hangende schouders is vast een Armani. Onlangs ging deze gelovige christen nog met zijn jonge vrouw voor 42.000 dollar shoppen in Miami. ‘Ter ontspanning.’ Abortus of homohuwelijk kan zijn geweten niet dragen. ‘Ik ga liever dood dan dit op de agenda te zetten.’ En de veertig miljoen dollar smeergeld op Zwitserse bankrekeningen? Ach, dat zijn de voordeeltjes van het politieke bedrijf.

Twee jaar geleden werd hij uit het niets tot Kamervoorzitter verkozen. Sindsdien wordt hij de Frank Underwood van Brazilië genoemd. Naar de sluwe politicus uit de Amerikaanse serie House of Cards.

‘Noem het gerust House of Cunha’, roept Teo. ‘De show gaat beginnen!’ Het is zondagmiddag en alle tv-zenders in het land zijn overgeschakeld naar het parlement in Brasilia, waar de stemming begint over de vraag of president Dilma afgezet moet worden. We kijken met tientallen in onze buurtkroeg, waar Teo al lang geen barman meer is. In het parlement hangt de opgewonden sfeer van een voetbalstadion voor het begin van de wedstrijd. Overal vlaggen, en bordjes ‘Weg met Dilma’ en ‘Impeachment ja’. Parlementariërs juichen, krijsen, en duwen elkaar weg.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Het antwoord luidt: Cunha Underwood. Al vrij snel stuitten de onderzoekers van Operatie Wasstraat op de huidige Kamervoorzitter. Als lid van de grootste coalitiepartij van Dilma speelde Cunha een belangrijke rol in het binnenharken van smeer- en publieksgeld voor pmdb. Dezelfde partij als van vice-president Temer. Maar net als Temer en tientallen anderen uit de coalitie liet ook hij zijn eigen bankrekeningen vollopen. Geconfronteerd met onweerlegbaar bewijs van zijn graailust bleef Cunha ontkennen. Hij wees naar de PT. ‘Een complot tegen mij’, riep hij. ‘Vanaf vandaag ben ik oppositie en ik zal Dilma ten val brengen.’

De tropische Underwood bleek niet te bluffen. Hij begon de parlementsleden uit de Kamer te chanteren, net zo lang tot hij een meerderheid had. Ook bedreigingen schuwde hij niet. Eén voor één stapten leden uit de ‘Commissie voor Ethiek en Decorum’, het orgaan dat toestemming moet geven om zijn parlementaire onschendbaarheid op te heffen. ‘Ik moet aan de veiligheid van mijn familie denken’, verklaarden sommigen. Anderen vonden Cunha opeens ‘helemaal onschuldig’.

Ook vice-president Temer stapte uit de schaduw. Altijd stil, en verdekt opgesteld. Opeens sloeg hij toe. Temer liet een huilerig briefje uitlekken dat Dilma hem ‘nooit serieus’ nam. Ten slotte ‘brak’ hij met Dilma. Het enige wat nog ontbrak was een goede reden om haar af te zetten.

Dilma is niet populair. Slechts dertien procent van de mensen staat nog achter haar. Maar bij Temer is dat twee procent. En niet-populair zijn is geen ‘misdaad’. Net zo min als de huidige economische crisis dat is. Maar Cunha vond er iets op: hij haalde de Braziliaanse Rekenkamer uit een ruim zestigjarige winterslaap. En bingo. De heren vonden wat foutjes in Dilma’s laatste begroting: ze had gaten met gaten gevuld.

‘Geachte afgevaardigde Abel Junior, uw stem’, klinkt de stem van Cunha. Rond de microfoon is het duwen en trekken. Dikke mannen proberen hun anti-Dilma-bordjes en -vlaggen in beeld te brengen. Iedere van de 513 afgevaardigden krijgt tien seconden om zijn stem toe te lichten. Tien seconden van faam. ‘Ik heb God gevraagd mij te verlichten, en Hij zei wat ik moest stemmen: ja voor het impeachment van Dilma’. Luid applaus, spreekkoren. En de volgende afgevaardigde: ‘Voor mijn zoon Bruno, mijn moeder Lucimar en mijn tante Eurides die voor mij zorgde. Mijn stem is ja!’ Wat heeft God of je familie met het afzetten van een gekozen president te maken? Maar het thema blijkt hardnekkig. ‘Om een einde te maken aan de vakbond en zijn bandieten. In naam van God, mijn stem is ja.’ De volgende zwaait naar de camera. ‘Voor mijn moeder. Dag mam! Ik stem ja.’

Af en toe klinkt een ‘nee’-stem. Maar door spreekkoren van de volksvertegenwoordigers is die niet te verstaan. ‘Vergeet niet’, zegt Teo, ‘dat zestig procent van de Kamerleden op dit moment vervolgd wordt. Voor zwendel en afpersing. Van het houden van slaven tot moord en zelfs martelen.’ ‘Op deze glorieuze dag voor de vrijheid wil ik de nagedachtenis eren van kolonel Brilhante Ustra. De kwelgeest van Dilma Rousseff.’ Pardon? Heeft hij het over de beul van de geheime politie die Dilma martelde? Teo knikt. Zijn handen voor zijn gezicht. ‘Voor Brazilië en God boven allen, mijn stem is ja’, besluit de man.

Om tien over elf ’s avonds is duidelijk dat Dilma verloren heeft. Ik loop nog een stukje met Teo op. ‘Wat nu?’ vraag ik hem. Hij haalt zijn schouders op: ‘De senaat zal dit over een paar weken bevestigen. Ook daar is zeventig procent van de leden verdacht of veroordeeld.’ Hij lacht schamper. ‘Maar dan?’ dring ik aan. Hij zucht: ‘Dan zullen Cunha en consorten proberen de processen tegen zichzelf stop te zetten, onder het mom van strijd tegen de corruptie.’ En Dilma? En Lula? Teo blijft staan. Er komt een grijns om zijn mond: ‘Companheiros, we zullen de straat op gaan en het land in brand zetten.’ Hij doet een prachtige Lula-vertolking. ‘Tijdens de Olympische Spelen straks zullen we het vuur van onze dromen aansteken. We zullen de wereld laten zien dat er ook een ander Brazilië bestaat. Een land waarin iedereen een eerlijke stem heeft.’ Ik kijk hem aan. Gelooft hij dit echt? Hij haalt zijn schouders op en knipoogt: ‘Wie weet.’


Beeld: (1) Caruaru, Brazilië. 24 september 2006. Aanhangers van de Braziliaanse president Luiz Inacio Lula da Silva wachten op een speech tijdens zijn campagne (The New York times Syndication / Hollandse Hoogte); (2) Brasilia, 14 april 2016. Poster met de Braziliaanse president Dilma Rousse (links) en de voormalige president Luiz Inacio Lula da Silva (rechts). ‘Ze wisten alles. Afzetten nu’ (Accademia Di Brera)