Wiebelingen

Mondriaans Compositie met grijze lijnen is een stap naar de grote vervulling van zijn kunst, de Victory Boogie Woogie. Alleen wist Mondriaan dat zelf nog niet.

Compositie met grijze lijnen uit 1918, eindelijk echt abstract, is een van de schilderijen waarin we Piet Mondriaan, nadat hij een paar jaar eerder de idee van een soort abstracte kunst op het spoor was gekomen, bezig zien met hoe het verder zou kunnen. Bijvoorbeeld: hoe kun je vermijden dat je bij het schilderen en het dan uitkomen bij een uitgewogen compositie op het vlak, onwillekeurig toch begint te denken aan figuratieve schema’s, om de abstractie toch houvast te geven. Een kennis die het schilderij gezien had, schreef hem later dat ze had moeten denken aan een opgehangen zakdoek. Dat was niet eens onwelwillend bedoeld. In de artistieke omgeving toen in Parijs ging het eerder om inventieve, kleurrijke verrassingen zoals die door Picasso of Matisse gepresenteerd werden. Je kon je dus best afvragen wat het eigenlijk was wat je daar zag: alleen maar een sober raster van grijze lijnen op een witte ruit. Je moet echter wel onthouden, schreef Mondriaan in 1919 aan collega Van Doesburg, dat ‘mijn dingen nog als schilderij bedoeld zijn’. In traditionele kunst was er altijd een soort orde in het beeld: een hemel met wolken en daaronder de aarde en de bomen. Er was een onder en boven en daarom ook een links en rechts. Ondanks al hun meeslepende formele experimenten hebben Matisse en Picasso die orde niet wezenlijk veranderd. Zelfs het beroemde radicale fietswiel gemonteerd op een keukenkrukje van Marcel Duchamp (1913) stond gewoon rechtop op de bodem.
Het getuigde dus van een indrukwekkende wilskracht dat Mondriaan in staat was in Compositie met grijze lijnen een rigoureus abstract kijken tot het einde toe vol te houden, zonder zich door realistische figuratie te laten afleiden. Vergeet ook niet, zei hij ook nog in de brief aan Van Doesburg, dat de dingen ‘in een kleine kamer gemaakt zijn’. Ik denk dat hij daarmee bedoelde dat hij in afzondering werkte, weg van de verwarrende natuur daarbuiten – met alleen oog voor het beeld dat daar voor hem, op het doek, aan het ontstaan was. Eerst is het ruitvormige vlak gelijkmatig verdeeld door zeven verticale en zeven horizontale lijnen. Vervolgens is er in dit eerste rechthoekige raster een tweede raster van diagonale lijnen geplaatst, zodanig dat uiteindelijk alle hoekpunten van alle rechthoeken met elkaar verbonden waren. Nu, na bijna honderd jaar abstracte kunst in de wereld, lijkt dit een operatie van een voor de hand liggende eenvoud. Zelf, moet ik bekennen, heb ik dit schilderij ook meestal gezien als weliswaar baanbrekend maar toch ook als vooral een stap – op weg naar wat we nu beschouwen als de grote vervulling van Mondriaans kunst, de glorieuze Victory Boogie Woogie. Te vaak dreig je te vergeten dat, toen hij met de grijze lijnen bezig was, de meester van zijn laatste schilderij 25 jaar later nog geen benul had en dat Compositie met grijze lijnen een schilderij is dat, in de kleine kamer, is afgedwongen en daarom zo ontroerend is in zijn sobere beheersing. Laatst in Den Haag zag ik het werk nog eens, samen met de Italiaanse schilder Domenico Bianchi die het voor het eerst zag. ‘1918’, zei hij, en niemand, werkelijk niemand was toen zo ver, ook niet Picasso, ook niet Duchamp. Je moet het van een vreemde horen.
Natuurlijk is het niet zomaar een raster van grijze lijnen, want na het neerzetten van het eerste raster heeft Mondriaan een aantal van de verticale en horizontale lijnen nog iets breder gemaakt waardoor ze ook iets donkerder grijs werden. Deze bewerking was niet systematisch: de horizontale en verticale lijnen zijn maar zelden over hun volle lengte verbreed. Overal wordt de verbreding onderbroken zodat we, zwevend in de regelmaat van het eerste raster en vrijwel onnavolgbaar als een fata morgana, een tweede patroon van rechthoekige figuren zien verschijnen. Waar bovendien de witte driehoekjes door een of meer grijze lijnen worden begrensd, zijn ze iets kleiner – ook daardoor dus ontstaat er nog meer wiebeling in dit beeld.
Zo begon de meester in juni 1942 in New York, na veel spannende avonturen zoals het in jongensboeken heet, aan de Victory Boogie Woogie dat bij zijn dood begin 1944 onvoltooid bleef.
Desondanks is in dit grote schilderij door de onophoudelijk wisselende schakelingen tussen vormen en kleuren een onbeschrijflijk ritmische zindering ontstaan van niets meer en niets minder dan gekleurd licht. Kunst, heeft de Duitse schilder Gerhard Richter ooit gezegd, is de hoogste vorm van hoop. Want, zou je kunnen denken, hoe moest het verder na de strenge soberheid van Compositie met grijze lijnen? Toen bloeide daar ineens de Victory Boogie Woogie, het beste schilderij van de twintigste eeuw. Altijd weer blijkt dat grote kunst het volstrekt onvoorstelbare weet te vinden. Of anders: kunst laat steeds weer zien dat alles ook anders kan en dat niets ooit hetzelfde hoeft te blijven. Ik vind dat voor de beschouwelijke dagen rond Kerstmis een heel troostrijke gedachte.

PS Beide schilderijen zijn nog tot 25 januari in het Haags Gemeentemuseum te zien in de tentoonstelling Cézanne-Picasso-Mondriaan