TONEEL: Ontspoord

Wie vrij is leeft eenzaam

Mijn ouders waren elf toen in 1929 de wereldwijde economische crisis losbarstte. Toen die op z’n heftigst was zaten ze volop in hun puberteit. In tegenstelling tot de oorlog, waar mijn vader aan de rand van een door Duitsers bezette strandkuil nog wel eens foute grappen over maakte, spraken ze nooit over die crisis.

Medium toneelontspoord

Maar hun leven was ervan doordrenkt. Spaarzin, zuinigheid, nooit voedsel weggooien, elk dubbeltje tien keer omkeren. Het was hun leven. Ze hebben er de diep weggeborgen angst aan overgehouden ooit overbodig te zijn, afhankelijk van de goedheid van vreemden. Ze werden geplaagd door de aanhoudende zorg dat hun kinderen aan de bedelstaf zouden raken. De spoken die daarbij hoorden verdreven ze door het bouwen van een veilige haven voor hun vijf jongens, in ons arme maar warme huishouden van Jan Steen.

Kunst en schoonheid bezitten de oerkracht om flarden uit ons verleden soms langszij te varen. Dat gebeurt hier. In deze voorstelling. Waarin ik kijk en geniet en ondertussen moet, nee: wíl denken aan mijn ouders in hun jonge crisisjaren. De voorstelling heet Ontspoord, over twee pubers tijdens de Grote Depressie. Hij, Dalton, is een hoopvol en dromerig joch van vijftien. Zij, Pace, is een gehard en intelligent meisje van zeventien, wijs voor haar dagen en beukend op een muur zonder uitzicht. De metafoor voor hun hoop, de koevoet tussen de deur van hun kansloze toekomst, is hier een spoorbrug en een (letterlijke) wedloop met de trein van tien over zeven. Hoe dat afloopt maakt op zichzelf niet uit. Het is het gevecht dat telt en vooral dat dat gevecht wordt aangegaan. Ontspoord is een bewerking van The Trestle at Pope Lick Creek van Naomi Wallace, vertaald door Paulien Geerlings en Timen Jan Veenstra en bewerkt door Liesbeth Coltof, die het geheel ook regisseerde.

Ontspoord speelt zich af op vier niveau’s. Om te beginnen: het verhaal over hoe een economische depressie mensen door elkaar schudt, verteld in het hier-en-nu en via flashbacks. Niveau twee is de ruimte (Guus van Geffen), een kooi- en celconstructie met daarboven de spoorbrug en daarachter rustruimtes voor de spelers. Dan is er het beeldverhaal van Marcel Dolman op een projectiedoek ergens achterin. Die films illustreren niets. Er wordt een stille betekenislaag aan het verhaal toegevoegd. Alsof er zwijgende documentaire films van Dziga Vertov en de jonge Joris Ivens worden vertoond in een openluchtbioscoop.

En dan is er de muziek. Ze is uitgezocht door Frédérique Spigt, die trouwens ook zichzelf en haar musici van grote klasse heeft meegebracht. De score van Ontspoord bestaat uit een reeks meeslepende nummers van mij onbekende komaf herkomst. De onalledaagsheid van het menselijk lijden wordt via die liederen gewiegd in gemoedsstromen van melancholie. Fré Spigt en Bob Fosko, de ouders van het jonge joch, zingen bijvoorbeeld een duet over de weerbarstige hobbels in hun relatie en leveren daarmee een dermate godsmooi commentaar op de prille liefde van hun zoon en dat meisje dat je als toeschouwer niet meer weet waar je kijken en hoe je luisteren moet. Tjebbo Gerritsma maakt van de bewaker van Dalton een liefdevolle intermediair tussen het verhaal en het publiek. Wouter Zweers en Meral Polat spelen de pubers en ze doen dat ongepolijst prachtig. Aan het eind zingt Meral Polat: Lonely Are the Free. Een droevige én feestelijke finale van een gave theateravond.


Ontspoord speelt nog t/ m 30 november overal in het land. toneelmakerij.nl

Beeld: Sanne Peper
Bijschrif: Ontspoord