Wie was mlk?

Op 22 november 1963 werd president Kennedy, JFK, in Dallas, Texas vermoord door Lee Harvey Oswald. Zeggen ze. Een veel minder bekende datum is 4 april 1968, de dag waarop burgerrechtenactivist, Nobelprijswinnaar en dominee Martin Luther King, MLK, in Memphis, Tennessee werd vermoord door James Earl Ray. Zeggen ze.

Over de Kennedy-moord is een schitterende roman geschreven, Libra (1988) van Don DeLillo. Over de laatste jaren van en de moord op King is nu ook een roman verschenen, Dromer van Charles Johnson. In Libra is de verteller een gepensioneerde, verlichte CIA-agent die zich heeft verschanst in een kantoor vol documentatie. Hij wil doordringen in de geesten van alle complotteurs, probeert de tegenstrijdige feiten met elkaar te laten rijmen en onderzoekt wie de loop van de geschiedenis rond de moord nu echt heeft bepaald. Hij moet wel in de huid van hele en halve dwazen kruipen om het begin van een antwoord te kunnen vinden.
In Dromer, beginnend met een documentaire-achtig verslag van de rassenrellen in Chicago in de hete zomer van 1966, is de verteller een jonge filosofiestudent, Matthew Bishop. Hij is een verlegen bewonderaar van MLK met een onstilbare leeshonger met zijn ‘kikkerachtige James Baldwin-ogen’. Het liefst houdt hij zich bijna onzichtbaar in de coulissen van de burgerrechtenstrijd. 'Ik ben niemand.’ En toch hongert ook hij, net als Lee Harvey Oswald, naar een nieuwe zingeving van de geschiedenis.
Wie was MLK? Die vraag probeert Johnson te beantwoorden in zijn boek, dat meteen alle clichés en mythes rond de strijdbare dominee wil afbreken. Die poging is geslaagd in Dromer. Een goede roman kan informatief zijn.
King krijgt in Dromer vele bijnamen: Oom Tom, Zorro (vanwege zijn snorretje en zijn aantrekkingskracht op vrouwen), dromer, dominee, filosoof, Abel, Hyde. Hij treedt op in vele gedaanten. Er duikt zelfs een aan lager wal geraakte dubbelganger van King op, Chaym (Kaïn!) Smith, die zich opwerpt als stand-in voor de dominee, die in de laatste jaren van zijn leven bijna dagelijks met de dood werd bedreigd.
Chaym Smith is niet alleen een inventieve kunstgreep van Charles Johnson om het karakter van zijn hoofdpersonage King meer reliëf te geven. Dankzij de ogenschijnlijk tegengestelde visies van Smith en King op de filosofie en de praktijk van de burgerrechtenbeweging kan Johnson de twee uitersten cynisme en geloof scherper uitwerken. Er zijn de hoopvollen die blijven vasthouden aan een betere wereld, en er zijn de ongelovigen die speelbal worden van complotteurs.
Het verhaal van Dromer is eenvoudig. Tijdens de rassenrellen van 1966 in Chicago - die al snel niet meer gaan om betere en betaalbare behuizing voor zwarten, maar die een uitbarsting van tientallen jaren opgekropte woede worden - redt Chaym Smith, die zijn diensten als plaatsvervanger aan MLK heeft aangeboden omdat hij als twee druppels water op hem lijkt, de onhandige Matthew Bishop van de dood. Om hem op zijn taak voor te bereiden, trekken Smith, Bishop en Amy zich een paar weken terug op de boerderij van Amy’s grootmoeder ten zuiden van Chicago, in 'Little Egypt’. Daar bestuderen ze de levensloop van MLK, de bijbel en de honderden meeslepende toespraken die de dominee in de loop der jaren heeft gehouden. Amy wijst vooralsnog de schuchtere avances van Matthew af, Smith laat zich wat meer kennen (Smiths achtergrond is er een van twaalf hopeloze ambachten en dertien rampzalige ongelukken). Ze komen tot de ontdekking dat Kings speeches creatieve combinaties zijn van tekstfragmenten uit eerdere toespraken van zwarte religieuze leiders.
Als puntje bij paaltje komt, laat Chaym Smith het afweten. Wanneer hij ergens in Zuid-Chicago in een kerk als stand-in van MLK een onderscheiding moet ophalen, mist hij, cocaïneverslaafde, het laatste restje energie om zijn oratorische talent te kunnen botvieren. Als een fenix uit de as is daar dan MLK zelf, die zich laat verleiden tot een aangrijpende toespraak over integratie, zelfopoffering, discipline en strijdbaarheid, de begrippen die van belang waren in de jaren zestig. Chaym Smith zakt steeds verder weg en raakt verstrikt in het web van FBI-agenten, die hem - en King natuurlijk - nauwlettend in de gaten houden en wachten op de kans hem voor hun karretje te spannen.
De roman geeft geen antwoord op de vraag of Chaym misschien de hand heeft gehad in de moord op King. Het boek eindigt symbolisch met de begrafenis van King en de ontluikende liefde tussen Matthew Bishop en Amy.
Wie is MLK? Doodmoe is hij in Dreamer, aan het eind van zijn Latijn. En dat beschrijft Johnson prachtig, van binnenuit. Iedereen trekt aan hem, hij heeft geen tijd voor een gezinsleven, hij wordt geleefd, hij is altijd actief voor De Ander. Bestaat hij wel of is hij een egocentrist die zich opoffert voor de Zaak? Is hij puur geest of slachtoffer van zijn welhaast uitgewoonde lijf? Het zijn vragen die Dreamer, een historische én een filosofische roman, opwerpt maar niet keurig beantwoordt. Interessant is de herwaardering voor Kaïn, die tegen God de vader durfde op te staan en daardoor een subject werd, in tegenstelling tot Abel, de passieveling die nooit echt een gezicht kreeg.
Het enige bezwaar dat ik tegen Dreamer heb, is dat de vertelling, de vaart van het verhaal, te veel lijdt onder de drang tot reflectie en filosoferen. Af en toe lijkt de roman wel een omgevallen boekenkast, een exegese van de bijbel of een al te minutieus commentaar op de handel en wandel van MLK. Dan passen de feitjes niet in het verhaal. Maar daar staat tegenover dat Charles Johnson zijn hoofdfiguur uit de sfeer van de mythologie trekt, hij maakt weer een mens van hem, een praktische dromer, een onsterfelijk personage.
Het zijn allemaal dromers in Dromer. Want ondanks de uiteenlopende karakters in de roman is de inzet steeds dezelfde drieëenheid: geweldloosheid, agape (de kracht om lief te hebben) en integratie, brandstof van de menselijke existentie. MLK was de spreekbuis van die levenshouding.
'Vrede’ is het laatste woord van Don DeLillo’s roman Onderwereld, 'Amen’ is het slotakkoord van Dromer. Het zijn woorden die niet ironisch zijn bedoeld. In zijn verhalenbundel The Sorcerer’s Apprentice (1986) schreef Johnson al: 'Fictie en religie hebben met elkaar gemeen dat ze een andere wereld dienen aan te bieden, een wereld waarmee we ons toch verbonden voelen.’ Zo'n roman is Dromer.