China bestrijdt de armoede

Wifi achter de bergen

President Xi Jinping wil de armoede in China flink reduceren. Tien miljoen mensen moeten dit jaar verhuizen naar de stad. In afgelegen dorpjes wordt geïnvesteerd. Zo ook in het modderige Hebian.

Medium gettyimages 507854764
Een lokale markt in de zuidwestelijke provincie Yunnan © Zhang Peng / Getty Images

Vlinders fladderen tegen het raam. Krekels, kikkers en wilde katten gaan tekeer dat het een lieve lust is. Dit stukje tropen in het uiterste zuiden van China, ingeklemd tussen Myanmar, Laos en Vietnam, ligt uren rijden van het dichtstbijzijnde stadje. Er is geen internettoegang en mobiele telefoons werken niet. Als het regent, en dat doet het vaak, glibberen de 215 inwoners van het dorpje Hebian rond in een grote modderpoel. Ze horen bij de groep extreem arme Chinezen die president Xi Jinping tijdens zijn – nu oneindige – presidentschap wil helpen. Het uitroeien van armoede is hét thema van Xi’s regering.

De gerenommeerde professor Li Xiaoyun kwam dertig jaar geleden voor het eerst in Hebian, en toen hij hier twee jaar geleden weer kwam, zag hij dat er niets veranderd was. Hebian is een van de weinige overgebleven dorpen die niet ‘gepland’ zijn door de regering in Beijing. Het dorp is natuurlijk ontstaan in een vallei, aan de oever van een riviertje. De aanleg van wegen, mobiele netwerken en sociale voorzieningen ging aan de inwoners voorbij.

Li is gespecialiseerd in armoedebestrijding op het Chinese platteland. Hij studeerde in de jaren negentig zelfs nog even in Nederland. Zijn verbazing over Hebian motiveerde hem om er een project op te zetten. De druk bezette professor reist regelmatig af naar het zuiden en laat de projectleiding over aan zijn secondant Dong Qiang.

‘Ja hoor, je kunt ook wandelingen maken, maar buiten het dorp moet je wel oppassen voor olifanten’, zegt Dong. Hij loopt richting de dorpsgrens, waar de bomen en struiken dichter op elkaar staan en het zonlicht de grond niet raakt. Het is nog maar de vraag of die olifanten überhaupt in de buurt van het dorpje durven te komen. Vanaf het krieken van de dag, als de krekels nog niet zijn uitgespeeld en de hanen nog kraaien, klinkt het lawaai van hamers en elektrische zagen.

Tot twee jaar geleden stonden hier primitieve hutjes die weinig verschilden van de hokken waarin de dorpelingen hun varkens houden. Belabberde hygiëne, isolatie van de buitenwereld en een onzeker inkomen typeerden hun bittere armoede. Het project van professor Li moet het dorpje transformeren. Er zijn in de afgelopen twee jaar 59 grote, houten huizen op palen neergezet, voor ieder huishouden één. Via crowdsourcing in de Wechat-groep van het ‘Xiaoyun-project’ deelden ontwerpers hun ideeën. De bewoners timmeren hun huis zelf. In de stijl van het lokale Yao-volk bouwen ze de huizen half open, om de zware, tropische lucht er doorheen te laten stromen. De schuine daken, bedekt met donkere dakpannen, steken als hoedjes boven de bomen uit.

Een ingenieur vloog in voor workshops over houtverbindingen en professor Li zamelde met zijn stichting duizenden yuans in voor onder meer de aanleg van bloemperkjes, een restaurantje en andere publieke ruimtes. Verschillende deelcomités buigen zich over onder andere de infrastructuur en de economische ontwikkeling van Hebian.

De bedoeling is dat de afgelegen locatie en de charme van het traditionele Yao-volk toeristen en groepen zakenmensen trekken. De voorzieningen zijn er al. Er is een conferentiezaal aan het begin van het dorp, een openluchtrestaurantje en de eerste verdieping van ieder huis krijgt een gastenkamer. Er zijn al wat conferenties geweest, vertelt Dong Qiang. Mensen van de universiteit in Beijing hebben hier vergaderd en overnacht. Een breder publiek heeft het project, op vier uur rijden van een klein vliegveld zonder rechtstreekse verbindingen naar grote steden als Beijing of Shanghai, nog niet getrokken. Dat kan komen doordat nog niet alle huizen klaar zijn, denkt Dong.

Door de vallei waait zaagsel. Het gejank van de zagen en de klappen van de hamers weerklinken tegen de heuvels. Eerst wantrouwden de dorpsbewoners die betweters uit Beijing, maar professor Li en Dong Qiang wisten ze te motiveren om door te werken. De huizen bieden een schonere, veiliger plek om te wonen en een extra inkomstenbron, zodat ze niet meer alleen van de elementen afhankelijk zijn.

Het project past binnen het beleid van Xi Jinping om ook het laatste restje bittere armoede uit te roeien. China komt van ver – het wist de afgelopen decennia ruim zevenhonderd miljoen Chinezen uit de armoede te redden. Tussen 1990 en 2005 was de daling van het armoedecijfer in China goed voor driekwart van de wereldwijde afname, berekende undp, de VN-organisatie voor ontwikkelingsprogramma’s. Maar dat wapenfeit waar China zo graag mee zwaait, begint zijn magische krachten te verliezen. Zo’n 45 miljoen mensen (2014) blijven aan de onderste sport van de inkomensstatistieken hangen met een inkomen van minder dan drieduizend yuan (390 euro) per jaar.

In het nationale plan voor armoedebestrijding dat in 1994 inging, werd voor het eerst de oorlog verklaard aan de armoede. Binnen zeven jaar moesten tachtig miljoen mensen voldoende kleding en te eten hebben. Na een volgend programma, dat in 2010 afliep, veranderde de kijk op armoede. De regering zoomde meer in op probleemgebieden en trok de armoedegrens omhoog, van 1250 yuan inkomen per jaar naar 2500 yuan. De groep allerarmsten groeide plots van 25 miljoen naar 120 miljoen. De regering van Xi Jinping categoriseert de groep allerarmsten om ze te kunnen helpen. Van de allerarmste zeventig miljoen mensen is 42 procent bijvoorbeeld arm door ziekte; twintig procent door natuurrampen; tien procent door gebrek aan scholing; acht procent door te beperkte arbeidskansen en dan is er twintig procent waarvan de oorzaak van de armoede onbekend is.

Het huis van Pan was een van de eerste projecten en er zitten na twee jaar nog steeds geen ramen in. ‘Dat duurt lang’

Eén factor hebben alle armen gemeen: ze wonen op het platteland. Door subsidies en forse investeringen van de overheid woont nog slechts 1,6 procent van het totaal aantal allerarmsten in een stad. Dat is althans het officiële cijfer. De plattelandsarmen die naar de stad trekken, en daar zonder lokale verblijfsvergunning proberen te overleven, zijn er niet in meegenomen.

De meest voor de hand liggende oplossing is dus een verhuizing naar de stad. Dat mag te simpel lijken – dat is precies wat de Chinese regering van plan is met de tien miljoen mensen die op plekken wonen waar het risico van bijvoorbeeld landverschuivingen of -verzakkingen groot is. In 2016 verhuisden al 2,45 miljoen mensen en in 2017 nog eens 3,4 miljoen naar meer ontwikkelde plekken met betere voorzieningen zoals scholen en ziekenhuizen, betere wegen en goed drinkwater.

Het meest recente armoedebestrijdingsprogramma omvat ook (om)scholing voor tien miljoen mensen, bijvoorbeeld van boer naar arbeider in de bouw. Doordat nieuwe industrieën worden opgezet kunnen nog eens dertig miljoen mensen een baan vinden. Voor de laatste twintig miljoen heeft de overheid geen andere oplossing dan een zak geld.

Geen enkele inwoner van Hebian heeft na de basisschool doorgeleerd. Toch moeten ze zelfredzaam worden, is het idee. Ze moeten zelf hun huizen bouwen, en na wat tips over marketing moeten ze die ook zelf verhuren. Het projectcomité bemiddelt wel bij het dorpsbestuur wanneer er onenigheid is over de verdeling van de subsidies, en het regelt bijvoorbeeld wifi voor het hele dorp.

De voortvarendheid waarmee het team van professor Li het project aanpakt, heeft flink wat publiciteit opgeleverd en zoiets heeft in China een sneeuwbaleffect: iedereen wil een graantje meepikken van het uithangbord van de armoedebestrijding. De lokale en regionale overheid legde voor zestien miljoen yuan (twee miljoen euro) een betonnen weg aan die van de hoofdweg naar Hebian loopt. Uit Beijing kwam de afgelopen twee jaar liefst zeventien miljoen yuan (2,21 miljoen euro). Geen wonder dat tegen menige gevel een portret van president Xi Jinping is geplakt. Xi zorgt ervoor dat elk dorp genoeg geld krijgt, zegt projectleider Dong Qiang, terwijl hij even ervoor erkende dat Hebian tot 2015 toch echt te weinig geld kreeg. Volgens hem was die verwaarlozing door Beijing een van de redenen dat het dorp zo lang arm kon blijven.

Was de kilometers lange weg die langs de heuvels slingert er ook gekomen zonder alle publiciteit en investeringen? De dekking van China Mobile zeker niet, verzekert meneer Yu, de lokale directeur van het telecombedrijf. Tijdens een lunch in een visrestaurant met ‘goede vriend’ Dong Qiang doet hij zijn strategie uit de doeken. Per volgende maand krijgt Hebian volledige mobiele dekking, en wifi. De dorpelingen kunnen dan televisie kijken en met hun smartphone op internet. ‘Je moet eerst het perspectief van mensen aanpassen, voordat je hun doelen kunt veranderen’, legt meneer Yu zijn visie op armoedebestrijding uit. Op zijn telefoon laat hij zien welke reclamecampagnes hij heeft gepland rondom het Hebian-project.

Hij heeft wel een punt. In het dorp heeft niemand antwoord op de vraag wat er op het verlanglijstje staat. Ze komen net rond en bekijken hun situatie per jaar. Vorig jaar leverden Xiao Pans gemberplanten driehonderd yuan op, dit jaar maar liefst tienduizend yuan. In een goed jaar koopt het gezin nieuwe kleren. ‘Een keer per jaar’, zegt Pan, een tengere man met een lui oog. De roze jurk van zijn vijfjarige dochtertje is smoezelig, net als haar gezicht en het zwarte haar dat schuin langs haar voorhoofd loopt. Het huis van Pan is niet meer dan een hut van aan elkaar getimmerde planken in een vierkant boven de aarden grond. Op een houtvuurtje maakt zijn vrouw het ontbijt klaar. Ze tikt een blikje spam, ingeblikt varkensvlees, leeg op een houtblok waar ze de homp in kleine stukjes snijdt. Het roze vlees sist in de wok en de hut vult zich met rook.

Verderop bouwt Pan aan zijn nieuwe huis, net zo hoog, mooi en ruim als de andere huizen van het dorp. Het gaat hem niet snel genoeg. Zijn goede oog schiet zenuwachtig heen en weer terwijl hij tegen Dong Qiang zegt: ‘Andere gezinnen hebben meer geld en meer hulp gekregen dan ik. Jullie zeggen dat de verdeling democratisch was, maar dat is niet zo.’ Dong legt nog eens de regels uit: iedereen heeft recht op de subsidie van zestigduizend yuan voor lage inkomens. Wie ook nog eens het stempel ‘arm gezin’ krijgt, mag daar een gift van vijfduizend yuan bij optellen. Dat is de toelage uit Beijing. Het huis van Pan was een van de eerste projecten en er zitten na twee jaar nog steeds geen ramen in. ‘Dat duurt lang’, erkent Dong Qiang. ‘Sommige mensen hebben meer hulp van vrienden of familie, of ze huren mensen in.’ Ondanks zijn onooglijke hutje werd het gezin van Pan niet benoemd tot ‘arm gezin’.

Iedereen pakt de bouw van zijn huis anders aan. Veertiger Huang huurde voor 35.000 yuan arbeiders in en ging in ruil voor hun diensten zelf een paar dagen voor het bouwbedrijf in een ander dorp werken. In het naastgelegen huis is zijn broer Huang Cheng Wu met een mondkapje voor de trap aan het lakken. Waar de meeste mensen de schouders ophalen over zoiets fictiefs als extra inkomsten weet hij heel goed wat hij ermee wil doen. Zijn vrouw Deng Hongyan (30) schenkt met een hoop bescheiden gegiechel water in uit een thermosfles en biedt de gasten bananen aan.

Ze vertelt dat ze na twee bevallingen ‘iets’ aan haar baarmoederhals heeft. Wat er precies mis is weet ze niet, maar ze moet eigenlijk geopereerd worden. Het ziekenfonds van de overheid betaalt de helft, maar de andere helft, ongeveer drieduizend yuan, kan ze niet opbrengen. Dus werkt Deng door, ondanks de pijn in haar buik. Dat is het lot van de armen. Zolang er te eten is, een dak boven het hoofd en de kinderen naar school kunnen – de kostschool een dorp verderop – klaagt niemand. Maar er hoeft zich maar een probleem voor te doen waarbij de oplossing geld kost, of het wordt pijnlijk duidelijk wat armoede is.

‘Ik moest eerst een voorbeeld zien voordat ik begreep hoe dat eruitzag, een moderne keuken. Toen begreep ik: aiya!’

Het Xiaoyun-project heeft iedereen weer een beetje gemotiveerd, vertelt de kleine vrouw terwijl ze warm water bijschenkt in de glaasjes. Dat moet ook wel, want die zestigduizend yuan is een lening die binnen twintig jaar moet worden terugbetaald. Volgens sommige dorpelingen moeten ze na de eerste twee jaar zelfs rente betalen. Bij navraag verzekert Dong Qiang echter dat de lening twintig jaar lang rentevrij is. Deng hoopt maar dat hun nieuwe huis gasten zal trekken. Het dorpsbestuur bepaalt in welk huis gasten mogen verblijven, net zoals het bepaalde wie het extra geld voor ‘arme gezinnen’ kreeg. Dat ging dus naar de mensen met ‘goede relaties’ met het bestuur, zegt Deng.

Bij de verdeling van hulpgelden ligt corruptie op de loer. De toelages sijpelen vanuit Beijing via provincies, districten en steden naar dorpsniveau. In de eerste helft van 2016 werden meer dan vijfduizend ambtenaren in heel China gestraft voor corruptie die te maken had met armoedebestrijding. Zo nam in 2014 een dorpsambtenaar in de provincie Anhui honderdduizend yuan op van de bankrekeningen van 24 inwoners. De ambtenaar had de bankboekjes gekregen toen hij in hun naam pensioen aanvroeg. Het geld dat hij van de rekeningen haalde was de toelage die de dorpsbewoners kregen omdat ze arm waren. De South China Morning Post vermeldt erbij dat de ambtenaar een vijfde van het geld vergokte.

In Guizhou, een van de armste provincies van China, haalde een ambtenaar 150.000 yuan (twintigduizend euro) uit het armoedefonds om er zijn eigen zaak mee te financieren. In de provincie Shaanxi werd families gevraagd om een ‘donatie’ van vijfduizend yuan voor ze de subsidie kregen waarmee ze een bedrijfje konden opzetten. De ongeïnformeerde, ongeschoolde armen zijn afhankelijk van lokale en regionale ambtenaren en een makkelijke prooi voor oplichters.

De praktijk spreekt niet bepaald in het voordeel van decentralisatie, maar toch is armoede-onderzoeker Wu Yifan van de China Agricultural University er voorstander van, schrijft ze per e-mail. De macht over de fondsen moet wat haar betreft nog een niveau lager komen te liggen. ‘Geef het geld aan de armen en laat hen beslissen hoe ze het gebruiken.’ Ze erkent het gevaar van die methode. ‘Mensen zullen ruziën, onderhandelen en compromissen sluiten, maar uiteindelijk zullen ze met een gezamenlijk programma komen om het geld zo nuttig mogelijk in te zetten.’

De inwoners van Hebian hebben hun geld op een bank in het stadje Mengla staan, bijna twee uur rijden verderop. Als de boeren met hun smartphone bereik krijgen, kunnen ze betalen per Alipay of WeChat. Toch leunen ze zwaar op het projectteam van professor Li Xiaoyun, dat onder Dong Qiang een goed geoliede organisatie heeft neergezet. Vrijwilligers uit heel China komen een handje helpen in het dorp om hun nederigheid te cultiveren. Als het sanitair straks verbeterd is, komen ook meer scholieren uit de stad hier een tijdje werken, vertelt Dong Qiang. Vrijwilligerswerk op het arme platteland staat goed op je cv.

Slechts 215 mensen profiteren direct van de miljoenen die in het dorp worden geïnvesteerd. Het project lijkt onmogelijk te evenaren voor de overige 45 miljoen armen. Dat hoeft ook niet, zegt Wu Yifan. Ze vindt dat de oorzaken van extreme armoede niet zo strak in categorieën in te delen zijn.

Patrick Haverman, Nederlander en plaatsvervangend directeur van de VN-organisatie voor ontwikkeling (undp) in Beijing, ziet ook dat de aanpak van armoede enorm varieert. ‘Volgens het Chinese systeem sijpelt dit soort beleid door de overheidslagen heen. Iedere provincie, iedere county heeft zijn eigen doel. Ministeries krijgen allemaal een eigen taak en begeleiden arme dorpen op dat gebied.’

Van staatsbedrijven wordt ook betrokkenheid verwacht. China Mobile moet bijvoorbeeld meer doen aan corporate responsibility en helpt Hebian daarom aan wifi, legt de topman uit terwijl hij met zijn eetstokjes geroutineerd het vissenvlees van de graten pelt. Een goede daad die zijn bedrijf uitvent in reclamecampagnes.

In 2020 moet China armoedevrij zijn en volgens Haverman ligt het land goed op schema. De corruptie is met transparantie en een duidelijk monitoring- en rapportagesysteem goed te bestrijden, denkt hij. Net als armoedebestrijding blijft corruptiebestrijding een van Xi’s prioriteiten.

‘Kijk, dat is de boer die al duizend eieren op Taobao verkocht. Voor tien yuan per stuk!’ Dong Qing wijst naar een man verderop. In het restaurantje komt een mandje eieren op tafel. Welgestelde stedelingen zijn dol op de biologische eieren, met een dooier die extra geel is, en de biologische bananen die zonder bestrijdingsmiddelen extra zoet smaken. Dorpsbewoners in het bezit van een brommer maken gebruik van de nieuwe weg om de eieren en bananen op markten te verkopen. Maar langs de weg zijn op verschillende plekken aardverschuivingen geweest. Achter het dorp ligt de weg als een verkreukeld strookje papier in de modder.

Het toont Hebians kwetsbaarheid. Hoeveel bezoekers willen de lange, slingerende weg naar het dorp afleggen? Gelukkig zijn er nog de andere plannen, die wat dichter bij het boerenbestaan van de dorpelingen liggen. Naast een winkel op de digitale marktplaats Taobao komt er bijvoorbeeld een gezamenlijke varkensstal aan de rand van het dorp, wijst Dong Qiang. Ook de twee varkens en zeven biggen van mevrouw Li Yuanfen, uitbaatster van het restaurantje, worden daar ondergebracht. De varkens zijn bedoeld als vleesvoorraad voor haar eigen familie, maar ze zal er waarschijnlijk een paar verkopen. Voer voor meer dan twee varkens kan ze niet betalen. Mogelijk wordt dat anders wanneer de gezamenlijke stal er is.

Ook Li was sceptisch over de stadslui die hun kwamen vertellen hoe ze beter moesten leven. Ze aarzelde eerst, vertelt ze. Van buiten koken op een houtvuurtje moest ze opeens naar een heus keukenblok, in een bakstenen kamer in het midden van het openluchtrestaurant. ‘Ik moest eerst een voorbeeld zien voordat ik begreep hoe dat eruitzag, een moderne keuken. Toen begreep ik: aiya! Dit werkt inderdaad stukken comfortabeler.’

Op dit moment gaan vier kinderen uit het dorp naar een universiteit. Dat is gerust een doorbraak te noemen. De twee zoons van de giechelende Deng Hongyan zitten samen met andere kinderen uit het dorp op het kostschooltje een paar dorpen verderop. Op maandag brengen ze de jongens weg en op vrijdag halen ze hen weer op. Deng hoopt dat ze het zhongkou halen, het toelatingsexamen voor de middelbare school. Zelf leeft ze van dag tot dag, maar voor haar zoons kan de wereld er straks heel anders uitzien.