Het was zo’n tweet die de Haagse coterie vrijwel dagelijks op je afvuurt. De leider van de PvdA meldde trots haar in een motie vervatte oproep om er bij de Europese Commissie voor te pleiten om in afwachting van de uitspraak van het Europees Hof over de rechtsgeldigheid van de uitspraak van het Poolse Constitutionele Hof de uitbetaling van gelden uit de Europese steunfondsen aan Polen op te schorten.

Het gaat over het al jaren durende conflict tussen de Commissie en de Poolse regering over eerbiediging van de beginselen van rechtsstatelijkheid, zoals vastgelegd in het inmiddels 170.000 pagina’s tellende Europese acquis communautaire. In een zaak, aangespannen door de Poolse premier Morawiecki, oordeelde het Poolse Constitutionele Hof dat delen van het Europees recht onverenigbaar waren met de Poolse constitutie en dat de regering dus in haar recht stond om de eis van de Europese Commissie dat Polen zich dient te houden aan het acquis naast zich neer te leggen.

Het motief voor de motie was volgens de indieners ervan – naast Ploumen, Van der Lee, Dassen en Kuzu – dat de uitspraak van het Poolse Constitutionele Hof een frontale aanval is op de Europese rechtsorde. In haar tweet ging Ploumen een stap verder: Polen kan niet ongestraft de Europese waarden, onze waarden, met voeten blijven treden.

Het is een wijdverbreid misverstand dat bij vrijwel alle politici en commentatoren leeft. En het is typerend voor de culturalistische, identiteitspolitieke vorm die het progressieve denken en doen heeft aangenomen. Wat er in het conflict tussen de Commissie en de Poolse regering op het spel staat is namelijk niets meer of minder dan de vraag of Europees recht hoger is dan nationaal recht en of lidstaten verplicht zijn zich te houden aan Europees recht: de leerstukken van directe doorwerking en het primaat van het Europese recht.

En ook al draait het in de Poolse zaak om de onsmakelijke kwestie of de Poolse regering het recht heeft politieke controle uit te oefenen over de rechterlijke macht en of het beginsel van non-discriminatie ook van toepassing moet zijn op seksuele geaardheid, dát het primaat van het Europees recht door een lidstaat wordt betwist zou door progressieven juist met grote belangstelling moeten worden gevolgd.

Aan het primaat van het Europese recht is niets vanzelfsprekends

Zoals de Britse historicus Perry Anderson in Ever Closer Union? heeft laten zien, is er niets vanzelfsprekends aan dat primaat van het Europese recht. Pas na jaren intensief lobbyen door neoliberale juristen – in het Duitse en Italiaanse geval ook nog eens met wortels in de nazi-partij en de fascistische beweging –, onder de paraplu van de zogenaamde Fédération International pour le Droit Européen (FIDE), zijn in 1961 de geesten rijp gemaakt voor wat met terugwerkende kracht alleen maar een federale coup kan worden genoemd.

De Nederlandse transporteur Van Gend en Loos tekende in dat jaar bij het Europees Hof bezwaar aan tegen invoerbelasting die de Duitse douane op een lijmproduct hief, met als argument dat het strijdig was met de bepalingen van de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Volgens historisch onderzoek lag het initiatief voor de zaak bij de juristen van FIDE en was het doel een uitspraak forceren die de droom van een federale rechtsorde dichterbij zou brengen. En zo geschiedde. In het Van Gend en Loos-arrest uit 1963 oordeelde het Hof dat Europees recht het primaat had boven nationaal recht en dat Europese wetgeving onverkort van kracht was op zowel lidstaten als burgers.

De rest is geschiedenis: meer en meer is het Europese project een neoliberaal construct geworden. Steeds vaker is het Hof de koevoet geweest die sociaal-democratische verworvenheden uit hun hengsels lichtte door het domein van de Interne Markt op te rekken. Denk aan het Viking-arrest dat vakbondsvrijheden heeft ingeperkt. Denk aan het Appingedam-arrest dat ook de detailhandel onder de Europese dienstenrichtlijn laat vallen. Denk aan het gehannes met instellingen van algemeen belang als woningbouwcorporaties en of zij wel of niet bij de Interne Markt horen.

Wat mij betreft zijn die Europese waarden onverenigbaar met de klassieke sociaal-democratische waarden waar progressieven voor zeggen op te komen.

Misschien is het een idee om zelf eens dat primaat van het Europees recht aan te vechten? Al was het maar om echte progressieve politiek mogelijk te maken.