Wie wil mijn solidariteit?

Toen de mensen terugkeerden van de toren van Babel - iedereen sprak een andere taal - gingen ze nog eens goed naar elkaar kijken en luisteren.
Men zag Verschillen en men zag Gelijken.

De Verschillen waren snel opgemerkt: andere taal, andere huidskleur, ander haar, andere ogen.
Vervolgens ging men bestuderen wat men gelijk had.
We hebben overal op dezelfde plek een mond, een kont, armen en benen, handen en tenen - maar door eerst te zoeken naar de verschillen en daarna naar de gelijkenissen kwam juist naar boven waarin men zich van elkaar onderscheidde.
Vervolgens ging men allerlei relaties leggen tussen de verschillen, de gelijkenissen en de onderscheiden.
Daardoor kreeg je aardige uitspraken als: ‘Wie een zwarte huidskleur heeft, is dom, want hij praat niet zoals ik.’ Of: 'De Marokkaanse jeugd, zo blijkt uit cijfers, is misdadiger dan de jeugd in Arnhem.’ Of: 'Vrouwen maken minder serotonine aan dan mannen; serotonine regelt de emoties, dus zijn vrouwen gevoeliger dan mannen.’
Handig, zulke uitspraken. Ze deden de toren van Babel vergeten.
Was je in een gemeenschap van blanken en maakte je de regel: 'Negers zijn onbetrouwbaar’ tot wet, dan kon je altijd gezellig bij je eigen groep blijven.
Zo leer ik mijn dochter de regel: 'Kijk altijd uit met Marokkaanse jongeren.’ Of nee, die heb ik alweer verlaten, tegenwoordig leer ik: 'Kijk altijd uit met dronken studenten, want die mogen je zomaar doodslaan, want ze worden toch vrijgesproken door de rechter.’ Wat is het verschil?
Wat is er gelijk?
Wat is het onderscheid: het verschil dat het verschil maakt.
We hebben aan één wet eigenlijk genoeg, maar we moeten er vele maken om onze verschillen, en datgene waarin we gelijk zijn, en datgene waarin we ons van elkaar onderscheiden, weg te stoppen.
Het is verboden te discrimineren!
En dus begin ik een islamitische school in Nederland waarin ik aanleer dat wie tegen de islam is, in een Heilige Oorlog gedood mag worden. En maak het me niet moeilijk, want dan discrimineer je.
Of niet?
Natuurlijk moet er een wet tegen het discrimineren zijn.
De vraag is alleen: wanneer, en: hoe lang moet die wet er zijn? En wat bedoelen we precies met discrimineren?
Er is toch een verschil tussen het ene discrimineren en het andere?
Wat hebben vervelende discriminaties gelijk?
En waarin onderscheidt het heel slechte discrimineren zich dan?
Wie denkt dat hij een oplossing bezit, beklimt altijd de toren van Babel, en keert pas weer terug als hij een andere taal spreekt.
We zijn gedoemd, zelfs al spreken we dezelfde taal, elkaar niet te begrijpen, omdat alles steeds weer iets anders betekent.
Daar word je moe van.
Zo'n tweeduizend jaar na de toren van Babel kijk ik even in mijn eigen winkel.
Ik ga mijn meningen in de uitverkoop doen.
Het maakt niet meer uit wat mijn mening is - als er maar iemand afrekent.
Hier - in de aanbieding - heb ik bijvoorbeeld solidariteit.
Hoe komt het dat die solidariteit niets meer waard is?
Mijn moeder ligt in het ziekenhuis.
Ze drukt op de bel.
Er komt - na enige tijd - een verpleegster. Ze zweet, ze heeft keihard gewerkt, ze probeert niet humeurig te zijn. Terwijl ze mijn moeder helpt, wordt ze opgepiept en drukt de dame naast mijn moeder ook op de bel.
Die verpleegster verdient bijna niks.
Ik wil haar mijn solidariteit aanbieden - gratis. Maar die verpleegster houdt van dit werk, ze wil alleen meer verdienen en misschien wat meer aandacht aan mijn moeder kunnen geven, zodat ze haar werk nog beter kan doen.
Dat kan alleen als het ziekenhuis gaat privatiseren, laat ik mij uitleggen.
Wie wil mijn linkse solidariteit hebben?
Ik zet hem, denk ik, in een vuilniszak naast de toren van Babel.