Hoofdcommentaar

Wiegelen

Het had voor Jozias van Aartsen een mooi moment moeten worden. Een ijkpunt in zijn politieke loopbaan waarvan iedereen achteraf zou zeggen: weet je nog, tijdens de Algemene Beschouwingen in 2005, hoe die Van Aartsen bewees een visionair te zijn en definitief het leiderschap van de VVD voor zich opeiste? Met zijn gloedvolle betoog van vorige week wilde de fractievoorzitter van de VVD niet alleen zijn droom over Nederland in 2015 neerzetten, maar ook eens en voor altijd duidelijk maken dat hij anno nu de leider is van zijn partij en dus de lijsttrekker bij de kamerverkiezingen in 2007.

Van Aartsen deed wat volgens menigeen nodig is om de Nederlandse bevolking op te peppen. Hij schetste een wenkend perspectief van een Nederland waar voldoende werk is, waar jongeren van Turkse of Marokkaanse afkomst zich thuis voelen, waar het veilig is, waar scholen van ’s morgens vroeg tot aan het begin van de avond open zijn, waar onder nemers niet worden platgewalst met onzinnige regels, waar een snelle metroverbinding ligt tussen de vier grote steden en de verkeers infarcten in het westen en het zuiden zijn opgelost.

Weinigen zullen zich die droom nu, een week later, herinneren. Dat is niet de schuld van de leider van de grootste oppositiepartij, PvdA-fractievoorzitter Wouter Bos. Die keurde de VVD en zijn fractievoorzitter bijna geen woord waardig tijdens de Algemene Beschouwingen. Bos richtte al zijn pijlen op het CDA, de grootste concurrent van de sociaal-democraten nu de verkiezingsstrijd voor de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar en de kamerverkiezingen van 2007 feitelijk al begonnen is. Dat CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen «uit zijn nek kletste», was dan ook geen uitglijder van de tong, maar paste helemaal in de huidige lijn van Bos.

Zo genegeerd te worden door de grootste oppositiepartij had Van Aartsen met zijn droom nog wel kunnen overleven. Daar bevatte die droom genoeg interessante aanknopingspunten voor. Zelfs GroenLinks, toch niet de meest natuurlijke bondgenoot van de VVD, was er op menig onderdeel door gecharmeerd.

Het is Van Aartsens eigen schuld dat zijn vergezicht geen aandacht kreeg. Terwijl hij naar de toekomst keek, verloor hij heden en verleden uit het oog. Nota bene bij een onderwerp waarop hij als VVD’er geen fouten had mogen maken: de kosten van het autorijden. Dat is een hoofdpijndossier, en niet alleen voor de VVD, waar geen paracetamol tegen helpt.

In 1989 viel het toenmalige kabinet-Lubbers II van CDA en VVD al op het reiskostenforfait, waarna de liberalen voor vijf jaar in de oppositiebankjes kwamen. Destijds was het VVD-minister Smit-Kroes, zoals Neelie Kroes toen nog heette, die hiertoe de voorzet gaf door zich ineens voorstander te betonen van het verhogen van de reiskosten. Nu dreigt er weliswaar geen crisis, maar maakte Van Aartsen een even grote ommezwaai, alleen door zich nu ineens vierkant tegen rekeningrijden te verzetten. «Tegen het kabinet zeg ik: ga die strijd met de auto niet aan. Accepteer dat de auto een gegeven is», zei Van Aartsen vorige week.

Prompt steigerde niet alleen de hele Kamer, inclusief coalitiegenoot het CDA, maar toch ook vooral zijn eigen fractiegenoot Pieter Hofstra. Hij is de man die vorig jaar nog namens de VVD het kabinet vroeg om vaart te zetten achter de kilometerheffing. Hofstra was dan ook ziedend en beweerde dat Van Aartsen niet het standpunt van de fractie vertolkte. Leedvermaak alom in Den Haag.

Een dag later moest Van Aartsen bakzeil halen en erkennen dat zijn fractie wel degelijk voorstander is van een kilometerheffing. Hofstra heeft gewonnen, heet het dan, en Van Aartsen dus verloren. Dat komt op zijn negatieve conduitestaat.

Nu zou het kunnen dat Van Aartsen zich verslikte in het ingewikkelde onderwerp rekeningrijden. Alleen de dossiervreters weten dat dit iets anders is dan tolheffen of de auto «beprijzen» per kilometer. Maar de vraag is of deze vergoelijking de VVD-fractievoorzitter helpt. Iemand die op zo’n belangrijk dossier onvoldoende kennis in huis heeft, is het misschien ook niet waard om lijsttrekker te zijn.

Alsof deze miskleun al niet erg genoeg was voor Van Aartsen dook daar ook ineens VVD-coryfee Hans Wiegel weer op. En die strooide, dat is hem wel toevertrouwd, fijntjes nog wat zout in de wonde. Hij had bemiddeld in het conflict tussen Van Aartsen en Hofstra, zo liet hij maar al te graag weten. Wie als eerste wie had gebeld, is niet zo belangrijk, voegde hij daar al even staatsmannelijk aan toe. Met elke zin kleineerde hij Van Aartsen meer en meer.

Prompt kwam ook weer de vraag of hij zich zou kandideren voor het lijsttrekkerschap. Met die vraag flirt Wiegel graag. Hij krijgt daardoor aandacht en dat streelt zijn ijdelheid. Hij kan daar nog een klein jaar mee doorgaan. Dan moet het uit zijn met dat «wiegelen». Hij zal dan ruiterlijk moeten toegeven geen zin te hebben in vier jaar oppositiebankjes of opnieuw de tweede viool in een kabinet. Tenzij hij er echt voor gaat, dus inclusief de lasten.

Derde mogelijkheid is een beoogd premierschap voor Wiegel onder het lijsttrekkerschap van Van Aartsen. Die laatste heeft dat dit voorjaar al eens voorgesteld. Wiegel zou veel stemmen trekken. Maar wil er een premierschap voor de VVD in zitten, dan moeten dat er nog heel veel meer worden. PvdA en ook CDA zijn vooralsnog veel te groot. Feitelijk wordt Wiegel dan dus gewoon lijstduwer, net als voormalig VVD-leider Frits Bolkestein bij de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam.

Maar eerst nog maar eens kijken wie de landelijke lijsttrekker wordt bij de VVD. Van Aartsen heeft vorige week flink staan prutsen. Wie durft?