Wie spreekt namens de islam?

Wat een miljard moslims werkelijk denken – fragmenten uit het boek.

Democratie en sharia

Waar moslims mee worstelen is de vraag hoe hun religieuze traditie vorm moet krijgen binnen een moderne, seculiere samenleving. Moet in deze tijd de islam beperkt blijven tot het persoonlijk leven of moet de islam een integraal onderdeel vormen van de staat, de wet en de maatschappij? Is de islam in overeenstemming te brengen met moderne vormen van politieke participatie zoals de democratie?
Een groot percentage associeert westerse maatschappijen ook met ‘een rechtvaardig rechtssysteem’ en ‘burgers die veel vrijheid hebben’.
Uit de onderzoeksgegevens blijkt dat voor de grote meerderheid van de respondenten geldt dat islam en democratie beide even essentieel zijn voor kwaliteit van leven en voor de toekomstige ontwikkeling van de moslimwereld. Niet alleen blijkt uit de antwoorden dat islam en democratie breed gesteund worden, dit geldt ook voor de sharia. De sharia is voor moslims een moreel kompas in hun persoonlijke en openbare leven.
Velen lijken liever een eigen vorm van democratie te willen, waarvan de sharia deel uitmaakt – en niet een model dat simpelweg uitgaat van westerse waarden. Het bleek dat maar weinig respondenten ‘het overnemen van westerse waarden’ associëren met politieke en economische vooruitgang in de moslimwereld. Mishandelingen in naam van de sharia hebben blijkbaar niet geleid tot een radicale afwijzing van de sharia. Uit onze onderzoeksgegevens blijkt dat in landen waar overwegend moslims wonen de nadruk wordt gelegd op een nieuw regeringsmodel – een model dat democratisch is maar ook geënt op religieuze waarden; dit verklaart wellicht waarom de meerderheid in de meeste van deze landen (op een paar uitzonderingen na) de sharia op z’n minst als ‘een’ bron van wetgeving wenst.
De ironie wil dat we helemaal niet ver hoeven te zoeken om een groot aantal mensen te vinden die graag willen dat religie als basis wordt gebruikt voor wetgeving. In de Verenigde Staten, zo blijkt uit de Gallup Poll van 2006, wil een meerderheid van de burgers dat de Bijbel wordt gebruikt als basis voor wetgeving. 46 procent van de Amerikanen vindt dat de Bijbel ‘een’ bron en 9 procent dat het de ‘enige’ bron voor wetgeving dient te zijn.
………………………………………………………….

Relatie met het Westen

In de meeste landen is het aantal mensen dat zegt het erg belangrijk te vinden dat er meer begrip is tussen de westerse cultuur en de moslimcultuur veel groter dan het aantal dat zich daar niet druk om maakt. Maar wat kan het Westen volgens de respondenten doen om de relatie met de moslimwereld te verbeteren? Van Marokko tot Indonesië zijn de meest gegeven antwoorden op deze open vraag:
– meer respect en begrip tonen;
– de status van Arabische/moslimlanden niet onderschatten;
– meer begrip tonen voor de islam als religie en de islam niet naar beneden halen.
Net zo veelzeggend is dat op de vraag: ‘Wat vind je het minst bewonderenswaardig aan het Westen?’ een van de meest genoemde antwoorden is: de haat jegens, of het kleineren van, de islam en moslims.
Als we goed kijken naar wat ‘moslimdemocraten’ willen – mensen die de overtuiging hebben dat democratie belangrijk is voor vooruitgang en voor hun toekomst – dan wordt duidelijker hoe het zit. De sterke nadruk die wordt gelegd op religie en vrouwenrechten is misschien wel het meest interessante kenmerk van deze groep. Interessant is dat de moslimdemocraten een betere relatie met het Westen belangrijker vinden dan anderen, maar tegelijkertijd vaak negatiever over de Verenigde Staten denken; ook vinden ze meer dan anderen dat westerse landen geen aandacht lijken te hebben voor een betere verstandhouding met de Arabische/moslimwereld. Misschien is een van de lessen die we zouden kunnen trekken uit deze opvattingen, en ook uit het feit dat veel mensen de overtuiging hebben dat het Westen vijandig staat tegenover de islam en moslims, dat wanneer het gaat om democratie, rechtsstaat en mensenrechten, de normen die het Westen voor zichzelf hanteert consistent moeten zijn met de eisen die ze stellen aan anderen.
Toen Amerikanen werd gevraagd wat ze het minst bewonderden van de moslimwereld werd massaal als antwoord gegeven: extremisme/radicalisme/niet openstaan voor de ideeën van anderen. Ook voor moslims, toen hun werd gevraagd wat ze het minst bewonderen van hun eigen maatschappij, waren extremisme en terrorisme de belangrijkste punten van zorg.
Dit is niet zo verrassend als we bedenken dat moslims zélf het vaakst slachtoffer zijn van moslimextremisme en -terrorisme. De ‘terroristische randgroepering’ wordt niet verheerlijkt maar, integendeel, door burgers in overwegend moslimlanden afgewezen, net zo goed als door de burgers in de Verenigde Staten.
Deze mate van overeenstemming tussen moslims en Amerikanen, plus het feit dat ongeveer negen van de tien moslims gematigd zijn, vormen het goeie nieuws voor degenen die optimistisch zijn over vreedzaam samenleven. Het slechte nieuws is de enorme kloof tussen de percepties van moslims en westerlingen, en ook het feit dat er een groot aantal politiek radicalen is dat ertoe aangezet kan worden om geweld tegen burgers te steunen of zelf te plegen.
Hoe groot is de kloof tussen deze percepties? Veel moslims – zowel de politiek radicalen als de gematigden – geven aan dat ze de technologie, de vrijheid van meningsuiting en het werkethos van het Westen bewonderen. Ondertussen, zoals we al schreven, geven Amerikanen op de vraag wat ze weten over moslims vooral deze twee antwoorden: ‘Niets’ en ‘Ik weet het niet’. Wereldwijd zijn er nu 1,3 miljard moslims. Als de 7 procent (91 miljoen) politiek radicalen blijft bij het idee dat ze politiek gezien worden gedomineerd, bezet, en zonder respect behandeld, dan is er maar weinig of geen kans dat het Westen hen op andere gedachten zal kunnen brengen.
Extremisme
en het Westen
Uit de gegevens van de Gallup Poll blijkt dat 7 procent van de respondenten van mening is dat de aanslagen ‘volkomen gerechtvaardigd’ waren. Dat ze politiek gezien radicale opvattingen hebben, betekent niet dat we denken dat al deze mensen ook daadwerkelijk gewelddadig zijn. Maar wel kunnen degenen met extreme opvattingen mogelijk gerekruteerd worden of terroristische groeperingen steunen.
Deze groep is ook zozeer toegewijd aan het veranderen van de politieke omstandigheden dat ze vaker andere aanslagen op burgers te rechtvaardigen vinden: 13 procent van de politiek radicalen versus 1 procent van de gematigden vindt dat aanvallen op burgers ‘geheel gerechtvaardigd’ zijn.
Als zelfmoordterrorisme niet simpelweg voortkomt uit blinde haat met een religieuze, etnische of culturele component, maar zijn oorsprong heeft in werkelijke of vermeende onrechtvaardigheid, wat zou dan het antwoord kunnen zijn op de vraag die altijd maar weer gesteld wordt: ‘Waarom haten ze ons?’
Het gebruikelijke antwoord van een aantal Amerikaanse politici en experts was: ‘Ze haten onze manier van leven, onze vrijheid, democratie en ons succes.’ Maar omdat het anti-Amerikanisme wijdverbreid is, niet alleen onder radicalen maar ook onder een significante meerderheid van gematigden in de moslimwereld (en trouwens ook in veel andere delen van de wereld), is dat antwoord niet echt bevredigend.
Op de vraag wat men het meest bewondert van het Westen werden door zowel de politiek radicalen als de gematigden de volgende drie antwoorden het vaakst genoemd: (1) technologie; (2) de westerse waarden, hard werken, eigen verantwoordelijkheid, de rechtsstaat, samenwerking; en (3) rechtvaardig politiek systeem, democratie, respect voor mensenrechten, vrijheid van meningsuiting, gelijkheid tussen de seksen. Anders dan vaak wordt aangenomen zijn extremisten niet antidemocratisch: een significant hoger percentage van de politiek radicalen (50, versus 35 van de gematigden) zegt dat ‘meer parlementaire democratie’ de Arabische of moslimwereld vooruitgang zal brengen. Daarbij is het zo dat, waar het gaat om de relatie tussen de moslimwereld en het Westen, de politiek radicalen niet simpelweg het Westen afwijzen. Er bestaat geen significant verschil tussen het percentage politiek radicalen en het percentage gematigden dat aangeeft: ‘Een beter begrip tussen het Westen en de Arabische of moslimculturen is iets wat ik erg belangrijk vind.’ En nog verrassender is dat de politiek radicalen vaker dan de gematigden de Arabische of moslimlanden associëren met een verlangen naar betere relaties met het Westen: 58 procent van de politiek radicalen versus 44 procent van de gematigden.
Veel moslims beschuldigen de Verenigde Staten en het Westen in het algemeen ervan dat ze een dubbele standaard hanteren waar het gaat om het bevorderen van de democratie en mensenrechten in de Arabische of moslimwereld.
………………………………………………………….
Religieuze identiteit

Kwesties die te maken hebben met religieuze identiteit zijn belangrijk voor zowel de politiek radicalen als voor gematigden. Op de vraag wat ze het meest bewonderen van zichzelf, wordt ‘trouw aan hun geloofsopvattingen’ het vaakst genoemd, en wat ze het meest associëren met Arabische en moslimlanden is: ‘Vasthouden aan hun spirituele en morele waarden is cruciaal voor hun vooruitgang.’ Wat politiek radicalen van gematigden onderscheidt, is dat de radicalen een grotere nadruk leggen op hun spirituele en morele waarden.
Uit de antwoorden op vragen uit de poll kan ook worden opgemaakt dat men denkt dat de traditie en culturele geschiedenis van de islam gevaar loopt verzwakt te worden door wat wordt gezien als kleinering van de islam door het Westen. Bij beide groepen staat ‘gebrek aan respect voor de islam’ van het Westen hoog op het lijstje van wat ze het meest tegenstaat. Een van de vaakst genoemde antwoorden, door zowel gematigden als politiek radicalen, op de vraag wat de Arabische of moslimwereld zou kunnen doen om de relaties met westerse maatschappijen te verbeteren, was dan ook: ‘Zorgen dat de islam beter over het voetlicht wordt gebracht, de islamitische waarden op een positieve manier presenteren.’
Velen zien de aantrekkingskracht van de westerse popcultuur – in kledingstijl, het internet en de westerse media. Uit de Gallup Poll blijkt dat ongeveer de helft van beide groepen, de politiek radicalen en de gematigden, ‘het maken van aangename films en muziek’ associëren met het Westen. Hoewel velen erdoor worden aangetrokken, roept het bij veel anderen een enorme afkeer op (net als eigenlijk bij veel conservatieve christenen) omdat ze wat in westerse maatschappijen allemaal geoorloofd is, zien als aantasting van de islamitische waarden. Ze vrezen de grote aantrekkingskracht die westerse muziek, films en televisieprogramma’s uitoefenen, vooral op de jongere generaties. Deze vrees wordt nog versterkt door het gevoel dat bij veel mensen leeft dat een seculier en machtig Westen – dat de moslimwaarden niet deelt – de moslimwereld overweldigt. Toen Gallup de open vraag stelde: ‘Vertel in je eigen woorden wat je het meest tegenstaat aan het Westen’, was het meest gegeven antwoord, in alle landen en zowel door gematigden als radicalen: ‘De seksuele en culturele promiscuïteit’, gevolgd door: ‘Ethisch en moreel verval’ en ‘haat jegens de moslims’.
Een significant groter deel van de politiek radicalen dan van de gematigden noemt de grote westerse culturele invloed, westerse immoraliteit en het morele verval als belangrijkste redenen voor ressentiment jegens het Westen. Maar – en dit is erg belangrijk – de respondenten zeggen niet, zelfs niet een klein percentage, dat de relatie met de moslimwereld zou verbeteren als het Westen ‘niet langer immoreel en corrupt’ zou zijn. Dit is dus niet de kern van hun woede. Het Westen zou volgens hen alleen iets anders moeten doen: de islam en moslims respecteren en concrete veranderingen aanbrengen in bepaalde aspecten van het buitenlandbeleid.
Verbazingwekkender nog, maar in overeenstemming met de antwoorden die ze op andere vragen gaven, is de mate van toewijding van de politiek radicalen: precies de helft zegt dat ‘het opofferen van je leven voor iets waar je in gelooft’ iets is dat ‘volstrekt gerechtvaardigd’ is. In tegenstelling tot de gematigden, waarvan maar 18 procent deze opvatting heeft.
Een van de belangrijkste inzichten die uit de onderzoeksgegevens van Gallup te destilleren zijn, is dat de kwesties die radicalen bezighouden ook spelen voor gematigden. De belangrijkste verschillen in de opvattingen van deze twee groepen zijn: de prioriteiten die men stelt, de intensiteit van de gevoelens en de mate van politisering en vervreemding. Dit verklaart ook de voornaamste verschillen tussen wat beide groepen hopen.

Uit: John L. Esposito & Dalia Mogahed, Wie spreekt namens de islam? Wat een miljard moslims werkelijk denken, vertaald door Nicoline Timmer, De Wereld 2008