Onderzoek: Een andere Tweede Kamer

Wie zijn de nieuwe partijtijgers?

De ‘blanke’, heteroseksuele, hoogopgeleide, oudere man domineert de Tweede Kamer al sinds de oprichting in 1815. Verandering is op komst. De nieuwe Kamer wordt jonger, diverser en vrouwelijker. Wel blijven er weinig outsiders toestromen.

In 2014 en 2015 liepen studenten massaal te hoop tegen het voorstel van pvda-minister Jet Bussemaker van Onderwijs om de basisbeurs af te schaffen en te vervangen door een leenstelsel. Alle studenten? Nee, voorzitter Bart van Bruggen van de Jonge Socialisten (pvda) schreef samen met zijn collega’s van de Jonge Democraten (D66) en de jovd (vvd) een brief aan de Eerste Kamer met als aanhef: ‘Laat u niet foppen door de studentenbonden.’

De Nederlandse jeugd omarmde volgens Van Bruggen en zijn twee kornuiten het voorstel van Bussemaker en de drie jongerenorganisaties waren ervan overtuigd ‘dat het geld dat nu aan het levensonderhoud van studenten wordt besteed, beter op zijn plek is als investering in de kwaliteit van het onderwijs’. Ook roemden de drie voorzitters de ‘gunstige afbetalingsvoorwaarden’.

De pvda wil inmiddels weer van het leenstelsel af en zelfs de door studenten geleden schade compenseren. Herstel van de basisbeurs staat nu weer op de agenda bij de komende kabinetsformatie omdat ook D66 en GroenLinks het leenstelsel beu zijn. ‘Ik zou de brief nu niet meer schrijven’, zegt Van Bruggen schuldbewust. De brief kenmerkt ‘de bravoure die jongerenorganisaties moeten hebben’ en hij ziet het leenstelsel nu als een fout van zijn partij ‘waarvoor terecht sorry is gezegd’. ‘Zeker al je kijkt naar een context waarbij jongeren gedwongen worden om allerlei flexbaantjes te accepteren. De toekomst is voor hen zo wel heel onzeker geworden.’

Tegelijkertijd legde de bewezen partijtrouw de politieke carrière van Van Bruggen (1992) geen windeieren. Hij staat nu nummer achttien op de pvda-lijst voor de Tweede Kamer en lijkt daarmee aan te sluiten bij een lange lijst pvda-prominenten zoals Rob van Gijzel, Margo Vliegenthart en Sharon Dijksma voor wie het voorzitterschap van de JS een opstapje was naar een lange politieke loopbaan. De trouwe partijganger is namelijk onverminderd populair bij de selectiecommissies voor de kandidatenlijsten voor de Kamer, blijkt uit onderzoek van De Groene Amsterdammer. Gekeken is naar kandidaten die op basis van de peilingen in februari een reële kans maken op een zetel. Niet alleen bij de pvda, waar 94 procent van de kandidaten in de partij opklom en vooraanstaande functies vervulde voordat de Kamerlijst in zicht kwam, maar ook bij de vvd (94 procent partijgangers), het cda (96 procent), de SP (honderd procent) D66 (negentig procent) en de pvv (honderd procent). De kandidaten die al meters gemaakt hebben, de partijcultuur kennen en niet onbekend zijn met fractiediscipline hebben ook in 2021 weer duidelijk de voorkeur.

Alleen 50Plus vormt de uitzondering, waar maar liefst twee derde van de kandidaten, inclusief de lijsttrekker, nog nooit wat in de partij hebben gedaan. Door de vele interne conflicten in die partij was het blijkbaar inmiddels een pre om een buitenstaander te zijn, want twee van de drie meegetelde kandidaten – de peilingen zijn niet rooskleurig voor ze – komen van buitenaf.

Kandidaten Gemiddelde leeftijd Migratieachtergrond Vrouw Partijtijgers
2010 2017 2021 2010 2017 2021 2010 2017 2021 2010 2017 2021 2010 2017 2021
VVD 30 40 48 46 44 43 3% 8% 15% 40% 30% 35% 93% 98% 94%
PVV 27 35 25 43 46 49 4% 0% 0% 15% 29% 28% 67% 100% 100%
CDA 40 24 25 47 44 44 8% 4% 4% 30% 36% 36% 95% 96% 96%
D66 18 20 20 42 44 44 11% 15% 35% 50% 40% 40% 83% 95% 90%
GroenLinks 15 19 18 40 45 42 20% 16% 33% 53% 47% 61% 93% 95% 83%
SP 18 21 15 44 41 37 11% 10% 20% 28% 24% 47% 100% 95% 100%
PvdA 40 20 18 45 47 38 18% 25% 39% 50% 50% 50% 95% 85% 94%
ChristenUnie 12 8 8 40 41 41 8% 13% 13% 33% 38% 38% 83% 100% 100%
PvdD 4 5 8 39 44 42 0% 0% 0% 75% 60% 75% 100% 100% 100%
50PLUS - 14 3 - 61 59 - 7% 0% - 29% 67% - 86% 33%
DENK - - 3 - - 39 - - 100% - - 0% - - 100%
SGP 3 5 4 45 48 54 0% 0% 0% 0% 0% 0% 100% 100% 100%
FvD - - 4 - - 51 - - 0% - - 0% - - 100%
JA21 - - 2 - - 39 - - 0% - - 50% - - -
Totaal/Gem. 207 211 201 44 46 43 9.6% 8.9% 17.4% 37.2% 34.4% 38.4% 89% 95% 94%

Voor dit onderzoek bekeken we de cv’s van 201 Kamerkandidaten en legden de uitkomsten naast onze vergelijkbare onderzoeken in 2017 en 2010. Opvallend zijn zowel de constanten, zoals de vele partijgangers en het hoge opleidingsniveau (bijna driekwart rondde een universitaire master af), als de verschillen. Want de kans is groot dat de komende Tweede Kamer jonger, diverser en vrouwelijker wordt dan haar voorganger.

De geschatte leeftijd van het aankomend Kamerlid is 43, jonger dan vier jaar geleden (46). De verminderde rol van betekenis van 50Plus speelt daarbij een rol. Tegelijkertijd is het opvallend omdat Geert Wilders zijn ploeg grotendeels intact heeft gehouden, en die zijn dus allemaal vier jaar ouder geworden. De SP (van 41 naar 37 jaar) en pvda (van 47 naar 38) hebben een verjongingskuur doorgevoerd. De pvda levert maar liefst vijf twintigers af als hoge kandidaten: Bart van Bruggen (28), Kavish Bisseswar (28), Mikal Tseggai (25), Julian Bushoff (23) en, vermoedelijk het jongste aankomend Kamerlid: voormalig Klokhuis-presentator Habtamu de Hoop (22). Ook andere partijen hebben jongeren nadrukkelijk gescout, onthult Elze Boshart, hoofd van de selectiecommissie van de Partij voor de Dieren. ‘Als we in de hoogste regionen konden kiezen tussen een dertiger en een vijftiger, kozen we een dertiger. De Kamer is al grijs genoeg.’

 

Wie Senna Maatoug (GroenLinks, nummer vijf op de lijst) twee jaar geleden vroeg of ze ooit de politiek in zou gaan werd getrakteerd op een lachbui en een resoluut ‘nee’. ‘Ik werkte als ambtenaar op het ministerie van Financiën en vond Den Haag een bubbel die ver van de gewone mensen af staat. Ik zou daar nooit deel van uitmaken.’ Na aandringen van haar omgeving en na lang nadenken ging ze toch overstag. ‘Ik begon te beseffen dat de politiek de enige plek is van waaruit ik iets wezenlijks kan veranderen.’ Maatoug is een van de 34 verkiesbare kandidaten met een niet-westerse migratieachtergrond. De pas 32-jarige Maatoug heeft ouders die geboren zijn in Marokko. Zelf is ze geboren en getogen in Leiden, waar ze nog steeds woont. Over haar biculturele achtergrond zegt ze: ‘Ik word niet graag tot één dimensie gereduceerd, ik ben een veelheid aan identiteiten: ik ben vrouw, zus, Leidenaar en aanstaand politicus.’

Maatoug rondde op haar 23ste een researchmaster politicologie en een master economie af, werd trainee op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waar ze later als economisch adviseur aan de slag ging. Ze organiseerde Het Kiesrechtfestival en was finalist op het World Universities Debating Championship, ’s werelds grootste debattoernooi.

Gevraagd naar haar plannen in de Tweede Kamer houdt ze demonstratief het rapport van de commissie-Borstlap voor de camera: ‘We zijn doorgeslagen in de flexibilisering van de arbeidsmarkt, in tijden van corona krijgen bedrijven wel overheidssteun, maar worden uitzendkrachten met lage lonen in de kou gezet.’

Nederlanders met Marokkaanse en Turkse wortels zijn goed vertegenwoordigd op de kandidatenlijsten van de politieke partijen dit jaar, blijkt uit ons onderzoek. Maar liefst twintig van de 201 getelde kandidaten komen uit die bevolkingsgroepen. Zij vormen het grootste deel van de 34 kandidaten met een niet-westerse migratieachtergrond (17,4 procent). Bij D66, GroenLinks en pvda is het aandeel kandidaten met een niet-westerse migratieachtergrond zelfs groter dan dertig procent. En ook de vvd verdubbelde vergeleken met 2017 naar vijftien procent.

‘Hoe prettig om in te werken ís de politiek nu eigenlijk voor vrouwen? Laten we dáár eens over praten’

Ongekend hoge percentages, vergeleken met eerdere verkiezingen, toen het totaal niet boven de tien procent uitkwam. Is dit een respons op de Black Lives Matter-beweging? ‘De roep van minderheidsgroepen klonk nog nooit zo luid als afgelopen jaar’, reageert Bernice Calmes, directeur van Art. 1 Midden Nederland, een expertisecentrum voor gelijke behandeling en tegen discriminatie. Het is niet meer dan logisch dat politieke partijen daarop ingespeeld hebben. ‘Politieke partijen kunnen er niet onderuit. Kiezers gaan er ook op shoppen, en dan heb ik het niet alleen over kiezers met een migratieachtergrond.’

De Tweede Kamer kende de afgelopen vier jaar ook geen enkel zwart Kamerlid, zo werd vaak vol afgrijzen vastgesteld. Daar gaat verandering in komen. Habtamu de Hoop (pvda, nummer negen), Andrew Harijgens (GroenLinks, nummer dertien) en Don Ceder (ChristenUnie, nummer vier) maken bijvoorbeeld een goede kans. Toch blijft er sprake van een ondervertegenwoordiging. De Antilliaanse jurist Arthur Kibbelaar was daarover afgelopen november in De Groene al niet optimistisch. ‘We zijn als zwarte gemeenschap enorm zoekende.’ Waar het aan ontbrak, volgens hem, was inspirerend leiderschap. Vertegenwoordiging van en door gelijkgestemden.

De kans is ook groot dat de Kamer eind maart helemaal geen leden met een Antilliaanse achtergrond heeft. De partijen van Jorien Wuite (D66, nummer twintig) en Simone Richardson (vvd, nummer 47) zullen het heel goed moeten doen om hun direct een plek te bezorgen. Bij regeringsdeelname staan ze wel op een snelle opvolgersplek.

Verschillende factoren spelen volgens Calmes een rol bij het geringe aantal Antilliaanse kandidaten. ‘Op de Antillen hebben mensen een negatieve associatie met de politiek, omdat overheidsbeleid daar vaak ronduit slecht was. De perceptie is: politici en “fatsoen” gaan moeilijk samen.’ Eenmaal in Nederland is dat wantrouwen niet opeens weg. Daarnaast stuiten Antilliaanse Nederlanders op onbegrip. ‘Ze horen vaak: “Maar jullie spraken daar toch ook al Nederlands?” Terwijl er negenduizend kilometer verschil zit tussen de manieren van denken en doen. Het is echt een migratie-ervaring. En dat is lastig.’

Partijcommissies rekruteren onvoldoende op Antilliaanse Nederlanders, vindt Calmes. ‘Al dertig jaar lang vertrekken drie-, vierhonderd van de best opgeleiden naar Nederland. Ze zijn er. Exploiteer ze’, zegt ze met een knipoog. ‘Als ze dan de politiek ingaan, zoals John Leerdam of Cynthia Ortega-Martijn, dan moeten ze meer steun krijgen uit onze gemeenschap. Ik weet toevallig dat het voor hen niet gemakkelijk is geweest, ook na hun tijd als Kamerlid. Dus de verantwoordelijkheid ligt ook bij “ons”.’

Voor sommige partijen is het werven van Kamerleden met een migratieachtergrond nog steeds een blinde vlek. Net als in 2010 en 2017 slaagde de Partij voor de Dieren er ook dit jaar niet om een biculturele kandidaat op een verkiesbare plek te zetten. Hetzelfde geldt voor pvv, 50Plus, sgp, FvD en JA21.

‘Het is moeilijk te zeggen waardoor het komt dat nog weinig mensen met een migratieachtergrond zich bij ons melden. Onze focus ligt natuurlijk op ecologisch vlak, op de rechtsbescherming en emancipatie van dieren’, zegt Elze Boshart. ‘Mensen met een eigen emancipatieverhaal zijn ook welkom, maar onze focus ligt in eerste instantie elders. En misschien spreken we de taal van sommige bevolkingsgroepen onvoldoende. Maar we hebben het bij een extern bureau neergelegd en gaan er de komende periode stevig op inzetten.’ Vrouwen vinden de Partij voor de Dieren beduidend makkelijker. Liefst 75 procent van de verkiesbare plekken wordt door hen bemenst. ‘Het is voor ons makkelijker om een geschikte vrouw dan een man te vinden. Misschien door onze overwegend vrouwelijke achterban. En omdat we altijd een vrouwelijke lijsttrekker hebben gehad.’

‘Mijn streven is de beste mensen te vinden. De verhouding man/vrouw is secundair’, zei Mark Rutte in oktober 2017 tijdens een persconferentie over de formatie van Rutte-III. ‘Daarmee is hij wel om de oren geslagen’, zegt Julia Wouters, politicoloog en auteur van het boek De zijkant van de macht. ‘Hij heeft nogal wat “kwaliteit” gekozen die de eindstreep niet gehaald heeft. Ik denk ook dat Rutte het nu nooit meer zo zou zeggen.’

Wouters is ervan overtuigd dat er een kentering plaatsvindt. ‘Men ziet nu in: het komt niet vanzelf goed. Het probleem van ondervertegenwoordiging van vrouwen is structureel. En dat moet doorbroken worden.’ De kandidatenlijsten geven een eerste aanzet daartoe. Het aantal vrouwen in de Tweede Kamer zal na de verkiezingen namelijk stijgen. Aangezien bij elke verkiezingen een paar zetels via voorkeurstemmen naar vrouwen gaan, zal de veertig procent vermoedelijk gehaald worden. Voor het eerst sinds 2010 (toen 42 procent), vóórdat de pvda, die vrouwen en mannen om en om op de kandidatenlijst zette, een zware electorale slag te verduren kreeg en het aantal vrouwen sterk daalde. Momenteel zitten er maar 47 vrouwen (31,3 procent) in de Kamer. Een stuk minder nog dan direct na de verkiezingen (54). Want: vrouwen vallen ook vaker tussentijds uit.

‘We weten uit onderzoek dat vrouwelijke politici eerder onderbroken worden, minder spreektijd krijgen, meer te maken krijgen met geweld via sociale media, met hate speech’, zegt Liza Mügge, universitair hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Hoe inclusief en prettig om in te werken ís de politiek nu eigenlijk voor vrouwen? Laten we dáár eens het gesprek over voeren.’ Ze is het zogenaamde meritocratische argument beu: dat simpelweg ‘de beste politici’ geselecteerd moeten worden, in plaats van ook expliciet te kijken naar de verhouding man/vrouw. ‘Het is onzin dat er niet genoeg vrouwelijk talent zou zijn. Je moet beter zoeken. De politieke cultuur heeft de man altijd als norm gehad en dus kiezen mannen over het algemeen mannen. Daarom is die bias er.’ Pogingen om die te doorbreken en ontmaskeren komen met name van sociale bewegingen, stelt Mügge. Een initiatief als Stem op een Vrouw en het Instagram-account Zeikschrift dat seksisme (en racisme) in de media blootlegt, zijn hierin volgens haar zeer succesvol.

In het oog springend is natuurlijk ook het aantal vrouwelijke lijsttrekkers. Sigrid Kaag (D66), Lilian Marijnissen (SP), Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren) en Liane den Haan (50Plus) werden door hun partijen naar voren geschoven. Na het vertrek van Lodewijk Asscher kwam daar Lilianne Ploumen (pvda) nog bij. In 2017 was Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) nog de enige.

‘Belangrijkste is dat vrouwen het in de politiek nu ook over onderwerpen durven te hebben die voor vrouwen belangrijk zijn’, zegt Wouters. ‘Lilianne Ploumen is de initiatiefnemer van SheDecides, Khadija Arib (pvda) berispt als Kamervoorzitter seksistische uitspraken en Corinne Ellemeet (GroenLinks) hamert op meer aandacht voor de invloed van de overgang op het werkzame leven van vrouwen. Zulke inspanningen maken het verschil in vrouwenlevens.’

‘Partijen hebben de middelen niet om nieuwkomers in te werken. Partijtijgers zijn dus voordeliger’

Staatssecretaris Charl Schwietert beleefde in 1982 een bijna iconische afgang. De oud-politiek verslaggever van de nos moest al na drie dagen het veld ruimen toen boven water kwam dat hij zijn cv had opgefleurd met een niet-behaald doctorandusdiploma.

Het is een bekend risico bij buitenstaanders die plotseling de politieke arena betreden. De geschiedenis van deze politieke outsiders blijkt rariteiten te bevatten, de cv’s kloppen niet of ze kunnen niet wennen aan de benodigde fractiediscipline.

Bekend zijn natuurlijk de schandalen bij de lpf en de pvv, met Kamerleden die Bouterse gesteund hadden, door brievenbussen urineerden of buurtgenoten bedreigden. Maar alle partijen kennen voorbeelden van prominente buitenstaanders die al snel teleurgesteld afhaken. Of het nu Artsen zonder Grenzen-voorman Jacques de Milliano is (cda), journaliste Myrthe Hilkens (pvda) of de historicus Zihni Özdil (GroenLinks) is.

Net als vier jaar geleden zetten selectiecommissies dan ook weinig outsiders op hun kandidatenlijsten, slechts twaalf van hen schopten het tot een verkiesbare plek. De SP, pvv en de Partij voor de Dieren visten deze keer zelfs alleen in eigen vijver. ‘Door de aderen van een kandidaat moet ons activistische dna stromen’, geeft Elze Boshart van de Partij voor de Dieren als verklaring. ‘Onze poel aan geschikte kandidaten binnen de partij is groot, dus we zien geen reden om onze blik naar buiten te richten.’

‘Dat partijcommissies kandidaten vooral uit de eigen burelen plukken is een kwestie van tijd en geld’, zegt Cynthia van Vonno, politicoloog aan de Universiteit Leiden. ‘Het Nederlandse parlement krijgt vergeleken met andere landen weinig financiële ondersteuning. De meeste partijen hebben de middelen niet om nieuwkomers uitgebreid in te werken. Partijtijgers zijn dus voordeliger omdat ze makkelijker integreren in de Tweede Kamer.’

Het wantrouwen van selectiecommissies is niet ongegrond: de politieke carrière van de outsider heeft weinig kans van slagen, blijkt uit het onderzoek dat we deden naar het lot van outsiders die vanaf 2010 een zetel bemachtigden. 21 van de 28 buitenstaanders stopten na een termijn, negen van hen haakten zelfs voortijdig af. Slechts een enkeling, zoals de oud-nieuwslezer van het nos-Journaal Pia Dijkstra, werd een succesverhaal.

Veel outsiders liepen vast in een politieke realiteit die weerbarstiger was dan verwacht, blijkt uit gesprekken die we op basis van anonimiteit met hen voerden. ‘Je wordt als nieuwkomer in het diepe gegooid. De eerste fase van mijn termijn kon ik politiek nauwelijks van betekenis zijn omdat ik alleen maar met randzaken bezig was’, vertelt een oud-Kamerlid van GroenLinks. ‘Binnen de partij was er nauwelijks ondersteuning. Niemand legde me uit waar ik welke zaal kon vinden, dus de eerste maand verdwaalde ik om de haverklap op het Binnenhof. Waar de verschillende bijeenkomsten voor dienden bleef vaak een raadsel. Het is absurd dat je bij elke baan ingewerkt wordt, behalve in de Kamer.’

‘Outsiders hebben moeite om hun draai te vinden’, weet ook Van Vonno. ‘Ze hebben vaak een gebrek aan politieke skills en kennis van de rules of the game. Ze zijn de politieke spelletjes niet gewend en zijn niet gesocialiseerd binnen de partij.’

Kamerlid Cem Laçin liep vier jaar geleden vol goede moed het parlement binnen, nu haakt hij teleurgesteld af. Hij is een van de zeldzame buitenstaanders waarvoor de SP het afgelopen decennium de fractiedeuren opende. ‘Met mijn achtergrond als bestuurder van FNV Bondgenoten wilde ik de positie van de werkende onderklasse verbeteren. Na vier jaar moet ik tot de conclusie komen dat het huis van de democratie mij heeft teleurgesteld.’ Laçins dadendrang liep stuk op de muur van de coalitie. Hij stoorde zich met name aan D66. ‘Of het nu ging om het tegenhouden van Lelystad Airport, het bevriezen van de sociale huren of de verbetering van de cao voor schoonmakers: in Kamerdebatten konden de SP en D66 elkaar vaak vinden, maar in de praktijk stemden ze altijd met de coalitie mee. Het gaat ze vooral om macht.’

‘Ik ben voorstander van polderen, zolang het eindresultaat maar is dat ik gelijk krijg.’ Advocaat Sidney Smeets (D66, nummer achttien) is een spraakmakend nieuw gezicht deze verkiezingen. Smeets is actief twitteraar, heeft een podcast over popcultuur en zet zich in voor lhbti-rechten. In 2017 weigerde hij nog mee te varen op de ‘togaboot’ van de Canal Parade omdat ‘de organisatie achter de boot de belangen van homo’s niet onderschrijft’. Bovendien varen er volgens hem ‘vooral heteroseksuele advocaten mee die zich de rest van het jaar niet inzetten voor homobelangen’.

In de Kamer zal Smeets zich verder blijven inzetten voor de rechten van lhbti’ers, belooft hij. Hij pleit voor een verbod op conversietherapie en vindt dat homohaat harder moet worden gestraft: die verantwoordelijkheid ligt volgens Smeets bij de rechtbank. ‘Homofobe scheldwoorden als homo en flikker worden door rechters nog te vaak beoordeeld als dagelijks taalgebruik, terwijl het overduidelijk discriminerend is en dus zwaarder gestraft moet worden.’

In opiniestukken in de NRC heeft hij zijn eigen partij regelmatig onder vuur genomen. ‘De advocatuur kan niet meer rekenen op de steun van D66’, schreef hij samen met collega Gerard Spong na de aangekondigde bezuinigingen van minister Sander Dekker op gefinancierde rechtsbijstand in 2017. ‘Ik wil niet meer alleen vanaf de zijlijn mijn mening geven’, zegt hij nu. ‘Juist in de Kamer zijn meer mensen met juridische praktijkervaring nodig.’ Ook als Smeets Kamerlid wordt blijft hij actief als publicist. En hoe zit het dan met de fractiediscipline? Glimlachend: ‘Ik zal nooit mijn individuele belang boven het belang van de partij zetten, maar D66 weet wie ze in huis heeft gehaald. Ik ben niet van plan stilletjes in een hoek te gaan zitten.’ De komende fractievoorzitter van D66 kan alvast zijn of haar borst natmaken.


In de periode tussen 1 januari en 1 maart heeft De Groene Amsterdammer de achtergronden doorgespit van 201 kandidaten die een reële kans maken op een zetel in de Tweede Kamer. Gegevens als geslacht, leeftijd, woonplaats, hoogst genoten opleiding, social media-gebruik het beroepsverleden en een eventuele migratie-achtergrond werden in een groot databestand verzameld en vormden de belangrijkste voedingsbron voor het artikel.

In 2017 en 2010 heeft De Groene gelijksoortig onderzoek uitgevoerd naar de kandidatenlijsten. De destijds verzamelde data zijn ook opgenomen in het bestand. Ter aanvulling op onze voorgangers hebben we dit jaar ook in kaart gebracht welke politici het afgelopen decennium minder dan een termijn van vier jaar in de Kamer hebben gezeten en of zij van binnen of buiten de partijstructuur de landelijke politiek in kwamen.