Wie wil er een moeder van 55?

Het televisieprogramma Buitenhof heeft zondagmiddag laten weten dat tweederde van de Nederlanders en driekwart van de vrouwelijke Nederlanders tégen is, in communicatief opzicht niet onbegrijpelijk, want de discussie rond de IVF (reageerbuisbevruchting) heeft een hoog Frankensteingehalte. Het probleem is aangezwengeld door de commissie Medische Ethiek van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Geneeskunde. Deze commissie heeft geen moreel bezwaar tegen het optrekken van de huidige leeftijdsgrens (veertig jaar) tot bijvoorbeeld vijftig jaar, de leeftijd waarop de vrouw weliswaar veelal de menopauze achter de rug heeft, maar vaak nog vief en levenslustig is.

Ogenschijnlijk is zo'n laatgeborene het prerogatief van jonge carrièrevrouwen die na gedane arbeid nog een speeltje willen. Hier komen de critici, althans de voortuitstrevende onder hen, in ernstige ideologische problemen. Want de vrouw is, qua beroepsmogelijkheden, gelijkwaardig aan de man en het is onduldbaar dat zij het voorrecht van het moederschap ondergeschikt zou moeten maken aan het recht de declaraties te mogen ondertekenen. To hell with Frankenstein!
Zo draconisch is de daarvoor vereiste medische ingreep ook weer niet. Er is sprake van een zaadje en een eitje en een pipetje en een reageerbuis, allemaal minder dramatisch - en riskant - dan algemeen geaccepteerde operationele technieken als niertransplantatie en harttransplantatie.
Trouw oppert niettemin dat ‘zwangerschap op hoge leeftijd’ niet met 'de menselijke natuur’ zou stroken. Afgezien van het feit dat de gemiddelde mens op zijn vijfenvijftigste nog net niet op 'hoge leeftijd’ verkeert, moge het christelijke dagblad worden gewezen op Genesis 17, waarin de honderdjarige aartsvader Abraham nog met veel succes zijn nauwelijks jongere echtgenote Sara bevrucht, om zich uiteindelijk na haar dood (zij werd 127) nog een groot aantal keren uitbundig voort te planten (hij werd 175), zonder dat dit tot grote moraal-theologische problemen heeft geleid.
Er loopt een directe lijn van de aartsvader Abraham naar Vader Abraham, volkszanger te Tilburg, die evenmin iets in de weg zou worden gelegd als hij zich, grijsgebaard en wel, in een hok vol koters zou wensen te verheugen. Dat is het hypocriete van de discussie: als er zo nodig principieel bezwaar moet worden gemaakt tegen middelbare moeders, waarom worden dan de middelbare vaders buiten schot gelaten? Want als zij op rijpere leeftijd met alle geweld een kind wensen te krijgen, verneemt men nooit principieel gemopper, bij de late aandriften van André Spoor en Pablo Picasso, noch bij die van Rudy Kousbroek, Simon Vestdijk en Charles S. Spencer.
De werkelijkheid gebiedt ons te constateren dat onze kinderen door de moeders worden opgevoed, om het even of zij vijfentwintig of vijfenvijftig zijn. De vaders werken onderwijl aan hun loopbaan.
Op de achtergrond sluimert ondertussen de hypotheek en de eerste hartaanval, want, zoals Kurt Tucholsky sprak: 'Vrouwen hebben het moeilijk, maar mannen moeten zich scheren.’