Wiegend in de windstilte

Gijs Frielings langzame schilderij heeft geen haast. Het is een ontdekking die we meemaken, we zien allerlei dingen voor het eerst hier. De kunst brengt ons daar.

Medium  mvw3817
Gijs Frieling, Common Background, 2018. Pigmenten, caseine, 4 x 7 m © Martin van Welzen / AkzoNobel Art Foundation

In het gebouw van AkzoNobel heeft Gijs Frieling een wandschildering gemaakt van werkelijk verleidelijke schoonheid. Kijk hiernaast eerst naar de afbeelding en krijg een eerste indruk van de scenografische opzet van de voorstelling. De voorgrond is een sprookjesachtige oever van sierlijke bloemen en planten. Voorbij een lieftallig hertje dat staat te grazen zien we, van rechts naar links, een processie van schildpadden voorbij komen die op hun schild een brandende kaars dragen. Parmantig sluipen ze tussen de gekrulde tulpen en ineens zijn ze er. Dat zien we omdat, naar links en naar rechts, donkere groepen struiken en bomen, als gordijnen van een toneel, zijn opengeschoven en een gedempt licht verspreiden. Dat zachte schijnsel streelt de bodem van bloemen en gras. Het glinstert op het langzaam stromende water. Aan de overkant waar de heuvels oranje zijn straalt het licht feller en weerspiegelt in het water – windstil is het.

Over wat er in zijn hoofd speelde toen deze schildering gemaakt werd, schreef de kunstenaar een korte tekst: jaren geleden, in het Vondelpark, stond hij met zijn dochter, twee jaar oud toen, bij de vijver te kijken naar duikelende waterhoentjes. Ik wees telkens naar de plek waar ze verdwenen en dan naar de plek waar ze weer bovenkwamen. Toen wilden de vogels gewoon rustig ronddrijven. Het kleine meisje trok aan haar vaders arm. Ze dacht dat hij door te wijzen de waterhoentjes aanwijzing gaf te duiken en weer uit het water te voorschijn te komen. Zij zag daar een werkelijkheid in. Anders kon ze het dartele vogelgedrag niet begrijpen. Zulke ervaringen brachten Frieling tot de overtuiging dat zijn kunst zo de wereld moest uitdrukken – namelijk doortrokken met deze intieme en directe band tussen mens en natuur. Dat is nog maar een begin – en hoe begint het dan?

Small bosschaert
Ambrosius Bosschaert de Oude, Vaas met bloemen in een venster, ca. 1618. Olieverf op paneel, 64 x 46 cm © Mauritshuis, Den Haag
Kinderen kijken rustig omdat ze geen haast hebben

Ooit keek ik met mijn kleindochter naar een bloemenvolle rozenstruik. Ik keek als Claude Monet en zag een verweving van kleuren. Maar zij zag een-struik-met-rozen en zei: kijk een roos en een roos en nog een roos en daar nog een. Kinderen kijken rustig omdat ze geen haast hebben. Dat is een groot goed dat de meeste volwassenen kwijt zijn. In deze langzame wandschildering roept Frieling vooral dat rustige geduld weer visueel in herinnering. Dat is geweldig en dringend nodig. Het is windstil in het beeld, zei ik, dat zich wiegend aan ons vertoont. Het gebladerte van de struiken en de bomen, die fraai naar het midden neigen, lijkt filigrane waaiers van gekleurde ornamenten, fijn als batik. Dat struweel is een weefsel van kleur – en her en der waar je kijkt is het gekrul van gekleurde bladeren weer anders betoverend. Natuurlijk dacht ik ook aan bonte bloemen van Abraham Bosschaert – een vaas op de stenen vensterbank, in het scherpe licht van een open raam. Hun gekrul en gekronkel is heel mooi omdat elke bloem anders draait. Onze ogen houden van zulke verschillen – en Frieling, zien we, weet dat ook.

Maar hij is ook een moderne schilder die natuurlijk van Mondriaan weet. In de brede mise-en-scène van de voorstelling zit een goed gevoel voor symmetrisch evenwicht. Dat is waarom de schildering zo bekoort. Er zit, als bij Mondriaan, geen storing in het beeld. Omdat het schilderij zo geduldig is van karakter was er tijd om al die wonderbaarlijke verrassingen ook te schilderen waar dit paradijs van waarneming en verbeelding vol mee hangt. Langs de waaiers van gebladerte met dunne randen van kleur, fragiel als kantwerk – langs die wonderbaarlijke bomen glijdt glanzend het water. Aan de overkant een andere oever en bergen van oranje. Het langzame schilderij heeft geen haast. Het is een ontdekking die we meemaken, van allerlei dat we voor het eerst hier zien. Daarheen is waar de verbeelding van de kunst ons brengt. Zo ontdekte John Milton, in de statige verbeelding van zijn tijd, hoe het Paradijs eruitzag toen hij het voor zijn gedicht (Paradise Lost) nodig had.

Voor mijn Documenta in 1982 maakte Luciano Fabro boven de ingang van het hoofdgebouw, het Fridericianum in Kassel, een groots baldakijn van goudgeel koperfolie dat ook los in elkaar zat. Het knisperde in de wind en schitterde in de zon. Luciano en ik zaten ernaar te kijken. Hij mompelde dat Mondriaan geen diagonalen wilde in zijn schilderijen en dat er veel was, in moderne kunst, wat theoretisch niet mocht. Toch had hij het wapperende baldakijn gemaakt. Ik moet daar vaak aan denken. Kunst moet vrij bewegen en, als de waterhoentjes, doen waar zij zin in heeft.


PS. Dit werk van Gijs Frieling maakt deel uit van de tentoonstelling Common Ground, gemaakt door Hester Alberdingk Thijm en haar team, en voorlopig nog te zien bij de AkzoNobel Art Foundation in Amsterdam; artfoundation.akzonobel.com