Amerikaanse lobbyisten in de Europese Unie

Wie werkt voor wie (voor duizend dollar per uur)?

Met hulp van Amerikaanse lobbyfirma’s proberen multinationals Europese wetgeving en handelsverdragen in hun voordeel te beïnvloeden. Anders dan in Amerika zelf werken de lobbyisten buiten het blikveld van het grote publiek.

Medium hh 20752526

Brussel – Het was een vertoon van macht zoals we dat gewend zijn van ambitieuze Amerikaanse advocatenfirma’s die het enorme apparaat van de Europese Unie steeds meer zijn gaan zien als een cruciale lobbymogelijkheid voor henzelf en hun multinationale cliënten. In het Brusselse kantoor van Covington Burling, een prominente firma uit Washington, waren een paar advocaten en lobbyisten bijeengekomen, samen met managers van een aantal van de grootste oliemaatschappijen ter wereld, waaronder Chevron en Statoil. Het was hun doel om het beleid van de Europese Unie te helpen vormgeven op het gebied van de olie- en gasboortechnologie die bekendstaat als hydraulic fracturing of fracking.

Ze vergaderden met Kurt Vandenberghe, destijds een hoge Europese functionaris voor het milieubeleid en een vooraanstaand speler in het debat over fracking, dat in Europa nóg controversiëler is dan in de Verenigde Staten.

De gastheer die dag in juni was Jean De Ruyt, een voormalig Belgisch diplomaat wiens carrière zich uitstrekte van Centraal-Afrika tot de binnenste heiligdommen van de Europese Unie, en die nu adviseur is bij Covington. Hij en anderen van het onlangs uitgebreide lobbyteam van deze firma hebben zich de afgelopen maanden verzekerd van de diensten van minstens vier hoge beleidsmakers van de Europese Unie, inclusief een hoge functionaris op energiegebied, die in september langskwam met een kopie van een nog niet openbaar gemaakt ontwerpplan voor fracking-initiatieven.

‘Het is voor ons van het grootste belang om een voorsprong te hebben vóórdat het politieke debat begint’, zegt De Ruyt later in een interview, ‘omdat we vanaf dat moment geen invloed meer kunnen uitoefenen.’

Nu de Europese Unie zich heeft ontwikkeld tot een toezichthoudende supermacht met 28 landen die gezamenlijk ’s werelds grootste economie vormen, is haar beleid steeds belangrijker geworden voor bedrijven die grensoverschrijdend opereren. Op haar beurt is de lobby-industrie in Brussel steeds groter en competitiever geworden en wordt zij nog slechts door die in Washington geëvenaard.

Geen groepering blijkt agressiever om een deel van deze bedrijvigheid naar zich toe te trekken – en meer kritiek uit te lokken – dan Covington en een tiental andere grote internationale advocatenfirma’s. Een deel van deze bedrijven heeft Amerikaanse praktijken overgebracht naar Brussel, het machtscentrum van de EU, waar minder beperkingen van kracht zijn dan in de Verenigde Staten.

De regels verschillen hier aanzienlijk. Om te beginnen wordt het Europese systeem niet gesmeerd door campagnebijdragen van bedrijven, die in veel lidstaten verboden of strikt gelimiteerd zijn. Maar de advocatenfirma’s zijn er wel in geslaagd resultaten te boeken voor hun cliënten, waaronder chemie- en energiebedrijven, farmaceutische concerns, firma’s uit Silicon Valley en Wall Street, en leveranciers van defensiematerieel. De firma’s doen hun voordeel met de zwakke ethische normen in Brussel. Zo kunnen sommige overheidsfunctionarissen gebruik maken van hun connecties vanaf de dag dat zij hun kantoor verlaten.

Het inhuren van insiders, een traditie in Washington, kwam betrekkelijk weinig voor bij de advocatenfirma’s in Brussel, totdat de Amerikaanse firma’s met behulp van vette salarissen de rekrutering van Europese politici opvoerden, waaronder topfunctionarissen bij de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad, de drie organen die het bestuur van de Unie vormen.

De firma’s ondermijnen de inspanningen om meer transparantie in het lobbywezen in Brussel te brengen door te verwijzen naar de vertrouwelijkheid tussen advocaten en cliënten, in de hoop te kunnen ontsnappen aan een door de overheid gesteunde, maar vrijwillige poging om meer openheid te betrachten. Covington weigert bijvoorbeeld zijn cliënten te identificeren, of te zeggen voor wie de firma aan het lobbyen is, wat in eigen land wel zou hebben gemoeten. De firma kan de sessies met cliënten en toezichthouders op zijn kantoren geheim houden, terwijl de meeste Amerikaanse functionarissen niet eens aan dergelijke sessies zouden hebben mogen deelnemen, of deze in de VS op z’n minst hadden moeten openbaren.

‘Er zijn mensen die dingen in het geheim willen doen, en dan kunnen ze bij de advocatenfirma’s terecht’

Critici, waaronder rivaliserende lobbyfirma’s en sommige Europese functionarissen, beschuldigen de advocatenfirma’s ervan in het duister te opereren. ‘Ze verschuilen zich achter de vertrouwelijkheid’, aldus Robert Mack, een Amerikaanse topmanager bij het Brusselse kantoor van Burson-Marsteller, een mondiale lobby- en pr-firma. ‘Het is oneerlijk; het is concurrentievervalsend. Er zijn mensen die dingen in het geheim willen doen, en dan kunnen ze bij de advocatenfirma’s terecht.’

Isabelle Durant, Belgisch vice-voorzitster van het Europees Parlement die in de commissie heeft gezeten die drie jaar geleden het vrijwillige openheidsprogramma heeft helpen invoeren, geeft ook uiting aan haar zorgen: ‘Ik ben niet tegen lobbyen, maar ik ben wel tegen ondoorzichtige lobbypraktijken. We moeten weten wie voor wie werkt en hoeveel geld daarmee is gemoeid.’

Verscholen in het gebladerte van Parc Léopold, dat ooit een dierentuin en een amusementspark herbergde in het centrum van het moderne Brussel, ligt de Solvay-bibliotheek, een eeuw geleden gebouwd door een Belgische industrieel. Op een mooie avond in september, met Amerikaanse advocaten als gastheren, zat de leeszaal van de bibliotheek volgepakt met tientallen managers van bedrijven als Boeing, Intel en Samsung, naast hoge stafleden van de Europese Commissie.

De eregast was James A. Baker III, de vroegere Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken en Financiën en stafchef van twee presidenten. Hij zag er met zijn 83 jaar nog zo fit uit dat een advocaat hem spontaan om voedingstips vroeg. Baker was gekomen om de eerste verjaardag te vieren van het Brusselse kantoor van Baker Botts, de in Houston gevestigde advocatenfirma die mede was opgericht door zijn overgrootvader.

Terwijl de aanwezigen knabbelden aan hun foie gras-lollies gedoopt in chocoladefondant, bediscussieerden zij de potentiële voordelen van de transatlantische handelsbesprekingen die onlangs tussen Europa en de Verenigde Staten zijn gestart. Het doel van de onderhandelingen is de ‘harmonisering’ van de systemen van toezicht van de Verenigde Staten en Europa, zodat bedrijven aan een gezamenlijke standaard moeten voldoen – wat deze ondernemingen honderden miljoenen, zo niet miljarden, dollars aan besparingen kan opleveren, zeker als zij de onderhandelaars ervan weten te overtuigen gaandeweg het proces minder strikte regels te aanvaarden.

Het sluiten van deze handelsovereenkomst kan tevens een grote golf lucratief lobbywerk inhouden voor firma’s in Brussel en Washington, die soms wel duizend dollar per uur in rekening brengen. ‘Het zal niet makkelijk maar lastig zijn’, hield Baker de aanwezigen voor, ‘maar het is belangrijk dat het wordt gedaan.’

Dit soort mogelijkheden helpt verklaren waarom Amerikaanse firma’s zich tot Brussel aangetrokken voelen, waar velen zich vestigen in de buurt van de Rue Belliard, een Europese versie van K Street, de lobbycorridor van Washington. Diverse Britse firma’s hebben hun lobbypraktijken ook opgevoerd, maar de concurrentie is zwaar. Akin Gump, de prominente Amerikaanse advocatenfirma, heeft zijn kantoor in Brussel jaren geleden gesloten omdat de directeur destijds vond dat de buitenpost een ‘wissel op de beschikbare middelen’ trok.

Maar anderen zien wel kansen. Nu Brussel ‘steeds belangrijker wordt voor deze bedrijven wordt het ook van steeds groter belang voor een advocatenfirma als de onze’, aldus Raymond S. Calamaro, een partner bij Hogan Lovells, een firma met hoofdkantoren in Londen en Washington. Calamaro gaat over de mondiale lobbypraktijken. Als de advocaten bij Hogan Lovells vastlopen in de Brusselse bureaucratie wenden zij zich doorgaans tot Hugo Paemen, een zacht sprekende, onberispelijk geklede man die door de Belgische koning werd verheven tot baron en als ambassadeur van de Europese Unie in de Verenigde Staten heeft gewerkt.

‘Ik ben niet uit op zichtbaarheid’, zegt Paemen. ‘Het belangrijkste werk vindt plaats aan de telefoon of tijdens de lunch of een koffiepauze.’

‘Lobbyen is een beetje als prostitutie – als je probeert het te verbieden, krijg je een zwarte markt’

Bij Covington is Wim van Velzen, ooit cda-voorzitter en vice-president van de grootste politieke groepering in het Europees Parlement, de Europese Volkspartij, de persoon bij wie je moet zijn voor opdrachten waarvoor wetgevende actie nodig is. De Ruyt richt zich op de Europese Raad, waar hij ooit een topfunctionaris was. ‘Het is makkelijker voor iemand die daar heeft gewerkt en begrijpt hoe de dingen gaan’, zegt hij.

Covington heeft onlangs ook Paul Adamson in dienst genomen, een vroeger staflid bij het Europees Parlement en al heel lang lobbyist in Brussel. ‘Ik ben te huur voor de hoogste bieder’, grapt hij. Behoudender firma’s in Brussel hebben moeite met het binnenhalen van adviseurs zoals hij en voormalige politici die geen juristen zijn, aldus Adamson. ‘Maar Covington heeft daar nooit een punt van gemaakt.’

De resultaten zijn tastbaar, zeggen de firma’s, terwijl ze met documenten komen om hun claims te ondersteunen. Vorig jaar heeft Hogan Lovells een Amerikaans halfgeleiderbedrijf geholpen de Europese milieuwetgeving te omzeilen, zodat het bedrijf een potentieel gevaarlijke substantie kon blijven gebruiken in de computerchips die het maakt. De firma heeft een groep Amerikaanse chemiebedrijven ook geholpen bij het vermijden van de verplichting producten opnieuw te testen om aan een nieuwe veiligheidswet te voldoen, door een bondgenootschap te sluiten met dierenrechtenactivisten die niet wilden dat er dieren werden gebruikt voor deze proeven.

Covington heeft geholpen bij het opstellen van een amendement op de wetgeving over data-privacy, waardoor restricties werden weggenomen op de manier waarop bedrijven persoonsgegevens mogen gebruiken die ze van consumenten hebben verzameld; het voorstel is nu in behandeling. De firma heeft onlangs ook een lobbycampagne gevoerd om een voorstel af te zwakken dat de mogelijkheden van Europese pensioenfondsen had moeten beperken om een deel van hun geld in private equity-firma’s te beleggen.

Covington wil de namen van zijn cliënten – behalve Microsoft – niet onthullen. Maar in haar marketingmateriaal zegt de firma dat tot haar Brusselse klantenbestand onder meer de Pharmaceutical Research and Manufacturers of America en bsa, de Software Alliantie, behoren. Van die laatste groepering zijn bedrijven lid als Oracle, Apple en Adobe Systems. Hogan Lovells weigert eveneens de meeste namen van zijn cliënten prijs te geven, maar geeft wel toe het elektronicaconcern Philips te vertegenwoordigen.

Craig Burchell, het mondiale hoofd markttoegang van Philips, zegt dat Hogan Lovells’ mix van juridische en beleidsadviezen precies is wat zijn bedrijf nodig heeft. ‘Zeker, we hebben behoefte aan advocaten die zich kunnen bezighouden met antitrustwetgeving en zaken die de handel betreffen. Maar wat we écht nodig hebben is invloed op het beleid hier.’

Claude Turmes, een Luxemburgs lid van het Europees Parlement, weigert lobbyisten te ontmoeten die zich niet vrijwillig hebben geregistreerd in een database, die in 2011 werd ingericht en de namen bevat van circa zesduizend bedrijven, organisaties en lobbyfirma’s die het Europees Parlement proberen te beïnvloeden. Naar verluidt hebben honderden andere bedrijven ervan afgezien zich te registreren, geïnspireerd door het voorbeeld van de Amerikaanse advocatenfirma’s.

Turmes, een lid van de Groenen (met paardenstaart), heeft deelgenomen aan mislukte pogingen om de registratie verplicht te maken. ‘Lobbyen is een beetje als prostitutie – het zal altijd blijven bestaan, en als je probeert het te verbieden, krijg je een zwarte markt’, zegt hij. ‘Ik ben geïnteresseerd in de inzichten van alle spelers, maar we moeten dit wel op een transparante manier doen.’

Tot de tegenstanders van de verplichte registratie behoorden leden van het Europees Parlement die voor advocatenfirma’s werken, zoals Klaus-Heiner Lehne, een Duitse christen-democraat die partner is bij de Britse advocatenfirma Taylor Wessing en cliënten adviseert over Europese regelgeving, terwijl hij tegelijkertijd dient als voorzitter van de parlementscommissie voor juridische zaken.

‘Er is sprake van een zekere mate van opwinding als je je zin krijgt via het systeem’

In Brussel betogen de advocatenfirma’s dat de Belgische regelgeving hen verbiedt de vertrouwelijkheid van hun cliënten te schenden. De Council of Bars and Law Societies of Europe heeft vorig jaar ten overstaan van de Europese Commissie een aantal bezwaren opgesomd ten aanzien van de uitbreiding van de transparantieverplichting voor juridische lobbyisten. De organisatie noemde ‘beroepsmatige geheimhouding’ toen een van de ‘kernwaarden van de juridische professie’.

Veel cliënten beschouwen geheimhouding inderdaad als een belangrijke waarde. ‘Zelfs als het om publieke aangelegenheden gaat, wil de klant niet dat ruchtbaarheid wordt gegeven aan onze betrokkenheid’, zegt Lourdes Catrain, een partner bij Hogan Lovells. ‘Een advocatenfirma biedt stevige waarborgen op het gebied van de vertrouwelijkheid.’

Olivier Hoedeman, de onderzoekscoördinator bij het Corporate Europe Observatory, een Brusselse nonprofit-organisatie die de invloed van de lobbyisten op de Europese Unie onderzoekt, zegt dat zelfs hij niet eens op de hoogte is van bepaalde gunsten die de advocatenfirma’s hun cliënten hebben bezorgd. ‘Er is geen realistische manier om te controleren wat zij allemaal doen, als je niet eens weet wie hun cliënten zijn’, zegt hij. ‘Het soort resultaten dat zij boeken, buiten het blikveld van het grote publiek, is ondemocratisch. Maar voor de betrokken bedrijven kan het zeer winstgevend zijn.’

Maros Sefcovic, de vice-voorzitter van de Europese Commissie en de functionaris die toeziet op de pogingen om de transparantie te verbeteren, zegt dat hij overwogen heeft een brief te schrijven aan de advocatenfirma’s die het register negeren, om hen ertoe aan te zetten zich alsnog te schikken. Hij schat dat de zesduizend bedrijven, lobbyfirma’s en nonprofit-groeperingen die zich bij het register hebben ingeschreven — met ongeveer dertigduizend lobbyisten – 75 procent vertegenwoordigen van alle mensen die de Europese overheid trachten te beïnvloeden. Maar de advocatenfirma’s zijn het minst bereid hun medewerking te verlenen. ‘De advocatenfirma’s zijn in de Verenigde Staten geregistreerd, maar als ze naar Europa komen pretenderen ze plotseling dat ze niet weten wat een lobbyregister is en wat hun verplichtingen zijn’, zegt Sefcovic.

Een andere functionaris van de Europese Commissie vraagt zich af of de lobbyisten van de advocatenfirma’s een speciale behandeling krijgen, gezien hun diepe netwerk van persoonlijke contacten. ‘De publieke autoriteiten zijn wettelijk verplicht iedere burger een gelijke behandeling te geven’, aldus de functionaris, die anoniem wil blijven omdat hij niet bevoegd is over deze zaken te spreken. ‘Maar het maakt uiteraard wel wat uit als je wordt gebeld door een vroegere collega, die wat van je tijd vraagt.’

Niettemin heeft een aantal schandalen uit de afgelopen jaren geleid tot een beweging in de richting van verandering, die velen als onvermijdelijk zien. Vorig najaar is de topfunctionaris van de EU op het gebied van de gezondheidszorg opgestapt tijdens een corruptieonderzoek. En een onthulling uit 2011 in The Sunday Times ging over drie leden van het Europees Parlement die werden verdacht van corruptie.

Op de Brusselse buitenpost van Hogan Lovells kwamen onlangs 28 advocaten en lobbyisten uit heel Europa bijeen om over hun werk te praten en mogelijkheden te bespreken om nieuwe klanten te werven. Het gevoel is sterker geworden dat het misschien niet meer zo lang zal duren dat de firma nog in het geheim kan opereren. ‘We zijn nog lang niet zo ver als in de VS, waar alles zeer transparant is’, hield Paul Dacam, een partner van Hogan Lovells uit Londen, de vergadering voor. ‘De cultuur van onze cliënten is op dit moment niet op openheid gericht. Maar ik twijfel er niet aan dat we in de toekomst met verplichte registratie te maken zullen krijgen.’

Bij die woorden blies Paemen, de voormalige ambassadeur van de Europese Unie, de aftocht – hij was daar samen met een toonaangevend lid van het Europees Parlement en een hoge handelsfunctionaris van de Europese Unie.

Een soortgelijke sessie vond plaats op het Brusselse kantoor van Covington, waar lobbyisten met een partner plannen bespraken om te proberen de debatten over de handelsbeperkingen, data-privacy en farmaceutische producten te beïnvloeden. Ook fracking werd genoemd – de firma is bezig een bedrijfstakorganisatie op te zetten om overheidsfunctionarissen suggesties te kunnen bieden bij het opstellen van de regels. Het Europees Parlement heeft al voorlopige stappen gezet die erop duiden dat het een strikt toezicht op de sector zal eisen, iets wat de lobbyisten zullen proberen te verhinderen.

Wim van Velzen vertelde zijn collega’s over voorgenomen ontmoetingen met leden van het Europees Parlement en de Europese Commissie, terwijl Jean De Ruyt het team op de hoogte bracht van de nauwe betrekkingen die hij onderhoudt met de nieuwe Amerikaanse ambassadeur bij de Europese Unie – een relatie die handig zou kunnen blijken als zich nieuwe problemen rond cliënten aandienen. ‘Er is sprake van een zekere mate van opwinding als je je zin krijgt via het systeem’, zegt De Ruyt in een interview. Hij voegt eraan toe dat hij heeft geleerd hoe je beslissingen moet beïnvloeden in plaats van nemen. ‘Ik weet nu precies hoe het moet.’


© The New York Times
Vertaling: Menno Grootveld

Beeld: Andrew Testa/NYT/HH